CBb 20 oktober 2020, ECLI:NL:CBB:2020:707
De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit moet inzicht geven in de opbouw van de tarieven die zij slachthuizen in rekening brengt voor controles bij vleeskeuringen. Zonder dat inzicht valt niet te beoordelen of deze tarieven voldoen aan de Europese regels. Ook al is wel duidelijk dat zij de kosten voor de interne opleiding van de controlerende dierenartsen en assistenten niet in rekening mag brengen, net zo min als de kosten voor het vullen van de weerstandskas van Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector. Dit zijn de belangrijkste uitkomsten in de procedures van een aantal slachthuizen tegen deze tarieven bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Eerder deed het CBb een tussenuitspraak (ECLI:NL:CBB:2018:340; ECLI:NL:CBB:2018:341) en vroeg aan het Europese Hof van Justitie of de Europese regels toestaan om de kosten van ander personeel dan de dierenartsen en assistenten door te berekenen aan de slachterijen. Het Europese Hof gaf op 19 december 2019 (ECLI:EU:C:2019:1126) antwoord op deze vragen. De minister moet nu binnen 26 weken nieuwe beslissingen nemen op de bezwaren van de slachthuizen. In de vele honderden soortgelijke zaken over dezelfde kwestie komt het CBb zonder zitting tot een vergelijkbare uitspraak. Ook in die zaken moet de minister nieuwe besluiten op de bezwaren van die slachthuizen nemen. Vanwege het grote aantal te nemen beslissingen krijgt de minister hiervoor 52 weken de tijd.
De uitspraak op rechtspraak.nl