CBb 16 januari 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AO2594
Op 1 december 2003 heeft het College van verzoeker een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een besluit van verweerder van 3 november 2003. Bij dat besluit is beslist op het bezwaarschrift tegen verweerders besluit van 27 maart 2003 tot intrekking van verzoekers vergunning tot het verrichten van taxivervoer. Verzoeker heeft zich bij brief van 1 december 2003 tot de voorzieningenrechter van het College gewend met het verzoek het bestreden besluit bij wege van een voorlopige voorziening te schorsen en te bepalen dat de aan verzoeker bij besluit van 10 januari 2001 verleende taxivergunning onverkort in stand dient te blijven, althans ook na 22 december 2003 in stand dient te blijven. Verweerder heeft een verweerschrift overgelegd en de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden. Hij heeft daarbij op voorhand toestemming als bedoeld in artikel 19 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie (hierna: Wbb) gegeven bij de behandeling van een verzoek om voorziening de hoofdzaak af te doen.
De uitspraak op rechtspraak.nl