CBb 6 mei 2020, ECLI:NL:CBB:2020:331
Artikel 23, derde lid, van de Meststoffenwet Het eigen overzicht van appellante gaat uit van het op monsternames gestoeld rollend jaargemiddelde in de MPR-overzichten. Zoals het College eerder heeft overwogen (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 30 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:184), vormt het rollend jaargemiddelde slechts een indicatie van de gemiddelde jaarproductie per koe. De bewijskracht ervan is te zwak om alleen op dat bewijsmiddel aan te nemen dat appellante, zoals zij stelt, meer antibioticamelk heeft geproduceerd dan de 20.350 kg waar verweerder van uit is gegaan. Nu, zoals verweerder voorts terecht heeft geconcludeerd, ook de bij het bestreden besluit verhoogde melkproductie niet leidt tot verhoging van de aan appellante toekomende fosfaatrechten, treft de beroepsgrond geen doel.
De uitspraak op rechtspraak.nl