CBb 20 september 2017, ECLI:NL:CBB:2017:364

Accountantstuchtrecht. Persoonsgericht onderzoek naar functioneren bestuurder. De accountant dient zelfstandig de aard en omvang van de uit te voeren werkzaamheden ter beantwoording van de onderzoeksvragen zoals geformuleerd in de opdracht te bepalen. De conceptverbindingen ten aanzien van de onkostenvergoedingen hielden in dat in de stukken geen goedkeuring van de RvT is aangetroffen. De bestuurder heeft dit uitdrukkelijk betwist en de gang van zaken rond de verlening van de vergoedingen uiteengezet. Hij heeft er onder meer op gewezen dat de controlerend accountant de betalingen heeft verwerkt en gecontroleerd. Als registeraccountant wisten betrokkenen of hadden zij moeten weten dat er een gerede kans was dat de controlerend accountant deze post aan de hand van stukken had gecontroleerd. Betrokkenen, die de relevante informatie niet via de leden van de toenmalige RvT konden verkrijgen omdat zij hun medewerking aan het onderzoek weigerden, hadden moeten onderzoeken of de controlerend accountant wellicht over nadere, niet aangetroffen informatie beschikte. Het ging immers om een in het kader van de onderzoeksopdracht niet onbelangrijke bevinding met nadelige implicaties voor de bestuurder, terwijl niet uitgesloten was dat door het verder benutten van de onderzoeksmogelijkheden informatie boven tafel zou komen die een ander licht op de zaak kon werpen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken