Gerecht EU 1 maart 2005, T-185/03, ECLI:EU:T:2005:73

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

Zaak T‑185/03

Vincenzo Fusco

tegen

Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM)

„Gemeenschapsmerk – Oppositieprocedure – Gemeenschapsmerkaanvraag voor woorden ENZO FUSCO – Ouder communautair woordmerk ANTONIO FUSCO – Verwarringsgevaar – Overeenstemming van tekens – Artikel 8, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 40/94”

Arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 1 maart 2005

Samenvatting van het arrest

1. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Relatieve weigeringsgronden – Oppositie door houder van gelijk of overeenstemmend ouder merk dat is ingeschreven voor zelfde of soortgelijke waren of diensten – Ouder merk dat gemeenschapsmerk is – Weigering van inschrijving zelfs in geval van relatieve weigeringsgrond die tot deel van Gemeenschap is beperkt

(Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 1, lid 2, 7, lid 2, en 8, lid 1, sub b)

2. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Relatieve weigeringsgronden – Oppositie door houder van gelijk of overeenstemmend ouder merk dat is ingeschreven voor zelfde of soortgelijke waren of diensten – Bezit, door aanvrager van merk, van nationaal merk dat gelijk is aan aangevraagd merk en ouder is dan gemeenschapsmerk waarop oppositie is gebaseerd – Geen invloed

(Verordening van de Raad nr. 40/94, art. 8)

3. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Relatieve weigeringsgronden – Oppositie door houder van gelijk of overeenstemmend ouder merk dat is ingeschreven voor zelfde of soortgelijke waren of diensten – Gevaar voor verwarring met ouder merk – Woordmerken ENZO FUSCO en ANTONIO FUSCO

(Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 8, lid 1, sub b)

1. Wanneer in een oppositieprocedure tegen de inschrijving van een gemeenschapsmerk krachtens de artikelen 42 en volgende van verordening nr. 40/94 het oudere merk een gemeenschapsmerk is, wordt het oudere merk beschermd op het grondgebied van de Europese Gemeenschap. Uit het in artikel 1, lid 2, van verordening nr. 40/94 geformuleerde beginsel dat het gemeenschapsmerk een eenheid vormt, vloeit echter voort dat een ouder gemeenschapsmerk in alle lidstaten op dezelfde wijze wordt beschermd. Derhalve kunnen de oudere gemeenschapsmerken worden tegengeworpen aan een latere merkaanvraag die aan de bescherming afbreuk zou kunnen doen, zij het uitgaande van de perceptie van de consumenten van een deel van het grondgebied van de Gemeenschap. Het in artikel 7, lid 2, van verordening nr. 40/94 geformuleerde beginsel dat de inschrijving van een merk ook wordt geweigerd indien slechts in een deel van de Gemeenschap een absolute weigeringsgrond bestaat, is mutatis mutandis dus ook van toepassing in geval van een relatieve weigeringsgrond in de zin van artikel 8, lid 1, sub b, van verordening nr. 40/94.

(cf. punt 33)

2. In het kader van een oppositie tegen de inschrijving van een gemeenschapsmerk krachtens de artikelen 42 en volgende van verordening nr. 40/94 is het niet relevant of de aanvrager houder is van een nationaal merk dat ouder is dan het gemeenschapsmerk waarop de oppositie is gebaseerd, en dat gelijk is aan het aangevraagde gemeenschapsmerk, zolang het gemeenschapsmerk waarop de oppositie is gebaseerd, daadwerkelijk wordt beschermd. In een dergelijk geval moet de houder van het nationale merk, zo hij dit wenst en daartoe goede gronden meent te hebben, bescherming van dat merk vragen via een oppositieprocedure of een procedure tot nietigverklaring of, in voorkomend geval, voor de bevoegde nationale rechterlijke instantie overeenkomstig artikel 106 van verordening nr. 40/94.

(cf. punten 62‑63)

3. Er bestaat gevaar dat de gemiddelde Italiaanse niet gespecialiseerde consument het woordteken ENZO FUSCO, waarvan inschrijving als gemeenschapsmerk is aangevraagd voor waren van de klassen 3, 9, 18, 24 en 25 in de zin van de Overeenkomst van Nice, verwart met het woordmerk ANTONIO FUSCO, dat eerder als gemeenschapsmerk is ingeschreven voor dezelfde waren, aangezien het element „Fusco” deze consument eerder zal bijblijven dan de voornamen „Antonio” of „Enzo” doordat hij aan de familienaam doorgaans een groter onderscheidend vermogen toekent dan aan de voornaam, en de door de betrokken merken aangeduide waren dezelfde zijn. In deze omstandigheden kan een consument, wanneer hij geconfronteerd wordt met een waar die is voorzien van het aangevraagde merk, dat merk verwarren met het oudere merk.

(cf. punten 38, 67)

ARREST VAN HET GERECHT (Tweede kamer) 1 maart 2005(1)

„Gemeenschapsmerk – Oppositieprocedure – Aanvraag tot inschrijving van woordmerk ENZO FUSCO als gemeenschapsmerk – Ouder communautair woordmerk ANTONIO FUSCO – Verwarringsgevaar – Overeenstemmende tekens – Artikel 8, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 40/94”

verzoeker,

tegen

verweerder,

HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Tweede kamer),

het navolgende

HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Tweede kamer),

Pirrung Meij Forwood

De griffier De president van de Tweede kamer

H. Jung J. Pirrung

1 – Procestaal: Italiaans.

Aangehaalde artikelen

Aangehaald in