HvJ EU 2 oktober 2025, C-369/24, ECLI:EU:C:2025:743
Tekst
ARREST VAN HET HOF (Zevende kamer)
2 oktober 2025 ( *1 )
„Prejudiciële verwijzing – Interne markt voor aardgas – Verordening (EU) 2017/460 – Aardgastransmissienet – Referentieprijsmethodologie – Artikel 35, lid 1 – Vrijstelling voor contracten die zijn gesloten vóór 6 april 2017 en die niet voorzien in wijzigingen van de niveaus van de transmissietarieven, behalve voor indexering – Begrip ‚indexering’”
In zaak C‑369/24,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Fővárosi Törvényszék (rechter voor de stad Boedapest, Hongarije) bij beslissing van 13 mei 2024, ingekomen bij het Hof op 24 mei 2024, in de procedure
MET Magyarország Energiakereskedő Zrt.,
Global NRG ROM SRL
tegen
Magyar Energetikai és Közmű-szabályozási Hivatal,
in tegenwoordigheid van:
FGSZ Földgázszállító Zrt.,
wijst
HET HOF (Zevende kamer),
samengesteld als volgt: M. Gavalec, kamerpresident, Z. Csehi en F. Schalin (rapporteur), rechters,
advocaat-generaal: T. Ćapeta,
griffier: A. Calot Escobar,
gezien de stukken,
gelet op de opmerkingen van:
– MET Magyarország Energiakereskedő Zrt., vertegenwoordigd door M. Czesznak en G. Stanka, ügyvédek,
– Global NRG ROM SRL, vertegenwoordigd door B Világi, ügyvéd,
– Magyar Energetikai és Közmű-szabályozási Hivatal, vertegenwoordigd door L. Hoschek als gemachtigde,
– FGSZ Földgázszállító Zrt., vertegenwoordigd door P. Németh als gemachtigde,
– de Hongaarse regering, vertegenwoordigd door D. Csoknyai en Z. Fehér als gemachtigden,
– de Bulgaarse regering, vertegenwoordigd door T. Mitova en R. Stoyanov als gemachtigden,
– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door O. Beynet, T. Scharf en A. Tokár als gemachtigden,
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Arrest
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 35, lid 1, van verordening (EU) 2017/460 van de Commissie van 16 maart 2017 tot vaststelling van een netcode betreffende geharmoniseerde transmissietariefstructuren voor gas (PB 2017, L 72, blz. 29).
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen MET Magyarország Energiakereskedő Zrt. (hierna: „MET”), een Hongaarse vennootschap, en Global NRG ROM SRL (hierna: „Global NRG”), een Roemeense vennootschap, enerzijds, en de Magyar Energetikai és Közmű-szabályozási Hivatal (Hongaarse regulerende instantie voor de energiesector en nutsvoorzieningen; hierna „MEKH”), anderzijds, over de rechtmatigheid van het besluit van deze instantie waarbij de referentieprijsmethodologie voor gastransmissie wordt vastgesteld en van toepassing wordt verklaard op de contracten die vóór 6 april 2017 zijn gesloten tussen FGSZ Földgázszállító Zrt. (hierna: „FGSZ”), beheerder van het Hongaarse gastransmissienetwerk, en deze twee vennootschappen, die dat netwerk gebruiken.
Toepasselijke bepalingen
Unierecht
Verordening nr. 715/2009
3 Overweging 7 van verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1775/2005 (PB 2009, L 211, blz. 36), luidde als volgt: „Er moeten criteria worden vastgesteld voor de berekening van de tarieven voor toegang tot het net opdat deze tarieven volledig voldoen aan het beginsel van niet-discriminatie en aan de behoeften van een goed functionerende interne markt. [...]”
4 In overweging 19 van deze verordening stond te lezen: „Om de concurrentie door middel van de liquide groothandelsmarkten voor gas te vergroten, is het van essentieel belang dat gas onafhankelijk van de locatie in het systeem kan worden verhandeld. Dit kan alleen als netgebruikers de vrijheid krijgen om entry- en exitcapaciteit los te boeken, zodat er een gastransport via zones en niet langs contractuele paden ontstaat. [...] De tarieven dienen niet afhankelijk te zijn van de transportroute; de tarieven voor een of meer entrypunten en de tarieven voor een of meer exitpunten dienen derhalve geen verband met elkaar te houden.”
5 Artikel 13 („Tarieven voor de toegang tot netten”) van die verordening bepaalde in lid 1, vierde alinea: „Tarieven voor netgebruikers worden op niet-discriminerende wijze en voor elk entry- en exitpunt van het transmissiesysteem apart vastgesteld. Kostenverdelingsmechanismen en methoden voor tariefbepaling voor entry- en exitpunten worden goedgekeurd door de nationale regulerende instanties. De lidstaten zorgen ervoor dat na een overgangsperiode, d.w.z. uiterlijk op 3 september 2011 nettarieven niet berekend worden op basis van contractuele paden.”
Verordening 2017/460
6 Overweging 3 van verordening 2017/460 luidt: „Na de invoering van het entry-exitsysteem bij verordening (EG) nr. 715/2009 zijn transmissiekosten niet meer rechtstreeks verbonden met een specifieke route aangezien de entry- en exitcapaciteit afzonderlijk kan worden gecontracteerd, en netgebruikers gas kunnen laten transporteren van elk entry- naar elk exitpunt. In dit kader bepaalt de transmissiesysteembeheerder de meest efficiënte wijze om gas door het systeem te laten stromen. [...]”
7 Artikel 3, punt 1), van verordening 2017/460 definieert de „referentieprijs” als „de prijs voor een capaciteitsproduct voor vaste capaciteit met een looptijd van een jaar, die van toepassing is op entry- en exitpunten en die wordt gebruikt om op capaciteit gebaseerde transmissietarieven vast te stellen”.
8 Artikel 6 („Toepassing van referentieprijsmethodologieën”), lid 3, van die verordening is in de volgende bewoordingen gesteld: „Op alle entry- en exitpunten in een bepaald entry-exitsysteem wordt dezelfde referentieprijsmethodologie toegepast, behoudens de in de artikelen 10 en 11 vastgestelde uitzonderingen.”
9 Artikel 35 („Bestaande contracten”) van die verordening bepaalt in de leden 1 en 2: „1. Deze verordening is niet van invloed op de niveaus van de transmissietarieven die voortvloeien uit contracten of capaciteitsboekingen gesloten vóór 6 april 2017 wanneer zulke contracten of capaciteitsboekingen niet voorzien in wijzigingen van de niveaus van de op capaciteit en/of commodity gebaseerde transmissietarieven, behalve voor indexering, indien van toepassing. 2. De contractbepalingen inzake transmissietarieven en capaciteitsboekingen als bedoeld in lid 1 worden niet vernieuwd, verlengd of overgedragen na de vervaldatum ervan.”
Hongaars recht
10 § 104, lid 7, van de földgázellátásról szóló 2008. évi XL. törvény (wet nr. XL van 2008 inzake de aardgasvoorziening), in de op het hoofdgeding toepasselijke versie, bepaalt: „In het contract kan niet op rechtsgeldige wijze een hogere prijs dan het officiële tarief worden overeengekomen. Indien de prijs niet door de partijen is overeengekomen en er een officieel tarief geldt voor het goed of de dienst, is dat laatste van toepassing. Het officiële tarief is ook van toepassing wanneer de partijen in strijd met de wet of met een besluit tot vaststelling van het officiële tarief een andere prijs zijn overeengekomen”.
Hoofdgeding en prejudiciële vraag
11 Op 20 oktober 2008 hebben MET en Global NRG elk een langlopend contract met FGSZ gesloten voor capaciteitsboeking, aardgastransmissie en netbeheer (hierna: „langlopend contract”) met betrekking tot de pijpleiding tussen Hongarije en Roemenië voor de periode 2010‑2030. Deze contracten zijn, wat de toepasselijke tarieven betreft, tot 2018 jaarlijks gewijzigd door middel van tussen de partijen gesloten addenda.
12 Met betrekking tot het transmissietarief voor het grensexitpunt tussen Hongarije en Roemenië voorziet de formule in clausule 3 van de langlopende contracten in een jaarlijkse indexering op basis van de door het centrale bureau voor de statistiek vastgestelde consumentenprijzenindex.
13 Bij de jaarlijkse vaststelling van het transmissietarief hebben de contractpartijen ook rekening gehouden met gereguleerde tarieven voor netgebruik die door de MEKH in regelmatig geactualiseerde tariefbesluiten zijn vastgelegd. Die tarieven, waarvan de toepassing verplicht is krachtens § 104, lid 7, van de wet inzake de aardgasvoorziening, vormen de maximumprijs die verzoeksters in het hoofdgeding moesten betalen. Zij moesten dus vanaf de inwerkingtreding van de langlopende contracten tot en met 30 september 2019 elk jaar een vergoeding voor het gebruik van het net betalen op basis van het laagste van de twee tarieven voor de betrokken periode, te weten het in het langlopende contract vastgestelde geïndexeerde tarief of het gereguleerde tarief.
14 Tot en met 30 september 2019 stelde de MEKH de gereguleerde tarieven voor netgebruik voor het exitpunt aan de grens tussen Hongarije en Roemenië vast volgens een andere methode dan die welke wordt toegepast voor andere punten van het Hongaarse aardgastransmissienet, te weten de zogenoemde „discounted cash flow-methode”, waarmee werd beoogd het rendement van de investering in de aanleg van de pijpleiding te waarborgen. Deze instantie heeft naast indexering ook andere elementen in aanmerking genomen, zoals nieuwe capaciteitsboekingen en de daaruit voortvloeiende inkomsten, alsmede het interne rendement.
15 Op 6 april 2017 is verordening 2017/460 in werking getreden. Artikel 6, lid 3, van die verordening bepaalt dat op alle entry- en exitpunten in een bepaald entry-exitsysteem dezelfde referentieprijsmethodologie wordt toegepast. Door de inwerkingtreding van die verordening is deze methode verplicht van toepassing op het gehele Hongaarse pijpleidingennetwerk, dat vanaf dat moment als één entry-exitsysteem wordt beschouwd.
16 De MEKH heeft deze nieuwe regels voor het eerst met ingang van 1 oktober 2019 toegepast, en dus het tarief dat verzoeksters in het hoofdgeding voor het exitpunt aan de Hongaars-Roemeense grens dienden te betalen op grond van de langlopende contracten, op dezelfde wijze vastgesteld als voor alle andere exitpunten van het systeem van het gehele Hongaarse netwerk.
17 Verzoeksters in het hoofdgeding waren het niet eens met die wijziging en hebben de nieuwe addenda van deze contracten niet ondertekend, waarbij het laatste addendum dateerde van 1 oktober 2018. Sinds 1 oktober 2019 betalen zij netbeheerder FGSZ onder voorbehoud van hun rechten.
18 In haar besluit van 25 oktober 2022 heeft de MEKH de referentieprijsmethodologie vastgesteld voor de tariefreguleringscyclus van 1 oktober 2021 tot en met 30 september 2025. Daarin gaf zij aan dat de in artikel 35, lid 1, van verordening 2017/460 opgenomen vrijstelling, volgens welke die verordening niet van invloed is op de niveaus van de transmissietarieven die voortvloeien uit contracten of capaciteitsboekingen gesloten vóór 6 april 2017, niet gold voor de langlopende contracten. Die bepaling is namelijk van toepassing op contracten waarbij de jaarlijkse actualisering van het tarief enkel uit de toepassing van een indexeringsclausule voortvloeit. Volgens de MEKH wijzigden de in de langlopende contracten vastgestelde tarieven niet enkel door de indexering, maar hielden zij ook rekening met het niveau van het gereguleerde tarief.
19 MET en Global NRG hebben tegen het besluit van 25 oktober 2022 beroep tot nietigverklaring ingesteld bij de Fővárosi Törvényszék (rechter voor de stad Boedapest, Hongarije), de verwijzende rechter. Daarbij betogen zij dat de langlopende contracten binnen de werkingssfeer van artikel 35, lid 1, van verordening 2017/460 vallen. Die bepaling geeft uitvoering aan het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen, aangezien zij tot doel heeft te waarborgen dat de inwerkingtreding van die verordening geen afbreuk doet aan de rechten van contractpartijen die vóór die inwerkingtreding een langlopend contract hadden gesloten.
20 De verwijzende rechter zet uiteen dat de in artikel 35, lid 1, van verordening 2017/460 bepaalde vrijstelling volgens de Hongaarse versie ervan van toepassing is op contracten die niet voorzien in een tariefwijziging die een eventuele indexering van de niveaus van de op capaciteit en/of commodity gebaseerde transmissietarieven overschrijdt. Hij wijst erop dat aan die voorwaarde kan zijn voldaan door de in het hoofdgeding aan de orde zijnde contracten. Uit de Duitse, de Engelse en de Franse versie van artikel 35, lid 1, van verordening 2017/460 blijkt evenwel dat het criterium voor de vrijstelling niet in het niveau van de tariefwijziging gelegen is, maar in het exclusieve causale verband met het indexeringsmechanisme. Volgens de verwijzende rechter is het wat de contracten betreft niet duidelijk of kan worden geoordeeld dat de tarieven enkel door de indexering wijzigen. Ten eerste wordt er immers rekening gehouden met het gereguleerde tarief, dat van toepassing is wanneer het lager is dan het contractuele tarief. Ten tweede vinden indexeringen volgend op de toepassing van het gereguleerde tarief niet plaats op basis van het oorspronkelijke contractuele tarief, maar op basis van een tariefniveau waarin deze toepassing is opgenomen. Ten derde zijn de contractpartijen wettelijk verplicht om rekening te houden met het gereguleerde tarief. Ten vierde heeft de MEKH bij de vaststelling van het gereguleerde tarief vóór de inwerkingtreding van verordening 2017/460 rekening gehouden met andere criteria naast de indexering.
21 Tegen deze achtergrond heeft de Fővárosi Törvényszék de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag: „Moet artikel 35, lid 1, van verordening 2017/460, gelet op de beginselen van rechtszekerheid en gewettigd vertrouwen, aldus worden uitgelegd dat de daarin neergelegde vrijstelling ook van toepassing is op langlopende contracten voor het boeken van capaciteit die vóór 2017 zijn gesloten en waarvan de prijsclausules niet bepalen dat het bij de sluiting van het contract vastgestelde op capaciteit en/of commodity gebaseerde transmissietarief uitsluitend kan veranderen volgens een vooraf bepaalde formule die is gebaseerd op de door het nationale bureau voor de statistiek vastgestelde consumentenprijzenindex, maar waarin – krachtens een dwingende bepaling van nationaal recht – in plaats van het berekende tarief het gereguleerde tarief voor netgebruik wordt toegepast indien dit laatste tarief lager is, waarbij het dat gereguleerde tarief is dat door de partijen in de volgende periode zal worden geïndexeerd en voor de bepaling waarvan de instantie, behalve met de indexering, rekening houdt met nieuwe kortlopende contracten voor het boeken van capaciteit die zijn gesloten voor de interconnectie-pijpleiding in kwestie en met de daaruit voortvloeiende inkomsten, alsmede met het interne rendement?”
Beantwoording van de prejudiciële vraag
22 Met zijn prejudiciële vraag wenst de verwijzende rechter in essentie te vernemen of artikel 35, lid 1, van verordening 2017/460, gelezen in het licht van de beginselen van rechtszekerheid en bescherming van het gewettigd vertrouwen, aldus moet worden uitgelegd dat de daarin neergelegde uitzondering van toepassing is op langlopende contracten voor het boeken van capaciteit voor gastransmissie die vóór 6 april 2017 zijn gesloten en die bepalen dat de niveaus van de op capaciteit en/of commodity gebaseerde transmissietarieven niet alleen worden gewijzigd op basis van een indexering, in dit geval op grond van de consumentenprijzenindex, maar ook door rekening te houden met een gereguleerd tarief, dat zelf een indexering en andere factoren omvat en dat in de plaats van het contractuele tarief van toepassing kan zijn.
23 Wat de context van de uit te leggen bepaling betreft, moet worden opgemerkt dat verordening nr. 715/2009 deel uitmaakt van het „derde energiepakket”, dat op 13 juli 2009 is vastgesteld en er met name toe strekt de gasmarkten verder te liberaliseren en transparanter te maken. Bij verordening nr. 715/2009 is het begrip „entry-exitsysteem” ingevoerd, dat – zoals blijkt uit overweging 19 en artikel 13 van deze verordening – erin bestaat dat de gebruikers van het gastransmissienet gas kunnen verhandelen onafhankelijk van de concrete fysieke circulatie ervan, waardoor de tarieven voor het gebruik van het transmissienet niet afhankelijk zijn van de specifieke gastransportroutes.
24 Verordening 2017/460, waarvan de rechtsgrondslag wordt gevormd door verordening nr. 715/2009, heeft tot doel een netcode betreffende geharmoniseerde transmissietariefstructuren voor gas vast te stellen in overeenstemming met het door verordening nr. 715/2009 ingevoerde entry-exitsysteem. Zo bepaalt artikel 6, lid 3, van verordening 2017/460 dat op alle entry- en exitpunten in een bepaald entry-exitsysteem in beginsel dezelfde referentieprijsmethodologie wordt toegepast.
25 Niet betwist wordt dat de in het hoofdgeding aan de orde zijnde contracten transmissietarieven vaststellen voor een specifieke gasroute, en bijgevolg artikel 6, lid 3, van verordening 2017/460 niet in acht nemen.
26 Om de eerbiediging te verzekeren van de beginselen van rechtszekerheid en gewettigd vertrouwen, voorziet artikel 35 van verordening 2017/460 echter in een uitzondering op de toepasselijkheid van die verordening met betrekking tot bestaande contracten. Zo is volgens lid 1 van dat artikel die verordening „niet van invloed op de niveaus van de transmissietarieven die voortvloeien uit contracten of capaciteitsboekingen gesloten vóór 6 april 2017 wanneer zulke contracten of capaciteitsboekingen niet voorzien in wijzigingen van de niveaus van de op capaciteit en/of commodity gebaseerde transmissietarieven, behalve voor indexering, indien van toepassing”.
27 Wat in de eerste plaats de bewoordingen van deze bepaling betreft, moet aan twee cumulatieve voorwaarden zijn voldaan opdat die uitzondering van toepassing is. Volgens de eerste voorwaarde moet het gaan om een contract dat gesloten is vóór 6 april 2017, de datum van inwerkingtreding van verordening 2017/460. De tweede voorwaarde bestaat erin dat dit contract niet voorziet in wijzigingen van de niveaus van de op capaciteit en/of commodity gebaseerde transmissietarieven, behalve voor een eventuele indexering.
28 Met betrekking tot de eerste voorwaarde blijkt uit het dossier waarover het Hof beschikt dat de langlopende contracten op 20 oktober 2008 zijn gesloten, zodat aan die voorwaarde is voldaan.
29 Met betrekking tot de tweede voorwaarde volgt uit de verschillende taalversies van artikel 35 van verordening 2017/460 dat, behoudens de Hongaarse versie, de uitzondering enkel van toepassing is op langlopende contracten voor het boeken van capaciteit voor gastransmissie die vóór 6 april 2017 zijn gesloten, waarbij het niveau van de transmissietarieven enkel door indexering kan wijzigen. Terwijl de Duitse, de Engelse en de Franse versie van die bepaling, alsmede de andere door het Hof onderzochte taalversies, de vermelding „niet voorzien in wijzigingen [...], behalve voor indexering” bevat, gebruikt de Hongaarse versie de uitdrukking „niet voorzien in wijzigingen [...] verder dan indexering”. Die uitdrukking zou zo kunnen worden uitgelegd dat het niveau van de tarieven ook kan wijzigen als gevolg van andere elementen dan indexering, op voorwaarde dat die actualisering van de tarieven niet leidt tot een niveau dat hoger is dan het niveau dat voortvloeit uit een eventuele indexering.
30 Volgens vaste rechtspraak kan de in een van de taalversies van een Unierechtelijke bepaling gebruikte formulering niet als enige grondslag voor de uitlegging van die bepaling dienen of in zoverre voorrang hebben boven de andere taalversies. Een dergelijke benadering zou immers onverenigbaar zijn met het vereiste van eenvormige toepassing van het Unierecht. Wanneer er verschillen zijn tussen de taalversies, moet bij de uitlegging van de betrokken bepaling worden gelet op de algemene opzet en de doelstelling van de regeling waarvan zij een onderdeel vormt (zie arresten van 27 oktober 1977, Bouchereau, 30/77, EU:C:1977:172, punt 14, en 9 juli 2020, Naturschutzbund Deutschland – Landesverband Schleswig-Holstein, C‑297/19, EU:C:2020:533, punt 43 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
31 Verordening 2017/460 bevat geen definitie van het in artikel 35, lid 1, gehanteerde begrip „indexering”. Derhalve moeten de betekenis en de draagwijdte van dat begrip met name worden bepaald in overeenstemming met de in de omgangstaal gebruikelijke betekenis ervan (zie in die zin arrest van 1 oktober 2020, Entoma, C‑526/19, EU:C:2020:769, punt 29 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
32 In dat verband wordt indexering in het algemeen begrepen als een contractueel of wettelijk mechanisme dat ertoe strekt om het bedrag van een aanvankelijk bepaalde financiële waarde in de tijd automatisch te laten wijzigen naargelang van de ontwikkeling van een bepaalde referentie-index.
33 In casu bevatten de in het hoofdgeding aan de orde zijnde contracten een indexeringsmechanisme op grond waarvan het toepasselijke transmissietarief voor een bepaalde periode wordt berekend aan de hand van een vooraf bepaalde formule die is gebaseerd op de ontwikkeling van de door het centrale bureau voor de statistiek vastgestelde consumentenprijzenindex.
34 Uit de verwijzingsbeslissing blijkt echter dat die contracten op grond van een dwingende bepaling van nationaal recht ook bepalen dat het gereguleerde tarief voor netgebruik wordt toegepast in plaats van het oorspronkelijk overeengekomen en geïndexeerde tarief wanneer het eerste tarief lager is dan het tweede. De facto is het gereguleerde tarief herhaaldelijk toegepast en vormde het vervolgens de basis voor de contractuele indexering voor een bepaalde periode. Uit die beslissing blijkt ook dat de MEKH, bij de vaststelling van dat gereguleerde tarief, naast de indexering rekening houdt met andere elementen zoals nieuwe kortlopende contracten voor het boeken van capaciteit die voor de betrokken pijpleiding zijn gesloten en met de daaruit voortvloeiende inkomsten, alsmede met het interne rendement. Het niveau van het contractuele transmissietarief blijkt dus in de tijd te zijn geëvolueerd als gevolg van andere elementen dan de in het contract overeengekomen indexering.
35 Wat in de tweede plaats de context van artikel 35, lid 1, van verordening 2017/460 betreft, zij eraan herinnerd dat, zoals blijkt uit de punten 23 en 24 van dit arrest, die bepaling een afwijking vormt op het in artikel 6, lid 3, van die verordening neergelegde beginsel dat dezelfde referentieprijsmethodologie wordt toegepast op alle entry- en exitpunten in een bepaald entry-exitsysteem, en derhalve restrictief moet worden uitgelegd.
36 Dit wordt bevestigd door artikel 35, lid 2, volgens hetwelk de contractbepalingen inzake transmissietarieven en capaciteitsboekingen als bedoeld in lid 1 van dat artikel 35 niet mogen worden vernieuwd, verlengd of overgedragen na de vervaldatum ervan.
37 Wat in de derde plaats de doelstellingen van verordening nr. 715/2009 en verordening 2017/460 betreft, beogen die verordeningen overeenkomstig de overwegingen 7 en 19 van verordening nr. 715/2009 te waarborgen dat de tarieven voor toegang tot het net volledig voldoen aan het beginsel van niet-discriminatie en aan de behoeften van een goed functionerende interne markt, en zijn zij erop gericht de concurrentie door middel van de liquide groothandelsmarkten voor gas te vergroten. Overweging 19 van die verordening en overweging 3 van verordening 2017/460 verklaren dat het daartoe van essentieel belang is dat gas onafhankelijk van de locatie in het systeem kan worden verhandeld, en dat dit alleen kan als netgebruikers de vrijheid krijgen om entry- en exitcapaciteit los te boeken, zodat er een gastransport via zones en niet langs contractuele paden ontstaat, waarbij de tarieven niet afhankelijk dienen te zijn van de transportroute. Het niet-discriminerende karakter van de tarieven of van de voor de berekening daarvan gebruikte methoden wordt ook door artikel 13, lid 1, van verordening nr. 715/2009 beklemtoond.
38 Bijgevolg houdt een restrictieve uitlegging van de in artikel 35, lid 1, van verordening 2017/460 opgenomen uitzondering in, gelet op de context en het doel van deze verordening, zoals uiteengezet in de punten 23 en 35 tot en met 37 van het onderhavige arrest, dat die uitzondering niet kan worden toegepast indien tijdens de duur van het contract wijzigingen worden aangebracht aan het daarin bepaalde tarief die rekening houden met andere factoren dan indexering op basis van de consumentenprijzenindex.
39 Met betrekking tot de beginselen van rechtszekerheid en gewettigd vertrouwen kan volgens vaste rechtspraak op het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen een beroep worden gedaan door iedere marktdeelnemer bij wie een instelling gegronde verwachtingen heeft gewekt. Ook al behoort het beginsel van bescherming van het gewettigd vertrouwen tot de algemene rechtsbeginselen van de Unie, de marktdeelnemers mogen evenwel niet vertrouwen op de handhaving van een bestaande situatie die de instellingen van de Europese Unie in het kader van hun beoordelingsbevoegdheid kunnen wijzigen (arrest van 26 juni 2012, Polen/Commissie, C‑335/09 P, EU:C:2012:385, punt 180 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
40 Gelet op het voorgaande moet op de gestelde vraag worden geantwoord dat artikel 35, lid 1, van verordening 2017/460, gelezen in het licht van de beginselen van rechtszekerheid en bescherming van het gewettigd vertrouwen, aldus moet worden uitgelegd dat de daarin neergelegde uitzondering enkel van toepassing is op langlopende contracten voor het boeken van capaciteit voor gastransmissie die vóór 6 april 2017 zijn gesloten en waarin niet is voorzien in een andere wijziging van de niveaus van de op capaciteit en/of commodity gebaseerde transmissietarieven dan een wijziging op basis van een indexering, met name op grond van de consumentenprijzenindex. Deze uitzondering is niet van toepassing op contracten waarbij de wijzigingen van de tariefniveaus voortvloeien uit andere factoren, zelfs in het geval dat de contractpartijen het over die factoren eens zijn of in het geval dat een gereguleerd tarief wordt toegepast.
Kosten
41 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof (Zevende kamer) verklaart voor recht:
Artikel 35, lid 1, van verordening (EU) 2017/460 van de Commissie van 16 maart 2017 tot vaststelling van een netcode betreffende geharmoniseerde transmissietariefstructuren voor gas, gelezen in het licht van de beginselen van rechtszekerheid en bescherming van het gewettigd vertrouwen,
moet aldus worden uitgelegd dat
de daarin neergelegde uitzondering enkel van toepassing is op langlopende contracten voor het boeken van capaciteit voor gastransmissie die vóór 6 april 2017 zijn gesloten en waarin niet is voorzien in een andere wijziging van de niveaus van de op capaciteit en/of commodity gebaseerde transmissietarieven dan een wijziging op basis van een indexering, met name op grond van de consumentenprijzenindex. Deze uitzondering is niet van toepassing op contracten waarbij de wijzigingen van de tariefniveaus voortvloeien uit andere factoren, zelfs in het geval dat de contractpartijen het over die factoren eens zijn of in het geval dat een gereguleerd tarief wordt toegepast.
ondertekeningen
( *1 ) Procestaal: Hongaars.