CBb 26 juni 2018, ECLI:NL:CBB:2018:295
Accountantstucht. Diverse klachten over een accountant in business, die als advocaat in een civiele procedure een aantal brieven heeft verzonden en daarin volgens appellant een aantal onwaarheden heeft gesteld. Het College is van oordeel dat een accountant bij het innemen van civielrechtelijke standpunten in de hoedanigheid van advocaat ruimte toekomt in het presenteren van (feitelijke) stellingen en daarop gebaseerde argumenten. Die ruimte is echter niet onbegrensd. De grens wordt in ieder geval overschreden als de accountant, zoals appellant in de onderhavige procedure aanvoert, feitelijke gegevens presenteert of zaken voorstelt waarvan hij weet of behoort te weten dat deze onjuist zijn. Appellant heeft onvoldoende onderbouwd dat betrokkene in haar brieven onwaarheden heeft gesteld. Een ter zitting bij het College geformuleerd nieuw verwijt wordt buiten beschouwing gelaten. Het hoger beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl