CBb 16 februari 2021, ECLI:NL:CBB:2021:157

Regeling fosfaatreductieplan 2017. Uit artikel 1, eerste lid, aanhef en onder j, van de Regeling, gelezen in samenhang met artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b, van de Regeling landbouwtelling en gecombineerde opgave 2015, volgt dat voor de vraag of een bedrijf in 2015 grondgebonden is, gekeken wordt naar de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond op 15 mei 2015, zoals die door het bedrijf is opgegeven in de gecombineerde opgave 2015. Verweerder heeft bij de beoordeling van de al dan niet grondgebondenheid van het bedrijf van appellant in het kader van de Regeling een onjuist toetsingskader gehanteerd. Anders dan verweerder kennelijk meent, wordt niet toegekomen aan de toets op grond van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder m, van de Meststoffenwet gelezen in samenhang met de uitspraak van het College van 10 november 2020, waarbij moet worden beoordeeld of de grond in het kader van de normale bedrijfsvoering bij het bedrijf van appellant in gebruik is en waarbij de feitelijke beschikkingsmacht over de grond een rol speelt. Voor de Regeling is de tot het bedrijf behorende oppervlakte landbouwgrond op 15 mei 2015, zoals die door het bedrijf is opgegeven in de gecombineerde opgave 2015, bepalend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken