CBb 3 augustus 2017, ECLI:NL:CBB:2017:332

Artikel 10, eerste lid, aanhef en onder d, van de Regeling gebruik boordcomputer en boordcomputerkaarten; intrekking chauffeurskaart wegens niet of niet tijdig overleggen VOG; verzoek om voorlopige voorziening. Het verzoek wordt afgewezen. Verweerder was gehouden de chauffeurskaart van verzoeker in te trekken, aangezien sprake is van een gebonden bevoegdheid. De omstandigheid dat het door verzoeker ingestelde rechtsmiddel ertoe kan leiden dat hem alsnog een VOG (en een chauffeurskaart) zal worden verstrekt, maakt dat, gezien de aard van de bevoegdheid van verweerder, niet anders. De omstandigheid dat de minister van Veiligheid en Justitie mogelijk niet tijdig heeft beslist op de aanvraag van verzoeker voor een VOG doet aan het voorgaande evenmin af, reeds omdat tegen dat niet tijdig beslissen de daartoe geëigende rechtsmiddelen kunnen worden aangewend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken