CBb 27 oktober 2020, ECLI:NL:CBB:2020:750
Landbouwkwaliteitswet. Het Tuchtgerecht voor de Bloembollensector heeft appellante de maatregel opgelegd van een geldboete van € 4.500,- waarvan € 1.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, wegens het verhandelen van bloembollen die afkomstig zijn van een afgekeurde partij en wegens het niet terughalen van verhandelde bloembollen nadat zij ervan op de hoogte was gesteld dat ze afkomstig waren uit een met stengelaal aangetaste partij en het niet informeren van de afnemer over de aantasting. Het College is van oordeel dat het eerste bewezenverklaarde feit niet kan worden gekwalificeerd als overtreding van de in de tenlastelegging of de bestreden uitspraak genoemde bepalingen. Ten aanzien van het tweede bewezen verklaarde feit is het College van oordeel dat er geen wettelijke basis is voor het tuchtrechtelijk handhaven van de aan appellante tegengeworpen overtredingen. Gelet hierop komt het College niet toe aan de beoordeling of appellante deze overtredingen feitelijk heeft begaan. Vernietiging bestreden uitspraak. Het College legt appellante geen tuchtrechtelijke maatregel op.
De uitspraak op rechtspraak.nl