HvJ EU 6 maart 2025, C-620/23, ECLI:EU:C:2025:160
Tekst
ARREST VAN HET HOF (Achtste kamer)
6 maart 2025 ( *1 )
„Prejudiciële verwijzing – Eigen middelen van de Europese Unie – Bescherming van de financiële belangen van de Unie – Verordening (EU) nr. 1299/2013 – Specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling ‚Europese territoriale samenwerking’ – Artikel 27 – Terugvordering bij de eerstverantwoordelijke begunstigde van ten gevolge van een onregelmatigheid betaalde bedragen – Uitvoeringsverordening (EU) nr. 447/2014 – Instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) – Nadere bepalingen voor de uitvoering – Artikelen 40 en 46 – Financiële correctie in geval van een onregelmatigheid – Besluit tot toepassing van een financiële correctie dat is gericht tot een andere begunstigde dan de eerstverantwoordelijke begunstigde – Recht van de eerstverantwoordelijke begunstigde om deel te nemen aan bestuurlijke en gerechtelijke procedures met betrekking tot dit besluit – Artikelen 41 en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie”
In zaak C‑620/23,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Administrativen sad Sofia-oblast (bestuursrechter in eerste aanleg Sofia-oblast, Bulgarije) bij beslissing van 21 september 2023, ingekomen bij het Hof op 6 oktober 2023, in de procedure
„NOV ZHIVOT 1919” NCh
tegen
Rakovoditel na Upravlyavashtia organ na programata za transgranichno satrudnichestvo INTERREG-IPP,
wijst
HET HOF (Achtste kamer),
samengesteld als volgt: N. Jääskinen, president van de Negende kamer, waarnemend voor de president van de Achtste kamer, M. Gavalec (rapporteur) en J. Passer, rechters,
advocaat-generaal: T. Ćapeta,
griffier: A. Calot Escobar,
gezien de stukken,
gelet op de opmerkingen van:
– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door D. Drambozova, C. Ehrbar en J. Hradil als gemachtigden,
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Arrest
1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van, ten eerste, artikel 40 van uitvoeringsverordening (EU) nr. 447/2014 van de Commissie van 2 mei 2014 betreffende nadere bepalingen voor de uitvoering van verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II) (PB 2014, L 132, blz. 32) en, ten tweede, de artikelen 41 en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen „NOV ZHIVOT 1919” en de Rakovoditel na Upravlyavashtia organ na programata za transgranichno satrudnichestvo INTERREG-IPP (hoofd van de managementautoriteit van het programma voor grensoverschrijdende samenwerking INTERREG IPP, Bulgarije; hierna: „managementautoriteit”) over een besluit waarbij deze autoriteit heeft besloten een financiële correctie toe te passen naar aanleiding van een onregelmatigheid die is vastgesteld bij de uitvoering van een uit Europese middelen gefinancierd project.
Toepasselijke bepalingen
Unierecht
Verordening nr. 1299/2013
3 Artikel 27 van verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling „Europese territoriale samenwerking” (PB 2013, L 347, blz. 259, met rectificatie in PB 2016, L 330, blz. 8) heeft als opschrift „Vastleggingen, betalingen en terugvorderingen” en bepaalt: „[...] 2. De managementautoriteit zorgt ervoor dat elk bedrag dat als gevolg van een onregelmatigheid wordt betaald, wordt teruggevorderd van de eerstverantwoordelijke of de enige begunstigde. De begunstigden betalen onverschuldigd betaalde bedragen terug aan de eerstverantwoordelijke begunstigde. 3. Als de eerstverantwoordelijke begunstigde er niet in slaagt terugbetaling van andere begunstigden te verkrijgen of als de managementautoriteit er niet in slaagt terugbetaling van de eerstverantwoordelijke of de enige begunstigde te verkrijgen, betaalt de lidstaat of het derde land op wiens grondgebied de betrokken begunstigde gevestigd is of, in het geval van een [Europese groepering voor territoriale samenwerking], geregistreerd is, onverschuldigd aan die begunstigde betaalde bedragen terug aan de managementautoriteit. De managementautoriteit is verantwoordelijk voor de terugbetaling van de desbetreffende bedragen aan de algemene begroting van de Unie overeenkomstig de verdeling van de aansprakelijkheden onder de deelnemende lidstaten, zoals vastgesteld in het samenwerkingsprogramma.”
Verordening nr. 1303/2013
4 Overweging 65 van verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad (PB 2013, L 347, blz. 320, met rectificatie in PB 2016, L 200, blz. 140) luidt als volgt: „De lidstaten moeten passende maatregelen nemen om een goede opzet en werking van hun beheers- en controlesystemen te waarborgen en zo te garanderen dat er een legaal en regelmatig gebruik van de [Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen)] wordt gemaakt. [...]”
5 Artikel 2, punt 36, van die verordening bepaalt: „Voor de toepassing van deze verordening zijn de volgende definities van toepassing: [...] 36) ‚onregelmatigheid’: elke inbreuk op het Unierecht of op het nationale recht betreffende de toepassing daarvan, als gevolg van een handeling of nalatigheid van een bij de uitvoering van de ESI-fondsen betrokken economisch subject waarbij de begroting van de Unie door een onverschuldigde uitgave wordt of zou kunnen worden benadeeld.”
6 In artikel 143 („Financiële correcties door de lidstaten”) van die verordening is bepaald: „1. De lidstaten zijn in eerste instantie verantwoordelijk voor het onderzoeken van onregelmatigheden, voor het toepassen van de vereiste financiële correcties en voor het doen van terugvorderingen. Bij een systemische onregelmatigheid breidt de lidstaat zijn onderzoek uit tot alle concrete acties die daarbij betrokken kunnen zijn. 2. De lidstaten passen de financiële correcties toe die noodzakelijk zijn in verband met individuele of systemische onregelmatigheden die bij concrete acties of operationele programma’s zijn geconstateerd. Financiële correcties bestaan in een volledige of gedeeltelijke intrekking van de overheidsbijdrage aan een concrete actie of operationeel programma. De lidstaten houden rekening met de aard en de ernst van de onregelmatigheden en met het financiële verlies voor de Fondsen of het [Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV)] en passen een evenredige correctie toe. Financiële correcties worden opgenomen in de rekeningen voor het boekjaar waarin tot de intrekking wordt besloten. [...]”
Uitvoeringsverordening nr. 447/2014
7 Artikel 6 („Financieringsbesluiten en financieringsovereenkomsten”) van uitvoeringsverordening nr. 447/2014 bepaalt het volgende: „[...] 3. In financieringsovereenkomsten wordt meer in detail bepaald hoe de [steun uit hoofde van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II)] wordt beheerd, met inbegrip van de geldende wijzen van uitvoering, de omvang van de steun, termijnen voor de tenuitvoerlegging en regels betreffende de subsidiabiliteit van de uitgaven. [...] 4. Financieringsovereenkomsten voor de programma’s voor grensoverschrijdende samenwerking bedoeld in titel VI, hoofdstuk II, kunnen ook worden ondertekend door de lidstaat waar de beheersautoriteit van het desbetreffende programma is gevestigd. [...]”
8 Titel VI van deze uitvoeringsverordening, met als opschrift „Grensoverschrijdende samenwerking”, bevat een hoofdstuk II met het opschrift „Grensoverschrijdende samenwerking tussen lidstaten en IPA II-begunstigden”, waarvan artikel 33 van die uitvoeringsverordening deel uitmaakt, en dat als volgt luidt: „1. Wat betreft de lidstaat of lidstaten die deelnemen aan een programma voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van dit hoofdstuk, in het bijzonder de lidstaat op het grondgebied waarvan de beheersautoriteit is gevestigd, gelden de regels van verordening [nr. 1303/2013] en verordening [nr. 1299/2013] die van toepassing zijn op de doelstelling ‚Europese territoriale samenwerking’, als beschreven in dit hoofdstuk. Indien die regels verwijzen naar de [ESI-fondsen] als omschreven in artikel 1 van verordening [nr. 1303/2013], gelden deze voor de toepassing van dit hoofdstuk ook voor IPA II-steun. 2. Wat betreft de IPA II-begunstigden die deelnemen aan een programma voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van dit hoofdstuk, gelden de regels die van toepassing zijn op de Europese territoriale samenwerking, als beschreven in dit hoofdstuk, onverminderd met redenen omklede afwijkingen in de betreffende financieringsovereenkomst.”
9 Artikel 40 („Begunstigden”) van die uitvoeringsverordening bepaalt: „1. Als er voor een actie in een programma voor grensoverschrijdende samenwerking twee of meer begunstigden zijn, wordt een van hen door de gezamenlijke begunstigden aangewezen als eerstverantwoordelijke begunstigde. 2. De eerstverantwoordelijke begunstigde voert de volgende taken uit: a) hij legt de regelingen met de andere begunstigden vast in een overeenkomst waarin onder meer bepalingen zijn opgenomen die een goed financieel beheer van de aan de actie toegewezen middelen garanderen, met inbegrip van regelingen voor de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen; b) hij zorgt ervoor dat de actie volledig wordt uitgevoerd; c) hij ziet erop toe dat de door alle begunstigden gedeclareerde uitgaven zijn gedaan ten behoeve van de uitvoering van de actie en overeenkomen met de tussen alle begunstigden overeengekomen activiteiten, en in overeenstemming met het in lid 6 bedoelde document dat door de beheersautoriteit moet worden verstrekt; d) hij zorgt ervoor dat de door andere begunstigden gedeclareerde uitgaven gecontroleerd zijn door (een) controleur(s) als deze verificatie niet wordt verricht door de beheersautoriteit krachtens artikel 23, lid 1, van verordening [nr. 1299/2013]. 3. Tenzij anders is bepaald in de regelingen bedoeld in lid 2, onder a), ziet de eerstverantwoordelijke begunstigde erop toe dat de andere begunstigden het totale bedrag van de overheidssteun zo spoedig mogelijk en volledig ontvangen. Er mogen geen bedragen in mindering worden gebracht of worden ingehouden, noch specifieke heffingen of andere heffingen met gelijke werking worden toegepast waardoor die bedragen voor de andere begunstigden worden verminderd. 4. Eerstverantwoordelijke of enige begunstigden moeten zijn gevestigd in een deelnemend land. 5. In afwijking van het bepaalde in artikel 39, lid 2, van deze verordening kan een Europese groepering voor territoriale samenwerking die is opgezet in overeenstemming met verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad [van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS) (PB 2006, L 210, blz. 19)], of een andere rechtspersoon die is opgericht naar het recht van een van de deelnemende landen, zich kandidaat stellen als enige begunstigde voor een operatie, mits deze is opgericht door overheden en organisaties uit ten minste twee deelnemende landen. 6. De beheersautoriteit verstrekt de eerstverantwoordelijke of enige begunstigde voor elke actie een document waarin de voorwaarden voor steun voor de actie zijn vermeld, met inbegrip van de specifieke vereisten betreffende de producten of diensten die in het kader van de actie moeten worden geleverd, het financieringsplan en de uitvoeringstermijn.”
10 Artikel 46 van uitvoeringsverordening nr. 447/2014, met als opschrift „Financieel beheer, doorhaling, onderzoek en goedkeuring van de rekeningen, sluiting en financiële correcties”, bepaalt in lid 6: „De artikelen 85, 122, lid 2, en 143 tot en met 147 van verordening [nr. 1303/2013] betreffende financiële correcties en terugvorderingen zijn van toepassing. Artikel 27, leden 2 en 3, van verordening [nr. 1299/2013] zijn eveneens van toepassing.”
Verordening 2018/1046
11 Artikel 61 („Belangenconflict”) van verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB 2018, L 193, blz. 1) luidde als volgt: „1. Financiële actoren in de zin van hoofdstuk 4 van deze titel en andere personen, daaronder begrepen nationale autoriteiten op alle niveaus, die bij de uitvoering van de begroting onder direct, indirect en gedeeld beheer, met inbegrip van voorbereidende handelingen op dit gebied, de audit of de controle betrokken zijn, verrichten geen handelingen waarbij hun eigen belangen in conflict kunnen komen met die van de Unie. Zij nemen ook passende maatregelen om te voorkomen dat een belangenconflict ontstaat in de functies onder hun verantwoordelijkheid en om situaties te verhelpen die objectief als belangenconflict kunnen worden beschouwd. 2. Indien er een risico bestaat op een belangenconflict waarbij een personeelslid van een nationale autoriteit betrokken is, brengt de betrokken persoon deze zaak ter kennis van zijn hiërarchieke meerdere. Indien een dergelijk risico bestaat voor aan het statuut onderworpen personeel brengt de betrokken persoon deze zaak ter kennis van de bevoegde gedelegeerde ordonnateur. De bevoegde hiërarchieke meerdere of de verantwoordelijk gedelegeerde ordonnateur bevestigt schriftelijk of er sprake is van een belangenconflict. Indien een belangenconflict wordt vastgesteld, zorgt het tot aanstelling bevoegde gezag of de bevoegde nationale autoriteit ervoor dat de betrokken persoon al zijn activiteiten in verband met de zaak beëindigt. De betrokken gedelegeerde ordonnateur of de betrokken nationale autoriteit zorgt ervoor dat de nodige verdere maatregelen worden genomen in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving. 3. Voor de toepassing van lid 1 doet een belangenconflict zich voor wanneer de onpartijdige en objectieve uitoefening van de functies van de in lid 1 bedoelde financiële actor of andere persoon in gevaar wordt gebracht als gevolg van familiebanden, persoonlijke relaties, politieke gezindheid of nationaliteit, economische belangen of elk ander direct of indirect persoonlijk belang.”
Bulgaars recht
12 Artikel 70 van de Zakon za upravlenie na sredstvata ot evropeyskite fondove pri spodeleno upravlenie (wet betreffende het beheer van middelen uit de Europese fondsen onder gedeeld beheer, DV nr. 101 van 22 december 2015), in de op het hoofdgeding toepasselijke versie, bepaalt in lid 1: „De financiële steun uit de middelen uit de Europese fondsen onder gedeeld beheer kan geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken middels een financiële correctie op de volgende gronden: 1. wanneer er met betrekking tot de begunstigde sprake is van een belangenconflict in de zin van artikel 61 van verordening [2018/1046]; [...]”
13 Artikel 73, lid 1, van deze wet luidt als volgt: „De financiële correctie wordt, wat de grondslag en het bedrag ervan betreft, vastgesteld bij een met redenen omkleed besluit van het hoofd van de managementautoriteit die het project heeft goedgekeurd.”
Hoofdgeding en prejudiciële vragen
14 De managementautoriteit heeft op 4 november 2020 een subsidieovereenkomst gesloten met de Opština Babušnica (gemeente Babušnica, Servië), die daarbij als hoofdpartner werd aangewezen. Deze overeenkomst had betrekking op de toekenning van een subsidie door de managementautoriteit met het oog op de uitvoering van het project „grensoverschrijdend cultureel netwerk voor een gemeenschappelijke toekomst”, dat werd gefinancierd op grond van het programma voor grensoverschrijdende samenwerking INTERREG IPA Bulgarije-Servië 2014‑2020, in het kader van IPA II.
15 De gemeente Babušnica heeft als hoofdpartner en overeenkomstig artikel 1 van die overeenkomst de financiering in kwestie ontvangen en de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van dit project op zich genomen. In dit verband was zij jegens de managementautoriteit aansprakelijk voor alle onregelmatigheden, met inbegrip van die welke door de partners zijn begaan, en voor de terugbetaling van alle aan die autoriteit verschuldigde bedragen in geval van een onregelmatigheid.
16 NOV ZHIVOT 1919 is een partner in het kader van dat project.
17 Op 27 april 2021 heeft NOV ZHIVOT 1919 in het kader van de uitvoering van dit project een dienstenovereenkomst gesloten met de dienstverlener „Tsentar za profesionalno obuchenie i orientirane” EOOD.
18 Naar aanleiding van een melding van een vermoede onregelmatigheid heeft de managementautoriteit vastgesteld dat er sprake was van een belangenconflict in de zin van artikel 61 van verordening 2018/1046, tussen een persoon die door NOV ZHIVOT 1919 was aangesteld als coördinator van het project in kwestie en een persoon die aan die dienstverlener verbonden was.
19 Aangezien dit belangenconflict door de managementautoriteit is aangemerkt als een „onregelmatigheid” in de zin van artikel 2, punt 36, van verordening nr. 1303/2013, heeft het hoofd van deze autoriteit bij besluit van 20 april 2023 (hierna: „besluit van 20 april 2023 tot vaststelling van een financiële correctie”) ten aanzien van NOV ZHIVOT 1919 een financiële correctie vastgesteld ten belope van 100 % van de subsidiabele uitgaven die op grond van de in punt 17 van het onderhavige arrest genoemde dienstenovereenkomst uit ESI-fondsen waren gefinancierd.
20 NOV ZHIVOT 1919 heeft tegen dat besluit beroep ingesteld bij de Administrativen sad Sofia-oblast (bestuursrechter in eerste aanleg Sofia‑oblast, Bulgarije), de verwijzende rechter, en heeft betwist dat er sprake is van een belangenconflict.
21 Deze rechter merkt op dat de betrokken managementautoriteit volgens de nationale rechtspraak bevoegd is om, zoals in casu is gebeurd, vast te stellen dat een op het grondgebied van de Republiek Bulgarije gevestigde begunstigde een onregelmatigheid heeft begaan en daarom een financiële correctie vast te stellen. Deze bevoegdheid strekt zich uit tot zowel onregelmatigheden die zijn begaan door een eerstverantwoordelijke begunstigde of een hoofdpartner, als onregelmatigheden die zijn begaan door een andere begunstigde of partner dan die eerstverantwoordelijke begunstigde of hoofdpartner. Deze bevoegdheid is evenwel territoriaal beperkt, aangezien degene die de onregelmatigheid heeft begaan, op het grondgebied van de Republiek Bulgarije moet zijn gevestigd.
22 In dit verband merkt de verwijzende rechter op dat in het bij hem aanhangige geding de hoofdpartner, aan wie het besluit van 20 april 2023 tot vaststelling van een financiële correctie niet is gericht, niet heeft deelgenomen aan de bestuurlijke procedure tot vaststelling van die financiële correctie noch aan de gerechtelijke procedure tot nietigverklaring van die financiële correctie, omdat hij op het grondgebied van de Republiek Servië is gevestigd.
23 Aangezien deze hoofdpartner de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het gehele betrokken project op zich heeft genomen, en dus ook voor eventuele onregelmatigheden van de kant van de partners bij de in punt 14 van het onderhavige arrest genoemde subsidieovereenkomst, wordt hij rechtstreeks geraakt door het besluit van 20 april 2023 tot vaststelling van een financiële correctie. Voor de beslechting van dit geding moet dus worden vastgesteld of die hoofdpartner de adressaat van dat besluit had moeten zijn en, zo ja, of hem het recht had moeten worden gewaarborgd om deel te nemen aan de bestuurlijke procedure die tot de vaststelling van dat besluit heeft geleid en aan de gerechtelijke procedure tot nietigverklaring van dit besluit.
24 In die omstandigheden heeft de Administrativen sad Sofia-oblast de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vragen: „1) Staat artikel 40 van uitvoeringsverordening [nr. 447/2014] in geval van grensoverschrijdende samenwerking tussen een lidstaat en een begunstigde van het instrument voor pretoetredingssteun voor de periode 2014 tot en met 2020 (IPA II), zoals aan de orde is in het hoofdgeding, eraan in de weg dat een financiële correctie wordt opgelegd aan een marktdeelnemer die de inbreuk in de vorm van een onregelmatigheid zou hebben begaan maar niet de eerstverantwoordelijke begunstigde is en derhalve niet degene is die de verantwoordelijkheid draagt voor de uitvoering van de gehele betrokken actie? 2) Indien de eerste vraag bevestigend wordt beantwoord, waarborgen in een dergelijk geval van grensoverschrijdende samenwerking de artikelen 41 en 47 van het [Handvest van de grondrechten] het recht van de eerstverantwoordelijke begunstigde om deel te nemen aan de procedure tot vaststelling van een financiële correctie en aan de gerechtelijke beroepsprocedure tegen de betreffende bestuurlijke handeling, ongeacht diens plaats van vestiging, jegens de autoriteit die volgens het betrokken programma voor grensoverschrijdende samenwerking verantwoordelijk is voor de toepassing van de financiële correctie, en laten de genoemde bepalingen toe dat er beperkingen worden gesteld aan deze mogelijkheden tot deelname aan de procedure, zoals de beperkingen die in het hoofdgeding voortvloeien uit de nationale rechtspraak?”
Beantwoording van de prejudiciële vragen
Eerste vraag
25 Vooraf zij opgemerkt dat de verwijzende rechter in zijn eerste vraag uitdrukkelijk heeft verwezen naar artikel 40 van uitvoeringsverordening nr. 447/2014. Dit artikel is opgenomen in hoofdstuk II, met als opschrift „Grensoverschrijdende samenwerking tussen lidstaten en IPA II-begunstigden”, van titel VI („Grensoverschrijdende samenwerking”) van deze uitvoeringsverordening. Dit hoofdstuk bevat artikel 46 van die uitvoeringsverordening, met als opschrift „Financieel beheer, doorhaling, onderzoek en goedkeuring van de rekeningen, sluiting en financiële correcties”, dat in lid 6, tweede zin, met name bepaalt dat artikel 27, lid 2, van verordening nr. 1299/2013 eveneens van toepassing is.
26 Met zijn eerste vraag wenst de verwijzende rechter dus in essentie te vernemen of artikel 40 en artikel 46, lid 6, van uitvoeringsverordening nr. 447/2014, gelezen in samenhang met artikel 27, lid 2, van verordening nr. 1299/2013, aldus moeten worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat een managementautoriteit die is gevestigd in een lidstaat die deelneemt aan een programma voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van IPA II, een besluit tot vaststelling van een financiële correctie uitsluitend richt tot de marktdeelnemer die een onregelmatigheid in de zin van artikel 2, punt 36, van verordening nr. 1303/2013 heeft begaan, terwijl er in het kader van dat programma een eerstverantwoordelijke begunstigde is aangewezen die verantwoordelijk is voor de volledige uitvoering van de betrokken concrete actie, en dus ook voor de terugbetaling van onverschuldigd betaalde bedragen, maar niet in die lidstaat is gevestigd.
27 Vooraf zij eraan herinnerd dat artikel 2, punt 36, van verordening nr. 1303/2013 het begrip „onregelmatigheid” in de zin van die bepaling definieert als „elke inbreuk op het Unierecht of op het nationale recht betreffende de toepassing daarvan, als gevolg van een handeling of nalatigheid van een bij de uitvoering van de ESI-fondsen betrokken economisch subject waarbij de begroting van de Unie door een onverschuldigde uitgave wordt of zou kunnen worden benadeeld”.
28 Daarnaast bepaalt artikel 143, lid 1, van deze verordening – dat van toepassing is overeenkomstig artikel 46, lid 6, eerste zin, van uitvoeringsverordening nr. 447/2014 – met name dat de lidstaten in eerste instantie verantwoordelijk zijn voor het onderzoeken van onregelmatigheden, voor het toepassen van de vereiste financiële correcties en voor het doen van terugvorderingen. Daartoe passen de lidstaten overeenkomstig lid 2 van dit artikel 143 de financiële correcties toe die noodzakelijk zijn in verband met individuele of systematische onregelmatigheden die bij concrete acties of operationele programma’s zijn geconstateerd.
29 Geen enkele bepaling van verordening nr. 1303/2013 bevat echter regels inzake het bepalen van de adressaten van een handeling tot vaststelling van een financiële correctie.
30 In dat verband zij tevens eraan herinnerd dat de verplichting om een door een onregelmatige praktijk ten onrechte verkregen voordeel terug te betalen geen sanctie vormt, maar het loutere gevolg is van de vaststelling dat niet is voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor het uit de Unieregeling voortvloeiende voordeel, zodat het ontvangen voordeel niet verschuldigd was (arrest van 1 oktober 2020, Elme Messer Metalurgs,C‑743/18, EU:C:2020:767, punt 64 en aldaar aangehaalde rechtspraak).
31 Hieruit volgt dat een door een onregelmatigheid in de zin van artikel 2, punt 36, van verordening nr. 1303/2013 ten onrechte verkregen voordeel niet noodzakelijkerwijs hoeft te worden teruggevorderd van de instantie die een dergelijke onregelmatigheid heeft begaan.
32 Bovendien bepaalt artikel 40 („Begunstigden”), lid 1, van uitvoeringsverordening nr. 447/2014 dat als er voor een actie in een programma voor grensoverschrijdende samenwerking twee of meer begunstigden zijn, een van hen door de gezamenlijke begunstigden wordt aangewezen als eerstverantwoordelijke begunstigde. Volgens artikel 40, lid 2, onder b), van die verordening zorgt deze laatste ervoor dat de actie volledig wordt uitgevoerd. Daarnaast ziet hij er overeenkomstig artikel 40, lid 2, onder c), van deze verordening op toe dat de door alle begunstigden gedeclareerde uitgaven zijn gedaan ten behoeve van de uitvoering van de concrete actie en overeenkomen met de tussen alle begunstigden overeengekomen activiteiten, alsmede in overeenstemming zijn met de voorwaarden in het document dat door de managementautoriteit is verstrekt overeenkomstig artikel 40, lid 6, van uitvoeringsverordening nr. 447/2014.
33 Krachtens die laatste bepaling verstrekt de managementautoriteit aan de eerstverantwoordelijke begunstigde of aan de enige begunstigde van elke concrete actie, voor zover die actie voldoet aan de voorwaarden van artikel 40, lid 5, van deze uitvoeringsverordening, een document waarin de voorwaarden voor steun voor de concrete actie zijn vermeld, met inbegrip van de specifieke vereisten betreffende de producten of diensten die moeten worden geleverd, het financieringsplan en de uitvoeringstermijn.
34 Hieruit volgt dat de eerstverantwoordelijke begunstigde, anders dan de andere begunstigden van de steun, een bijzondere band heeft met de managementautoriteit, waarvan hij de rechtstreekse gesprekspartner is.
35 Deze uitlegging wordt bevestigd door artikel 27, lid 2, van verordening nr. 1299/2013, dat bepaalt dat de managementautoriteit ervoor zorgt dat elk bedrag dat als gevolg van een onregelmatigheid wordt betaald, wordt teruggevorderd van de eerstverantwoordelijke begunstigde of de enige begunstigde, en dat de begunstigden onverschuldigd betaalde bedragen terugbetalen aan de eerstverantwoordelijke begunstigde.
36 Wanneer er overeenkomstig artikel 40 van uitvoeringsverordening nr. 447/2014 een eerstverantwoordelijke begunstigde is aangewezen, moet de managementautoriteit dus alle bedragen terugvorderen van de eerstverantwoordelijke begunstigde en niet van een andere begunstigde.
37 In casu blijkt uit het dossier waarover het Hof beschikt dat de gemeente Babušnica een subsidieovereenkomst heeft gesloten met de managementautoriteit, dat zij is aangewezen als hoofdpartner en dat zij in die hoedanigheid jegens de managementautoriteit aansprakelijk was voor alle onregelmatigheden en voor de terugbetaling van alle aan die autoriteit verschuldigde bedragen in geval van een onregelmatigheid, terwijl de onregelmatigheid in kwestie zou zijn begaan door NOV ZHIVOT 1919, een partner in het kader van het project „grensoverschrijdend cultureel netwerk voor een gemeenschappelijke toekomst”.
38 Gelet op de financiële aansprakelijkheid die op grond van artikel 27, lid 2, van verordening nr. 1299/2013 rust op de eerstverantwoordelijke begunstigde en die erin bestaat dat elk onverschuldigd betaald bedrag moet worden terugbetaald, en gelet op de hoedanigheid van een dergelijke begunstigde als rechtstreekse gesprekspartner van de betrokken managementautoriteit, moet worden vastgesteld dat een besluit tot vaststelling van een financiële correctie rechtstreeks tot de eerstverantwoordelijke begunstigde moet worden gericht wanneer dat besluit zijn belangen rechtstreeks raakt.
39 In dit verband kan de door de verwijzende rechter aangevoerde omstandigheid dat de managementautoriteit niet bevoegd is om een financiële correctie te richten tot de betrokken eerstverantwoordelijke begunstigde, te weten de gemeente Babušnica, niet afdoen aan deze verplichting.
40 Uit een en ander volgt dat op de eerste vraag moet worden geantwoord dat artikel 40 en artikel 46, lid 6, van uitvoeringsverordening nr. 447/2014, gelezen in samenhang met artikel 27, lid 2, van verordening nr. 1299/2013, aldus moeten worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat een managementautoriteit die is gevestigd in een lidstaat die deelneemt aan een programma voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van IPA II, een besluit tot vaststelling van een financiële correctie uitsluitend richt tot de marktdeelnemer die een onregelmatigheid in de zin van artikel 2, punt 36, van verordening nr. 1303/2013 heeft begaan, terwijl er in het kader van dat programma een eerstverantwoordelijke begunstigde is aangewezen die verantwoordelijk is voor de volledige uitvoering van de betrokken concrete actie, en dus ook voor de terugbetaling van onverschuldigd betaalde bedragen, maar niet in die lidstaat is gevestigd.
Tweede vraag
41 Gelet op het antwoord op de eerste vraag, hoeft de tweede vraag niet te worden beantwoord.
Kosten
42 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het Hof (Achtste kamer) verklaart voor recht:
Artikel 40 en artikel 46, lid 6, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 447/2014 van de Commissie van 2 mei 2014 betreffende nadere bepalingen voor de uitvoering van verordening (EU) nr. 231/2014 van het Europees Parlement en de Raad tot invoering van een instrument voor pretoetredingssteun (IPA II), gelezen in samenhang met artikel 27, lid 2, van verordening (EU) nr. 1299/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende specifieke bepalingen voor steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling ter verwezenlijking van de doelstelling „Europese territoriale samenwerking”,
moeten aldus worden uitgelegd dat
zij zich ertegen verzetten dat een managementautoriteit die is gevestigd in een lidstaat die deelneemt aan een programma voor grensoverschrijdende samenwerking in het kader van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA II), een besluit tot vaststelling van een financiële correctie uitsluitend richt tot de marktdeelnemer die een onregelmatigheid in de zin van artikel 2, punt 36, van verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad, heeft begaan, terwijl er in het kader van dat programma een eerstverantwoordelijke begunstigde is aangewezen die verantwoordelijk is voor de volledige uitvoering van de betrokken concrete actie, en dus ook voor de terugbetaling van onverschuldigd betaalde bedragen, maar niet in die lidstaat is gevestigd.
ondertekeningen
( *1 ) Procestaal: Bulgaars.