CBb 24 juni 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AP5962
Bij brief van 25 januari 2002 heeft appellant bij de raad van tucht een klacht ingediend tegen [RA 1], wonende te [Y], [RA 2], wonende te [X], [RA 3], wonende te [Z], en [RA 4], wonende te [X]. Bij beslissing van 12 mei 2003 heeft de raad van tucht uitspraak gedaan op de klacht. Op 25 juni 2003 heeft het College van appellant een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep is ingesteld tegen voormelde beslissing van de raad van tucht. Bij brief van 30 september 2003 hebben [RA 1], [RA 2], [RA 3] en [RA 4] (hierna gezamenlijk aan te duiden als betrokkenen) gereageerd op het beroepschrift. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 maart 2004. Aldaar waren onder meer aanwezig appellant, [RA 1], [RA 3], [RA 4] en hun gemachtigde mr. F. Waardenburg, advocaat te 's-Gravenhage. [RA 2] is niet ter zitting verschenen.
De uitspraak op rechtspraak.nl