Gerecht EU 4 maart 2026, T-691/24, ECLI:EU:T:2026:166
Tekst
ARREST VAN HET GERECHT (Tweede kamer, zitting hebbend met vijf rechters)
4 maart 2026 ( *1 )
„Prejudiciële verwijzing – Douane-unie – Gemeenschappelijk douanetarief – Gecombineerde nomenclatuur – Tariefindeling – Post 2206 – Onderverdelingen 22060031, 22060051, 22060081, 22060039 en 22060059 – Dranken bestaande uit gegist appelsap waarvan het aandeel van uit andere gewassen dan appels verkregen alcohol (afhankelijk van het type drank) ten minste 48 %, 50 %, 51 %, 52 %, of 53 % bedraagt en die de organoleptische kenmerken van appelwijn hebben”
In zaak T‑691/24,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Înalta Curte de Casaţie şi Justiţie (hoogste rechterlijke instantie, Roemenië) bij beslissing van 1 oktober 2024, ingekomen bij het Hof op 19 december 2024, in de procedure
Agenţia Naţională de Administrare Fiscală (ANAF),
Direcţia Generală de Administrare a Marilor Contribuabili
tegen
Heineken România S.A.,
wijst
HET GERECHT (Tweede kamer, zitting hebbend met vijf rechters),
samengesteld als volgt: N. Półtorak, president, G. Hesse, G. Steinfatt, D. Petrlík en I. Dimitrakopoulos (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: M. Brkan,
griffier: V. Di Bucci,
gelet op de doorzending door het Hof van het verzoek om een prejudiciële beslissing aan het Gerecht op 17 januari 2025 overeenkomstig artikel 50 ter, derde alinea, van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie,
gelet op de in artikel 50 ter, eerste alinea, onder d), van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie genoemde materie en het ontbreken van een opzichzelfstaande uitleggingsvraag in de zin van artikel 50 ter, tweede alinea, van dat Statuut,
gezien de stukken,
gelet op de opmerkingen van:
– Heineken România, vertegenwoordigd door V. Bogrea, A.‑M. Iordache en V. Peligrad, avocaţi,
– de Roemeense regering, vertegenwoordigd door R. Antonie, M. Chicu en E. Gane als gemachtigden,
– Ierland, vertegenwoordigd door M. Browne, Chief State Solicitor, T. Breen, T. Donnelly en A. Joyce als gemachtigden,
– de Spaanse regering, vertegenwoordigd door A. Pérez-Zurita Gutiérrez als gemachtigde,
– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door M. Björkland, A. Demeneix en T. Isacu de Groot als gemachtigden,
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Arrest
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van de onderverdelingen 22060031, 22060051, 22060081, 22060039 en 22060059 van de gecombineerde nomenclatuur (hierna: „GN”), die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1987, L 256, blz. 1), zoals gewijzigd bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 1101/2014 van de Commissie van 16 oktober 2014 (PB 2014, L 312, blz. 1) en uitvoeringsverordening (EU) 2015/1754 van de Commissie van 6 oktober 2015 (PB 2015, L 285, blz. 1).
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een procedure tussen Heineken România S.A. enerzijds en het Agenția Națională de Administrare Fiscală (ANAF) (nationale belastingdienst, Roemenië) en de Direcția Generală de Administrare a Marilor Contribuabili (directoraat-generaal Grote Belastingplichtigen, Roemenië) anderzijds, over de tariefindeling van alcoholhoudende dranken van het merk Strongbow die deze vennootschap invoert in Roemenië.
Toepasselijke bepalingen
GS
3 Het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (hierna: „GS”) is opgesteld door de Internationale Douaneraad, thans de Werelddouaneorganisatie (WDO), die is opgericht bij het op 15 december 1950 te Brussel gesloten Verdrag houdende oprichting van een Internationale Douaneraad. Het GS is ingevoerd bij het op 14 juni 1983 te Brussel gesloten Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen [United Nations Treaty Series, deel 1503, blz. 4, nr. 25910 (1988)], dat samen met het daarbij behorende protocol van wijziging van 24 juni 1986 namens de Europese Economische Gemeenschap is goedgekeurd bij besluit 87/369/EEG van de Raad van 7 april 1987 (PB 1987, L 198, blz. 1).
4 Overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder a), punt 2, van dat verdrag verbindt elke verdragsluitende partij zich ertoe de algemene regels voor de interpretatie van het GS, alsmede alle aantekeningen op de afdelingen en de hoofdstukken en de aanvullende aantekeningen op de onderverdelingen toe te passen en de draagwijdte van de afdelingen, hoofdstukken, posten of onderverdelingen niet te wijzigen.
5 De aantekeningen op het GS worden overeenkomstig de bepalingen van dat verdrag opgesteld binnen de WDO.
6 In de versie van het GS van 2012, die van toepassing is op de feiten van het hoofdgeding, heeft post 2206 als opschrift „Andere gegiste dranken (bijvoorbeeld appelwijn, perenwijn, honingdrank); mengsels van gegiste dranken en mengsels van gegiste dranken met alcoholvrije dranken, elders genoemd noch elders onder begrepen”.
7 In de GS-toelichting op post 2206, die overeenkomt met GN-post 2206, wordt appelwijn gedefinieerd als een „alcoholhoudende drank verkregen door gisting van appelsap”.
8 In deze toelichting wordt ook het volgende vermeld: „Bedoelde dranken kunnen van nature mousserend zijn of door toevoeging van koolzuurgas mousserend zijn gemaakt. Zij blijven ook onder deze post ingedeeld wanneer alcohol is toegevoegd of het alcoholvolumegehalte is verhoogd door een verdere gisting, mits zij het karakter behouden van de onder deze post vallende producten.
9 GS-post 2208, die overeenkomt met GN-post 2208, heeft als opschrift „Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcoholvolumegehalte van minder dan 80 % vol; gedistilleerde dranken, likeuren en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten”.
10 De GS-toelichting op post 2208 luidt als volgt: „Deze post omvat, ongeacht het alcoholvolumegehalte: […] B) Likeuren, dat wil zeggen alcoholhoudende dranken waaraan suiker, honing of andere natuurlijke zoetstoffen en extracten of oliën zijn toegevoegd (bijvoorbeeld alcoholhoudende dranken verkregen door distillatie of door het mengen van ethylalcohol of gedistilleerde dranken met een of meer van de navolgende producten: vruchten, bloemen of andere plantendelen, extracten, oliën, etherische oliën of vruchtensappen, ook indien geconcentreerd). Van deze producten kunnen onder meer worden genoemd: likeuren die suikerkristallen bevatten, likeuren van vruchtensappen, eierlikeuren, likeuren op basis van kruiden, bessen of specerijen, likeuren van thee, chocolade, melk of honing. […]”
11 De GS-toelichting op post 2208 bepaalt ook dat gegiste dranken die onder de posten 2203 tot en met 2206 vallen, van deze post zijn uitgesloten.
12 Volgens punt VIII van de GS-toelichting op algemene regel 3, onder b), van het GS, die overeenkomt met algemene regel 3, onder b), van de GN, kan de factor die doorslaggevend is bij het bepalen van het wezenlijk karakter, afhankelijk van de soort goederen, bijvoorbeeld blijken uit de soort en aard van de stof of van de bestanddelen, uit hun omvang, hoeveelheid, gewicht, waarde of hun belang in verband met het gebruik van de goederen.
GN
13 Zoals volgt uit artikel 1, lid 1, van verordening nr. 2658/87 regelt de door de Europese Commissie vastgestelde GN de tariefindeling van goederen die worden ingevoerd in de Europese Unie. Volgens artikel 3, lid 1, van deze verordening neemt deze nomenclatuur de posten en onderverdelingen van het GS tot zes cijfers over, en vormen alleen het zevende en het achtste cijfer eigen onderverdelingen van de GN.
14 De op de feiten van het hoofdgeding toepasselijke versie van de GN vloeit voort uit uitvoeringsverordening nr. 1101/2014 en uitvoeringsverordening 2015/1754.
15 De bewoordingen van de GN-posten 2206 en 2208 stemmen overeen met die van de GS-posten 2206 en 2208.
16 GN-post 2206 omvat onder meer de onderverdelingen 22060031 (appelwijn en perenwijn, mousserend), 22060051 (appelwijn en perenwijn, niet-mousserend, in verpakkingen inhoudende niet meer dan 2 liter) en 22060081 (niet-mousserende appelwijn en perenwijn, in verpakkingen inhoudende meer dan 2 liter), die alle van toepassing zijn op appelwijn en perenwijn, alsmede de onderverdelingen 22060039 [honingdrank en andere gegiste dranken, mousserend; mengsels van gegiste dranken en mengsels van gegiste dranken met alcoholvrije dranken, mousserend (met uitzondering van bier, wijn van verse druiven, druivenmost, piquette, appelwijn en perenwijn)] en 22060059 [honingdrank en andere gegiste dranken, niet-mousserend, in verpakkingen inhoudende niet meer dan 2 liter; mengsels van gegiste dranken en mengsels van gegiste dranken met alcoholvrije dranken, niet-mousserend, in verpakkingen inhoudende niet meer dan 2 liter (met uitzondering van wijn van verse druiven, druivenmost, vermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of met aromatische stoffen, piquette en appelwijn en perenwijn)], die van toepassing zijn op andere gegiste alcoholhoudende dranken dan appelwijn en perenwijn.
17 De indeling van producten in de GN is gebaseerd op de algemene regels voor de interpretatie van de GN die zijn opgenomen in titel I, onder A, van het eerste deel van de GN, met als opschrift „Inleidende bepalingen”.
18 Algemene regel 1 van de GN luidt als volgt: „De tekst van de opschriften van de afdelingen, van de hoofdstukken en van de onderdelen van hoofdstukken wordt geacht slechts als aanwijzing te gelden; voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken en – voor zover dit niet in strijd is met de bewoordingen van bedoelde posten en aantekeningen – de navolgende regels.”
19 Algemene regel 2, onder b), van de GN luidt als volgt: „Onder een in een post vermelde stof wordt niet alleen verstaan die stof in zuivere staat, doch ook vermengd of verbonden met andere stoffen. Evenzo worden onder werken van een genoemde stof niet alleen verstaan die werken die geheel uit die stof bestaan, doch ook werken die gedeeltelijk uit die stof bestaan. De vorenbedoelde mengsels en samengestelde werken worden ingedeeld met inachtneming van de onder 3 vermelde beginselen.
20 Algemene regel 3 van de GN luidt als volgt: „Indien goederen met toepassing van het bepaalde onder 2 b) of om enige andere reden vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten, geschiedt de indeling als volgt: a) de post met de meest specifieke omschrijving heeft voorrang boven posten met een meer algemene strekking. Indien echter twee of meer posten elk afzonderlijk slechts betrekking hebben op een gedeelte van de stoffen of bestanddelen waaruit een mengsel of een goed is samengesteld of op een gedeelte van de artikelen, in het geval van goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, worden die posten, met betrekking tot bedoelde mengsels en goederen, aangemerkt als even specifiek, zelfs indien een van de andere posten daarvan een volledigere of nauwkeurigere omschrijving geeft. b) mengsels, werken die zijn samengesteld uit of met verschillende stoffen dan wel zijn vervaardigd door samenvoeging van verschillende goederen, zomede goederen in stellen of assortimenten opgemaakt voor de verkoop in het klein, waarvan de indeling niet mogelijk is aan de hand van het bepaalde onder 3 a), worden ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan de mengsels, de werken, de stellen of de assortimenten hun wezenlijk karakter ontlenen, indien dit kan worden bepaald; […]”
21 Algemene regel 6 van de GN luidt als volgt: „Voor de indeling van goederen onder de onderverdelingen van een post zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van die onderverdelingen en de aanvullende aantekeningen, alsmede ‚mutatis mutandis’ de vorenstaande regels, met dien verstande dat uitsluitend onderverdelingen van gelijke rangorde met elkaar kunnen worden vergeleken. Voor de toepassing van deze regel en voor zover niet anders is bepaald, zijn de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken eveneens van toepassing.”
Roemeens recht
22 Wat de accijnzen betreft is artikel 20612 van Lege nr. 571/2003 privind Codul fiscal (wet nr. 571/2003 houdende het belastingwetboek) van 22 december 2003 (Monitorul Oficial al României, deel I, nr. 927 van 23 december 2003; hierna: „wet nr. 571/2003”) van toepassing voor 2015 en is artikel 351, onder b), van Lege nr. 227/2015 privind Codul fiscal (wet nr. 227/2015 houdende het belastingwetboek) van 8 september 2015 (Monitorul Oficial al României, deel I, nr. 688, van 10 september 2015; hierna: „wet nr. 227/2015”) van toepassing voor 2016. Krachtens deze bepalingen van wet nr. 571/2003 en wet nr. 227/2015 zijn gegiste dranken, andere dan bier en wijn, alle producten die onder GN‑post 2206 vallen, met uitzondering van andere mousserende gegiste dranken met een alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2 % maar niet meer dan 13 % (voor 2016) of 10 % (voor 2015) en met uitzondering van mousserende gegiste dranken met een alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2 % maar niet meer dan 13 % (voor 2016) of 10 % (voor 2015) die onder GN-code 22060039 vallen.
23 Volgens punt 3.1 van bijlage nr. 1 bij titel VII („Accijns”) van wet nr. 571/2003 geldt voor de aankoop van producten van GN-code 22060039 een accijnstarief van 213,21 Roemeense leu per hectoliter (RON/hl) (ongeveer 41,88 EUR/hl) en voor de aankoop van producten van GN-code 22060059 een accijnstarief van 47,38 RON/hl (ongeveer 9,31 EUR/hl).
24 Volgens punt 3.1 van bijlage nr. 1 bij titel VIII („Accijns en andere bijzondere kosten”) van wet nr. 227/2015 geldt voor de aankoop van producten van GN-code 22060039 een accijnstarief van 47,38 RON/hl en voor de aankoop van producten van GN-code 22060059 een accijnstarief van 396,84 RON/hl (ongeveer 77,97 EUR/hl).
25 Voor GN-code 22060051, waaronder „appelwijn en perenwijn” vallen, is het accijnstarief in Roemenië nul overeenkomstig punt 3.1.1 van bijlage nr. 1 bij titel VII van wet nr. 571/2003, die tot en met 31 december 2015 van kracht was, en punt 3.1.1 van bijlage nr. 1 bij titel VIII van wet nr. 227/2015, die met ingang van 1 januari 2016 van kracht is.
Hoofdgeding en prejudiciële vraag
26 In 2015 en 2016 heeft Heineken România via intracommunautaire verwervingen in totaal 155486,48 hl alcoholhoudende dranken van het merk Strongbow in blikjes en flessen gekocht, die zij vervolgens bij verschillende klanten op de binnenlandse markt in de handel heeft gebracht.
27 Bij de invoer op Roemeens grondgebied van deze alcoholhoudende dranken heeft verweerster dit product ingedeeld onder GN‑onderverdeling 22060051 horend bij „Appelwijn en perenwijn”, waarbij zij dezelfde tariefindeling heeft gehanteerd als door zowel de Bulgaarse producent bij wie zij deze producten had gekocht als de Slowaakse producent (Heineken Slovensko) werd toegepast. Aangezien het accijnstarief in Roemenië voor onderverdeling 22060051 nul was, is er over deze producten geen accijns betaald.
28 Naar aanleiding van een controle op 29 september 2015 door de Direcția Regională Vamală Craiova – Biroul Vamal Dolj (regionaal douanedirectoraat Craiova, douanekantoor Dolj, Roemenië) waarbij monsters zijn genomen van in blikjes en flessen verpakte dranken van het merk Strongbow, die aan accijns waren onderworpen en via een erkend entrepot in Bulgarije waren verzonden, en een tripartite overleg tussen Heineken România, de belastinginspectiedienst en de vertegenwoordigers van de Direcția Generală a Vămilor (directoraat-generaal Douane, Roemenië) heeft laatstgenoemde in een brief van 8 maart 2018 verklaard dat „op basis van de gemeten overdruk de GN‑codes 22060039 of 22060059 werden voorgesteld voor de tariefindeling van de onderzochte producten”. De voorgestelde tariefindeling was gebaseerd op de vaststelling dat deze producten bestonden uit mengsels van appelwijn en andere stoffen, waarbij appelwijn op zijn beurt een product is dat wordt verkregen uit een mengsel van gegiste grondstoffen, namelijk 25 % appelsap en glucose. Uit de analysecertificaten bleek voorts dat een aanzienlijk deel van de alcohol afkomstig was uit andere gewassen dan appels. Volgens dit voorstel konden deze producten dus niet worden aangemerkt als door gisting van appelsap verkregen dranken.
29 Daarnaast heeft het Roemeense directoraat-generaal Douane de tariefindeling van de „Strongbow-appelwijn” voorgelegd aan de Bulgaarse douane. Laatstgenoemde was het eens met de voorgestelde herindeling in een van de onderverdelingen 22060039 of 22060059.
30 Na de nieuwe tariefindeling heeft de belastinginspectiedienst Heineken România bij een naheffingsaanslag van 23 november 2018 aanvullende fiscale verplichtingen opgelegd, te weten een bedrag aan accijns van 22 473 840 RON (ongeveer 4422591 EUR) en een bedrag aan belasting over de toegevoegde waarde (btw) van 5213296 RON (ongeveer 1025916 EUR). Bij een latere belastingaanslag van 27 november 2018 hebben de belastingautoriteiten Heineken România, in aanvulling op de aldus opgelegde fiscale verplichtingen, ook boeten en vertragingsrente opgelegd.
31 Heineken România heeft bij de bevoegde Roemeense belastingdienst bezwaar ingediend tegen de aanslagen van 23 en 27 november 2018 en het daaraan ten grondslag liggende belastingcontrolerapport van 23 november 2018. Bij een besluit van 25 juli 2019 heeft deze dienst de aanslagen en het rapport bevestigd en daarbij geoordeeld dat de aanvullende fiscale verplichtingen voor de bij het erkende entrepot in Bulgarije gekochte „Strongbow-appelwijn” correct waren opgelegd.
32 Heineken România heeft tegen de in de punten 30 en 31 hierboven vermelde belastingaanslagen, het rapport en het besluit beroep ingesteld bij de Curte de Apel București (belastingrechter in eerste aanleg Boekarest, Roemenië) en verzocht om nietigverklaring van die handelingen.
33 Tijdens de procedure bij de Curte de Apel București is een deskundigenonderzoek gelast. In het daarop volgende deskundigenrapport is vastgesteld dat het onderzochte monster de organoleptische kenmerken van appelwijn vertoonde, dat de smaak en de geur van appels konden worden versterkt door de toevoeging van een natuurlijk aroma, en dat de aard van de ethylalcohol, te weten de aard van de suikers waaruit deze tijdens de alcoholische gisting ontstaat, geen invloed had op de organoleptische kenmerken van de alcoholhoudende drank appelwijn. Wat voorts de fysische en chemische kenmerken van dit monster betreft kwamen het alcoholgehalte, het totale suikergehalte (invertsuiker) en het totale zwaveldioxidegehalte overeen met de grenswaarden die waren vastgesteld in het kwaliteitscertificaat voor „Cidre Gold Apple alc. 4,5 % vol” dat het in Bulgarije erkende pakhuis had afgegeven.
34 Bij uitspraak van 2 november 2021 heeft de Curte de Apel București het door Heineken România ingestelde beroep toegewezen en bijgevolg het belastingcontrolerapport en de belastingaanslag van 23 november 2018 alsmede het besluit van 25 juli 2019, waarbij deze vennootschap aanvullende accijns- en btw-verplichtingen waren opgelegd, gedeeltelijk nietig verklaard. Bij diezelfde uitspraak heeft deze rechter de belastingaanslag van 27 november 2018, waarbij fiscale verplichtingen waren opgelegd in aanvulling op de in de naheffingsaanslag van 23 november 2018 vastgestelde verplichtingen, nietig verklaard.
35 Het directoraat-generaal Grote Belastingplichtigen en het ANAF hebben bij de Înalta Curte de Casație și Justiție (hoogste rechterlijke instantie, Roemenië), de verwijzende rechter, cassatieberoep ingesteld tegen de uitspraak van de Curte de Apel București. Zij hebben in essentie betoogd dat de Curte de Apel București de verplichtingen inzake accijnzen, btw en aanvullende fiscale verplichtingen ten onrechte nietig had verklaard, aangezien dit product, gelet op de aard van de alcohol en de werkelijke samenstelling van het betrokken product zoals die bleek uit de informatie op het etiket ervan, niet kon worden ingedeeld onder de specifieke onderverdelingen voor „appelwijn” maar moest worden ingedeeld onder de onderverdelingen „andere” van dezelfde post 2206, waarvoor in Roemenië accijns verschuldigd was.
36 Daarop heeft de Înalta Curte de Casație și Justiție de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag: „Moet bij de uitlegging van bijlage I bij verordening [nr. 2658/87], zoals gewijzigd bij uitvoeringsverordening [nr. 1101/2014] en uitvoeringsverordening [2015/1754], een drank als in het hoofdgeding aan de orde is, die bestaat uit gegist appelsap uit concentraat (25 %), water, glucose-fructosestroop, appelzuur, koolzuurgas, kaliummetabisulfiet en diverse aroma’s, waarvan het aandeel van uit andere gewassen dan appels verkregen alcohol (afhankelijk van het type Strongbow-drank, verpakt in flessen van 33 cl of in blikjes van 40 cl) ten minste 48 %, 50 %, 51 %, 52 %, of 53 % is ten opzichte van de door gisting van appels verkregen alcohol, maar die de organoleptische kenmerken van appelwijn heeft, worden ingedeeld onder de tariefposten 22060031, 22060051, of 22060081, dan wel onder de tariefposten 22060039 of 22060059?”
Beantwoording van de prejudiciële vraag
37 Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in essentie te vernemen of de GN aldus moet worden uitgelegd dat dranken bestaande uit gegist appelsap uit een concentraat van 25 %, water, glucose-fructosestroop, appelzuur, koolzuurgas, kaliummetabisulfiet en diverse aroma’s, waarvan het aandeel van uit andere gewassen dan appels verkregen alcohol tussen 48 % en 53 % ligt, maar die de organoleptische kenmerken van appelwijn hebben, vallen onder GN-onderverdelingen 22060031, 22060051 of 22060081 enerzijds, dan wel GN-onderverdelingen 22060039 of 22060059 anderzijds.
38 Vooraf zij eraan herinnerd dat de Unierechter, wanneer hij wordt verzocht om een prejudiciële beslissing over een vraag op het gebied van de tariefindeling, tot taak heeft om de nationale rechter de criteria aan te reiken aan de hand waarvan laatstgenoemde de betrokken producten correct in de GN kan indelen, en niet zozeer om deze producten zelf in te delen. Deze indeling vloeit voort uit een zuiver feitelijke vaststelling, die in het kader van een prejudiciële verwijzing niet dient te worden verricht door het Gerecht (zie arrest van 20 oktober 2022, Mikrotīkls, C‑542/21, EU:C:2022:814, punt 21 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
39 In dit verband blijkt uit de rechtspraak dat volgens algemene regel 1 voor de interpretatie van de GN de bewoordingen van de posten en de aantekeningen op de afdelingen of op de hoofdstukken van deze nomenclatuur bepalend zijn voor de indeling van goederen. Het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen moet in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle over het algemeen worden gezocht in de objectieve kenmerken en eigenschappen ervan, zoals deze in de bewoordingen van de GN-post en in de aantekeningen op de afdelingen of hoofdstukken zijn omschreven. De bestemming van het betrokken product kan een objectief indelingscriterium zijn voor zover zij inherent is aan dit product, wat aan de hand van objectieve kenmerken en eigenschappen ervan moet worden beoordeeld (zie arrest van 20 oktober 2022, Mikrotīkls, C‑542/21, EU:C:2022:814, punt 22 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
40 Bovendien heeft het Hof herhaaldelijk geoordeeld dat de GS‑toelichtingen en de GN-toelichtingen weliswaar niet bindend zijn, maar toch belangrijke instrumenten vormen ter verzekering van de uniforme toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief, die als zodanig nuttige gegevens bevatten voor de interpretatie daarvan (zie arrest van 20 oktober 2022, Mikrotīkls, C‑542/21, EU:C:2022:814, punt 23 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
41 Uit de verwijzingsbeslissing en het dossier waarover het Gerecht beschikt, blijkt dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde producten bestaan uit een mengsel van een ingrediënt met de naam „appelwijn”, bestaande uit alcohol die is verkregen door gisting van appelsap en uit andere gegiste gewassen, alsmede andere stoffen (water, siroop, conserveermiddelen, aroma’s en koolzuurgas).
42 Vooraf zij eraan herinnerd dat GN-post 2206 blijkens de tekst ervan betrekking heeft op „andere gegiste dranken (bijvoorbeeld appelwijn, perenwijn, honingdrank); mengsels van gegiste dranken en mengsels van gegiste dranken met alcoholvrije dranken, elders genoemd noch elders onder begrepen”.
43 Uit de GS-toelichting op post 2206, die overeenkomt met GN‑post 2206, blijkt dat appelwijn een „alcoholhoudende drank verkregen door gisting van appelsap” is, en voorts dat de toevoeging van alcohol aan de onder deze post vallende dranken zich er niet tegen verzet dat deze dranken onder deze post ingedeeld blijven, mits zij de kenmerken behouden van de onder die post vallende producten, te weten die van gegiste dranken.
44 Bovendien blijkt uit de verwijzingsbeslissing dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde producten, gelet op algemene regel 1, niet de eigenschappen van gedistilleerde alcohol of gedistilleerde dranken van GN-post 2208 bevatten, maar die van gegiste dranken van GN‑post 2206.
45 Om te bepalen onder welke onderverdeling van GN-post 2206 producten als in het hoofdgeding moeten worden ingedeeld, dient vooraf te worden opgemerkt dat uit de bewoordingen van de onderverdelingen 22060031, 22060051 en 22060081 blijkt dat deze uitsluitend appelwijn en perenwijn betreffen, zonder enige nadere aanwijzing te bevatten. Uit de bewoordingen van de onderverdelingen 22060039 en 22060059 blijkt daarentegen dat deze andere gegiste dranken betreffen, evenzeer zonder enige nadere aanwijzing te bevatten. Volgens de GS-toelichtingen omvat post 2206 alle andere gegiste dranken dan die bedoeld bij de posten 2203 tot en met 2205.
46 Om te beginnen zij eraan herinnerd dat op grond van algemene regel 6 van de GN voor de indeling van goederen onder de onderverdelingen van een post de bewoordingen van die onderverdelingen en de aanvullende aantekeningen bepalend zijn, alsmede „mutatis mutandis” de algemene regels voor de interpretatie van de GN betreffende de indeling van goederen in de posten, met name algemene regel 2, onder b), algemene regel 3, onder a), en algemene regel 3, onder b) (zie in die zin arresten van 17 juni 1997, Eru Portuguesa, C‑164/95, EU:C:1997:302, punt 14, en 27 juni 2024, Prysmian Cabluri şi Sisteme, C‑168/23, EU:C:2024:557, punt 29).
47 Volgens algemene regel 2, onder b), van de GN wordt onder een stof die wordt vermeld in een post, en dus naar analogie in een onderverdeling, niet alleen verstaan die stof in zuivere staat, doch ook vermengd of verbonden met andere stoffen. Volgens deze regel worden gemengde producten, zoals de producten die in het hoofdgeding aan de orde zijn (zie punt 41 hierboven), ingedeeld met inachtneming van de in algemene regel 3 van de GN vermelde beginselen.
48 In algemene regel 3, onder a), van de GN wordt bepaald dat, indien goederen met toepassing van het bepaalde onder algemene regel 2, onder b), van de GN vatbaar zijn voor indeling onder twee of meer posten – en dus naar analogie twee of meer onderverdelingen –, de post met de meest specifieke omschrijving voorrang heeft boven posten met een meer algemene strekking. Naar analogie heeft de onderverdeling met de meest specifieke omschrijving aldus voorrang boven onderverdelingen met een meer algemene strekking. Indien echter twee of meer posten – en naar analogie onderverdelingen – elk afzonderlijk slechts betrekking hebben op een gedeelte van de stoffen of bestanddelen waaruit een mengsel is samengesteld, worden die posten – en naar analogie onderverdelingen –, met betrekking tot bedoelde mengsels, aangemerkt als even specifiek, zelfs indien een van de andere posten daarvan een volledigere of nauwkeurigere omschrijving geeft.
49 Ten slotte blijkt uit algemene regel 3, onder b), van de GN dat mengsels waarvan de indeling niet mogelijk is aan de hand van het bepaalde onder de algemene regel 3, onder a), van de GN, worden ingedeeld naar de stof waaraan zij hun wezenlijk karakter ontlenen, indien dit kan worden bepaald.
50 Zoals blijkt uit de verwijzingsbeslissing en het aan het Gerecht overgelegde dossier, bestaan producten als die in het hoofdgeding uit een mengsel van door gisting van appelsap verkregen alcohol, en dus appelwijn, die onder de onderverdelingen 22060031, 22060051 en 22060081 (voor appelwijn) valt, door gisting van andere planten verkregen alcohol, die onder de onderverdelingen 22060039 en 22060059 (voor andere gegiste dranken) valt, en andere stoffen. Dergelijke producten kunnen dus onder verschillende onderverdelingen worden ingedeeld.
51 Deze producten moeten bijgevolg met toepassing van algemene regel 2, onder b), van de GN worden ingedeeld volgens de methode van algemene regel 3 van de GN.
52 In dat verband zij opgemerkt dat producten als die in het hoofdgeding niet aan de hand van de eerste zin van algemene regel 3, onder a), van de GN kunnen worden ingedeeld. Gelet op hun samenstelling omvatten deze producten immers deels appelwijn en deels uit andere gewassen dan appels verkregen alcohol. Gelet op de tweede volzin van deze algemene regel – waarin, zoals in punt 48 hierboven is vermeld, wordt verduidelijkt dat indien twee of meer posten elk afzonderlijk slechts betrekking hebben op een gedeelte van de stoffen of bestanddelen waaruit een mengsel of een goed is samengesteld, die posten met betrekking tot het bedoelde mengsel of goed worden aangemerkt als even specifiek, zelfs indien een van de andere posten daarvan een volledigere of nauwkeurigere omschrijving geeft – kunnen derhalve noch de onderverdelingen betreffende appelwijn noch de onderverdelingen betreffende andere gegiste dranken als „meest specifieke” in de zin van die algemene regel worden beschouwd (zie naar analogie arrest van 3 juni 2021, BalevBio, C‑76/20, EU:C:2021:441, punt 63).
53 Tegen deze achtergrond moet algemene regel 3, onder b), van de GN worden toegepast voor de indeling van producten als die in het hoofdgeding (zie naar analogie arrest van 7 mei 2009, Siebrand, C‑150/08, EU:C:2009:294, punt 30).
54 Volgens deze algemene regel moet voor de tariefindeling van een product worden vastgesteld aan welke van de stoffen waaruit het is samengesteld, het zijn wezenlijk karakter ontleent (zie arrest van 7 mei 2009, Siebrand, C‑150/08, EU:C:2009:294, punt 31 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
55 Volgens punt VIII van de toelichting op algemene regel 3, onder b), van de GS, die overeenkomt met algemene regel 3, onder b), van de GN, kan de factor die doorslaggevend is bij het bepalen van het wezenlijk karakter van een goed, afhankelijk van de betrokken soort goederen, bijvoorbeeld blijken uit de soort en aard van de stof of van de bestanddelen, uit hun omvang, hoeveelheid, gewicht, waarde of hun belang in verband met het gebruik van die goederen (arrest van 7 mei 2009, Siebrand, C‑150/08, EU:C:2009:294, punt 34).
56 In dit verband blijkt uit de punten 35 tot en met 38 van het arrest van 7 mei 2009, Siebrand (C‑150/08, EU:C:2009:294), dat voor de bepaling van het wezenlijk karakter in de zin van algemene regel 3, onder b), van de GN verschillende objectieve kenmerken en eigenschappen in aanmerking kunnen worden genomen. Tot deze objectieve kenmerken en eigenschappen horen, in de eerste plaats, de soorten alcohol in de betrokken producten en het aandeel van elk van deze soorten alcohol in het alcoholvolume en het alcoholgehalte van de producten, in de tweede plaats, de organoleptische kenmerken van de producten en, in de derde plaats, de bestemming van de producten voor zover deze inherent is aan deze producten en de inherentie kan worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van die producten. Ten slotte moeten deze drie criteria globaal worden beoordeeld (zie in die zin arresten van 7 mei 2009, Siebrand, C‑150/08, EU:C:2009:294, punt 39, en 12 mei 2016, Toorank Productions, C‑532/14 en C‑533/14, EU:C:2016:337, punt 55).
57 Wat het eerste in punt 56 hierboven genoemde criterium betreft zij er om te beginnen aan herinnerd dat de alcohol in dranken als die in het hoofdgeding is verkregen door gisting van appels en andere gewassen dan appels, met dien verstande dat elk van deze soorten alcohol een aanzienlijk aandeel heeft in het alcoholvolume en het alcoholgehalte van deze dranken.
58 Het aandeel van uit andere gewassen dan appels verkregen alcohol in dranken als die in het hoofdgeding bedraagt, afhankelijk van het type drank, ten minste 48 %, 50 %, 51 %, 52 %, of 53 %. Het alcoholaandeel dat is verkregen door gisting van appelsap en het alcoholaandeel dat is verkregen uit andere gewassen dan appels zijn dus bijna gelijk.
59 Opgemerkt zij dat noch de GN, noch de GS-toelichtingen op de onderverdelingen voor appelwijn een minimumpercentage vaststelt voor de alcohol die is verkregen door gisting van appelsap – een noodzakelijk ingrediënt voor de vervaardiging van appelwijn – dat aanwezig moet zijn in die wijn. Het is juist dat de onderverdelingen 22060031, 22060051 en 22060081 specifiek betrekking hebben op appelwijn, te weten een alcoholhoudende drank die wordt verkregen door gisting van appelsap, hetgeen veronderstelt dat een drank die onder een van deze onderverdelingen valt een bepaald percentage gegist appelsap bevat. Uit enkel het woord „appelwijn” in de bewoordingen van deze onderverdelingen kan echter niet worden afgeleid dat een minimumpercentage gegist appelsap vereist is voor de indeling van een drank onder deze onderverdelingen [zie naar analogie arrest van 13 maart 2019, B. S. (Mout in de samenstelling van bier), C‑195/18, EU:C:2019:197, punt 34].
60 Ook zij eraan herinnerd dat de GS-toelichting op post 2206 uitdrukkelijk de mogelijkheid erkent om alcohol toe te voegen aan dranken die onder deze post vallen, mits zij het karakter behouden van de onder die post vallende producten. Dit geldt naar analogie ook voor de onderverdelingen 22060031, 22060051 en 22060081.
61 Bovendien vormt de omstandigheid dat het aandeel van één soort alcohol groter is ten opzichte van een andere soort alcohol, slechts een van meerdere criteria om te bepalen aan welke stof het betrokken product zijn wezenlijk karakter ontleent (zie in die zin arrest van 12 mei 2016, Toorank Productions, C‑532/14 en C‑533/14, EU:C:2016:337, punt 57).
62 Hieruit volgt dat het feit dat producten als die in het hoofdgeding niet alleen een aanzienlijk aandeel bevatten van alcohol die is verkregen door gisting van appelsap – dat een noodzakelijk ingrediënt is voor de vervaardiging van appelwijn – maar ook door gisting van andere gewassen dan appels verkregen alcohol bevatten, op zich niet volstaat om dergelijke producten uit te sluiten van de GN-onderverdelingen voor appelwijn [zie naar analogie arrest van 13 maart 2019, B. S. (Mout in de samenstelling van bier), C‑195/18, EU:C:2019:197, punt 38].
63 Wat vervolgens het tweede in punt 56 hierboven bedoelde criterium betreft moet worden nagegaan of de organoleptische kenmerken van producten als die in het hoofdgeding overeenkomen met die van de producten die worden ingedeeld onder de onderverdelingen 22060031, 22060051 en 22060081, waaronder appelwijn valt, dan wel met die van de producten die worden ingedeeld onder de onderverdelingen 22060039 en 22060059, waaronder andere gegiste dranken vallen. Daartoe kunnen de smaak en geur objectieve kenmerken en eigenschappen van het product vormen (zie naar analogie arrest van 7 mei 2009, Siebrand, C‑150/08, EU:C:2009:294, punt 36).
64 Uit de gegevens in de verwijzingsbeslissing blijkt dat producten als die in het hoofdgeding de organoleptische kenmerken van appelwijn bevatten, met name wat de smaak en geur ervan betreft, en dat de toevoeging van een natuurlijk aroma of suiker daarop geen invloed heeft en deze organoleptische waarnemingen evenmin versterkt.
65 Gelet op de elementen die kenmerkend zijn voor producten als die in het hoofdgeding, hebben deze producten, ondanks het aanzienlijke aandeel van door gisting van andere gewassen dan appels verkregen alcohol alsmede de toevoeging van andere stoffen, derhalve niet de bijzondere organoleptische kenmerken van appelwijn verloren die het wezenlijk karakter ervan bepalen en overeenstemmen met de kenmerken van de producten die worden ingedeeld onder de onderverdelingen waaronder appelwijn valt (zie naar analogie arrest van 7 mei 2009, Siebrand, C‑150/08, EU:C:2009:294, punt 37).
66 Wat ten slotte het derde in punt 56 hierboven bedoelde criterium betreft lijkt uit het dossier waarover het Gerecht beschikt te volgen dat de objectieve kenmerken en eigenschappen van de in het hoofdgeding aan de orde zijnde dranken, waaronder de kleur en de handelsnaam, die het merk Strongbow verbinden met het begrip „appelwijn”, overeenkomen met de kenmerken en eigenschappen van dranken die bestemd zijn om als appelwijn te worden geconsumeerd. Dit dient de verwijzende rechter evenwel na te gaan.
67 Onder voorbehoud van deze verificatie door de verwijzende rechter moet worden geoordeeld dat producten als die in het hoofdgeding het wezenlijk karakter hebben van de producten die worden ingedeeld onder GN-onderverdelingen 22060031, 22060051 of 22060081, waaronder appelwijn valt.
68 Gelet op al het voorgaande moet op de gestelde vraag worden geantwoord dat de GN aldus moet worden uitgelegd dat dranken bestaande uit gegist appelsap uit een concentraat van 25 %, water, glucose-fructosestroop, appelzuur, koolzuurgas, kaliummetabisulfiet en diverse aroma’s, waarvan het aandeel van uit andere gewassen dan appels verkregen alcohol tussen 48 % en 53 % ligt, maar die de organoleptische kenmerken van appelwijn en dezelfde bestemming als appelwijn hebben, vallen onder GN-onderverdelingen 22060031, 22060051 of 22060081.
Kosten
69 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Gerecht gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
HET GERECHT (Tweede kamer, zitting hebbend met vijf rechters), verklaart voor recht:
De gecombineerde nomenclatuur, die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief, zoals gewijzigd bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 1101/2014 van de Commissie van 16 oktober 2014 en uitvoeringsverordening (EU) 2015/1754 van de Commissie van 6 oktober 2015,
moet aldus worden uitgelegd dat
dranken bestaande uit gegist appelsap uit een concentraat van 25 %, water, glucose-fructosestroop, appelzuur, koolzuurgas, kaliummetabisulfiet en diverse aroma’s, waarvan het aandeel van uit andere gewassen dan appels verkregen alcohol tussen 48 % en 53 % ligt, maar die de organoleptische kenmerken van appelwijn en dezelfde bestemming als appelwijn hebben, vallen onder onderverdelingen 22060031, 22060051 of 22060081 van die nomenclatuur.
Półtorak Hesse Steinfatt Petrlík Dimitrakopoulos Uitgesproken ter openbare terechtzitting te Luxemburg op 4 maart 2026. ondertekeningen
( *1 ) Procestaal: Roemeens.
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HvJ EU 27 juni 2024, C-168/23, ECLI:EU:C:2024:557
- HvJ EU 20 oktober 2022, C-542/21, ECLI:EU:C:2022:814
- HvJ EU 3 juni 2021, C-76/20, ECLI:EU:C:2021:441
- HvJ EU 13 maart 2019, C-195/18, ECLI:EU:C:2019:197
- HvJ EU 12 mei 2016, C-532/14, ECLI:EU:C:2016:337
- HvJ EU 7 mei 2009, C-150/08, ECLI:EU:C:2009:294
- HvJ EU 17 juni 1997, C-164/95, ECLI:EU:C:1997:302