HvJ EU 1 augustus 2025, C-772/24, ECLI:EU:C:2025:629
Tekst
ARREST VAN HET HOF (Negende kamer)
1 augustus 2025 ( *1 )
„Prejudiciële verwijzing – Verpakking en verpakkingsafval – Begrip – Richtlijn 94/62/EG – Artikel 3 en bijlage I – Rechtstreeks op groente of fruit aangebrachte labels – Nationale regeling die dergelijke labels verbiedt, met uitzondering van composteerbare labels die thuis kunnen worden gecomposteerd en geheel of gedeeltelijk uit biomaterialen bestaan”
In zaak C‑772/24,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Conseil d’État (hoogste bestuursrechter, Frankrijk) bij beslissing van 6 november 2024, ingekomen bij het Hof op 7 november 2024, in de procedure
Association interprofessionnelle des fruits et légumes frais (Interfel)
tegen
Premier ministre,
Ministre de la Transition écologique, de l’Énergie, du Climat et de la Prévention des risques,
Garde des sceaux, ministre de la Justice,
Ministre de l’Économie, des Finances et de l’Industrie,
Ministre de l’Agriculture, de la Souveraineté alimentaire et de la Forêt,
wijst
HET HOF (Negende kamer),
samengesteld als volgt: N. Jääskinen, kamerpresident, A. Arabadjiev (rapporteur) en R. Frendo, rechters,
advocaat-generaal: L. Medina,
griffier: A. Calot Escobar,
gezien de stukken,
gelet op de opmerkingen van:
– Association interprofessionnelle des fruits et légumes frais (Interfel), vertegenwoordigd door A. Bron, A. Helfer en G. Léonard, avocats,
– de Franse regering, vertegenwoordigd door P. Chansou en B. Travard als gemachtigden,
– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door I. Melo Sampaio et M. R. Tricot als gemachtigden,
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Arrest
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 3 van richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval (PB 1994, L 365, blz. 10), zoals gewijzigd bij richtlijn (EU) 2018/852 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 (PB 2018, L 150, blz. 141) (hierna: „richtlijn 94/62”), gelezen in samenhang met bijlage I bij die richtlijn.
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen de Association interprofessionnelle des fruits et légumes frais (Interfel) (brancheorganisatie voor verse groenten en fruit, Frankrijk; hierna: „Interfel”), enerzijds, en de Premier ministre (eerste minister, Frankrijk), de ministre de la Transition écologique, de l’Énergie, du Climat et de la Prévention des risques (minister van Ecologische Transitie, Energie, Klimaat en Risicopreventie, Frankrijk), de garde des sceaux, ministre de la Justice (grootzegelbewaarder, minister van Justitie, Frankrijk), de ministre de l’Économie, des Finances et de l’Industrie (minister van Economische Zaken, Financiën en Industrie, Frankrijk), alsmede de ministre de l’Agriculture, de la Souveraineté alimentaire et de la Forêt (minister van Landbouw, Voedselsoevereiniteit en Bosbouw, Frankrijk), anderzijds, over de rechtmatigheid van een impliciet besluit houdende afwijzing van een verzoek tot intrekking van een nationale regeling die een boete oplegt voor het rechtstreeks op groente of fruit aanbrengen van labels, met uitzondering van composteerbare labels die thuis kunnen worden gecomposteerd en geheel of gedeeltelijk uit biomaterialen bestaan.
Toepasselijke bepalingen
Unierecht
3 Artikel 3 („Definities”), punt 1, van richtlijn 94/62 bepaalt het volgende: „In deze richtlijn wordt verstaan onder: 1. ‚verpakking’: alle producten, vervaardigd van materiaal van welke aard ook, die kunnen worden gebruikt voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren en aanbieden van goederen, van grondstoffen tot afgewerkte producten, over het gehele traject van producent tot gebruiker of consument. Ook wegwerpartikelen die voor dit doel worden gebruikt, worden als verpakkingsmateriaal beschouwd. Verpakking omvat uitsluitend: a) verkoop- of primaire verpakking, dat wil zeggen verpakking die zo is ontworpen dat zij voor de eindgebruiker of consument op het verkooppunt een verkoopeenheid vormt; b) verzamel- of secundaire verpakking, dat wil zeggen verpakking die zo is ontworpen dat zij op het verkooppunt een verzameling van een aantal verkoopeenheden vormt, ongeacht of deze als dusdanig aan de eindgebruiker of consument wordt verkocht, dan wel alleen dient om de rekken op het verkooppunt bij te vullen; deze verpakking kan van het product worden verwijderd zonder dat dit de kenmerken ervan beïnvloedt; c) verzend- of tertiaire verpakking, dat wil zeggen verpakking die zo is ontworpen dat het verladen en het vervoer van een aantal verkoopeenheden of verzamelverpakkingen wordt vergemakkelijkt om fysieke schade door verlading of transport te voorkomen. Weg-, spoor-, scheeps- of vliegtuigcontainers worden niet als verzendverpakking beschouwd. De definitie van ‚verpakking’ is verder gebaseerd op de onderstaande criteria. De artikelen in bijlage I zijn voorbeelden ter illustratie van de toepassing van deze criteria: i) Artikelen worden als verpakking beschouwd indien zij aan de bovenstaande definitie voldoen, ongeacht andere functies die de verpakking ook kan vervullen, tenzij het artikel integraal deel uitmaakt van een product en het nodig is om dat product tijdens zijn levensduur te bevatten, te ondersteunen of te bewaren en alle elementen bedoeld zijn om samen gebruikt, verbruikt of verwijderd te worden. ii) Artikelen die ontworpen en bedoeld zijn om op het verkooppunt te worden gevuld alsmede wegwerpartikelen die in gevulde toestand worden verkocht of die ontworpen en bedoeld zijn om op het verkooppunt te worden gevuld, worden als verpakking beschouwd, mits zij een verpakkingsfunctie hebben. iii) De componenten van een verpakking en de bijbehorende in de verpakking verwerkte elementen worden beschouwd als deel van de verpakking waarin ze verwerkt zijn. De bijbehorende elementen die aan een product hangen of bevestigd zijn en die een verpakkingsfunctie hebben, worden als verpakking beschouwd, tenzij zij integraal deel uitmaken van dit product en alle elementen bedoeld zijn om samen verbruikt of verwijderd te worden.”
4 Bijlage I („Voorbeelden ter illustratie van de in artikel 3, lid 1, beoogde criteria”) bij deze richtlijn bepaalt het volgende: „[…] Voorbeelden ter illustratie van criterium iii) Verpakking Labels die aan het product hangen of eraan bevestigd zijn. […]”
Frans recht
5 Artikel 80 van loi no 2020‑105 relative à la lutte contre le gaspillage et à l’économie circulaire (wet nr. 2020‑105 betreffende de bestrijding van verspilling en betreffende de kringloopeconomie) van 10 februari 2020 (JORF van 11 februari 2020, blz. 6; hierna: „wet nr. 2020‑105”) bepaalt: „Uiterlijk op 1 januari 2022 is het niet meer toegestaan om labels rechtstreeks aan te brengen op groente en fruit, met uitzondering van composteerbare labels die thuis kunnen worden gecomposteerd en geheel of gedeeltelijk uit biologische materialen bestaan.”
6 Artikel R. 543‑73 van de code de l’environnement (milieuwetboek), zoals gewijzigd bij artikel 1, lid III, onder 2), van décret no 2020‑1724, relatif à l’interdiction d’élimination des invendus non alimentaires et à diverses dispositions de lutte contre le gaspillage (decreet nr. 2020‑1724 betreffende het verbod op de verwijdering van niet voor menselijke consumptie bestemde onverkochte goederen en betreffende verschillende bepalingen ter bestrijding van verspilling) van 28 december 2020 (JORF van 30 december 2020, blz. 209; hierna: „decreet nr. 2020‑1724”) luidt als volgt: „Met de geldboete voor overtredingen van de derde klasse wordt bestraft: […] 4° Het rechtstreeks aanbrengen van een label op groente of fruit, met uitzondering van composteerbare labels die thuis kunnen worden gecomposteerd en geheel of gedeeltelijk uit biomaterialen bestaan, waarmee inbreuk wordt gepleegd op artikel 80 van [wet nr. 2020‑105].”
Hoofdgeding en prejudiciële vragen
7 Bij brief van 25 april 2022 heeft Interfel bij de Premier ministre een verzoek ingediend tot intrekking van het bepaalde in artikel 1, lid III, onder 2), van decreet nr. 2020‑1724 van 28 december 2020. Diens stilzwijgen over dit verzoek heeft geleid tot een impliciet besluit houdende afwijzing. Op 23 augustus 2022 heeft Interfel bij de Conseil d’État (hoogste bestuursrechter, Frankrijk), de verwijzende rechter, beroep tot nietigverklaring van dat besluit ingesteld.
8 De verwijzende rechter merkt op dat deze bepaling is vastgesteld om uitvoering te geven aan artikel 80 van wet nr. 2020‑105 van 10 februari 2020, dat tot doel heeft te verbieden dat op het Franse grondgebied andere labels rechtstreeks op groente en fruit worden aangebracht dan composteerbare labels die thuis kunnen worden gecomposteerd en geheel of gedeeltelijk uit biomaterialen bestaan. Volgens deze bepaling wordt de niet-naleving van dat artikel 80 bestraft met een geldboete. De verwijzende rechter meent in dit verband dat, gelet op de bewoordingen van artikel 3 van richtlijn 94/62, labels die rechtstreeks op groente en fruit worden aangebracht zouden kunnen worden geacht geen „verpakkingen” in de zin van deze richtlijn te vormen, aangezien zij niet geheel beantwoorden aan de definitie en de drie criteria die in dat artikel 3 zijn opgenomen. Die rechter merkt evenwel op dat labels die aan het product hangen of eraan bevestigd zijn, in bijlage I bij die richtlijn uitdrukkelijk als verpakking worden aangemerkt ter illustratie van het in artikel 3, punt 1, derde alinea, onder iii), van richtlijn 94/62 vermelde criterium.
9 Hij vraagt zich dan ook af of uit bijlage I bij richtlijn 94/62 volgt dat elk label dat aan een product hangt of eraan bevestigd is, noodzakelijkerwijs een „verpakking” in de zin van die richtlijn vormt, dan wel of die kwalificatie moet worden beoordeeld in het licht van de definitie en de drie criteria van artikel 3 van die richtlijn. In het laatste geval vormen die labels alleen een verpakking indien zij kunnen worden gebruikt voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren en aanbieden van goederen, over het gehele traject van producent tot gebruiker of consument, tenzij zij integraal deel uitmaken van een product en alle elementen bedoeld zijn om samen verbruikt of verwijderd te worden.
10 Daarop heeft de Conseil d’État de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag: „Vormen rechtstreeks op groente en fruit aangebrachte labels hoe dan ook verpakkingen in de zin van artikel 3 van [richtlijn 94/62] en bijlage I daarbij?”
Beantwoording van de prejudiciële vraag
11 Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 3, punt 1, derde alinea, onder iii), van richtlijn 94/62 en bijlage I daarbij aldus moeten worden uitgelegd dat rechtstreeks op groente en fruit aangebrachte labels hoe dan ook „verpakkingen” vormen in de zin van deze richtlijn.
12 Om te beginnen moet worden opgemerkt dat richtlijn 94/62 volgens artikel 1 ervan onder meer tot doel heeft het effect van verpakkingen en verpakkingsafval op het milieu van de lidstaten en van derde landen te voorkomen of te beperken en aldus een hoog milieubeschermingsniveau te waarborgen, door de lidstaten met name de verplichting op te leggen om een systeem voor de verzameling en de terugwinning van verpakkingen en verpakkingsafval op te zetten. Te dien einde is richtlijn 94/62 – blijkens de vijfde overweging en volgens artikel 2, lid 1 – van toepassing op alle in de Europese Unie in de handel gebrachte verpakkingen en op alle verpakkingsafval (arrest van 10 november 2016, Eco-Emballages e.a.,C‑313/15 en C‑530/15, EU:C:2016:859, punt 23).
13 Zoals het Hof reeds heeft geoordeeld, moet het begrip „verpakking” dan ook ruim worden uitgelegd (arrest van 10 november 2016, Eco-Emballages e.a.,C‑313/15 en C‑530/15, EU:C:2016:859, punt 24 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
14 Eveneens zij eraan herinnerd dat een product alleen een verpakking in de zin van artikel 3, punt 1, van richtlijn 94/62 vormt als het voldoet aan de twee in de eerste en de tweede alinea van artikel 3, punt 1, bedoelde voorwaarden, en tevens beantwoordt aan de criteria die in de derde alinea van artikel 3, punt 1, zijn opgesomd (arrest van 10 november 2016, Eco-Emballages e.a.,C‑313/15 en C‑530/15, EU:C:2016:859, punt 25).
15 In de eerste plaats vormt een product dus slechts een „verpakking” in de zin van richtlijn 94/62 als het, ten eerste, overeenkomstig artikel 3, punt 1, eerste alinea, van deze richtlijn kan worden gebruikt voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren en aanbieden van goederen over het gehele traject van producent tot gebruiker of consument. Voorts wordt in de tweede volzin van dezelfde bepaling vermeld dat ook „wegwerpartikelen” die voor dit doel worden gebruikt, als verpakkingsmateriaal moeten worden beschouwd (arrest van 10 november 2016, Eco-Emballages e.a.,C‑313/15 en C‑530/15, EU:C:2016:859, punt 26).
16 Zoals het Hof reeds heeft geoordeeld, worden de mogelijke functies van verpakkingsmateriaal in artikel 3, punt 1, eerste alinea, van richtlijn 94/62 niet cumulatief opgesomd (arrest van 10 november 2016, Eco-Emballages e.a.,C‑313/15 en C‑530/15, EU:C:2016:859, punt 27).
17 Ten tweede moet het desbetreffende product behoren tot een van de drie in artikel 3, punt 1, tweede alinea, onder a) tot en met c), van richtlijn 94/62 opgesomde en omschreven categorieën van verpakkingen, te weten verkoopverpakking, verzamelverpakking of verzendverpakking (arrest van 10 november 2016, Eco-Emballages e.a.,C‑313/15 en C‑530/15, EU:C:2016:859, punt 28).
18 In de tweede plaats moeten artikelen die aan de positieve definitie van het begrip „verpakking” in de eerste en de tweede alinea van artikel 3, punt 1, van richtlijn 94/62 voldoen, op grond van de derde alinea, onder i), van datzelfde artikel 3, punt 1, als verpakking worden beschouwd, tenzij zij zowel integraal deel uitmaken van een product als nodig zijn om dat product tijdens zijn levensduur te bevatten, te ondersteunen of te bewaren, en bovendien alle elementen bedoeld zijn om samen te worden gebruikt, verbruikt of verwijderd (arrest van 10 november 2016, Eco-Emballages e.a.,C‑313/15 en C‑530/15, EU:C:2016:859, punt 29).
19 Uit de bewoordingen zelf van artikel 3, punt 1, derde alinea, onder i), blijkt dat de drie negatieve criteria die daarin worden opgesomd, cumulatief zijn. Bijgevolg worden enkel artikelen die weliswaar aan de positieve definitie van verpakkingsmateriaal beantwoorden maar tegelijkertijd aan elk van deze drie criteria voldoen, niet aangemerkt als verpakkingsmateriaal in de zin van richtlijn 94/62 (arrest van 10 november 2016, Eco-Emballages e.a.,C‑313/15 en C‑530/15, EU:C:2016:859, punt 30).
20 In de derde plaats worden de componenten van een verpakking en de bijbehorende in de verpakking verwerkte elementen overeenkomstig artikel 3, punt 1, derde alinea, onder iii), van richtlijn 94/62 beschouwd als deel van de verpakking waarin ze verwerkt zijn. De bijbehorende elementen die aan een product hangen of bevestigd zijn en die een verpakkingsfunctie hebben, worden als verpakking beschouwd, tenzij zij integraal deel uitmaken van dit product en alle elementen bedoeld zijn om samen verbruikt of verwijderd te worden.
21 In dit verband vermeldt bijlage I bij deze richtlijn, met daarin „[v]oorbeelden ter illustratie van de in artikel 3, lid 1, bedoelde criteria”), onder het opschrift „Voorbeelden ter illustratie van criterium iii)”, dat labels die aan het product hangen of eraan bevestigd zijn, als verpakking worden beschouwd.
22 In casu vraagt de verwijzende rechter zich af of uit deze bijlage volgt dat elk label dat aan een product hangt of eraan bevestigd is, noodzakelijkerwijs een verpakking in de zin van richtlijn 94/62 vormt, dan wel of deze kwalificatie moet worden beoordeeld in het licht van de definitie en de drie criteria van artikel 3 van deze richtlijn. In het laatste geval vormen die labels alleen een verpakking indien zij bestemd zijn voor het insluiten, beschermen, verladen, afleveren en aanbieden van goederen over het gehele traject van producent tot gebruiker of consument, tenzij zij integraal deel uitmaken van dit product en alle elementen bedoeld zijn om samen verbruikt of verwijderd te worden.
23 Hoewel uit de bewoordingen van bijlage I bij richtlijn 94/62 blijkt dat de labels die aan het product hangen of eraan bevestigd zijn een verpakking vormen, moet worden vastgesteld dat het in deze bijlage gegeven voorbeeld betrekking heeft op het criterium van artikel 3, punt 1, derde alinea, onder iii), van deze richtlijn. Overeenkomstig de tweede volzin van die bepaling worden de bijbehorende elementen die aan een product hangen of bevestigd zijn en die een verpakkingsfunctie hebben, als verpakking beschouwd, tenzij zij integraal deel uitmaken van dit product en alle elementen bedoeld zijn om samen verbruikt of verwijderd te worden.
24 Uit artikel 3, punt 1, derde alinea, onder iii), van richtlijn 94/62 volgt derhalve dat de bij wijze van voorbeeld in bijlage I bij die richtlijn genoemde labels als „verpakking” kunnen worden beschouwd indien zij bijbehorende elementen met een verpakkingsfunctie vormen, tenzij zij integraal deel uitmaken van dit product en alle elementen bedoeld zijn om samen verbruikt of verwijderd te worden. Deze uitlegging vindt steun in de bewoordingen van artikel 3, punt 1, derde alinea, van deze richtlijn, volgens welke een artikel – om als „verpakking” te kunnen worden aangemerkt – „verder” moet zijn gebaseerd op de in de laatstgenoemde alinea uiteengezette criteria.
25 Derhalve moet worden vastgesteld dat niet kan worden geoordeeld dat niet aan de in artikel 3, punt 1, eerste alinea, van richtlijn 94/62 vastgestelde criteria voor de definitie van het begrip „verpakking” hoeft te worden voldaan op de enkele grond dat een label rechtstreeks aan groente of een stuk fruit wordt gehangen of bevestigd.
26 Hoewel de opsomming van de in artikel 3, punt 1, eerste alinea, van richtlijn 94/62 genoemde mogelijke functies van een verpakking niet cumulatief is, is zij daarentegen wel uitputtend, zodat een label dat rechtstreeks op groente of fruit wordt aangebracht ten minste aan een van deze drie functies moet voldoen om een verpakking te vormen.
27 De Franse regering betoogt in dit verband dat de rechtstreeks op groente en fruit aangebrachte labels uiteenlopende kenmerken lijken te vertonen en aan zeer uiteenlopende doelstellingen lijken te beantwoorden. Meestal gaat het om kleine labels die slechts een miniem deel van het oppervlak van het desbetreffende stuk groente of fruit bedekken. Niettemin kunnen sommige labels deze groente of dit fruit op een significantere manier in- of omsluiten. Bovendien kunnen sommige labels – terwijl andere labels het logo of de naam van een handelsmerk blijken te vermelden – bepaalde informatie over de kenmerken van die groenten en dat fruit, of zelfs een streepjescode of een numerieke identificatiecode bevatten.
28 Onder voorbehoud van de door de verwijzende rechter te verrichten verificaties blijkt om te beginnen dat de rechtstreeks op groente en fruit aangebrachte labels dikwijls kleiner zijn dan de groenten en het fruit zelf, en dus in beginsel niet zijn bedoeld om ze in te sluiten en te beschermen.
29 Voorts lijken deze labels om dezelfde redenen in geen geval bedoeld te zijn om die groente en dat fruit te kunnen verladen en af te leveren op de plaats van verbruik.
30 Ten slotte, ook al kan niet worden uitgesloten dat bepaalde labels rechtstreeks op groente en fruit worden aangebracht om deze te kunnen aanbieden, blijkt uit het dossier waarover het Hof beschikt evenmin dat die labels in elk geval voor dat doel zijn bestemd.
31 Derhalve moet worden geoordeeld dat de verwijzing in bijlage I bij richtlijn 94/62 naar „labels die aan het product hangen of eraan bevestigd zijn”, bij wijze van voorbeeld van het criterium als bedoeld in artikel 3, punt 1, derde alinea, onder iii), van deze richtlijn, niet aldus kan worden uitgelegd dat zij inhoudt dat alle rechtstreeks op groente en fruit aangebrachte labels systematisch als verpakkingsmateriaal in de zin van die richtlijn moeten worden aangemerkt.
32 In dit verband dient overigens te worden opgemerkt dat uit het dossier waarover het Hof beschikt naar voren komt dat de rapporteur public [van de Conseil d’État] – in zijn conclusie met betrekking tot het hoofdgeding – heeft gemeend dat „een rechtstreeks op groente of fruit aangebracht label geen van de functies vervult” die in artikel 3, punt 1, eerste alinea, van richtlijn 94/62 worden opgesomd.
33 Bovendien impliceert de ruime uitlegging van het begrip „verpakking” niet dat aan bijlage I bij richtlijn 94/62 een uitlegging moet worden gegeven die in strijd is met de bewoordingen van artikel 3, punt 1, derde alinea, onder iii), van deze richtlijn.
34 Het is aan de verwijzende rechter om uiteindelijk, met name in het licht van de overwegingen in de punten 23 tot en met 30 van het onderhavige arrest en op basis van alle beschikbare relevante gegevens, te beoordelen of rechtstreeks op groente of fruit aangebrachte labels ten minste een van de drie in artikel 3, punt 1, eerste alinea, van richtlijn 94/62 omschreven verpakkingsfuncties vervullen en tot een van de drie in artikel 3, punt 1, tweede alinea, onder a) tot en met c), van die richtlijn opgesomde categorieën van verpakkingen behoren.
35 Gelet op een en ander moet op de gestelde vraag worden geantwoord dat artikel 3, punt 1, derde alinea, onder iii), van richtlijn 94/62 en bijlage I daarbij aldus moeten worden uitgelegd dat rechtstreeks op groente en fruit aangebrachte labels niet hoe dan ook verpakkingen vormen in de zin van die richtlijn. Dergelijke labels kunnen alleen als verpakkingen worden beschouwd voor zover zij een van de drie verpakkingsfuncties vervullen zoals omschreven in artikel 3, punt 1, eerste alinea, van richtlijn 94/62, en tot een van de drie categorieën verpakkingen behoren zoals opgesomd en omschreven in artikel 3, punt 1, tweede alinea, onder a) tot en met c), van die richtlijn.
Kosten
36 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof (Negende kamer) verklaart voor recht:
Artikel 3, punt 1, derde alinea, onder iii), van richtlijn 94/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 1994 betreffende verpakking en verpakkingsafval, zoals gewijzigd door richtlijn (EU) 2018/852 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018, en bijlage I bij richtlijn 94/62, zoals gewijzigd,
moeten aldus worden uitgelegd dat
rechtstreeks op groente en fruit aangebrachte labels niet hoe dan ook verpakkingen vormen in de zin van die richtlijn. Dergelijke labels kunnen alleen als verpakkingen worden beschouwd voor zover zij een van de drie verpakkingsfuncties vervullen zoals omschreven in artikel 3, punt 1, eerste alinea, van richtlijn 94/62, en tot een van de drie categorieën verpakkingen behoren zoals opgesomd en omschreven in artikel 3, punt 1, tweede alinea, onder a) tot en met c), van richtlijn 94/62, zoals gewijzigd.
ondertekeningen
( *1 ) Procestaal: Frans.