CBb 15 december 2020, ECLI:NL:CBB:2020:981
Wet marktordening gezondheidszorg Regeling Voorschriften bij verwijzing naar tweedelijns zorgaanbieders Appellant is geen belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij het door hem ingediende verzoek om handhaving. Artikel 4 van de Regeling ziet op de verhouding tussen de verwijzende zorgaanbieder en tweedelijns zorgaanbieder. Die laatste moet kunnen vaststellen dat aan de declaratievoorwaarde dat de patiënt is doorverwezen, is voldaan. Niet gebleken is dat de verzekerde patiënt een belang heeft bij de naleving van dit administratieve voorschrift. Anders dan verweerster meent is het bezwaar niet gericht tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb en is het bezwaar om die reden niet-ontvankelijk. In zoverre is het bestreden besluit in strijd met artikel 7:12 van de Awb niet deugdelijk gemotiveerd. Verweerster had niet met toepassing van artikel 7:3, aanhef en onder a, van de Awb mogen afzien van het horen in bezwaar, nu het bestreden besluit op geheel andere gronden berust dan de beslissing op appellants verzoek. Bij die beslissing is appellant (ten onrechte) expliciet als belanghebbende aangemerkt en is het verzoek van appellant afgewezen op de grond dat van een overtreding van de Regeling geen sprake is.
De uitspraak op rechtspraak.nl