CBb 15 september 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BT5903
Accountantstuchtrecht. Zowel de oorspronkelijk klaagster als betrokkene hebben beroep ingesteld tegen de uitspraak van de raad van tucht (rvt). Het door de aandeelhouders van klaagster ingestelde beroep is niet-ontvankelijk, aangezien alleen de oorspronkelijk klaagster beroep kan instellen. Van klachtwaardig handelen in het kader van de samenstellingswerkzaamheden kan slechts sprake zijn wanneer is komen vast te staan dat betrokkene daarbij is geconfronteerd met informatie die bij hem vragen had moeten oproepen. Klaagster heeft eechter nagelaten om te adstrueren welke informatie precies aan betrokkene is verstrekt ten behoeve van de door hem te verrichten werkzaamheden en zij heeft niet onderbouwd dat en waarom die informatie vragen had moeten oproepen. De rvt heeft deze klacht terecht ongegrond verklaard. Met betrekking tot de door betrokkene aan de uittredende partners van klaagster verleende diensten is het College van oordeel dat deze verder gaan dan hetgeen tijdens het bestaan van de vaste cliëntrelatie met klaagster was toegelaten. De rvt heeft deze klacht terecht gegrond verklaard en een maatregel opgelegd. Het College verwerpt beide beroepen.
De uitspraak op rechtspraak.nl