CBb 22 september 2020, ECLI:NL:CBB:2020:646

Artikel 23, derde lid, van de Meststoffenwet. Artikel 72b, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. Artikelen 103a en 103b van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet. Het College is van oordeel dat verweerder het analyserapport terecht heeft aangemerkt als niet representatief en bruikbaar als bewijs voor het bewijs van de fosfaattoestand van perceel 35. Ter zitting is eveneens alsnog aan de orde gekomen de fosfaattoestand van perceel 36. Nu hiervan geen bemonstering bekend is, heeft verweerder dit perceel terecht in de categorie hoog geplaatst. Met betrekking tot de totale oppervlakte landbouwgrond die bij appellante in gebruik is zijn thans uitsluitend nog de percelen 1, 33, 35 en 36 in geschil. Verweerder stelt dat een deel van deze percelen in 2015 niet is gebruikt om “enige vorm van landbouw” op uit te oefenen en dat dit deel derhalve niet mee telt voor de vaststelling van de totale oppervlakte landbouwgrond. Dat verweerder de oppervlakte van deze percelen onjuist heeft vastgesteld is niet gebleken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen