Gerecht EU 8 juli 2004, T-289/02, ECLI:EU:T:2004:227
Tekst
Zaak T‑289/02
Telepharmacy Solutions, Inc.
tegen
Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM)
„Gemeenschapsmerk – Woordteken TELEPHARMACY SOLUTIONS – Absolute weigeringsgronden – Artikel 7, lid 1, sub c, van verordening (EG) nr. 40/94 – Eerbiediging van rechten van verdediging”
Arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 8 juli 2004
Samenvatting van het arrest
1. Gemeenschapsmerk – Beroepsprocedure – Beroep bij gemeenschapsrechter – Verzoek in verzoekschrift om in afgewezen merkaanvraag opgenomen opgave van waren en diensten te beperken – Uitlegging als gedeeltelijke afstand van instantie
(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 135, lid 4; verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 44; verordening nr. 2868/95 van de Commissie, art. 1, regel 13)
2. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Absolute weigeringsgronden – Overlapping van respectieve werkingssfeer van in artikel 7, lid 1, sub b, c en d, van verordening nr. 40/94 genoemde gronden
(Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 7, lid 1)
3. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Absolute weigeringsgronden – Uitlegging tegen achtergrond van algemeen belang dat eraan ten grondslag ligt – Artikel 7, lid 1, sub c, van verordening nr. 40/94 – Doel – Vrijhoudingsbehoefte
(Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 7, lid 1, sub c)
4. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Absolute weigeringsgronden – Merken uitsluitend bestaande uit tekens of aanduidingen die kunnen dienen tot aanduiding van kenmerken van waar of dienst – Neologisme waarvan elk bestanddeel kenmerken van betrokken waren of diensten beschrijft – Daaronder begrepen bij ontbreken van ongebruikelijk karakter van combinatie
(Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 7, lid 1, sub c)
5. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Absolute weigeringsgronden – Merken uitsluitend bestaande uit tekens of aanduidingen die kunnen dienen tot aanduiding van kenmerken van waar – Woordteken „TELEPHARMACY SOLUTIONS”
(Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 7, lid 1, sub c)
6. Gemeenschapsmerk – Definitie en verkrijging van gemeenschapsmerk – Absolute weigeringsgronden – Merken uitsluitend bestaande uit tekens of aanduidingen die kunnen dienen tot aanduiding van kenmerken van waar of dienst – Beoordeling door Bureau, of merk kan worden ingeschreven – Bewijsvoering – Onnodig
(Verordening nr. 40/94 van de Raad, art. 7, lid 1, sub c)
7. Gemeenschapsmerk – Beslissingen van Bureau – Onjuiste rechtsopvatting omtrent vraag of teken kan worden ingeschreven – Onmogelijkheid voor verzoeker om zijn aanspraak te baseren op onwettigheid die in soortgelijke zaak is begaan
1. Wordt in het kader van een beroep tegen de beslissing van een kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) waarbij de afwijzing van een aanvraag tot inschrijving van een gemeenschapsmerk is bevestigd, in het inleidend verzoekschrift verzocht om de in die aanvraag opgenomen opgave van waren en diensten te beperken, dan kan dit verzoek niet worden beschouwd als een wijzigingsverzoek in de zin van artikel 44 van verordening nr. 40/94 en regel 13 van verordening nr. 2868/95 tot uitvoering van verordening nr. 40/94, aangezien dit verzoek de in deze bepalingen vastgestelde bijzondere modaliteiten niet respecteert. Daarentegen kan dit verzoek aldus worden uitgelegd dat de verzoeker alleen een gedeeltelijke vernietiging van de bestreden beslissing vordert. Een dergelijke vordering is als zodanig niet in strijd met het verbod van artikel 135, lid 4, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht om voor het Gerecht wijziging te brengen in het onderwerp van het geschil zoals dat voor de kamer van beroep is gebracht.
(cf. punten 13‑14)
2. Blijkens artikel 7, lid 1, van verordening nr. 40/94 inzake het gemeenschapsmerk zijn de in deze bepaling vermelde weigeringsgronden weliswaar onafhankelijk van elkaar en vereisen zij een afzonderlijk onderzoek, doch er bestaat een duidelijke overlapping van de respectieve werkingssfeer van de in deze bepaling sub b, c en d, genoemde gronden. In het bijzonder mist een woordmerk dat kenmerken van waren of diensten beschrijft in de zin van artikel 7, lid 1, sub c, van verordening nr. 40/94, daardoor noodzakelijkerwijs elk onderscheidend vermogen voor deze waren of diensten in de zin van artikel 7, lid 1, sub b, van deze verordening.
(cf. punten 23‑24)
3. De verschillende in artikel 7 van verordening nr. 40/94 inzake het gemeenschapsmerk genoemde weigeringsgronden moeten worden uitgelegd tegen de achtergrond van het algemeen belang dat aan elk ervan ten grondslag ligt. Met het verbod op inschrijving van de aldaar bedoelde tekens of aanduidingen als gemeenschapsmerk streeft artikel 7, lid 1, sub c, van verordening nr. 40/94 een doel van algemeen belang na, inhoudend dat tekens of aanduidingen die de kenmerken beschrijven van waren of diensten waarvoor de inschrijving wordt aangevraagd, door eenieder vrij moeten kunnen worden gebruikt. Deze bepaling belet derhalve dat die tekens of aanduidingen op grond van hun inschrijving als merk aan een enkele onderneming worden voorbehouden.
(cf. punten 41‑42)
4. Artikel 7, lid 1, sub c, van verordening nr. 40/94 inzake het gemeenschapsmerk moet aldus worden uitgelegd dat een merk bestaande uit een nieuw woord dat is samengesteld uit bestanddelen die elk op zich een beschrijving vormen van kenmerken van de waren of diensten waarvoor de inschrijving wordt gevraagd, zelf ook een beschrijving van deze kenmerken vormt, tenzij er een merkbaar verschil bestaat tussen het nieuwe woord en de loutere som van de bestanddelen waaruit het is samengesteld, hetgeen veronderstelt dat het nieuwe woord, wegens het ongebruikelijke karakter van de combinatie met betrekking tot die waren of diensten, een indruk wekt die voldoende afwijkt van de indruk die wordt gewekt door de loutere samenvoeging van hetgeen wordt aangeduid door de elementen waaruit het is samengesteld, zodat het meer is dan de som van die elementen.
(cf. punt 49)
5. Het woordteken TELEPHARMACY SOLUTIONS waarvan de inschrijving als gemeenschapsmerk wordt aangevraagd voor „een systeem voor op afstand bestuurde elektronische afgifte van verpakte farmaceutische producten, omvattende een voorraadruimte voor de verpakte farmaceutische producten, van waaruit zij worden afgegeven, een computer verbonden met de afgifte-inrichting, en een communicatienetwerk dat de computer verbindt met een computer op afstand”, van klasse 9 in de zin van de Overeenkomst van Nice, kan derhalve in de zin van artikel 7, lid 1, sub c, van verordening nr. 40/94 inzake het gemeenschapsmerk dienen ter aanduiding van een wezenlijk kenmerk van de door de merkaanvraag gedekte waren. In zijn geheel beschouwd, wijst dit teken het relevante publiek, dat bestaat uit leden van de medische sector die Engels spreken, er namelijk alleen op dat verzoekster bij levering van de in de inschrijvingsaanvraag bedoelde waren een uitrusting voor de afgifte op afstand van geneesmiddelen aanbiedt.
(cf. punten 52‑53)
6. Wanneer de inschrijving van een teken als gemeenschapsmerk wordt geweigerd op grond van artikel 7, lid 1, sub c, van verordening nr. 40/94, moet de vraag of een teken als gemeenschapsmerk kan worden ingeschreven, alleen worden beantwoord op basis van de relevante gemeenschapsregeling zoals uitgelegd door de gemeenschapsrechter. Het is bijgevolg voldoende dat het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) voor zijn beslissing het criterium van het beschrijvend karakter zoals uitgelegd in de rechtspraak toepast; hij behoeft zijn oordeel niet door middel van bewijs te rechtvaardigen.
(cf. punt 54)
7. Indien het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) in een beslissing in een bepaalde zaak ten onrechte de inschrijving van een teken als gemeenschapsmerk heeft aanvaard, kan deze beslissing niet met succes worden aangevoerd ter ondersteuning van een beroep tegen een latere andersluidende beslissing in een soortgelijke zaak. De eerbiediging van het beginsel van gelijke behandeling moet namelijk te verenigen zijn met de eerbiediging van het legaliteitsbeginsel, dat meebrengt dat niemand zich ten eigen voordele kan beroepen op een onwettigheid waarvan anderen hebben kunnen profiteren.
(cf. punt 59)
ARREST VAN HET GERECHT (Vierde kamer) 8 juli 2004(1)
„Gemeenschapsmerk – Teken TELEPHARMACY SOLUTIONS – Absolute weigeringsgronden – Artikel 7, lid 1, sub c, van verordening (EG) nr. 40/94 – Eerbiediging van rechten van verdediging”
verzoekster,
tegen
verweerder,
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vierde kamer),
het navolgende
HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Vierde kamer),
Legal Tiili Vilaras
De griffier De president van de Vierde kamer
H. Jung H. Legal
1 – Procestaal: Engels.