CBb 27 augustus 2019, ECLI:NL:CBB:2019:366
Geen belanghebbende bij verzoek om handhaving. Op grond van een overeenkomst met X krijgt appellante tomatenplanten van de derde-partij, die daartoe ook een overeenkomst met X heeft. Appellante is zelf geen klant van de derde-partij; zij hebben geen overeenkomst met elkaar. Een rechtstreekse contractuele relatie tussen de derde-partij en appellante ontbreekt. Wel belang maar geen rechtstreeks belang. Een directe relatie tussen de beslissing op het verzoek van appellante om handhavend op te treden tegen de derde partij enerzijds en de feitelijke aflevering door deze derde-partij van tomatenplanten aan appellante en daarmee de mogelijkheid van besmetting van de producten van appellante met het gewraakte PepM-Virus anderzijds ontbreekt. De conclusie Widdershoven (ECLI:NL:CRVB:2018:3474) geeft geen aanleiding voor een ander oordeel.
De uitspraak op rechtspraak.nl