CBb 25 februari 2021, ECLI:NL:CBB:2021:250

Wet personenvervoer 2000; Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaarten artikel 10, derde lid, in samenhang gelezen met het eerste lid, aanhef en onder d. Verzoek van taxichauffeur om een voorlopige voorziening omdat zijn chauffeurskaart is geschorst, is toegewezen. Aanleiding tot schorsing is een melding van het Centraal Orgaan Verklaring Omtrent het Gedrag (COVOG) dat twijfels zijn gerezen over de betrouwbaarheid van een houder van een chauffeurskaart en dat uit informatie afkomstig van de Justitiële Informatie Dienst naar voren is gekomen dat verzoeker recentelijk met justitie in aanraking is gekomen. Verdere gegevens over de verzoeker verweten gedraging zijn aan verweerder niet bekend gemaakt, noch in het besluit tot schorsing van de chauffeurskaart vermeld. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot schorsing van de chauffeurskaart gebruik heeft kunnen maken, aangezien de ernst van de feiten die aanleiding zijn voor twijfel ten aanzien van de betrouwbaarheid van verzoeker voor de uitoefening van het beroep van taxichauffeur niet kenbaar is afgewogen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen