CBb 25 februari 2016, ECLI:NL:CBB:2016:37
Klacht betreft in de kern de uitkomst van de controle van de jaarrekening, te weten afgifte van een goedkeurende verklaring. Daarin kan mede worden begrepen de (toereikendheid) van de werkzaamheden om tot die uitkomst te komen. Bij de vaststelling of de jaarrekening het vereiste inzicht geeft zijn de Richtlijnen voor de Jaarveslaggeving van belang, die een belangrijk oriëntatiepunt en gezaghebbende kenbron vormen voor wat in het concrete geval als aanvaardbaar heeft te gelden. Als bij vaststellen jaarrekening is gekomen tot waarderingen die met deze voorschriften stroken, kan zulks een belangrijke aanwijzing vormen dat het vereiste inzicht is verschaft en dat de ruimte die in redelijkheid moet worden gelaten bij de keuze voor de waardering van bepaalde posten niet is overschreden. Niet op voorhand uit te sluiten dat naar algemene jaarrekeningrechtelijke maatstaven zou zijn toegestaan om in een portefeuillebenadering kostprijshedge-accounting toe te passen en deze verwerkingswijze in de jaarrekening te hanteren. Ook niet uit te sluiten, hoewel niet direct aannemelijk, zeker niet zonder nader onderzoek, dat hoewel in RJ 2008/290.6, onder 605 en 606, is opgenomen dat (per saldo) geschreven opties niet als hedge-instrument kunnen worden aangewezen en dus van toepassing van hedge-accounting zijn uitgezonderd omdat ze geen risico mitigeren, onder bepaalde omstandigheden in het kader van een portefeuillebenadering tot op zekere hoogte c.q. tot een zekere omvang (per saldo) geschreven opties passen binnen de risicobeheersingsstrategie die aan de hedging ten grondslag ligt en om die reden bij de hedge-accounting in aanmerking zouden kunnen worden genomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl