CBb 22 april 2014, ECLI:NL:CBB:2014:158
Het College ziet geen aanleiding om de kantoorleider van de vestiging van waaruit de bewuste werkzaamheden zijn verricht tuchtrechtelijk verantwoordelijk te houden voor de gestelde tekortkomingen nu deze geen vaktechnische betrokkenheid heeft gehad bij de inhoud en totstandkoming van het advies. Met dit oordeel komt het College (in zoverre) terug van eerdere uitspraken waarin is overwogen dat geen lancune mag ontstaan in de keten van tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid binnen een accountantsorganisatie. Indien binnen een accountantskantoor geen vaktechnische verantwoordelijkheid valt aan te wijzen, kan de tuchtrechtelijke aanspreekbaarheid voor handelen of nalaten van één derde die onder de naam van dat kantoor zelfstandig werkzaamheden verrichtte, niet worden gelegd bij een accountant die deel uitmaakt van de directie dan wel het bestuur van dat kantoor, als was het diens eigen handelen of nalaten.
De uitspraak op rechtspraak.nl