CBb 26 juni 2014, ECLI:NL:CBB:2014:241
Accountantstucht. Hoger beroep is uitsluitend gericht tegen het feit dat de accountantskamer, ondanks dat de klachten gedeeltelijk gegrond zijn verklaard, geen maatregelen jegens betrokkenen heeft opgelegd. Het College is van oordeel dat het opleggen van een tuchtrechtelijke maatregel geboden is. Betrokkenen hebben, zoals uit de gegrond verklaarde klachtonderdelen blijkt, het fundamentele beginsel van professioneel gedrag geschonden. Aldus hebben zij er blijk van gegeven de belangen van hun cliënten bij hun werkzaamheden onvoldoende voor ogen te houden. De door de accountantskamer gegeven redenen om van oplegging van een tuchtrechtelijke maatregel af te zien zijn van onvoldoende gewicht. Het hoger beroep is gegrond, aan beide betrokkenen wordt de maatregel van schriftelijke waarschuwing opgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl