Gerecht EU 13 december 2018, T-274/17, ECLI:EU:T:2018:928

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

ARREST VAN HET GERECHT (Negende kamer)

13 december 2018 ( *1 )

„Uniemerk – Oppositieprocedure – Aanvraag voor Uniebeeldmerk MONSTER DIP – Oudere Uniewoord- en Uniebeeldmerken en in het economisch verkeer gebruikt niet-ingeschreven teken die alle het woordelement ‚monster’ bevatten – Relatieve weigeringsgronden – Geen verwarringsgevaar – Artikel 8, lid 1, onder b), van verordening (EG) nr. 207/2009 [thans artikel 8, lid 1, onder b), van verordening (EU) 2017/1001] – Geen gevaar voor misleidende associatie – Artikel 8, lid 4, van verordening nr. 207/2009 (thans artikel 8, lid 4, van verordening 2017/1001) – Geen gevaar voor verwatering van het oudere bekende merk – Artikel 8, lid 5, van verordening nr. 207/2009 (thans artikel 8, lid 5, van verordening 2017/1001)”

In zaak T‑274/17,

Monster Energy Company, gevestigd te Corona, Californië (Verenigde Staten van Amerika), vertegenwoordigd door P. Brownlow, solicitor,

verzoekster,

tegen

Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO), vertegenwoordigd door D. Gája als gemachtigde,

verweerder,

andere partij in de procedure voor de kamer van beroep van het EUIPO:

Marco Bösel, wonende te Bad Fallingbostel (Duitsland),

betreffende een beroep tegen de beslissing van de tweede kamer van beroep van het EUIPO van 13 december 2016 (zaak R 1062/2016‑2) inzake een oppositieprocedure tussen Monster Energy Company en Marco Bösel,

wijst

HET GERECHT (Negende kamer),

samengesteld als volgt: S. Gervasoni, president, L. Madise (rapporteur) en R. da Silva Passos, rechters,

griffier: E. Coulon,

gezien het op 10 mei 2017 ter griffie van het Gerecht neergelegde verzoekschrift,

gezien de op 5 juli 2017 ter griffie van het Gerecht neergelegde memorie van antwoord van het EUIPO,

gelet op het feit dat de partijen geen verzoek tot vaststelling van een terechtzitting hebben ingediend binnen de termijn van drie weken nadat de sluiting van de schriftelijke behandeling is betekend en na te hebben besloten op grond van artikel 106, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht uitspraak te doen zonder mondelinge behandeling,

het navolgende

Arrest ( 1 )

Voorgeschiedenis van het geding

[omissis]

Conclusies van partijen

[omissis]

In rechte

[omissis]

Gestelde schending van artikel 8, lid 1, onder b), van verordening nr. 207/2009

[omissis]

Gestelde schending van artikel 8, lid 5, van verordening nr. 207/2009

Voorwaarde inzake het bestaan van een verband tussen de conflicterende tekens

[omissis]

82 [...] [A]an de vaststelling dat het relevante publiek geen samenhang ziet tussen de betrokken merken kan niet worden afgedaan door verzoeksters argument dat de kamer van beroep ook rekening had moeten houden met de waren waarvoor het oudere Uniebeeldmerk MONSTER ENERGY niet bekend was, zoals de „stickers” en „overdrukplaatjes” van klasse 16 waarop dat oudere merk betrekking heeft. Het ontbreken van bekendheid impliceert immers dat niet is voldaan aan een voorwaarde voor toepassing van artikel 8, lid 5, van verordening nr. 207/2009, zodat geen sprake kan zijn van een inbreuk op het betrokken oudere merk. Met andere woorden, aangezien de bekendheid van het oudere merk een noodzakelijke voorwaarde is voor de vaststelling dat sprake is van een van de inbreuken als bedoeld in artikel 8, lid 5, van deze verordening, daaronder begrepen afbreuk aan het onderscheidend vermogen van het oudere merk (ook bekend als verwatering van het merk), vloeit daaruit voort dat geen van de inbreuken als bedoeld in die bepaling kan worden vastgesteld met betrekking tot de waren en diensten waarvoor niet is voldaan aan de voorwaarde van bekendheid van het oudere merk. Derhalve faalt het argument dat verzoekster heeft aangevoerd in het kader van haar vierde middel, volgens hetwelk de kamer van beroep blijk heeft gegeven van een onjuiste opvatting door in het kader van de vaststelling van het verband tussen de betrokken merken alleen rekening te houden met de waren waarvoor de bekendheid van het oudere merk was aangetoond. [omissis]

Gestelde schending van artikel 8, lid 4, van verordening nr. 207/2009

[omissis]

Kosten

[omissis]

HET GERECHT (Negende kamer), rechtdoende, verklaart:

1) Het beroep wordt verworpen.

2) Monster Energy Company wordt verwezen in de kosten.

Gervasoni Madise da Silva Passos Uitgesproken ter openbare terechtzitting te Luxemburg op 13 december 2018. ondertekeningen

[omissis]

( *1 ) Procestaal: Engels.

( 1 ) Enkel de punten van dit arrest waarvan het Gerecht publicatie nuttig acht, worden weergegeven.

Aangehaald in