CBb 21 januari 2004, ECLI:NL:CBB:2004:AO2134
Voor een beschrijving van het ontstaan en het verloop van de procedures tot 26 juni 2003 wordt verwezen naar de bij partijen bekende uitspraak van het College van die datum (02/1504A; www.rechtspraak.nl, LJN-nummer AH9710). Bij faxbericht van 19 december 2003 hebben verzoeksters zich tot de voorzieningenrechter van het College gewend met het verzoek de besluiten van 14 september 2001 van verweerder, waarbij de toelating van de bestrijdingsmiddelen Superwolmanzout-B (voormalig toelatinghoudster: verzoekster sub 1) en CELFIX OX (voormalig toelatinghoudster: verzoekster sub 2) met ingang van 1 maart 2002 wordt ingetrokken, bij wege van voorlopige voorziening te schorsen, naar door hun gemachtigde ter zitting van 9 januari 2004 is aangegeven tot zes weken nadat verweerder opnieuw heeft beslist op het bezwaar van verzoeksters tegen die besluiten. Bij beschikking van 22 december 2003 heeft de voorzieningenrechter bij wege van voorlopige voorziening bepaald dat de bestrijdingsmiddelen Superwolmanzout-B en CELFIX OX tot en met 14 januari 2004 worden behandeld als ware de toelating hiervan niet ingetrokken. Op 22 december 2003 is de Stichting Behoud Leefmilieu en Natuur Maas en Waal (hierna: Stichting) in de gelegenheid gesteld als partij aan het geding deel te nemen. Bij faxbericht van 24 december 2003 heeft de Stichting kenbaar gemaakt van deze gelegenheid gebruik te maken en heeft zij een standpuntbepaling ingezonden.
De uitspraak op rechtspraak.nl