CBb 7 december 2021, ECLI:NL:CBB:2021:1060

Bestuurlijke boete. In geschil is of appellante een overtreding heeft begaan van artikel 3, eerste lid, van Verordening 853/2004, gelezen in samenhang met het derde punt van Hoofdstuk II, van Sectie II, van Bijlage III, van deze verordening alsook met het eerste punt, onder e, van Hoofdstuk III, van Sectie II, van Bijlage III, van Verordening 853/2004. Uit deze voorschriften kan naar het oordeel van het College niet de verplichting voor exploitanten van levensmiddelenbedrijven worden afgeleid dat zij hun voorzieningen om gereedschap te ontsmetten met heet water van ten minste 82 °C tijdens het slacht- en/of uitsnijproces steeds op een juiste temperatuur hebben, of dat zij tijdens deze processen steeds een alternatief systeem met een gelijkwaardig effect in bedrijf hebben. Het gaat om aanwezigheidsvoorschriften. De rechtbank heeft de opgelegde boetes ten onrechte (gedeeltelijk) in stand gelaten. Overschrijding redelijke termijn.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken