CBb 16 maart 2021, ECLI:NL:CBB:2021:293

Msw. Fosfaatrechten. Meststoffenwet: artikel 23, derde lid. Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet: artikel 72a, eerste lid. Artikel 1 van het EP. Artikel 6 EVRM. Appellante heeft opgemerkt dat de gronden van bezwaar als herhaald en ingelast dienen te worden beschouwd. Omdat appellante daarbij niet heeft onderbouwd in welk opzicht, in haar visie, de reactie van verweerder in het bestreden besluit ontoereikend was, is deze opmerking echter onvoldoende om te spreken van een beroepsgrond waar het College op dient in te gaan. Het beroep van appellante op de knelgevallenregeling van artikel 72a van het Uitvoeringsbesluit slaagt niet. Daargelaten of artikel 72a ziet op situaties als de onderhavige, waarin sprake is van de renovatie van een rijksmonument, is niet gebleken dat is voldaan aan de voorwaarde dat appellante (als gevolg van de realisatie van een natuurgebied of de aanleg of onderhoud van publieke infrastructuur) op de peildatum 2 juli 2015 tijdelijk minder melkvee hield of over minder fosfaatruimte beschikte. Dat betekent dat appellante niet voldoet aan de toepassingsvoorwaarde van artikel 72a van het Uitvoeringsbesluit dat het fosfaatrecht minimaal 5% lager is dan zonder de bijzondere omstandigheid het geval geweest zou zijn. De bewijslast dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last op haar legt, ligt bij appellante. Appellante heeft daaraan niet voldaan nu zij in beroep (ter zitting) alleen heeft aangevoerd dát er sprake is van een zodanige individuele en buitensporige last en ter onderbouwing daarvan slechts heeft verwezen naar hetgeen zij in bezwaar heeft uiteengezet. Zoals uit hetgeen hiervoor onder 6.1 voortvloeit kan zij daarmee evenwel niet volstaan, zonder daarbij uiteen te zetten in welk opzicht de in het bestreden besluit dienaangaande gegeven motivering niet deugdelijk is. Nu zij dit heeft nagelaten, faalt ook deze beroepsgrond. Het College stelt vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM is verstreken. Het College zal het verzoek om immateriële schadevergoeding toewijzen. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken