CBb 2 maart 2021, ECLI:NL:CBB:2021:239
artikel 23, derde lid, van de Meststoffenwet artikel 72b, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet artikel 103a van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet artikel 103b van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Fosfaatrechten. Partijen hebben afgezien van een behandeling ter zitting. Appellante heeft in een reactie op het verweerschrift verzocht om conform het verweerschrift het aantal fosfaatrechten vast te stellen op 4.716 kg. Hieruit leidt het College af dat tussen partijen niet langer in geschil is dat het fosfaatrecht in het bestreden besluit te laag is vastgesteld. Partijen zijn het daarnaast eens over de berekening van de fosfaatruimte en de daarmee samenhangende verhoging van het fosfaatrecht tot 4.716 kg. Nu vast staat dat het fosfaatrecht in het bestreden besluit te laag is vastgesteld, is het beroep alleen al hierom gegrond. Verweerder heeft erkend dat sprake is van een herroeping van het primaire besluit wegens aan verweerder te wijten onrechtmatigheid. Daarmee is naar het oordeel van het College aan de vereisten van artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht voldaan. Ook deze beroepsgrond slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl