HvJ EU 2 oktober 2025, C-86/24, ECLI:EU:C:2025:745
Tekst
ARREST VAN HET HOF (Achtste kamer)
2 oktober 2025 ( *1 )
„Prejudiciële verwijzing – Douane-unie – Verordening (EU) nr. 952/2013 – Vaststelling van de oorsprong van de goederen – Gedelegeerde verordening (EU) 2015/2446 – Postonderverdeling 730441 van het geharmoniseerde systeem voor de omschrijving en de codering van goederen – Buizen, pijpen en holle profielen, naadloos, van ijzer of van staal – Geldigheid van de oorsprongsregel voor stalen pijpen – Warm nabewerkte pijpen die later koud zijn gewalst”
In zaak C‑86/24,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Krajský soud v Ostravě – pobočka v Olomouci (rechter in eerste aanleg Ostrava – afdeling Olomouc, Tsjechië) bij beslissing van 23 januari 2024, ingekomen bij het Hof op 2 februari 2024, in de procedure
CS STEEL a.s.
tegen
Generální ředitelství cel,
wijst
HET HOF (Achtste kamer),
samengesteld als volgt: S. Rodin (rapporteur), kamerpresident, N. Piçarra en N. Fenger, rechters,
advocaat-generaal: R. Norkus,
griffier: R. Stefanova-Kamisheva, administrateur,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 27 maart 2025,
gelet op de opmerkingen van:
– CS STEEL a.s., vertegenwoordigd door D. Urbanec, advokát,
– Generální ředitelství cel, vertegenwoordigd door P. Polák,
– de Tsjechische regering, vertegenwoordigd door L. Březinová, L. Halajová, M. Smolek en J. Vláčil als gemachtigden,
– de Spaanse regering, vertegenwoordigd door M. Morales Puerta en P. Pérez Zapico als gemachtigden,
– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door B. Eggers en J. Hradil als gemachtigden,
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Arrest
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de geldigheid van de primaire regel voor goederen die vallen onder postonderverdeling 730441 (hierna: „primaire regel”) van het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen (hierna: „GS”), die is vastgesteld in bijlage 22‑01 bij gedelegeerde verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie (PB 2015, L 343, blz. 1).
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen CS STEEL a.s., een Tsjechische onderneming, en de Generální ředitelství cel (directoraat-generaal van de douane, Tsjechië) (hierna: „nationale douaneautoriteit”) over een navorderingsaanslag voor douanerechten die aan deze onderneming is opgelegd.
Rechtskader
Internationaal recht
3 Het GS is in het kader van de Werelddouaneorganisatie (hierna: „WDO”) ingevoerd bij het op 14 juni 1983 te Brussel gesloten Internationaal Verdrag betreffende het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen [United Nations Treaties Series, deel 1503, blz. 4, nr. 25910 (1988)], dat met zijn wijzigingsprotocol van 24 juni 1986 namens de Europese Economische Gemeenschap is goedgekeurd bij besluit 87/369/EEG van de Raad van 7 april 1987 (PB 1987, L 198, blz. 1). De toelichtingen op het GS worden in het kader van de WDO ontwikkeld in overeenstemming met de bepalingen van voornoemd verdrag.
4 De toelichting op GS-post 7304 bepaalt het volgende: „De bij deze post bedoelde buizen, pijpen en holle profielen kunnen op verschillende wijzen worden vervaardigd: [...]” B) door warme extrusie van rondstaal waarbij glas (ugine-segournetmethode) of een ander smeermiddel wordt gebruikt. Deze methode omvat doorboren, al dan niet uitzetten en extrusie. Hierna volgen verschillende nabewerkingen: – het warm afwerken, waarbij de ruwe buis, na opnieuw verhitten, een kalibreermachine of een trekbank en ten slotte een richtmachine passeert; of – het koud afwerken over een doorn samen met koudtrekken op een trekbank, of door koudwalsen op een pelgrimsschredewals (mannesmann- of megavalmethode). Bij deze methoden kan men van warmgewalste of door extrusie verkregen buizen, buizen met een geringe wanddikte of met een kleine diameter, dan wel buizen met geringe toleranties op de diameter of de wanddikte, verkrijgen (opgemerkt wordt dat bij de transvalmethode rechtstreeks buizen met een geringe wanddikte kunnen worden verkregen). Met het koud bewerken kan men eveneens een bepaalde oppervlakteafwerking verkrijgen, bijvoorbeeld een gepolijst oppervlak vereist voor hydraulische of pneumatische cilinders. [...]”
Unierecht
Douanewetboek
5 Artikel 60 („Verkrijging van de oorsprong”) van verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB 2013, L 269, blz. 1, met rectificatie in PB 2016, L 267, blz. 2; hierna: „douanewetboek”), bepaalt in lid 2: „Goederen bij de vervaardiging waarvan meer dan één land of gebied betrokken is, worden geacht van oorsprong te zijn uit het land of gebied waar, in een daartoe ingerichte onderneming, de laatste ingrijpende, economisch verantwoorde verwerking of bewerking heeft plaatsgevonden die hetzij tot de fabricage van een nieuw product heeft geleid, hetzij een belangrijk fabricagestadium vertegenwoordigt.”
6 Artikel 62 („Bevoegdheidsdelegatie”) van dit wetboek bepaalt: „De [Europese] Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 284 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van de regels volgens welke de goederen, waarvan voor de toepassing van de in artikel 59 bedoelde maatregelen van de [Europese] Unie de niet-preferentiële oorsprong moeten worden vastgesteld, worden geacht geheel en al in één enkel land of gebied te zijn verkregen of overeenkomstig artikel 60 in een land of een gebied [te] zijn verkregen waar de laatste ingrijpende, economisch verantwoorde verwerking of bewerking heeft plaatsgevonden in een daartoe ingerichte onderneming die hetzij tot de fabricage van een nieuw product heeft geleid, hetzij een belangrijk fabricagestadium vertegenwoordigt.”
7 Artikel 284 („Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie”) van dat wetboek preciseert de voorwaarden voor de uitoefening van deze bevoegdheid.
Gedelegeerde verordening 2015/2446
8 De Commissie heeft krachtens de bevoegdheid die zij ontleent aan artikel 62 van het douanewetboek gedelegeerde verordening 2015/2446 vastgesteld.
9 Bijlage 22‑01 bij deze gedelegeerde verordening is getiteld „Inleidende aantekeningen en lijst van ingrijpende be- of verwerkingen die niet-preferentiële oorsprong verlenen”. Die bijlage omvat een onderdeel „Inleidende aantekeningen”. De punten 2 en 3 daarvan zijn als volgt verwoord: „2. Toepassing van de regels in deze bijlage 2.1. De regels in deze bijlage moeten op goederen worden toegepast volgens hun indeling in het [GS] en eventuele andere criteria in aanvulling op de posten of onderverdelingen van het [GS], die specifiek voor deze bijlage zijn gecreëerd. Naar een post of onderverdeling van het [GS] die verder is onderverdeeld op basis van dergelijke criteria, wordt in deze bijlage verwezen als „subpost” of „subonderverdeling”. [...]” Voor de indeling van goederen in de posten en onderverdelingen van het [GS] gelden de algemene regels voor de interpretatie van het [GS] alsook alle desbetreffende aantekeningen op de afdelingen, hoofdstukken en onderverdelingen van dat systeem. Deze regels en aantekeningen maken deel uit van de gecombineerde nomenclatuur, die is opgenomen in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad [van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1987, L 256, blz. 1)]. Voor de vaststelling van de juiste subpost of subonderverdeling van bepaalde goederen in deze bijlage moeten de algemene regels voor de interpretatie van het [GS] alsook alle desbetreffende aantekeningen op de afdelingen, hoofdstukken en onderverdelingen van dat systeem op overeenkomstige wijze worden toegepast, tenzij in deze bijlage anders wordt vereist. [...] 3. Verklarende woordenlijst Primaire regels op onderverdelingsniveau kunnen, als zij op verandering van tariefindeling gebaseerd zijn, door de volgende afkortingen worden weergegeven. [...] VP: verandering naar de post in kwestie vanuit elke andere post [...]”
10 Hoofdstuk 73 van die bijlage bevat een tabel met de primaire regels die moeten worden toegepast om het land of het gebied van oorsprong vast te stellen van de daarin genoemde goederen die volgens de GS-post of de GS-onderverdeling ervan worden geïdentificeerd, met name de primaire regel voor koudgetrokken of koudgewalste buizen en pijpen, naadloos, van roestvrij staal en met rond profiel, die onder GS-postonderverdeling 730441 vallen. Die tabel is als volgt opgesteld: „GS 2012-code Omschrijving van de goederen Primaire regels [...] 7304 Buizen, pijpen en holle profielen, naadloos, van ijzer of van staal. Zoals gespecificeerd voor de onderverdelingen – Buizen en pijpen, van de soort gebruikt voor olie- of gasleidingen: 7304 11 – Van roestvrij staal VP [...] – Andere, met rond profiel, van roestvrij staal: 7304 41 – – Koudgetrokken of koudgewalst: VP; of verandering vanuit holle profielen bedoeld bij onderverdeling 7304 49 7304 49 – – Overig VP”
Hoofdgeding, prejudiciële vraag en procedure bij het Hof
11 Maxim Tubes Company Pvt. Ltd, een in India gevestigde vennootschap, heeft in dat land warm nabewerkte stalen pijpen van oorsprong uit China ingevoerd die vielen onder postonderverdeling 730411 en voldeden aan ASTM-norm A312. Die pijpen zijn vervolgens in India koudgewalst, gebeitst, gepassiveerd, gekoeld, gestrekt en gesneden, waardoor de afmetingen ervan zijn gewijzigd. De aldus verwerkte buizen die nog steeds aan ASTM-norm A312 voldeden, zijn uitgevoerd naar de Unie en geleverd aan CS STEEL.
12 In de periode van januari 2016 tot en met december 2017 heeft de Celní úřad pro Olomoucký kraj (douanekantoor voor de regio Olomouc, Tsjechië) zes douaneaangiften aanvaard die CS STEEL had ingediend voor het in het vrije verkeer brengen van naadloze roestvrijstalen buizen met een rond profiel die zijn ondergebracht onder tariefonderverdeling 730441 van het GS, waarvoor India als land van niet-preferentiële oorsprong is vermeld.
13 Na een inspectie heeft de nationale douaneautoriteit geconcludeerd dat deze pijpen van Chinese oorsprong waren en is zij bijgevolg overgegaan tot een navorderingsaanslag voor douanerechten krachtens uitvoeringsverordening (EU) 2018/330 van de Commissie van 5 maart 2018 tot instelling van definitieve antidumpingrechten op bepaalde naadloze buizen en pijpen van roestvrij staal van oorsprong uit de Volksrepubliek China naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (PB 2018, L 63, blz. 15).
14 Deze autoriteit was van mening dat er enkel sprake kon zijn van een wijziging van de oorsprong van die pijpen indien zij waren vervaardigd met goederen van andere GS-posten, bijvoorbeeld met resten en afval van staal die onder post 7204 vallen, of met holle profielen van postonderverdeling 730449.
15 CS STEEL heeft bij de Krajský soud v Ostravě – pobočka v Olomouci (rechter in eerste aanleg Ostrava – afdeling Olomouc, Tsjechië), de verwijzende rechter, beroep ingesteld tegen de besluiten van de nationale douaneautoriteit houdende deze navordering. Deze rechter heeft twijfels over de geldigheid van de in bijlage 22‑01 bij gedelegeerde verordening 2015/2446 vermelde primaire regel voor de vaststelling van de oorsprong van goederen die onder GS-postonderverdeling 730441 vallen, aangezien dergelijke goederen die zijn verkregen door het koudwalsen van producten van GS-postonderverdeling 730449 volgens die primaire regel het karakter krijgen van goederen van oorsprong uit het land waar deze handelingen hebben plaatsgevonden, terwijl een dergelijke verwerking van producten van GS-postonderverdeling 730411 geen dergelijke oorsprong aan deze goederen verleent.
16 In dit verband merkt de verwijzende rechter op dat uit de primaire regel voor de vaststelling van de oorsprong van goederen die onder GS-postonderverdeling 730441 vallen, gelezen in het licht van het arrest van 21 september 2023, Stappert Deutschland (C‑210/22, EU:C:2023:693), blijkt dat goederen in essentie van oorsprong wijzigen door ofwel een verandering van de tariefpost, ofwel het koudwalsen van een product dat onder GS-postonderverdeling 730449 valt. Volgens die rechter kan deze primaire regel leiden tot een discriminerende differentiatie ten aanzien van bewerkte producten die vóór hun bewerking onder GS-postonderverdeling 730411 vielen, aangezien het enige relevante verschil tussen postonderverdeling 730449 en postonderverdeling 730411 blijkbaar de bestemming van de pijpen betreft.
17 In die omstandigheden heeft de Krajský soud v Ostravě – pobočka v Olomouci de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag: „Is de primaire oorsprongsregel voor postonderverdeling 730441 van het [GS], die is vastgesteld in bijlage 22‑01 bij gedelegeerde verordening [2015/2446], geldig voor zover daarbij wordt uitgesloten dat koude verwerking (door middel van koudwalsen) volstaat om de oorsprong van warm nabewerkte pijpen van postonderverdeling 730411 die voldoen aan ASTM-norm A312 te wijzigen?”
18 In antwoord op een verzoek om inlichtingen van het Hof dat onder meer betrekking had op de gevolgen van de koude verwerking van de betrokken pijpen, heeft de verwijzende rechter aangegeven dat de afmetingen, de structuur en de kenmerken van het materiaal van deze pijpen aanzienlijk waren veranderd en dat hij niet wist of die pijpen kenmerken hadden waardoor zij voor olie- of gasleidingen konden worden gebruikt.
Beantwoording van de prejudiciële vraag
19 Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in essentie te vernemen of de primaire regel gelet op artikel 60, lid 2, van het douanewetboek geldig is voor zover hij er niet in voorziet dat onder GS-postonderverdeling 730441 vallende pijpen die door koudbewerking uit pijpen van GS-postonderverdeling 730411 zijn verkregen, kunnen worden geacht van oorsprong te zijn uit het land of gebied waar hun laatste verwerking of bewerking heeft plaatsgevonden.
20 Dienaangaande zij erop gewezen dat buizen en pijpen van GS-postonderverdeling 730441 volgens de bewoordingen van de primaire regel worden geacht van oorsprong te zijn uit het land waar zij zijn vervaardigd uit producten die onder een andere GS-post vallen of, door koudwalsen, uit „holle profielen bedoeld bij GS-postonderverdeling 730449. Het Hof heeft in het arrest van 21 september 2023, Stappert Deutschland (C‑210/22, EU:C:2023:693, punt 66), evenwel geoordeeld dat die regel ongeldig is voor zover hij uitsluit dat de verandering van tariefpost als gevolg van de verwerking van buizen en pijpen bedoeld bij GS-postonderverdeling 730449 tot buizen, pijpen en holle profielen, naadloos, van ijzer of van staal, koudgetrokken of koudgewalst, van GS-postonderverdeling 730441, aan laatstgenoemde het karakter verleent van producten van oorsprong uit het land waar die verandering heeft plaatsgevonden.
21 Zoals de verwijzende rechter in wezen opmerkt, blijkt dus dat de primaire regel, gelezen in het licht van dat arrest, met betrekking tot de vaststelling van de oorsprong een verschil in behandeling invoert tussen een koude verwerking van buizen en pijpen die onder GS-postonderverdeling 730411 vallen en een koude verwerking van buizen en pijpen die onder GS-postonderverdeling 730449 vallen.
22 Volgens artikel 62 van het nieuwe douanewetboek is de Commissie bevoegd om gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van de regels volgens welke goederen overeenkomstig artikel 60 van dit wetboek moeten worden geacht te zijn verkregen in het land of het gebied waar de laatste ingrijpende, economisch verantwoorde verwerking of bewerking heeft plaatsgevonden in een daartoe ingerichte onderneming die hetzij tot de fabricage van een nieuw product heeft geleid, hetzij een belangrijk fabricagestadium vertegenwoordigt. Deze handelingen strekken ertoe te preciseren hoe de abstracte criteria van deze laatste bepaling in concrete situaties moeten worden uitgelegd en toegepast (arrest van 21 september 2023, Stappert Deutschland, C‑210/22, EU:C:2023:693, punt 52 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
23 Volgens vaste rechtspraak van het Hof gelden voor de uitoefening van deze bevoegdheid van de Commissie echter bepaalde vereisten. De doelstellingen van een gedelegeerde verordening moeten de vaststelling ervan rechtvaardigen, de gedelegeerde verordening moet voldoen aan het motiveringsvereiste dat voor een dergelijke handeling geldt en de Commissie mag in haar beoordelingen met betrekking tot de bepaling van het land van oorsprong van de producten waarop die verordening van toepassing is, geen blijk geven van een onjuiste toepassing van het recht dan wel een kennelijke beoordelingsfout maken in het licht van artikel 60, lid 2, van het douanewetboek (arrest van 21 september 2023, Stappert Deutschland, C‑210/22, EU:C:2023:693, punt 53 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
24 De oorsprong moet hoe dan ook worden vastgesteld op basis van het doorslaggevende criterium, namelijk de „laatste ingrijpende verwerking of bewerking” van de betreffende goederen. Deze uitdrukking moet worden opgevat als een verwijzing naar het stadium van het productieproces waarin deze goederen hun bestemming krijgen, alsook specifieke eigenschappen en een specifieke samenstelling, die zij voordien niet bezaten en die niet bestemd zijn om later aanzienlijke kwalitatieve wijzigingen te ondergaan (arrest van 21 september 2023, Stappert Deutschland, C‑210/22, EU:C:2023:693, punt 54 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
25 De rechterlijke toetsing van de gegrondheid van een bepaling van een handeling als bijlage 22‑01 bij gedelegeerde verordening 2015/2446, die de primaire regel bevat, dient betrekking te hebben op de vraag of de Commissie, los van elke onjuiste toepassing van het recht, een kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt door artikel 60, lid 2, van het douanewetboek toe te passen, rekening houdend met de betrokken concrete situatie (arrest van 21 september 2023, Stappert Deutschland, C‑210/22, EU:C:2023:693, punt 55 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
26 Zoals in punt 21 van het onderhavige arrest is opgemerkt moet de Commissie een verschil in behandeling tussen gelijksoortige bewerkingen en verwerkingen objectief rechtvaardigen teneinde te kunnen vaststellen dat zij geen dergelijke beoordelingsfout heeft gemaakt (zie in die zin arresten van 23 maart 1983, Cousin e.a., 162/82, EU:C:1983:93, punt 21, en 21 september 2023, Stappert Deutschland, C‑210/22, EU:C:2023:693, punt 56).
27 In casu betoogt de Commissie dat het feit dat de uit China afkomstige en in India ingevoerde buizen en pijpen die onder GS-postonderverdeling 730411 vallen, aan ASTM-norm A312 voldoen, erop wijst dat deze producten reeds afgewerkte producten waren, die geen economisch verantwoorde ingrijpende verwerking konden ondergaan die tot een wijziging van oorsprong leidde.
28 Deze instelling voert tevens in essentie aan dat de koude verwerking van de buizen en pijpen van GS-postonderverdeling 730411, waardoor zij zodanig worden veranderd dat zij onder GS-postonderverdeling 730441 vallen, er niet toe leidt dat zij een bestemming en een samenstelling krijgen die zij voorheen niet bezaten, aangezien zij hun laatste kwalitatieve wijzigingen hebben ondergaan bij de warme verwerking die heeft geleid tot hun indeling onder de eerste postonderverdeling. Een dergelijke koude verwerking van deze buizen en pijpen brengt volgens de Commissie immers weliswaar onomkeerbare wijzigingen van deze producten teweeg, hoofdzakelijk doordat de afmetingen ervan worden verkleind, maar verhindert niet deze te gebruiken voor gas- of olieleidingen en te voldoen aan ASTM-norm A312, wat ook wordt erkend door alle belanghebbenden die opmerkingen bij het Hof hebben ingediend. Die koude verwerking verschilt haars inziens dan ook van de koude verwerking van onafgewerkte buizen, die halffabricaten zijn, waarover het ging in het arrest van 21 september 2023, Stappert Deutschland (C‑210/22, EU:C:2023:693), en die onder GS-postonderverdeling 730449 vallen.
29 In dit verband moet worden opgemerkt dat de goederen van de GS-postonderverdelingen 730411 en 730441 respectievelijk worden aangeduid als naadloze buizen en pijpen van roestvrij staal, van de soort gebruikt voor olie- of gasleidingen, en als naadloze buizen en pijpen met rond profiel, van roestvrij staal, koudgetrokken of koudgewalst.
30 Wanneer buizen en pijpen de typische eigenschappen verliezen van buizen en pijpen die als olie- of gasleidingen worden gebruikt, vallen zij dan ook niet langer onder GS-postonderverdeling 730411 en kunnen zij onder GS-postonderverdeling 730441 worden ingedeeld, maar dat verlies betekent niet noodzakelijkerwijs dat zij alle eigenschappen verliezen die hen daarvoor bruikbaar maken.
31 Uit het voorgaande volgt dat een koude verwerking van onder GS-postonderverdeling 730411 vallende buizen en pijpen, die tot gevolg heeft dat deze buizen en pijpen zodanig worden veranderd dat zij onder GS-postonderverdeling 730441 vallen, de eigenschappen daarvan weliswaar aanzienlijk kan wijzigen maar op zich niet leidt tot een wijziging van de bestemming en de oorspronkelijke samenstelling van die buizen en pijpen.
32 Aan deze vaststelling wordt niet afgedaan door het antwoord van de verwijzende rechter op het in punt 18 van het onderhavige arrest vermelde verzoek om inlichtingen van het Hof, volgens hetwelk een koude verwerking van pijpen van GS-postonderverdeling 730411 aanzienlijke gevolgen kan hebben voor de afmetingen, de structuur en de kenmerken van deze pijpen. Uit dat antwoord blijkt immers niet dat de koude verwerking van de in het hoofdgeding aan de orde zijnde pijpen van dien aard was dat deze buizen niet langer konden worden gebruikt voor het vervoer van aardolie en gas, noch dat de samenstelling ervan is gewijzigd. Voornoemde benadering wordt integendeel bevestigd door het feit dat die pijpen na deze verwerking nog steeds voldoen aan ASTM-norm A312. Zoals de Commissie betoogt, zonder door de andere belanghebbenden te zijn weersproken, blijkt uit het voldoen aan die norm dat die pijpen kunnen worden gebruikt als pijpleiding voor het vervoer van aardolie en gas.
33 In die omstandigheden moet worden geoordeeld dat het verschil in behandeling inzake de vaststelling van oorsprong dat door de primaire regel is ingevoerd tussen een koude verwerking van onder GS-postonderverdeling 730411 vallende buizen en pijpen en een koude verwerking van onder GS-postonderverdeling 730449 vallende buizen en pijpen, objectief gerechtvaardigd is. Bijgevolg heeft de Commissie geen kennelijke beoordelingsfout gemaakt door die regel vast te stellen.
34 Gelet op een en ander moet op de gestelde vraag worden geantwoord dat bij het onderzoek van deze vraag niet is gebleken van feiten of omstandigheden die afbreuk kunnen doen aan de geldigheid van de primaire regel.
De kosten
35 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof (Achtste kamer) verklaart voor recht:
Bij het onderzoek van de prejudiciële vraag is niet gebleken van feiten of omstandigheden die afbreuk kunnen doen aan de geldigheid van de primaire regel voor goederen die vallen onder postonderverdeling 730441 van het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en de codering van goederen, die is vastgesteld in bijlage 22‑01 bij gedelegeerde verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie van 28 juli 2015 tot aanvulling van verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad met nadere regels betreffende een aantal bepalingen van het douanewetboek van de Unie.
ondertekeningen
( *1 ) Procestaal: Tsjechisch.