CBb 2 maart 2021, ECLI:NL:CBB:2021:209

Artikel 23, derde lid, Meststoffenwet. Artikel 72b Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. Artikel 103a Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Appellante stelt dat verweerder in het bestreden besluit van een onjuiste fosfaatruimte is uitgegaan en daarom ten onrechte de generieke korting heeft toegepast bij het vaststellen van haar fosfaatrecht. Tussen partijen is in geschil of verweerder 5 percelen van appellante terecht in de categorie ‘hoog’ heeft ingedeeld. Het is aan appellante om aannemelijk te maken dat de bodem van deze percelen een lagere fosfaattoestand heeft. Het College is van oordeel dat zij daar niet in is geslaagd. Verweerder heeft bij het aanvullend verweerschrift luchtfoto’s gevoegd waarop zowel de percelen als de bemonsterde oppervlakten (zoals deze blijken uit de analyserapporten) ingetekend zijn. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat op deze foto’s te zien is dat de betreffende percelen onvolledig bemonsterd zijn. Appellante heeft onvoldoende onderbouwd dat de percelen volledig bemonsterd zijn. Omdat het bestreden besluit pas in beroep is voorzien van een deugdelijke motivering verklaart het College het beroep gegrond. Het College voorziet met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak door het primaire besluit te herroepen en het fosfaatrecht van appellante vast te stellen op 5.973 kg.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken