CBb 24 juni 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AP6223
1. De procedure Bij brief van 8 april 2002 heeft appellant bij de raad van tucht een klacht ingediend tegen [RA], wonende te [Y] (hierna: betrokkene). Bij beslissing van 12 mei 2003 heeft de raad van tucht uitspraak gedaan op de klacht. Op 25 juni 2003 heeft het College van appellant een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep is ingesteld tegen voormelde beslissing van de raad van tucht. Bij brief van 1 september 2003 heeft betrokkene gereageerd op het beroepschrift. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 maart 2004. Aldaar waren onder meer aanwezig appellant, betrokkene en diens gemachtigde mr. A.S. Fransen van de Putte, advocaat te Amsterdam. 2. De beslissing van de raad van tucht Bij tuchtbeslissing van 12 mei 2003 heeft de raad van tucht appellant niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht.
De uitspraak op rechtspraak.nl