CBb 26 oktober 2015, ECLI:NL:CBB:2015:340
Boetes opgelegd wegens overtreding van de prospectusplicht van artikel 5:2 van de Wft. Het College is met de rechtbank van oordeel dat de door verweerster aangeboden effecten onder de uitzondering van artikel 5:3, eerste lid, aanhef en onder c van de Wft vallen. Volgens het door verweerster verstrekte Informatie Memorandum konden de effecten enkel worden verworven in een pakket met een minimale tegenwaarde van € 50.000,--. Verweerster en de individuele beleggers zijn ook steeds een gecombineerde inbreng van € 50.000,-- of meer overeengekomen. Dat een gedeelte van die inbreng uit betaling in natura bestond, verandert dit gegeven niet. Het staat partijen, mede gelet op de beginselen van de partijautonomie en de contractsvrijheid, in principe vrij om in overleg aan die inbreng in natura een waarde toe te kennen. De waarde van deze inbreng is in het onderhavige geval bepaald op basis van de oorspronkelijk daarvoor door de beleggers betaalde prijs, vermeerderd met een opslag.
De uitspraak op rechtspraak.nl