CBb 21 mei 2019, ECLI:NL:CBB:2019:212
Verweerder heeft besloten om het verzoek om handhaving van appellante af te wijzen omdat verweerder zich niet bevoegd acht om handhavend op te treden op grond van de regelgeving die van toepassing is op de activiteiten van derde-partij. Verweerder acht zich later alsnog bevoegd om van het verzoek om handhaving kennis te nemen en stelt gehouden te zijn te onderzoeken of de bepalingen van de Wet dieren zijn overtreden. Het College verwijst het beroep het besluit ter behandeling als bezwaar naar verweerder. Tussen partijen heeft immers nog geen inhoudelijk debat heeft plaatsgevonden over het handhavingsverzoek van appellante Het College verklaart het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het handhavingsverzoek van appellante gegrond waardoor verweerder aan appellante een dwangsom is verschuldigd.
De uitspraak op rechtspraak.nl