CBb 1 augustus 2000, ECLI:NL:CBB:2000:AA7124

Het d.m.v. publiekrechtelijke acceptatieplicht beperken van contractsvrijheid maakt niet dat afsluiten verzekeringsovereenkomst neerkomt op uitoefening van publiekrechtelijke bevoegdheid. Besluit tot het niet aangaan van overeenkomst van standaardverzekering als bedoeld in art. 3 Wet op de toegang tot de ziektekostenverzekering 1998 (Wtz). Verweerster is geen orgaan als bedoeld in art. 1:1, eerste lid sub a Awb. De Wtz 1986 en de gelijknamige vigerende wet van 1998 garanderen toegang tot de ziektekostenverzekering-markt voor bij AMvB aangewezen categorieën personen via een acceptatieplicht (art. 3) die wordt gehandhaafd d.m.v. strafbaarstelling met het van toepassing verklaren van de Wet op de economische delicten. Dit doet er niet aan af dat het gaat om het sluiten van een privaatrechtelijke overeenkomst. Het enkel stellen van een publiekrechtelijke beperking aan de contractsvrijheid leidt niet tot de conclusie dat het afsluiten van zo'n overeenkomst neerkomt op de uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid. Dit vindt bevestiging in de strafbaarstelling, die passend is bij handhaving van wettelijke plichten van particulieren, doch niet bij toezicht op de uitoefening van overheidstaken en -bevoegdheden. Particuliere verzekeraars oefenen bij het afbakenen van hun in art. 3 Wtz neegelegde verplichting geen openbaar gezag uit en treden derhalve niet op als bestuursorgaan. Derhalve geen sprake van een beschikking als bedoeld in art. 34 Wtz. Het College is onbevoegd. Agis Ziektekostenverzekeringen N.V. te Amersfoort, verweerster. mrs. B. Verwayen, H.C. Cusell, M. Vlasblom

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen