CBb 4 oktober 2016, ECLI:NL:CBB:2016:313

Boete – overtreding artikel 2:96, eerste lid, van de Wft – bestanddeel ‘ontvangen en doorgeven van orders van cliënten met betrekking tot financiële instrumenten – bestanddeel ‘in de uitoefening van een beroep of bedrijf – de hoogte van de boete – ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreder – draagkracht – Het moet ervoor worden gehouden dat appellante geen betrouwbaar en volledig inzicht heeft geboden in haar financiële situatie, zodat een gefundeerd oordeel of appellante de boete thans kan dragen niet mogelijk is. De stukken over de actuele financiële situatie van appellante sluiten niet uit dat zij op het moment van opleggen de boete kon dragen en appellante vanaf dat moment rekening kon houden met de betaling van de boete – ne bis in idem-beginsel en diffamerende werking

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen