CBb 22 april 2021, ECLI:NL:CBB:2021:441

Lasten onder dwangsom opgelegd aan TTO’s (toegelaten taxiorganisaties). Bij bestreden besluit I zijn de bezwaren van de TTO’s tegen de aan hen op 31-7-2019 opgelegde lasten onder dwangsom ongegrond verklaard. Bij bestreden besluit II zijn de bezwaren van de TTO’s tegen de aan hen op 12-11-2019 opgelegde lasten niet-ontvankelijk verklaard omdat de gronden niet tijdig waren ingediend. Het College overweegt dat B&W in dit geval geen gebruik mocht maken van de bevoegdheid om de bezwaren tegen de besluiten van 12-11-2019 niet-ontvankelijk te verklaren. Het College overweegt daartoe dat het bezwaar in de onderhavige zaak niet los kan worden gezien van de bezwaren die de TTO’s reeds hadden ingediend tegen de besluiten van 31-7-2019 en evenmin van de andere procedures die tussen de TTO’s, de bij hen aangesloten chauffeurs en B&W werden gevoerd over de maatregelen die de TTO’s volgens verweerder op grond van het vergunde maatregelenprotocol aan de chauffeurs dienden op te leggen. Verder overweegt het College dat het niet voorbij kan gaan aan de financiële (nood)situatie waarin appellanten stellen te verkeren. Het College heropent de zaak om de TTO’s in de gelegenheid te stellen om een (actuele) cijfermatige onderbouwing van hun financiële situatie over te leggen

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen