CBb 15 februari 2018, ECLI:NL:CBB:2018:25

Bij appellante is in 2016 een controle uitgevoerd ten aanzien van haar honden. Daarbij is volgens verweerder geconstateerd dat appellante de Wet dieren en het Besluit houders van dieren heeft overtreden. De gezondheid en het welzijn van 22 honden waren volgens verweerder aangetast. De honden werden niet in hygiënische omstandigheden gehuisvest, er was te weinig frisse lucht en de honden waren vies. Daarnaast zaten er te veel honden op een klein oppervlak. Vervolgens heeft verweerder op dezelfde dag ten aanzien van 19 honden spoedbestuursdwang toegepast. Dat betekent dat verweerder de aangetroffen situatie zodanig ernstig vond dat appellante niet de mogelijkheid meer geboden kon worden om de overtredingen zelf op te lossen, maar dat er direct actie nodig was. De honden zijn meegevoerd en ergens anders ondergebracht. Na de controle is het toepassen van de spoedbestuursdwang op schrift gesteld. Appellante is het hier niet mee eens. Verder is besloten om de gemaakte kosten op appellante te verhalen. Die beslissing is neergelegd in een kostenbeschikking. Ook met de kostenbeschikking is appellante het niet eens. Ter zitting staat de toepassing van de spoedbestuursdwang en de kostenbeschikking ter discussie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken