CBb 30 april 2015, ECLI:NL:CBB:2015:162
Accountantstucht. Uitlatingen door accountant over het handelen van een curator in een faillissement. Het College is met de Accountantskamer van oordeel dat onvoldoende grond bestond voor het doen van uitlatingen over vermeend onzorgvuldig handelen van de curator alsmede dat de bewoordingen waarmee de accountant het handelen van de curator heeft bekritiseerd suggestief en ongefundeerd zijn. De Accountantskamer was niet gehouden om nader onderzoek te doen naar de (onjuist)heid van die uitlatingen. De grieven falen. Het hoger beroep is ongegrond.