HvJ EU 16 maart 2023, C-127/21, ECLI:EU:C:2023:209
Tekst
ARREST VAN HET HOF (Derde kamer)
16 maart 2023 ( *1 )
„Hogere voorziening – Verordening (EG) nr. 139/2004 – Concentraties van ondernemingen – Markt voor luchtvervoer – Transactie die verenigbaar met de interne markt wordt verklaard – Door de partijen bij de concentratie aangegane verbintenissen – Besluit waarbij historische rechten worden toegekend – Begrip ‚passend gebruik’”
In zaak C‑127/21 P,
betreffende een hogere voorziening krachtens artikel 56 van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie, ingesteld op 26 februari 2021,
American Airlines Inc., gevestigd te Fort Worth (Verenigde Staten), vertegenwoordigd door J.‑P. Poitras, advocaat, J. Ruiz Calzado, abogado, en J. Wileur, advocaat,
rekwirante,
andere partijen in de procedure:
Europese Commissie, vertegenwoordigd door T. Franchoo, H. Leupold en L. Wildpanner als gemachtigden,
verweerster in eerste aanleg,
Delta Air Lines Inc., gevestigd te Wilmington (Verenigde Staten), vertegenwoordigd door C. Angeli, avocate, M. Demetriou, BL, en I. Giles, advocaat,
interveniënte in eerste aanleg,
wijst
HET HOF (Derde kamer),
samengesteld als volgt: K. Jürimäe, kamerpresident, M. Safjan, N. Piçarra, N. Jääskinen (rapporteur) en M. Gavalec, rechters,
advocaat-generaal: A. Rantos,
griffier: A. Calot Escobar,
gezien de stukken,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 14 juli 2022,
het navolgende
Arrest
1 Met haar hogere voorziening vordert American Airlines Inc. vernietiging van het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 16 december 2020, American Airlines/Commissie (T‑430/18, EU:T:2020:603; hierna: „bestreden arrest”), waarbij het Gerecht het door die onderneming ingestelde beroep tot nietigverklaring van besluit C(2018) 2788 final van de Commissie van 30 april 2018 tot toekenning van historische rechten aan Delta Air Lines (zaak M.6607 – US Airways/American Airlines) (hierna: „litigieus besluit”), heeft verworpen.
Toepasselijke bepalingen
2 Artikel 10 van verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad van 18 januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van „slots” op communautaire luchthavens (PB 1993, L 14, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 793/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 (PB 2004, L 138, blz. 50) (hierna: „verordening betreffende slots”), met als opschrift „Slotpool”, bepaalt in de leden 2 en 3: „2. Een reeks slots die aan een luchtvaartmaatschappij is toegewezen voor de exploitatie van een geregelde luchtdienst of een geplande niet-geregelde luchtdienst geeft die luchtvaartmaatschappij niet het recht op dezelfde reeks slots in de volgende overeenkomstige dienstregelingsperiode, wanneer de luchtvaartmaatschappij de coördinator niet overtuigend kan aantonen dat zij de slots, zoals vrijgegeven door de coördinator, in de dienstregelingsperiode waarvoor zij toegewezen zijn, voor ten minste 80 % van de tijd heeft geëxploiteerd. 3. Slots die vóór 31 januari aan een luchtvaartmaatschappij zijn toegewezen voor het volgende zomerseizoen of vóór 31 augustus voor het volgende winterseizoen, maar die vóór die data aan de coördinator worden teruggegeven om opnieuw te worden toegewezen, tellen niet mee voor de berekening van het gebruik.”
3 Overweging 30 van verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (PB 2004, L 24, blz. 1; hierna: „concentratieverordening”) is als volgt verwoord: „Indien de betrokken ondernemingen een aangemelde concentratie wijzigen, met name door het aanbieden van verbintenissen om de concentratie verenigbaar te maken met de gemeenschappelijke markt, moet de Commissie de gewijzigde concentratie verenigbaar kunnen verklaren met de gemeenschappelijke markt. Dergelijke verbintenissen dienen in verhouding te staan tot het mededingingsprobleem en dit probleem volledig weg te werken. Het is tevens dienstig vóór de inleiding van de procedure verbintenissen te aanvaarden, voor zover het mededingingsprobleem scherp is omlijnd en gemakkelijk kan worden verholpen. Er dient uitdrukkelijk te worden bepaald dat de Commissie aan haar beschikking voorwaarden en verplichtingen kan verbinden die moeten waarborgen dat de betrokken ondernemingen tijdig en doelmatig de verbintenissen nakomen die zij zijn aangegaan om de concentratie verenigbaar te maken met de gemeenschappelijke markt. Transparantie en daadwerkelijke raadpleging van zowel de lidstaten als belanghebbende derden dienen gedurende de gehele procedure te worden verzekerd.”
4 Artikel 20, lid 1 bis, van verordening (EG) nr. 802/2004 van de Commissie van 21 april 2004 tot uitvoering van de verordening nr. 139/2004 (PB 2004, L 133, blz. 1, met rectificatie in PB 2004, L 172, blz. 9), zoals gewijzigd bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 1269/2013 van de Commissie van 5 december 2013 (PB 2013, L 336, blz. 1) (hierna: „uitvoeringsverordening”), luidt: „Naast de vereisten van lid 1, dienen de betrokken ondernemingen, tegelijkertijd met het aanbieden van verbintenissen overeenkomstig artikel 6, lid 2, of artikel 8, lid 2, van [de concentratieverordening], één origineel in van de inlichtingen en documenten die op het in bijlage IV bij deze verordening opgenomen formulier RM betreffende corrigerende maatregelen (‚formulier RM’) worden verlangd, samen met het aantal afschriften dat de Commissie op gezette tijdstippen in het Publicatieblad van de Europese Unie vaststelt. De ingediende inlichtingen zijn correct en volledig.”
5 De punten 5, 7 en 9 van de mededeling van de Commissie betreffende op grond van verordening nr. 139/2004 en verordening nr. 802/2004 aanvaardbare corrigerende maatregelen (PB 2008, C 267, blz. 1; hierna: „mededeling van de Commissie betreffende corrigerende maatregelen”) zijn als volgt verwoord: „5. Wanneer een concentratie aanleiding geeft tot mededingingsbezwaren doordat zij een daadwerkelijke mededinging op significante wijze kan belemmeren, met name als het resultaat van het in leven roepen of het versterken van een machtspositie, kunnen de partijen trachten de concentratie zodanig te wijzigen dat de mededingingsbezwaren worden weggenomen, zodat hun concentratie kan worden goedgekeurd. Dergelijke aanpassingen kunnen volledig ten uitvoer worden gelegd nog voordat een goedkeuringsbeschikking wordt gegeven. Het is echter gebruikelijker dat de partijen verbintenissen aanbieden met de bedoeling de concentratie verenigbaar te maken met de gemeenschappelijke markt en dat deze verbintenissen na de goedkeuring van de concentratie ten uitvoer worden gelegd. […] 7. De Commissie dient na te gaan of de voorgestelde corrigerende maatregelen, wanneer zij eenmaal ten uitvoer zijn gelegd, de geconstateerde mededingingsbezwaren zouden wegnemen. Alleen de partijen beschikken over alle relevante informatie die voor een dergelijke beoordeling nodig is, met name wat betreft de haalbaarheid van de voorgestelde verbintenissen en de levensvatbaarheid en het concurrentievermogen van de voor afstoting voorgestelde activa. Daarom is het aan de partijen om alle […] beschikbare gegevens te verschaffen die de Commissie voor de beoordeling van de voorgestelde corrigerende maatregelen nodig heeft. Met het oog daarop verplicht de uitvoeringsverordening de aanmeldende partijen om, samen met de verbintenissen, zoals aangegeven op de bijlage bij de uitvoeringsverordening (‚formulier RM’), nadere informatie te verschaffen over de inhoud van de aangeboden verbintenissen, de voorwaarden voor de tenuitvoerlegging ervan, waaruit blijkt dat zij geschikt zijn om elke significante belemmering van een daadwerkelijke mededinging [weg te nemen]. Voor verbintenissen die uit het afstoten van een bedrijfsonderdeel bestaan, beschrijven de partijen met name in detail hoe het af te stoten bedrijfsonderdeel thans wordt geëxploiteerd. Deze gegevens moeten de Commissie in staat stellen de levensvatbaarheid, concurrentiekracht en verkoopbaarheid van het bedrijfsonderdeel te beoordelen door de bestaande bedrijfsvoering te vergelijken met de in het kader van de verbintenissen beoogde omvang. De Commissie kan de precieze vereisten aanpassen aan de informatie die in de betrokken zaak nodig is, en staat open voor overleg met de partijen over de omvang van de te verschaffen informatie vooraleer het formulier RM wordt ingediend. […] 9. Volgens de concentratieverordening is de Commissie alleen bevoegd verbintenissen te accepteren die als geschikt kunnen gelden om de concentratie verenigbaar met de gemeenschappelijke markt te maken, zodat daarmee een significante belemmering van een daadwerkelijke mededinging wordt voorkomen. De verbintenissen nemen de mededingingsbezwaren volledig weg en zijn in alle opzichten volledig en effectief. Voorts is het mogelijk dat verbintenissen op korte termijn effectief ten uitvoer worden gelegd, aangezien de mededingingsvoorwaarden op de markt pas gehandhaafd zullen zijn wanneer de verbintenissen volledig zijn nagekomen.”
Voorgeschiedenis van het geding en litigieus besluit
6 De voorgeschiedenis van het geding wordt beschreven in de punten 1 tot en met 69 van het bestreden arrest en kan ten behoeve van de onderhavige procedure als volgt worden samengevat.
Goedkeuringsbesluit
Administratieve procedure die heeft geleid tot het goedkeuringsbesluit
7 Op 18 juni 2013 hebben US Airways Group Inc. en AMR Corporation (hierna gezamenlijk: „fuserende ondernemingen”), de moedermaatschappij van American Airlines, bij de Europese Commissie hun voornemen tot fusie aangemeld.
8 De Commissie was van mening dat die transactie ernstige twijfels deed rijzen over de verenigbaarheid ervan met de interne markt met betrekking tot de route tussen de luchthavens London Heathrow (Verenigd Koninkrijk) (hierna: „LHR”) en Philadelphia International Airport (Verenigde Staten) (hierna: „PHL”) (hierna gezamenlijk: „luchthavenpaar”).
9 Teneinde tegemoet te komen aan de ernstige twijfels die de Commissie over de transactie had geuit, hebben de fuserende ondernemingen op 10 en 14 juli 2013 verbintenissen aangeboden. De Commissie heeft op 12 en 15 juli 2013 het eerste respectievelijk het tweede aanbod van verbintenissen verworpen en geëist dat in die verbintenissen historische rechten (grandfathering rights) „van het type zoals” aangeboden in zaak COMP/M.6447 – IAG/bmi (hierna: „zaak IAG/bmi”) werden opgenomen teneinde elke ernstige twijfel omtrent de concentratie weg te nemen. Op 16 juli 2013 hebben de fuserende ondernemingen een derde aanbod van verbintenissen gedaan, waarin met name historische rechten waren opgenomen.
10 Na verschillende besprekingen met de Commissie over met name de historische rechten hebben de fuserende ondernemingen op 25 juli 2013 hun aanbod van definitieve verbintenissen betreffende de slots aan de Commissie gedaan (hierna: „definitieve verbintenissen”). De punten 1.9 tot en met 1.11 van de definitieve verbintenissen waren in dezelfde bewoordingen geformuleerd als de punten 1.9 tot en met 1.11 van het aanbod van verbintenissen van 16 juli 2013.
11 Op 30 juli 2013 hebben de fuserende ondernemingen het formulier RM betreffende de definitieve verbintenissen aan de Commissie doen toekomen. In een dergelijk formulier, waarvan de inhoud is vermeld in bijlage IV bij de uitvoeringsverordening, dienen de ondernemingen aan te geven welke gegevens en documenten zij overleggen bij het aanbieden van verbintenissen overeenkomstig artikel 6, lid 2, van de concentratieverordening.
12 In dit verband hebben de fuserende ondernemingen in rubriek 1, punt 1.1, onder i), van het formulier RM betreffende de definitieve verbintenissen het volgende aangegeven: „De verbintenis inzake de slots berust in essentie op de praktijk die de Commissie in de meest recente zaken betreffende fusies van luchtvaartmaatschappijen, zoals [de zaak] IAG/bmi, heeft gehanteerd. Teneinde de corrigerende maatregel aantrekkelijker te maken, omvatten de aangeboden verbintenissen met name bepalingen inzake historische rechten op de slots die de [fuserende ondernemingen] vrijgeven zodra de nieuwkomer gedurende zes achtereenvolgende dienstregelingsperioden een dienst zonder tussenlanding op het luchthavenpaar heeft geëxploiteerd.”
13 In rubriek 3, met als opschrift „Afwijking van modelteksten”, van dat formulier werden de fuserende ondernemingen geacht aan te geven in welk opzicht de aangeboden verbintenissen afweken van de door de diensten van de Commissie bekendgemaakte en van tijd tot tijd herziene teksten met modelverbintenissen, en de redenen ervan toe te lichten. De fuserende ondernemingen hebben het volgende aangegeven: „De door de [fuserende ondernemingen] aangeboden verbintenissen wijken af van de door de diensten van de Commissie bekendgemaakte teksten met modelverbintenissen voor zover dat nodig is om tegemoet te komen aan de specifieke behoeften van een structurele corrigerende maatregel in de specifieke context van de luchtvaartsector. Zoals tijdens eerdere besprekingen is aangegeven, zijn de aangeboden verbintenissen gebaseerd op de door de Commissie in andere zaken van concentraties tussen luchtvaartmaatschappijen aanvaarde verbintenissen. Ze zijn met name grotendeels gebaseerd op de in [de zaak] IAG/bmi aangeboden verbintenissen. Om de beoordeling van de aangeboden verbintenissen te vergemakkelijken, geven de [fuserende ondernemingen] hieronder de punten aan ten aanzien waarvan de aangeboden verbintenissen afwijken van de in [de zaak] IAG/bmi aanvaarde verbintenissen. Met kleine taalkundige variaties of door de bijzondere omstandigheden van dit geval vereiste verduidelijkingen, met name in de rubriek met definities, wordt daarbij geen rekening gehouden.”
14 Wat de bepalingen inzake historische rechten betreft, is op het formulier RM betreffende de definitieve verbintenissen geen enkele afwijking van de in de zaak IAG/bmi aanvaarde verbintenissen aangegeven.
Goedkeuringsbesluit
15 Bij besluit C(2013) 5232 final van 5 augustus 2013 (zaak COMP/M.6607 – US Airways/American Airlines) (PB 2013, C 279, blz. 6; hierna: „goedkeuringsbesluit”), dat is vastgesteld op grond van artikel 6, lid 1, onder b), van de concentratieverordening, gelezen in samenhang met artikel 6, lid 2, van die verordening, heeft de Commissie de fusie onder bepaalde voorwaarden en mits werd voldaan aan bepaalde verplichtingen, verenigbaar met de interne markt verklaard.
16 In punt 160 van het goedkeuringsbesluit werden de definitieve verbintenissen met betrekking tot de historische rechten samengevat als volgt: „Als algemene regel dienen de door een potentiële nieuwkomer op grond van de definitieve verbintenissen verkregen slots te worden gebruikt om een geregelde passagiersdienst met luchtvaartuigen zonder tussenlanding aan te bieden op het luchthavenpaar [LHR-PHL] en mogen ze pas voor een ander stedenpaar worden gebruikt wanneer de potentiële nieuwkomer die dienst gedurende de gebruiksperiode (zes achtereenvolgende dienstregelingsperioden [in de zin van de International Air Transport Association (IATA)] heeft geëxploiteerd. Aan het eind van de gebruiksperiode mag de potentiële nieuwkomer de slots voor om het even welk stedenpaar gebruiken (‚historische rechten’). De toekenning van historische rechten behoeft evenwel de goedkeuring van de Commissie, daarbij geadviseerd door de onafhankelijke gevolmachtigde.”
17 In de punten 176, 178 tot en met 181, 186 en 197 tot en met 199 van het goedkeuringsbesluit is de Commissie in het kader van haar beoordeling van de verbintenissen tot de volgende vaststellingen gekomen: „(176) Volgens de rechtspraak van de rechterlijke instanties van de Europese Unie moeten de verbintenissen de vastgestelde mededingingsbezwaren kunnen wegnemen en concurrerende marktstructuren kunnen waarborgen. Anders dan de tijdens de procedure van fase II aangegane verbintenissen zijn de tijdens fase I aangeboden verbintenissen met name niet bedoeld om een aanzienlijke belemmering van daadwerkelijke mededinging te voorkomen, maar wel om alle ernstige twijfels daaromtrent duidelijk weg te nemen. De Commissie beschikt over een ruime beoordelingsbevoegdheid om te bepalen of die corrigerende maatregelen een rechtstreeks en toereikend antwoord vormen waarmee die twijfels kunnen worden weggenomen. […] (178) Volgens de Commissie nemen de definitieve verbintenissen alle ernstige twijfels weg die tijdens de procedure zijn vastgesteld. De Commissie komt derhalve tot de slotsom dat de […] definitieve verbintenissen volstaan om de ernstige twijfels omtrent de verenigbaarheid van de transactie met de interne markt weg te nemen. (179) In de zaken betreffende luchtvaartmaatschappijen worden verbintenissen tot vrijgave van de slots door de Commissie aanvaard wanneer het voldoende duidelijk is dat nieuwe concurrenten daadwerkelijk zullen toetreden waardoor elke aanzienlijke belemmering van daadwerkelijke mededinging uit de weg zal worden geruimd […]. (180) De verbintenis inzake de slots berust op het feit dat de beschikbaarheid van slots te [LHR] de voornaamste toetredingsdrempel vormt op de route [LHR-PHL] waaromtrent ernstige twijfels zijn vastgesteld. Zij is derhalve bedoeld om die drempel weg te nemen (of althans aanzienlijk te verlagen) en om een toereikende, tijdige en waarschijnlijke toetreding tot de route [LHR-PHL] mogelijk te maken. (181) Ook dient erop te worden gewezen dat de slots van [LHR] op zich erg waardevol zijn, waardoor de verbintenis omtrent de slots erg aantrekkelijk wordt voor potentiële markttoetreders. In het pakket verbintenissen wordt de intrinsieke aantrekkelijkheid van de slots versterkt door het vooruitzicht om na zes IATA-dienstregelingsperioden historische rechten te verwerven. […] (186) Rekening houdend met het voorgaande en de andere beschikbare bewijselementen, met name de belangstelling en de tijdens de markttoets ontvangen aanwijzingen voor een waarschijnlijke en tijdige toetreding, komt de Commissie tot de slotsom dat de verbintenis inzake de slots een sleutelelement vormt voor de waarschijnlijke en tijdige toetreding tot de route [LHR-PHL]. De schaal waarop tot die route wordt toegetreden zal volstaan om de ernstige twijfels die op die markt zijn geïdentificeerd (voor alle mogelijke passagierssegmenten) weg te nemen. […] (197) Krachtens artikel 6, lid 2, tweede alinea, eerste zin, van de concentratieverordening kan de Commissie aan haar besluit voorwaarden en verplichtingen verbinden die moeten waarborgen dat de betrokken ondernemingen de verbintenissen nakomen welke zij tegenover de Commissie zijn aangegaan om de concentratie verenigbaar te maken met de interne markt. (198) […] Wanneer aan een voorwaarde niet wordt voldaan, is het besluit van de Commissie niet meer geldig. Wanneer de betrokken ondernemingen een verplichting niet nakomen, kan de Commissie het [betreffende] goedkeuringsbesluit intrekken krachtens artikel 8, lid 6, van de concentratieverordening […]. (199) […] [H]et [goedkeuringsbesluit] […] wordt afhankelijk gesteld van de volledige naleving van de in de delen 1, 2, 3 en 4 van de definitieve verbintenissen gestelde eisen (voorwaarden), terwijl de andere delen van de definitieve verbintenissen verplichtingen voor de ondernemingen inhouden.”
18 In punt 200 van het goedkeuringsbesluit werd vermeld dat de definitieve verbintenissen als bijlage bij dat besluit waren gevoegd en er integrerend deel van uitmaakten. In punt 201 van het goedkeuringsbesluit ten slotte kwam de Commissie tot de slotsom dat zij had besloten om de aangemelde transactie, zoals gewijzigd bij de definitieve verbintenissen, verenigbaar met de interne markt te verklaren „mits volledig [werd] voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen die in de als bijlage bij het onderhavige besluit gevoegde definitieve verbintenissen zijn opgenomen”.
Definitieve verbintenissen
19 In de eerste alinea van de preambule van de definitieve verbintenissen wijzen de fuserende ondernemingen erop dat zij deze verbintenissen hebben onderschreven om de Commissie in staat te stellen de fusie verenigbaar met de interne markt te verklaren.
20 In de derde alinea van die preambule wordt het volgende vermeld: „De onderhavige tekst dient te worden uitgelegd in het licht van het [goedkeuringsbesluit], voor zover de verbintenissen aan dat besluit verbonden voorwaarden en verplichtingen inhouden, binnen het algemene Unierechtelijke kader, met name de concentratieverordening, en de mededeling van de Commissie betreffende corrigerende maatregelen […].”
21 In het deel „Definities” van de definitieve verbintenissen worden een aantal begrippen gedefinieerd als volgt: – het begrip „historische rechten” wordt gedefinieerd door te verwijzen naar punt 1.10; – het begrip „verkeerd gebruik” wordt gedefinieerd door te verwijzen naar punt 1.13; – het begrip „gebruiksperiode” wordt gedefinieerd door te verwijzen naar punt 1.9, met de precisering dat die periode zes achtereenvolgende IATA-dienstregelingsperioden dient te bestrijken.
22 In de punten 1.9 tot en met 1.11 van de definitieve verbintenissen wordt het volgende bepaald: „1.9 Als algemene regel mogen de slots die de potentiële nieuwkomer in het kader van de vrijgaveprocedure van slots verkrijgt, uitsluitend worden gebruikt om een concurrerende luchtdienst te verlenen op het luchthavenpaar. De slots mogen pas voor een ander stedenpaar worden gebruikt wanneer de potentiële nieuwkomer in overeenstemming met de op grond van punt 1.24 ingediende offerte een dienst zonder tussenlanding op het luchthavenpaar heeft geëxploiteerd gedurende een aantal achtereenvolgende volledige IATA-dienstregelingsperioden (‚gebruiksperiode’). 1.10 De potentiële nieuwkomer wordt geacht historische rechten op de verkregen slots te bezitten indien hij gedurende de gebruiksperiode passend gebruik heeft gemaakt van de slots op het luchthavenpaar. In dat verband mag de potentiële nieuwkomer aan het eind van de gebruiksperiode de op grond van de onderhavige verbintenissen verkregen slots gebruiken voor om het even welk stedenpaar (‚historische rechten’). 1.11 De toekenning van historische rechten behoeft de goedkeuring van de Commissie, daarbij geadviseerd door de onafhankelijke gevolmachtigde aan het eind van de gebruiksperiode […].”
23 Punt 1.13 van de definitieve verbintenissen luidt als volgt: „Gedurende de gebruiksperiode wordt er geacht van verkeerd gebruik sprake te zijn wanneer een potentiële nieuwkomer die door de [fuserende] ondernemingen vrijgegeven slots heeft verkregen, beslist: […] b) minder wekelijkse frequenties te exploiteren dan waartoe hij zich in de overeenkomstig punt 1.24 ingediende offerte had verbonden, of de exploitatie op het luchthavenpaar te staken, tenzij die beslissing verenigbaar is met het ‚als je ze niet gebruikt, dan raak je ze kwijt’-beginsel van artikel 10, lid 2, van [de verordening betreffende slots] (of elke onderbreking ervan); […]”
24 Punt 1.24 van de definitieve verbintenissen heeft betrekking op het aantal frequenties dat de nieuwkomer heeft besloten te exploiteren, terwijl de punten 1.26 en 1.27 ervan betrekking hebben op de criteria voor de beoordeling van de offerte van de nieuwkomer.
Besluit van de Commissie betreffende de toewijzing van slots aan Delta
25 Op 9 oktober 2014 heeft Delta Air Lines Inc. (hierna: „Delta”) overeenkomstig punt 1.24 van de definitieve verbintenissen een formele offerte voor toewijzing van slots ingediend. Volgens haar aanvraagdossier was zij voornemens vanaf de zomer van 2015 een dagelijkse frequentie op de route tussen de luchthavens LHR en PHL (hierna: „route LHR-PHL”) te exploiteren gedurende zes achtereenvolgende IATA-dienstregelingsperioden.
26 Delta heeft als enige luchtvaartmaatschappij een offerte voor toewijzing van slots ingediend op grond van de definitieve verbintenissen.
27 Bij besluit van 6 november 2014 heeft de Commissie, na Delta’s levensvatbaarheid en haar formele offerte te hebben beoordeeld overeenkomstig de punten 1.21 en 1.26 van de definitieve verbintenissen, verklaard dat die gegadigde ten eerste onafhankelijk was van de fuserende ondernemingen, geen band met hen onderhield en haar eigen slots te LHR in de zin van punt 1.21 van de definitieve verbintenissen volledig had benut, en ten tweede op het luchthavenpaar waarvoor zij slots had aangevraagd op grond van deze verbintenissen, een levensvatbare potentiële concurrent van de fuserende ondernemingen was die de capaciteit, de middelen en de bedoeling had de diensten op de route LHR-PHL op lange termijn te exploiteren en daarbij stond voor duurzame concurrentiekracht.
28 Op 17 december 2014 hebben American Airlines en Delta bij de Commissie de overeenkomst tot vrijgave van de slots ingediend die deze twee ondernemingen dienden te sluiten met het oog op het aan Delta toewijzen van de slots die Delta op grond van de definitieve verbintenissen had aangevraagd voor de route LHR-PHL.
29 Bij besluit van 19 december 2014 heeft de Commissie overeenkomstig het verslag van de onafhankelijke gevolmachtigde van 17 december 2014 de overeenkomst tot vrijgave van de slots goedgekeurd. Volgens dat besluit diende Delta de voorheen door US Airways Group geëxploiteerde slots te gebruiken om een vliegdienst zonder tussenlanding op de route LHR-PHL aan te bieden. Voorts was in dat besluit bepaald dat Delta na goedkeuring door de Commissie zou worden geacht historische rechten te bezitten wanneer gedurende de gebruiksperiode passend gebruik van die slots was gemaakt, en dat zij, wanneer de Commissie de historische rechten zou hebben goedgekeurd, de afgegeven slots zou behouden en het recht zou hebben om ze te gebruiken voor om het even welk stedenpaar.
30 Delta is begonnen met het exploiteren van de route LHR-PHL bij aanvang van de IATA-dienstregelingsperiode van de zomer van 2015.
31 Op 28 september 2015 heeft American Airlines naar de onafhankelijke gevolmachtigde een brief gestuurd om hem erop te wijzen dat Delta de corrigerende slots niet overeenkomstig haar offerte had geëxploiteerd en dus geen „passend gebruik” ervan had gemaakt gedurende het zomerseizoen 2015 en het winterseizoen 2015/2016, en dat die seizoenen voor de verwerving van historische rechten dan ook niet mochten worden meegeteld.
32 Daarna zijn er meerdere besprekingen gevoerd, met name tussen American Airlines en de Commissie, waarbij American Airlines heeft laten weten dat Delta de voorwaarden van haar offerte bleef schenden en dus geen aanspraak kon maken op de verwerving van historische rechten.
Litigieus besluit
33 Op 30 april 2018 heeft de Commissie het litigieuze besluit vastgesteld, waarbij zij heeft geconstateerd dat Delta gedurende de gebruiksperiode passend gebruik van de slots had gemaakt, en heeft zij overeenkomstig punt 1.10 van de definitieve verbintenissen de toekenning van historische rechten aan laatstgenoemde goedgekeurd.
34 Op basis van een uitlegging van de bewoordingen, de context en het doel van de definitieve verbintenissen is de Commissie in het litigieuze besluit tot de slotsom gekomen dat het begrip „passend gebruik” niet kon worden opgevat als „gebruik in overeenstemming met de offerte”, maar moest worden uitgelegd als „ontbreken van verkeerd gebruik” van de slots in de zin van punt 1.13 van de definitieve verbintenissen.
35 Met name heeft de Commissie om te beginnen in het litigieuze besluit vastgesteld dat in de definitieve verbintenissen geen omschrijving van het begrip „passend gebruik” was opgenomen en heeft zij met name gewezen op het feit dat dit begrip daarom moest worden uitgelegd „in het licht van het doel en de context van de [definitieve] verbintenissen”.
36 Wat het doel van de definitieve verbintenissen betreft, was de Commissie van mening dat deze de ernstige twijfels omtrent de verenigbaarheid van de fusie met de interne markt dienden weg te nemen en dat punt 1.9 van die verbintenissen tot doel had de mededinging op de route LHR-PHL te herstellen door een concurrerende luchtdienst tot stand te brengen.
37 Wat de context van de definitieve verbintenissen betreft, heeft de Commissie erop gewezen dat de historische rechten waren bedoeld als stimulans voor potentiële nieuwkomers om de route LHR-PHL te exploiteren. De potentiële nieuwkomer wordt slechts tot toetreding aangezet wanneer er duidelijke en verifieerbare criteria worden toegepast, waarbij er geen plaats is voor arbitraire overwegingen.
38 Uit het feit dat „verkeerd” gebruik in gewone taal kan worden gelijkgesteld met „niet-passend” gebruik en dat de definitieve verbintenissen een omschrijving bevatten van het begrip „verkeerd gebruik” doch niet van het begrip „passend gebruik”, heeft de Commissie geconcludeerd dat om de potentiële nieuwkomer duidelijke en verifieerbare aanwijzingen te geven het begrip „passend gebruik” als „ontbreken van verkeerd gebruik” in de zin van punt 1.13 van de definitieve verbintenissen moest worden uitgelegd.
39 Vervolgens heeft de Commissie in het litigieuze besluit de stelling weerlegd dat het begrip „passend gebruik” zou moeten worden uitgelegd in de zin van „gebruik in overeenstemming met de offerte”.
40 Dienaangaande zou volgens het litigieuze besluit door de gelijkstelling van „passend gebruik” met „gebruik in overeenstemming met de offerte” ten eerste een vereiste worden opgelegd waaraan bijna niet kan worden voldaan.
41 Ten tweede kan volgens de Commissie de stelling dat enkel „annuleringen om buitengewone operationele redenen” stroken met „gebruik in overeenstemming met de offerte”, niet worden aanvaard. Een dergelijk criterium zou te vaag zijn om de potentiële nieuwkomer rechtszekerheid te bieden. Daarnaast kan voor een dergelijk criterium geen steun worden gevonden in de tekst van de definitieve verbintenissen.
42 Ten derde worden de definitieve verbintenissen voor een nieuwkomer veel minder aantrekkelijk wanneer het begrip „passend gebruik” zou worden uitgelegd in de zin van „gebruik in overeenstemming met de offerte”.
43 Ten vierde zou het onredelijk zijn om van de potentiële nieuwkomer een benuttingsgraad van 100 % te eisen, gelet op het feit dat een benuttingsgraad van de slots van 80 % in de luchtvaartsector de facto de regel is, aangezien in artikel 10, lid 2, van de verordening betreffende slots het „als je ze niet gebruikt, dan raak je ze kwijt”-beginsel is vastgelegd, op grond waarvan een luchtvervoerder, om de aan hem toegewezen slots in een volgende periode te kunnen exploiteren, moet aantonen dat hij die slots in de dienstregelingsperiode waarvoor die slots zijn toegewezen voor ten minste 80 % van de tijd heeft geëxploiteerd (hierna: „80/20-regel”).
44 Ten vijfde blijkt uit het formulier RM betreffende de definitieve verbintenissen dat deze verbintenissen met betrekking tot de historische rechten, op enkele „kleine taalkundige variaties of […] verduidelijkingen” na, grotendeels vergelijkbaar zijn met de in de zaak IAG/bmi aan de orde zijnde verbintenissen. In de in laatstgenoemde zaak aan de orde zijnde verbintenissen was „gebruik in overeenstemming met de offerte” evenwel geen voorwaarde voor de verwerving van de historische rechten. Dientengevolge vormt de in de definitieve verbintenissen opgenomen formulering „op een wijze in overeenstemming met de offerte” niet meer dan een „kleine taalkundige variatie” op de in de zaak IAG/bmi aan de orde zijnde verbintenissen.
45 Ten zesde zou het tegen de opzet van de betrokken bepalingen indruisen om het begrip „passend gebruik” uit punt 1.10 van de definitieve verbintenissen uit te leggen in het licht van punt 1.9 van die verbintenissen, daar met dat laatste punt wordt beoogd het doel van de verbintenis vast te stellen, te weten op de route een concurrerende luchtdienst verlenen, terwijl de historische rechten worden omschreven in punt 1.10.
46 Ten slotte heeft de Commissie in het litigieuze besluit onderzocht of Delta verkeerd gebruik van de slots in de zin van punt 1.13 van de definitieve verbintenissen had gemaakt, teneinde te bepalen of aan haar historische rechten dienden te worden toegekend. Dienaangaande heeft de Commissie zich op het standpunt gesteld dat het gebruik van deze slots, ondanks de onderbenutting ervan, toch in overeenstemming was met de 80/20-regel. Op basis van de vaststelling dat Delta geen verkeerd gebruik had gemaakt van de slots in de zin van punt 1.13 van de definitieve verbintenissen, is de Commissie overeenkomstig het schriftelijke advies van de onafhankelijke gevolmachtigde tot de slotsom gekomen dat Delta gedurende de gebruiksperiode passend gebruik van de slots had gemaakt, en heeft zij de toekenning van historische rechten aan die onderneming overeenkomstig punt 1.10 van de definitieve verbintenissen goedgekeurd.
Procedure bij het Gerecht en bestreden arrest
47 Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Gerecht op 10 juli 2018, heeft American Airlines beroep tot nietigverklaring van het litigieuze besluit ingesteld. Ter ondersteuning van haar beroep heeft zij twee middelen aangevoerd. Het eerste middel was ontleend aan onjuiste toepassing van het recht door de Commissie bij de uitlegging van het in de definitieve verbintenissen opgenomen begrip „passend gebruik”. Met het tweede middel betoogde American Airlines dat de Commissie niet met alle relevante elementen rekening had gehouden voor de toekenning van historische rechten aan Delta.
48 Bij het bestreden arrest heeft het Gerecht het beroep van American Airlines in zijn geheel verworpen en deze onderneming verwezen in haar eigen kosten alsmede in die van de Commissie.
49 Aangaande het eerste middel heeft het Gerecht, wat in de eerste plaats de letterlijke uitlegging van het begrip „passend gebruik” betreft, in de punten 103 en 104 van het bestreden arrest geoordeeld dat de gelijkstelling van „passend gebruik” met het „ontbreken van verkeerd gebruik” in overeenstemming was met de bewoordingen van de betrokken bepalingen. Het Gerecht heeft evenwel in de punten 105 en 106 van het bestreden arrest vastgesteld dat de door American Airlines aangevoerde uitlegging, volgens welke onder „passend gebruik”„gebruik in overeenstemming met de offerte” dient te worden verstaan en waarbij de Commissie tegelijkertijd een zekere beoordelingsmarge in dit verband wordt gelaten, eveneens verenigbaar was met een letterlijke uitlegging van het begrip „passend gebruik”. Het Gerecht heeft daaruit in punt 107 van het bestreden arrest afgeleid dat een uitlegging van het begrip „passend gebruik” enkel op basis van de bewoordingen van de definitieve verbintenissen geen uitsluitsel kon bieden.
50 Het Gerecht heeft in de punten 109 tot en met 125 van het bestreden arrest verduidelijkt welke beginselen moesten worden toegepast bij de uitlegging van het begrip „passend gebruik” en de formulering „in overeenstemming met de offerte” in de zin van de definitieve verbintenissen. Het Gerecht heeft eerst opgemerkt dat niet alleen rekening moet worden gehouden met de bewoordingen van de definitieve verbintenissen, maar eveneens met de context ervan en met de doeleinden die worden beoogd door de regeling waarvan zij deel uitmaken. Vervolgens is eraan herinnerd dat eveneens rekening dient te worden gehouden met de in de definitieve verbintenissen vermelde specifieke uitleggingsregels, die verwijzen naar het goedkeuringsbesluit, het algemene Unierechtelijke kader, met name de concentratieverordening en de mededeling van de Commissie betreffende corrigerende maatregelen. Voorts moesten de definitieve verbintenissen volgens het Gerecht eveneens worden uitgelegd in het licht van het formulier RM betreffende de definitieve verbintenissen aangezien een dergelijk formulier de gegevens en documenten bevat die de Commissie nodig heeft om te kunnen beoordelen of de door de fuserende ondernemingen aangeboden verbintenissen de concentratie verenigbaar met de interne markt kunnen maken. Ten slotte heeft het Gerecht geoordeeld dat met het oog op de uitlegging van het begrip „passend gebruik” rekening moet worden gehouden met de verordening betreffende slots aangezien deze verordening onderdeel is van het algemene Unierechtelijke kader.
51 Wat in de tweede plaats de systematische uitlegging betreft van het in punt 1.10 van de definitieve verbintenissen opgenomen begrip „passend gebruik”, heeft het Gerecht in de punten 201 tot en met 249 van het bestreden arrest geoordeeld dat dit begrip kon worden opgevat als ontbreken van „verkeerd gebruik” in de zin van punt 1.13 van die verbintenissen.
52 In dit verband heeft het Gerecht in punt 209 van het bestreden arrest opgemerkt dat, aangezien de fuserende ondernemingen historische rechten „van het type zoals” aangeboden in de zaak IAG/bmi dienden op te nemen, gelet op de wijze waarop deze verbintenissen waren gestructureerd, de bepalingen met betrekking tot „verkeerd gebruik” relevant waren voor de toekenning van historische rechten. Voorts heeft het Gerecht in punt 220 van dat arrest geoordeeld dat de toegevoegde zinsnede „in overeenstemming met de offerte”, die door American Airlines wordt opgevat als een „de facto” definitie van historische rechten, tekstueel aanzienlijk afweek van de wijze waarop de corresponderende bepalingen van de verbintenissen in de zaak IAG/bmi waren gestructureerd. Het Gerecht heeft hieruit in de punten 232 en 233 van het bestreden arrest afgeleid dat uit het onderzoek naar de relevantie van de vermeldingen op het formulier RM betreffende de definitieve verbintenissen bleek dat de zinsnede „in overeenstemming met de offerte” slechts een „kleine taalkundige variatie” vormde en dat de benadering van American Airlines dat deze zinsnede een materiële voorwaarde voor de toekenning van historische rechten vormde, derhalve niet kon worden gevolgd.
53 Wat in de derde plaats de uitlegging betreft van het in punt 1.10 van de definitieve verbintenissen opgenomen begrip „passend gebruik” in het licht van de context ervan en van de door die regeling nagestreefde doeleinden waarvan zij deel uitmaakt, heeft het Gerecht in de punten 250 tot en met 292 van het bestreden arrest de door de Commissie toegepaste uitlegging in het litigieuze besluit bevestigd, volgens welke het begrip „passend gebruik” overeenkwam met „ontbreken van verkeerd gebruik” in de zin van punt 1.13 van de definitieve verbintenissen.
54 Het Gerecht heeft in de punten 253 tot en met 278 van het bestreden arrest geoordeeld dat de toekenning van de historische rechten was bedoeld om de slots aantrekkelijker te maken en als stimulans voor nieuwkomers om de slots over te nemen, teneinde aldus de daadwerkelijke uitvoering van de verbintenissen voldoende waarschijnlijk te maken. Bijgevolg heeft het Gerecht de stelling van American Airlines aangaande de „maximale concurrentiedruk” van de hand gewezen, op grond dat hiervoor geen steun gevonden kon worden in het goedkeuringsbesluit noch in de bepalingen van de definitieve verbintenissen en op grond dat de stelling niet te verenigen viel met de aard zelf van de historische rechten.
55 Voorts heeft het Gerecht in de punten 279 en 280 van het bestreden arrest geoordeeld dat de verordening betreffende slots een algemeen kader vormde voor de uitlegging van het begrip „passend gebruik” als „ontbreken van verkeerd gebruik”. Het was van oordeel dat het gebruik van de slots door Delta gedurende de gebruiksperiode voorts voldeed aan in artikel 10, leden 2 en 3, van deze verordening opgelegde voorwaarden.
56 Het Gerecht is in punt 293 van het bestreden arrest tot de slotsom gekomen dat de Commissie het in punt 1.10 van de definitieve verbintenissen opgenomen begrip „passend gebruik” correct had uitgelegd in de zin van ontbreken van „verkeerd gebruik” als bedoeld in punt 1.13 van die verbintenissen.
57 Aangaande het tweede middel van het beroep heeft het Gerecht in punt 303 van het bestreden arrest geoordeeld dat dit middel moet worden verworpen aangezien de beoordeling van de verschillende ter ondersteuning van dit middel aangevoerde elementen irrelevant was om te bepalen of er sprake was van „verkeerd gebruik” als bedoeld in punt 1.13 van de definitieve verbintenissen.
Procedure bij het Hof en conclusies van partijen
58 Bij akte, neergelegd ter griffie van het Hof op 26 februari 2021, heeft American Airlines hogere voorziening ingesteld tegen het bestreden arrest.
59 Met haar hogere voorziening verzoekt American Airlines het Hof: – de tenuitvoerlegging van het bestreden arrest op te schorten en dit arrest te vernietigen; – het litigieuze besluit nietig te verklaren; – subsidiair, voor zover dat nodig wordt geacht, de zaak terug te verwijzen naar het Gerecht voor een nieuwe behandeling met inachtneming van het arrest van het Hof, en – de Commissie te verwijzen in de kosten van de onderhavige procedure en in die van de procedure bij het Gerecht.
60 De Commissie verzoekt het Hof de hogere voorziening af te wijzen en American Airlines te verwijzen in de kosten.
61 Delta verzoekt het Hof de hogere voorziening in haar geheel af te wijzen en American Airlines te verwijzen in de kosten van de onderhavige procedure en in die van de procedure bij het Gerecht.
Hogere voorziening
62 Ter ondersteuning van haar hogere voorziening voert American Airlines één middel aan, waarmee zij stelt dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat het begrip „passend gebruik” in punt 1.10 van de definitieve verbintenissen, moest worden uitgelegd als „ontbreken van verkeerd gebruik”. Voorts zou het Gerecht het besluit tot toekenning van historische rechten aan Delta ten onrechte hebben bevestigd, aangezien deze onderneming de aan haar toegewezen slots niet had geëxploiteerd.
63 Dit middel bestaat uit drie onderdelen. Met het eerste onderdeel stelt American Airlines dat het Gerecht bij de uitlegging van het begrip „passend gebruik” geen rekening heeft gehouden met de doelstellingen van, respectievelijk, de concentratieverordening, de mededeling van de Commissie betreffende corrigerende maatregelen en de door de fuserende ondernemingen aangegane verbintenissen. Met het tweede onderdeel voert zij aan dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste opvatting door te oordelen dat het begrip „passend gebruik” moest worden uitgelegd als „ontbreken van verkeerd gebruik”. Met het derde onderdeel wordt het Gerecht een onjuiste uitlegging verweten van het formulier RM betreffende de definitieve verbintenissen en van punt 1.9 van deze verbintenissen, in het bijzonder wat de rechtsgevolgen betreft die moeten worden verbonden aan de formulering „in overeenstemming met de offerte”.
Eerste onderdeel van het enige middel
Argumenten van partijen
64 Met het eerste onderdeel van haar enige middel betwist American Airlines in wezen de teleologische en contextuele uitlegging die het Gerecht in de punten 250 tot en met 292 van het bestreden arrest heeft gegeven aan het begrip „passend gebruik” in de zin van punt 1.10 van de definitieve verbintenissen. American Airlines betoogt in dit verband dat het Gerecht bij de uitlegging van het begrip „passend gebruik” geen rekening heeft gehouden met, ten eerste, de doelstellingen van de concentratieverordening en van de op grond van deze verordening genomen corrigerende maatregelen, ten tweede, de specifieke doelstellingen van de definitieve verbintenissen en, ten derde, het volledige corrigerende kader dat is gecreëerd door die verbintenissen.
65 In de eerste plaats betoogt American Airlines dat, om te bepalen of er „passend gebruik” is gemaakt van de corrigerende slots, moet worden beoordeeld of het concrete gebruik van de slots verenigbaar is met het doel van de verbintenissen, zoals opgenomen in overweging 30 van de concentratieverordening en in punt 9 van de mededeling van Commissie betreffende corrigerende maatregelen, namelijk de mededingingsbezwaren volledig weg te nemen. Aangezien het Gerecht in zijn analyse in het bestreden arrest deze elementen buiten beschouwing heeft gelaten, heeft het blijk gegeven van een kennelijk onjuiste uitlegging.
66 In de tweede plaats betoogt American Airlines dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting bij de uitlegging van het begrip „passend gebruik” door geen rekening te houden met de specifieke doelstelling die wordt nagestreefd met de definitieve verbintenissen en door de nadruk te leggen op de doelstelling van de historische rechten. In dit verband verwijt American Airlines het Gerecht om te beginnen dat het in punt 30 van het bestreden arrest niet heeft verwezen naar de belangrijkste elementen van de vaststellingen van de Commissie met betrekking tot die verbintenissen, die zijn vermeld in de punten 176, 178 tot en met 181, 186 en 197 tot en met 199 van het litigieuze besluit.
67 Vervolgens verwijt American Airlines het Gerecht het criterium dat de corrigerende maatregel effectief moet zijn, niet te hebben toegepast bij de uitlegging van het begrip „passend gebruik”, terwijl Delta 470 corrigerende slots onbenut had gelaten. Zoals volgt uit de in punt 120 van het bestreden arrest aangehaalde rechtspraak moeten verbintenissen immers een rechtstreeks en toereikend antwoord vormen op de gerezen twijfels, dat deze twijfels over de betrokken transactie duidelijk kan wegnemen.
68 Voorts stelt American Airlines dat het Gerecht in de punten 250 tot en met 278 van het bestreden arrest uitsluitend rekening heeft gehouden met het doel van de historische rechten om de intrinsieke aantrekkelijkheid van de slots te versterken, maar is voorbijgegaan aan het eigenlijke doel van de definitieve verbintenissen, namelijk het compenseren van de concurrentie die is weggevallen doordat een van de fuserende ondernemingen haar dagelijkse dienst niet langer uitvoert, door een toereikende toetreding van concurrenten op de route LHR-PHL te waarborgen. Zij betoogt in dit verband dat de vraag of het daadwerkelijke gebruik van de slots beantwoordt aan dit doel, van essentieel belang is voor elke beslissing inzake historische rechten.
69 American Airlines betoogt tot slot dat het Gerecht in de punten 266 en 267 van het bestreden arrest het doel van de historische rechten heeft verward met de voorwaarde van „passend gebruik” om voor die rechten in aanmerking te komen. Aangezien met het deel van de definitieve verbintenissen inzake slots werd beoogd de dagelijkse dienst van een van de fuserende ondernemingen te reproduceren teneinde het mededingingsbezwaar volledig weg te nemen, is het concrete gebruik van die slots ter verwezenlijking van dat doel volgens American Airlines niet alleen volledig verenigbaar met de vaststelling van het „passend gebruik” en met het besluit om al dan niet historische rechten toe te kennen, maar vormt het een essentieel aspect van die analyse.
70 In de derde plaats verwijt American Airlines het Gerecht bij de contextuele uitlegging van het begrip „passend gebruik” geen rekening te hebben gehouden met alle relevante bepalingen van de definitieve verbintenissen die nodig waren om tot een correcte juridische uitlegging van dit begrip te komen. In dit verband verwijst zij met name naar de punten 1.1, 1.10, 1.11, 1.24, 1.26 en 1.27 van die verbintenissen. Deze bepalingen vormen in hun geheel beschouwd een samenhangend stelsel op basis waarvan het primaire doel van de vastgestelde corrigerende maatregel, namelijk het„volledig wegnemen” van het mededingingsbezwaar, kan worden bereikt. Zij betwist met name de door het Gerecht in de punten 245 tot en met 248 van het bestreden arrest verrichte analyse van deze overwegingen die, volgens haar, op een onvolledige wijze in dat arrest zijn uiteengezet.
71 Voorts betoogt American Airlines dat het niet volledig in aanmerking nemen van de relevante interne context van de definitieve verbintenissen verregaande gevolgen heeft voor de vereiste benuttingsgraad van de slots. In dit verband betoogt zij dat wanneer een nieuwkomer, zoals in casu het geval is, afwijkt van de voorwaarden van zijn offerte op basis van welke voorwaarden hem slots zijn toegewezen, de Commissie moet onderzoeken waarom de nieuwkomer van zijn offerte is afgeweken, om uit te maken of de nieuwkomer „passend gebruik” van de corrigerende slots heeft gemaakt, en moet bepalen of deze afwijkingen gerechtvaardigd zijn, gelet op het doel en de inhoud van de verbintenissen, maar ook op de relevante gegevens voor economische analyse en beoordeling. Indien de Commissie deze benadering had gevolgd, dan zou Delta hebben getracht elke ongerechtvaardigde afwijking ten opzichte van de voorwaarden van haar offerte te vermijden door het beginsel pacta sunt servanda in acht te nemen, hetgeen ertoe zou hebben bijgedragen dat de uit de fusie voortvloeiende mededingingsbezwaren zouden worden weggenomen. Zij merkt op dat deze overwegingen worden bevestigd door punt 54 van het aan de Commissie gerichte verslag van 13 april 2018 van de onafhankelijke gevolmachtigde over de toekenning van historische rechten aan Delta.
72 Ten slotte betoogt American Airlines dat het Gerecht in de punten 279 tot en met 292 van het bestreden arrest een kennelijke uitleggingsfout heeft gemaakt door te oordelen dat bij de „contextuele uitlegging” van de definitieve verbintenissen rekening moest worden gehouden met de verordening betreffende slots.
73 De Commissie bestrijdt die beweringen van American Airlines en stelt dat het Gerecht in het bestreden arrest zowel de doelstellingen van de concentratieverordening en de op grond van deze verordening genomen corrigerende maatregelen, als de definitieve verbintenissen uitputtend heeft onderzocht.
74 Delta stelt dat het eerste onderdeel niet-ontvankelijk is op grond dat American Airlines daarmee slechts de reeds in eerste aanleg aangevoerde argumenten herhaalt, zonder dat zij het bestreden arrest aan een nauwkeurige analyse onderwerpt.
Beoordeling door het Hof
75 Wat in de eerste plaats de ontvankelijkheid van het eerste onderdeel van het enige middel betreft, die door Delta wordt betwist, dient erop te worden gewezen dat met name uit artikel 168, lid 1, onder d), en artikel 169, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof voortvloeit dat een verzoekschrift in hogere voorziening nauwkeurig moet aangeven tegen welke onderdelen van de beslissing waarvan de vernietiging wordt gevorderd, het is gericht, en de juridische argumenten moet bevatten die specifiek deze vordering staven. Dienaangaande heeft het Hof herhaaldelijk geoordeeld dat een hogere voorziening niet-ontvankelijk is voor zover zij slechts de reeds voor het Gerecht aangevoerde middelen en argumenten, met inbegrip van die welke zijn gebaseerd op door het Gerecht uitdrukkelijk van de hand gewezen feiten, herhaalt en zelfs geen argumenten naar voren brengt waarin specifiek wordt aangegeven op welk punt het arrest van het Gerecht op een onjuiste rechtsopvatting zou berusten. Een dergelijke hogere voorziening beoogt immers in werkelijkheid slechts een nieuw onderzoek van het bij het Gerecht ingediende verzoek, iets waartoe het Hof in hogere voorziening niet bevoegd is (arrest van 20 januari 2022, Roemenië/Commissie, C‑899/19 P, EU:C:2022:41, punt 48).
76 Zoals blijkt uit de punten 64 tot en met 72 van het onderhavige arrest, heeft het betoog ter ondersteuning van het eerste onderdeel van het enige middel van American Airlines uitdrukkelijk betrekking op de onjuiste rechtsopvatting waarvan het Gerecht blijk zou hebben gegeven bij de teleologische en contextuele uitlegging van het begrip „passend gebruik” en wordt in dit betoog in dit verband duidelijk en nauwkeurig verwezen naar de punten van het bestreden arrest waartegen American Airlines opkomt, namelijk de punten 245 tot en met 278 ervan, en naar de juridische argumenten die dit onderdeel specifiek staven.
77 Bijgevolg moet de exceptie van niet-ontvankelijkheid van het onderhavige onderdeel die Delta heeft opgeworpen op grond dat American Airlines enkel de voor het Gerecht aangevoerde argumenten herhaalt, worden afgewezen.
78 Ten gronde dient erop te worden gewezen dat uit overweging 30 van de concentratieverordening en uit de punten 5 en 9 van de mededeling van de Commissie betreffende corrigerende maatregelen blijkt dat wanneer een concentratie aanleiding geeft tot mededingingsbezwaren doordat zij een daadwerkelijke mededinging op significante wijze kan belemmeren, de fuserende ondernemingen corrigerende maatregelen kunnen voorstellen, die worden genomen op grond van de concentratieverordening en „verbintenissen” worden genoemd, om de door de Commissie geconstateerde bezwaren weg te nemen. Voorts wordt in overweging 30 van de concentratieverordening verduidelijkt dat de verbintenissen tijdens het voorafgaande onderzoek (fase I) kunnen worden aanvaard voor zover het mededingingsprobleem scherp is omlijnd en gemakkelijk kan worden verholpen.
79 Aldus hebben de verbintenissen tot doel de door de Commissie geconstateerde mededingingsbezwaren volledig weg te nemen, zodat de betreffende concentratie geen significante belemmering oplevert voor een daadwerkelijke mededinging. Voorts hebben de verbintenissen die tijdens het voorafgaande onderzoek zijn aangegaan, zoals het geval is met de definitieve verbintenissen, met name tot doel elke ernstige twijfel weg te nemen over de vraag of de concentratie een significante belemmering voor een daadwerkelijke mededinging op de interne markt of een aanzienlijk deel daarvan zou opleveren.
80 In de eerste plaats moet worden vastgesteld dat het Gerecht in het bestreden arrest de doelstellingen van de concentratieverordening en van de op grond van deze verordening genomen corrigerende maatregelen naar behoren heeft onderzocht.
81 Het Gerecht heeft in punt 110 van het bestreden arrest in dit verband om te beginnen opgemerkt dat wat de uitlegging van de bepalingen van de definitieve verbintenissen betreft niet alleen rekening moest worden gehouden met de bewoordingen ervan, maar eveneens met de context ervan en met de doeleinden die worden beoogd door de regeling waarvan zij deel uitmaken. Het Gerecht heeft in de punten 111 en 112 van het bestreden arrest opgemerkt dat eveneens rekening moest worden gehouden met de in de derde alinea van de definitieve verbintenissen vermelde specifieke uitleggingsregels, volgens welke deze verbintenissen moeten worden uitgelegd in het licht van het goedkeuringsbesluit, binnen het algemene Unierechtelijke kader, en met name in het licht van de concentratieverordening en de mededeling van de Commissie betreffende corrigerende maatregelen.
82 Vervolgens heeft het Gerecht in de punten 117 en 120 van het bestreden arrest eraan herinnerd dat verbintenissen slechts door de Commissie kunnen worden aanvaard indien zij de aangemelde concentratie verenigbaar met de interne markt maken. De oplossingen die uit deze verbintenissen voortvloeien moeten voldoende levensvatbaar en duurzaam zijn om zeker te stellen dat in de betrekkelijk nabije toekomst geen machtspositie kan ontstaan of kan worden versterkt of geen belemmeringen voor een daadwerkelijke mededinging kunnen rijzen, die de verbintenissen moeten voorkomen. Het Gerecht heeft erop gewezen dat de Commissie wat de tijdens de voorafgaande fase aangegane verbintenissen betreft, gelet op de inhoud en de strekking ervan, een goedkeuringsbesluit moet kunnen geven zonder de fase van het grondige onderzoek in te leiden, voor zover de Commissie op basis van deze verbintenissen zich op het standpunt kon stellen dat deze verbintenissen een rechtstreeks en toereikend antwoord vormden op de ernstige twijfels, dat deze twijfels duidelijk kon wegnemen.
83 Ten slotte heeft het Gerecht in het kader van zijn teleologische uitlegging van het begrip „passend gebruik” in punt 255 van het bestreden arrest in herinnering gebracht dat de fuserende ondernemingen verbintenissen hadden onderschreven om het voor de Commissie mogelijk te maken vast te stellen dat haar ernstige twijfels erdoor werden weggenomen, en aldus de fusie verenigbaar met de interne markt te verklaren.
84 Hieruit volgt dat American Airlines niet kan betogen dat het Gerecht bij de uitlegging van het in punt 1.10 van de definitieve verbintenissen opgenomen begrip „passend gebruik” geen rekening heeft gehouden met de doelstellingen van de concentratieverordening en van de op grond van die verordening genomen corrigerende maatregelen. Het feit dat het Gerecht in het bestreden arrest overweging 30 van de concentratieverordening en punt 9 van de mededeling betreffende corrigerende maatregelen niet uitdrukkelijk heeft genoemd, betekent namelijk niet dat het geen rekening heeft gehouden met de uit de toepasselijke regeling blijkende doelstellingen van de verbintenissen. Dit betoog moet derhalve worden afgewezen.
85 In de tweede plaats betoogt American Airlines dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting bij de uitlegging van het begrip „passend gebruik”, aangezien het geen rekening heeft gehouden met de specifieke doelstelling die wordt nagestreefd door de definitieve verbintenissen, namelijk het volledig wegnemen van de door de fusie ontstane mededingingsbezwaren.
86 Dienaangaande volstaat de vaststelling dat American Airlines uitgaat van de onjuiste premisse dat de specifieke doelstelling van de definitieve verbintenissen – die is vastgesteld om de betrokken concentratie verenigbaar met de interne markt te kunnen verklaren – erin bestaat de voorheen door een van de fuserende ondernemingen uitgevoerde dagelijkse dienst volledig te reproduceren.
87 Zoals uit punt 79 van het onderhavige arrest volgt, hebben de door de fuserende ondernemingen onderschreven verbintenissen tot doel, zoals bepaald in de concentratieverordening, de ernstige twijfels van de Commissie omtrent de verenigbaarheid van de betrokken concentratie met de interne markt weg te nemen.
88 Zoals de advocaat-generaal in punt 76 van zijn conclusie heeft opgemerkt, werd met de toekenning van historische rechten geen eigen doel nagestreefd, maar moest die toekenning bijdragen tot het algemene doel van die verbintenissen, namelijk het wegnemen van de mededingingsbezwaren met betrekking tot de route LHR-PHL, door het aanbod van de slots aantrekkelijker te maken voor de luchtvaartmaatschappijen en deze maatschappijen daarmee te stimuleren om toe te treden tot deze route met een concurrerende luchtdienst.
89 Ten eerste zij er in dit kader op gewezen dat, zoals het Gerecht in de punten 266 en 267 van het bestreden arrest heeft vastgesteld, de aard zelf van de historische rechten niet te verenigen valt met rekwirantes argument dat het begrip „passend gebruik” zo dient te worden uitgelegd dat„maximale concurrentiedruk” wordt gewaarborgd. De toekenning van historische rechten houdt voor de nieuwkomer immers in dat hij de slots na een exploitatieperiode van zes IATA-dienstregelingsperioden voor om het even welke vliegroute kan gebruiken. Derhalve kunnen in de definitieve verbintenissen geen historische rechten zijn opgenomen om een maximale concurrentiedruk op de route LHR-PHL tot stand te brengen.
90 Ten tweede moet worden vastgesteld dat in de definitieve verbintenissen niet is vermeld hoeveel frequenties de potentiële nieuwkomer moest exploiteren. In punt 1.1 van de definitieve verbintenissen wordt immers enkel het maximumaantal vrijgegeven corrigerende slots genoemd, maar niet het aantal frequenties dat door de potentiële nieuwkomer moet worden geëxploiteerd. Voorts vermeldt punt 1.13, onder b), van de definitieve verbintenissen betreffende het „verkeerd gebruik” enkel het aantal frequenties dat moet worden geëxploiteerd opdat de exploitatie van minder frequenties dan het aantal dat de potentiële nieuwkomer had voorgesteld te gebruiken, niet wordt aangemerkt als „verkeerd gebruik”. Daarnaast wordt in dit punt erop gewezen dat het gebruik van slots verenigbaar moet zijn met de 80/20-regel.
91 Bovendien, zoals de advocaat-generaal in de punten 71 en 72 van zijn conclusie in wezen heeft opgemerkt, is het doel van deze verbintenissen niet het reproduceren van de dagelijkse dienst die de fuserende ondernemingen vóór deze concentratie verzorgden, maar het reproduceren van de concurrentiedruk die vóór de concentratie door die ondernemingen werd uitgeoefend. Het reproduceren van deze dagelijkse dienst is evenmin een voorwaarde voor de toekenning van historische rechten aan de potentiële nieuwkomer of nieuwkomers. Het in de definitieve verbintenissen bedoelde afstaan van slots aan een nieuwkomer heeft immers tot doel ervoor te zorgen dat deze nieuwkomer die slots kan gebruiken onder dezelfde voorwaarden als die welke golden voor de fuserende ondernemingen vóór de concentratie.
92 Bovendien zou een vereiste van volledig gebruik van de slots, niet stroken met de specifieke doelstelling van de definitieve verbintenissen die, zoals blijkt uit punt 87 van het onderhavige arrest, erin bestaat een toereikende, tijdige en waarschijnlijke toetreding van een potentiële nieuwkomer tot die route mogelijk te maken.
93 Ten derde vormde de beschikbaarheid van slots blijkens punt 180 van het goedkeuringsbesluit de voornaamste toetredingsdrempel op deze route waaromtrent ernstige twijfels waren vastgesteld en dientengevolge is in dit besluit vastgesteld dat de definitieve verbintenissen waren bedoeld om deze drempel voor de toegang tot LHR weg te nemen of althans aanzienlijk te verlagen, teneinde een toereikende, tijdige en waarschijnlijke toetreding van een potentiële nieuwkomer tot die route mogelijk te maken.
94 Het argument van American Airlines dat de doelstelling van de definitieve verbintenissen erin bestaat ervoor te zorgen dat het probleem van het wegvallen van concurrentie doordat een van de fuserende ondernemingen haar dagelijkse dienst niet langer uitvoert, „volledig wordt weggenomen” doordat deze dagelijkse dienst wordt gereproduceerd, dient derhalve te worden afgewezen.
95 Voorts kan American Airlines het Gerecht niet verwijten dat het uitsluitend rekening heeft gehouden met het door de toekenning van historische rechten nagestreefde doel om de corrigerende slots aantrekkelijker te maken, maar is voorbijgegaan aan het ruimere doel van de verbintenissen, namelijk te zorgen voor een daadwerkelijke oplossing voor de mededingingsbezwaren die naar aanleiding van de aangemelde concentratie zijn gerezen.
96 In dit verband volstaat het erop te wijzen dat, zoals volgt uit punt 88 van het onderhavige arrest, met de toekenning van historische rechten geen eigen doel werd nagestreefd, maar die toekenning moest bijdragen tot de verwezenlijking van het algemene doel van de definitieve verbintenissen, namelijk het volledig wegnemen van de mededingingsbezwaren met betrekking tot de route LHR-PHL.
97 Het Gerecht heeft derhalve geen blijk gegeven van een onjuiste opvatting door in de punten 257 tot en met 261 van het bestreden arrest te oordelen dat de opname van de historische rechten in de definitieve verbintenissen was bedoeld als stimulans voor nieuwkomers om de slots over te nemen, teneinde aldus de daadwerkelijke uitvoering van deze verbintenissen op de route LHR-PHL voldoende waarschijnlijk te maken en aldus bij te dragen tot het gemeenschappelijke doel van die verbintenissen, namelijk het wegnemen van de door de Commissie geconstateerde mededingingsbezwaren. Het Gerecht heeft geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door met name rekening te houden met de doelstelling van toekenning van historische rechten met het oog op de uitlegging van het in punt 1.10 van de definitieve verbintenissen vermelde begrip „passend gebruik”.
98 Ten slotte kan het betoog van American Airlines niet slagen dat het Gerecht in punt 30 van het bestreden arrest geen rekening heeft gehouden met de belangrijkste elementen van de definitieve verbintenissen die voortvloeien uit het goedkeuringsbesluit, aangezien in de punten 87 tot en met 96 van het onderhavige arrest is vastgesteld dat de specifieke doelstelling van de definitieve verbintenissen er niet in bestond de maximale exploitatie van de slots te waarborgen teneinde een „maximale concurrentiedruk” te waarborgen.
99 In de derde plaats betoogt American Airlines dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste opvatting bij zijn contextuele uitlegging van het begrip „passend gebruik”, aangezien het zich ertoe heeft beperkt punt 1.13 van de definitieve verbintenissen afzonderlijk te onderzoeken, zonder daarbij het volledige corrigerende kader van die verbintenissen in aanmerking te nemen, met name de punten 1.1, 1.10, 1.11, 1.24, 1.26 en 1.27 ervan.
100 In dit verband moet worden vastgesteld dat uit deze punten uitdrukkelijk blijkt dat zij betrekking hebben op de uitvoeringswijze van de definitieve verbintenissen, aan de hand waarvan niet kan worden bepaald of de nieuwkomer passend gebruik van de toegewezen slots heeft gemaakt met het oog op de toekenning van de historische rechten. Het maximumaantal vrijgegeven corrigerende slots (punt 1.1), het aantal frequenties dat de nieuwkomer heeft besloten te exploiteren (punt 1.24), de criteria voor de beoordeling van de offerte van de nieuwkomer (punten 1.26 en 1.27) en het feit dat de toekenning van de historische rechten is onderworpen aan goedkeuring van de Commissie, daarbij geadviseerd door de onafhankelijke gevolmachtigde aan het eind van de gebruiksperiode (punt 1.11), vormen geen relevante criteria om te bepalen of het gebruik van de offerte „passend” is. Zoals het Gerecht in punt 248 van het bestreden arrest terecht heeft opgemerkt, zijn de bepalingen waarin de offerte van de nieuwkomer en de beoordeling van die offerte worden geregeld, relevant voor de toekenning van de corrigerende slots, maar niet voor de toekenning van de historische rechten.
101 Bovendien, zoals reeds in punt 90 van het onderhavige arrest is vermeld, is punt 1.13, onder b), van de definitieve verbintenissen de enige bepaling van die verbintenissen die daadwerkelijk betrekking heeft op het gebruik van slots. Hierin is namelijk het aantal frequenties bepaald dat moet worden geëxploiteerd opdat de exploitatie van minder frequenties dan het aantal dan de potentiële nieuwkomer had voorgesteld te gebruiken, niet wordt aangemerkt als „verkeerd gebruik”. Dit gebruik moet verenigbaar zijn met de 80/20-regel. Uit lezing van dit punt blijkt derhalve dat de potentiële nieuwkomer niet verplicht was om alle door hem aangevraagde corrigerende slots te gebruiken, zoals American Airlines beweert.
102 Hoe dan ook verlangt geen enkele van de door American Airlines vermelde bepalingen van de definitieve verbintenissen dat de potentiële nieuwkomer zich ertoe verbindt om alle door hem aangevraagde corrigerende slots te gebruiken, of dat hij een afwijking ten opzichte van zijn offerte rechtvaardigt. Bijgevolg moet ook het argument van American Airlines worden afgewezen dat een meer omvangrijke uitlegging van de bepalingen van de definitieve verbintenissen gevolgen zou hebben gehad voor de vereiste benuttingsgraad van de slots.
103 Aangezien punt 1.13, onder b), van de definitieve verbintenissen bepaalt dat, om vast te stellen of de nieuwkomer „verkeerd gebruik” heeft gemaakt van de toegewezen slots, dit gebruik in overeenstemming moet zijn met het in artikel 10, lid 2, van de verordening betreffende slots bedoelde „als je ze niet gebruikt, dan raak je ze kwijt”-beginsel, heeft het Gerecht ten slotte evenmin blijk gegeven van een onjuiste opvatting door te overwegen dat bij de contextuele uitlegging van de definitieve verbintenissen rekening moest worden gehouden met de verordening betreffende slots.
104 Voorts is de contextuele uitlegging van het begrip „passend gebruik” in het licht van de verordening betreffende slots gerechtvaardigd aangezien in de derde alinea van de preambule van de definitieve verbintenissen is vermeld dat deze verbintenissen onder meer moeten worden uitgelegd binnen het „algemene Unierechtelijke kader”. Het Gerecht heeft derhalve in punt 124 van het bestreden arrest terecht geoordeeld dat rekening moest worden gehouden met de verordening betreffende slots, daar deze verordening onderdeel is van het „algemene Unierechtelijke kader”.
105 Het betoog van American Airlines inzake de onjuiste opvattingen waarvan het Gerecht blijk zou hebben gegeven in de punten 279 tot en met 292 van het bestreden arrest, dat veeleer deel uitmaakt van de in het kader van het tweede onderdeel van het enige middel aangevoerde stellingen, zal hierna worden onderzocht.
106 Gelet op een en ander dient het eerste onderdeel van het enige middel van de hogere voorziening te worden afgewezen.
Tweede onderdeel van het enige middel
Argumenten van partijen
107 Met het tweede onderdeel van het enige middel stelt American Airlines dat het Gerecht ten onrechte heeft geoordeeld dat het begrip „passend gebruik” moest worden uitgelegd als „ontbreken van verkeerd gebruik”.
108 In dit verband stelt American Airlines in de eerste plaats dat de toepassing van het criterium betreffende „ontbreken van verkeerd gebruik” voor de uitlegging van het begrip „passend gebruik” leidt tot een benuttingsgraad van de slots die onverenigbaar is met hetgeen wordt beoogd met de door de fuserende ondernemingen aangegane definitieve verbintenissen.
109 American Airlines betwist met name de beoordeling van het Gerecht in punt 291 van het bestreden arrest dat het feit dat de benuttingsgraad van de slots door Delta schommelde tussen 76,4 % en 81 %, niet betekent dat de doelstellingen van de definitieve verbintenissen in het gedrang zijn gebracht. Rekwirante stelt namelijk dat telkens wanneer een corrigerend slot niet is benut, de doelstelling van de concentratieverordening om het mededingingsbezwaar „volledig weg te werken” niet is bereikt en er sprake is van een „significante belemmering van een daadwerkelijke mededinging”. Voor zover Delta 470 diensten (totaal aantal heen- en terugvluchten) op de route LHR-PHL niet heeft geëxploiteerd is het specifieke doel van de definitieve verbintenissen derhalve niet bereikt, aangezien de betrokken slots uiteindelijk door geen enkele luchtvaartmaatschappij zijn benut. Rekwirante ziet hierin een belangrijke aanwijzing dat het begrip „ontbreken van verkeerd gebruik” niet hetzelfde betekent als het begrip „passend gebruik”.
110 Volgens rekwirante beschikt de Commissie weliswaar over een ruime beoordelingsbevoegdheid om te bepalen of de verbintenissen een toereikend antwoord vormen waarmee elke ernstige twijfel kan worden weggenomen, maar kan zij die dwingende verbintenissen niet wijzigen door aan het begrip „passend gebruik” een uitlegging te geven die onverenigbaar is met de doelstellingen en de voorwaarden van de verbintenissen.
111 In de tweede plaats voert American Airlines aan dat het Gerecht in het bestreden arrest blijk heeft gegeven van andere onjuiste opvattingen door te oordelen dat onder „passend gebruik” het „ontbreken van verkeerd gebruik” moet worden verstaan.
112 Zij stelt ten eerste dat het Gerecht zich in de punten 95, 103, 104 en 207 van het bestreden arrest ten onrechte op de gewone betekenis van het begrip „verkeerd gebruik” heeft gebaseerd om tot het oordeel te komen dat die betekenis verenigbaar is met het begrip „passend gebruik”. American Airlines betoogt in dit verband dat het Gerecht had moeten erkennen dat „verkeerd gebruik” in de gewone betekenis ervan ziet op elke situatie waarin beloften die zijn gedaan met het oog op het verkrijgen van een juridisch voordeel, met name van historische rechten, niet zijn nagekomen zonder toereikende rechtvaardiging, hetgeen in casu het geval zou zijn.
113 Ten tweede betoogt American Airlines dat het Gerecht zich in de punten 209 en 210 van het bestreden arrest ten onrechte heeft gebaseerd op het feit dat de bepalingen betreffende „verkeerd gebruik” waren terug te vinden in het deel over de „historische rechten op de slots” van de in de zaak IAG/bmi aan de orde zijnde verbintenissen en ten onrechte heeft geoordeeld dat dit begrip moet worden opgevat in de zin van „niet-passend gebruik”. Rekwirante merkt in dit verband op dat de definitieve verbintenissen in de onderhavige zaak geen deel met dat opschrift bevatten. Zij is bovendien van mening dat dit deel van de verbintenissen in de zaak IAG/bmi, dat werd geacht betrekking te hebben op de historische rechten, in werkelijkheid ging over andere aspecten, die irrelevant zijn voor de uitlegging van het begrip „passend gebruik”.
114 American Airlines stelt ten derde dat het Gerecht geen coherente en volledige analyse heeft gegeven van de overweging dat het criterium om te bepalen wat moet worden verstaan onder „passend gebruik”, te vinden is in punt 1.13 van de definitieve verbintenissen, dat betrekking heeft op „verkeerd gebruik”. Zij wijst erop dat de redenen waarom het Gerecht van oordeel was dat het criterium om de draagwijdte van het begrip „passend gebruik” te bepalen, in deze bepaling was te vinden, in verschillende delen van het bestreden arrest waren weergegeven en dat hierin een aanwijzing kan worden gevonden voor het falen van deze analyse.
115 Ten vierde betoogt American Airlines dat het Gerecht in punt 279 van het bestreden arrest ten onrechte heeft geoordeeld dat de verordening betreffende slots het „kader” vormt voor de uitlegging van het begrip „passend gebruik” als „ontbreken van verkeerd gebruik”. Zij stelt om te beginnen dat deze overweging niet te verenigen is met de letter van de derde alinea van de preambule van de definitieve verbintenissen, aangezien die verordening in deze bepaling niet wordt genoemd als een van de regelingen in het licht waarvan de verbintenissen moeten worden uitgelegd, terwijl zij in andere delen van de verbintenissen wel wordt aangehaald. Zij voert vervolgens aan dat de doelstelling van de verordening betreffende slots niet dezelfde is als de doelstellingen van de corrigerende maatregelen van de concentratieverordening en de specifieke corrigerende maatregelen die zijn genomen in de onderhavige zaak. Ten slotte betoogt zij dat het Gerecht in punt 281 van het bestreden arrest niet heeft uitgelegd waarom in de verordening betreffende slots de voorwaarden van „passend gebruik” zijn omschreven, en evenmin heeft uitgelegd op welke wijze ze zijn omschreven.
116 De Commissie, daarin ondersteund door Delta, betwist de argumenten van American Airlines.
Beoordeling door het Hof
117 In de eerste plaats betoogt American Airlines dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door het criterium betreffende het „ontbreken van verkeerd gebruik” toe te passen bij de uitlegging van het begrip „passend gebruik”. Deze uitlegging leidt er volgens haar toe dat een benuttingsgraad van de slots wordt gehanteerd die onverenigbaar is met de doelstellingen van de definitieve verbintenissen. In dit verband is in de punten 86 tot en met 94 van het onderhavige arrest reeds opgemerkt dat het doel van de in casu genomen corrigerende maatregelen erin bestaat het voor concurrenten eenvoudiger te maken toe te treden tot de route LHR-PHL, en niet erin bestaat de voorheen door een van de fuserende ondernemingen uitgevoerde dagelijkse dienst te reproduceren. Voorts wordt in de tekst van de definitieve verbintenissen geen concreet aantal frequenties vastgesteld dat door de potentiële nieuwkomer moet worden geëxploiteerd om daadwerkelijke mededinging te waarborgen.
118 Vastgesteld moet echter worden dat veeleer de door American Airlines bepleite verplichting van het gebruik van de toegewezen slots voor de toekenning van historische rechten, in strijd zou zijn met de bepalingen en de doelstellingen van de definitieve verbintenissen en de doeltreffendheid van deze verbintenissen zou kunnen ondermijnen.
119 Ten eerste zou een vereiste dat de aan de nieuwkomer toegewezen slots volledig worden benut, dat is vermeld in punt 89 van het onderhavige arrest, namelijk in strijd zijn met de in de sector geldende regeling inzake slots, die in punt 1.13 van de definitieve verbintenissen is genoemd, op grond waarvan de 80/20-regel in acht moet worden genomen. Zou aan de nieuwkomer een hogere benuttingsgraad worden opgelegd dan de 80/20-regel, dan zou dit betekenen dat Delta aan strengere exploitatievoorwaarden is onderworpen dan die waaraan de fuserende ondernemingen vóór deze transactie waren onderworpen en die na die transactie op American Airlines van toepassing zouden zijn.
120 Ten tweede zou dit vereiste van maximale exploitatie van de aan de nieuwkomer toegewezen slots in strijd zijn met de toepasselijke regelgeving en met het doel van de definitieve verbintenissen, namelijk het waarborgen van daadwerkelijke mededinging op de route LHR-PHL. Voor zover aan de nieuwkomer een hogere benuttingsgraad zou worden opgelegd dan aan haar fuserende concurrenten, die profiteren van de 80/20-regel, zou Delta haar activiteiten namelijk niet op voet van gelijkheid met haar voornaamste concurrent, American Airlines, kunnen uitoefenen.
121 Ten derde zou het aan de nieuwkomer opleggen van een dergelijk vereiste van exploitatie van slots, zoals blijkt uit punt 92 van het onderhavige arrest, in strijd zijn met de specifieke doelstelling van de definitieve verbintenissen, namelijk het voor concurrenten eenvoudiger maken om toe te treden tot de route LHR-PHL door deze route aantrekkelijker te maken vanwege de toekenning van historische rechten. De oplegging van een benuttingsgraad die hoger is dan de 80/20-regel zou namelijk een afschrikkende werking kunnen hebben waardoor de doeltreffendheid van het deel van de definitieve verbintenissen betreffende de slots wordt verminderd of zelfs teniet wordt gedaan. In dergelijke omstandigheden zouden de verbintenissen van de fuserende ondernemingen niet elke ernstige twijfel over de verenigbaarheid van een concentratie met de interne markt, in de zin van punt 179 van het goedkeuringsbesluit, hebben kunnen wegnemen.
122 Ten vierde zou de door American Airlines voorgestane uitlegging niet alleen nadelig zijn voor de nieuwkomer, maar ook voor derden die de activiteiten van de fuserende ondernemingen overnemen, die, zoals het Gerecht terecht in de punten 125 en 275 van het bestreden arrest heeft opgemerkt, grotendeels worden bepaald door de definitieve verbintenissen. Aangezien de voorwaarden voor de overname van dergelijke activiteiten worden bepaald door de verbintenissen, zijn deze immers van invloed op hun commerciële keuzes en kunnen ze bij hen legitieme verwachtingen wekken.
123 Ten vijfde kan American Airlines niet met succes aanvoeren dat telkens wanneer een corrigerend slot niet is benut de doelstelling om het mededingingsbezwaar „volledig weg te nemen” niet is bereikt en dit leidt tot een „significante belemmering van een daadwerkelijke mededinging”. Zoals het Gerecht in punt 250 van het bestreden arrest in herinnering heeft gebracht, is het immers van belang dat de criteria voor toekenning van historische rechten helder en verifieerbaar zijn en rechtszekerheid voor de nieuwkomer waarborgen. In dit verband biedt enkel de uitlegging dat „passend gebruik” wordt opgevat als ontbreken van „verkeerd gebruik” in de zin van punt 1.13 van de definitieve verbintenissen, de nodige rechtszekerheid doordat een specifieke en duidelijke regel is vastgesteld voor het gebruik van de slots, te weten de 80/20-regel.
124 Uit de voorgaande overwegingen volgt dat het gebruik van de slots door een andere concurrent dan de fuserende ondernemingen, met inachtneming van de voorwaarden van punt 1.13 van de definitieve verbintenissen betreffende „verkeerd gebruik”, in het licht van deze verbintenissen een daadwerkelijke mededinging in de zin van de toepasselijke regelgeving waarborgt.
125 Wat het argument van American Airlines betreft dat het Gerecht in punt 291 van het bestreden arrest ten onrechte heeft geoordeeld dat het feit dat de benuttingsgraad van Delta van de slots schommelde tussen 76,4 % en 81 % niet kon betekenen dat de doelstellingen van de definitieve verbintenissen in het gedrang waren gebracht, volstaat het vast te stellen dat American Airlines met behulp van dit argument de feitelijke beoordelingen in de punten 285 tot en met 291 van het bestreden arrest betwist inzake de methode die de Commissie heeft gebruikt en die het Gerecht heeft gevolgd om de benuttingsgraden te berekenen, zonder enige onjuiste opvatting van de feiten of bewijzen aan te voeren. Hoe dan ook is een dergelijk argument, zoals blijkt uit punt 294 van het bestreden arrest, niet ter zake dienend, aangezien American Airlines niet opkomt tegen de conclusie van het bestreden besluit dat het gebruik van de slots door Delta geen „verkeerd gebruik” in de zin van punt 1.13 van de definitieve verbintenissen vormt.
126 American Airlines voert in de tweede plaats aan dat het Gerecht in het bestreden arrest blijk heeft gegeven van andere onjuiste opvattingen met zijn oordeel dat onder „passend gebruik” het „ontbreken van verkeerd gebruik” moest worden verstaan.
127 In dit verband moet ten eerste het betoog worden verworpen dat het Gerecht zich ten onrechte op de gewone betekenis van het begrip „verkeerd gebruik” heeft gebaseerd om tot het oordeel te komen dat dit begrip verenigbaar is met het begrip „passend gebruik”. Het Gerecht heeft in punt 107 van het bestreden arrest geoordeeld dat een letterlijke uitlegging van de betrokken bepalingen geen uitsluitsel kon bieden voor de uitlegging van het begrip „passend gebruik”. Voort is het Gerecht in punt 249 van het bestreden arrest tot de slotsom gekomen dat het in punt 1.10 van de definitieve verbintenissen opgenomen begrip „passend gebruik” volgens een systematische uitlegging van de betrokken bepalingen kon worden opgevat als ontbreken van „verkeerd gebruik” in de zin van punt 1.13 van die verbintenissen.
128 Ten tweede moet het betoog van American Airlines dat het Gerecht zich in de punten 209 en 210 van het bestreden arrest ten onrechte heeft gebaseerd op het feit dat de bepalingen betreffende „verkeerd gebruik” waren terug te vinden in het deel over de „historische rechten op de slots”, van de verbintenissen die aan de orde waren in de zaak IAG/bmi, worden verworpen.
129 Zoals uit punt 9 van het onderhavige arrest volgt, hebben de verbintenissen die aan de orde waren in de zaak IAG/bmi model gestaan voor de definitieve verbintenissen. Het feit dat deze definitieve verbintenissen geen deel met het opschrift „historische rechten op de slots” bevatten is derhalve niet relevant aangezien de fuserende ondernemingen, indien zij van dit model hadden willen afwijken, deze afwijking hadden moeten aangeven in de definitieve verbintenissen, overeenkomstig rubriek 3 van het formulier RM, dat in punt 13 van het onderhavige arrest is weergegeven. Voorts doet ook het feit dat het deel „historische rechten op de slots” van de verbintenissen die aan de orde waren in de zaak IAG/bmi tevens enkele bepalingen bevat die geen betrekking hebben op de toekenning van deze rechten, niet af aan de overweging in punt 209 van het bestreden arrest dat deze verbintenissen een deugdelijke grondslag vormen voor de uitlegging van de definitieve verbintenissen.
130 Ten derde kan het betoog van American Airlines dat het feit dat het criterium om te bepalen wat onder het begrip „passend gebruik” moet worden verstaan in verschillende delen van het bestreden arrest is uitgewerkt, erop wijst dat die analyse faalt, evenmin slagen. Met een dergelijke overweging kan immers niet worden aangetoond dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste opvatting bij zijn oordeel dat het begrip „verkeerd gebruik” relevant is voor de vaststelling van de draagwijdte van het begrip „passend gebruik”.
131 Ten vierde moet, vanwege de in de punten 103 en 104 van het onderhavige arrest uiteengezette overwegingen, het betoog worden verworpen dat het Gerecht in punt 279 van het bestreden arrest ten onrechte heeft geoordeeld dat de verordening betreffende slots het „kader” vormt voor de uitlegging van het begrip „passend gebruik” als „ontbreken van verkeerd gebruik”.
132 Aangezien de bepalingen van artikel 10, leden 2 en 3, van de verordening betreffende slots het regelgevend referentiekader op Unierechtelijk niveau vormen, waarnaar voorts wordt verwezen in punt 1.13 van de definitieve verbintenissen, heeft het Gerecht in punt 283 van het bestreden arrest immers terecht rekening gehouden met de bij deze verordening vastgestelde benuttingsgraad en geoordeeld dat Delta mocht verwachten haar activiteiten te kunnen uitoefenen in overeenstemming met dat regelgevend kader.
133 Zoals de advocaat-generaal in punt 105 van zijn conclusie heeft opgemerkt, sluit het feit dat de verordening betreffende slots andere doeleinden nastreeft dan de concentratieverordening, niet uit dat met die verordening rekening wordt gehouden in het kader van de controle op concentraties. De toepassing van de 80/20-regel is namelijk niet enkel ingegeven door overwegingen die verband houden met het luchtverkeer, maar deze toepassing is tevens noodzakelijk om gelijke mededingingsvoorwaarden te garanderen tussen Delta en haar belangrijkste concurrent op de route LHR-PHL, te weten American Airlines, zoals volgt uit punt 120 van het onderhavige arrest.
134 Hieruit volgt dat American Airlines niet heeft aangetoond dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste opvatting door te oordelen dat het begrip „passend gebruik” in punt 1.10 van de definitieve verbintenissen moet worden opgevat als ontbreken van „verkeerd gebruik” van de slots, in de zin van punt 1.13 van de definitieve verbintenissen.
135 Gelet op een en ander moet het tweede onderdeel van het enige middel worden afgewezen.
Derde onderdeel van het enige middel
Argumenten van partijen
136 Met het derde onderdeel van het enige middel betoogt American Airlines in wezen dat het Gerecht punt 1.9 van de definitieve verbintenissen onjuist heeft uitgelegd, in het bijzonder wat de rechtsgevolgen betreft die moeten worden verbonden aan de daarin opgenomen formulering „in overeenstemming met de offerte”. Volgens rekwirante is in het bestreden arrest ten onrechte vooral belang gehecht aan de inhoud van het formulier RM betreffende de definitieve verbintenissen.
137 In de eerste plaats betoogt American Airlines dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door niet te erkennen dat dit formulier RM een voorbereidend document was dat de omvang van de definitieve verbintenissen niet kon wijzigen. De door het Gerecht in het bestreden arrest verrichte analyse is volgens haar onverenigbaar met de rechtspraak van de Unie volgens welke „voorbereidende werkzaamheden” niet worden beschouwd als uitleggingsmethoden die de strekking of het doel van een Unierechtelijke bepaling kunnen wijzigen. Dit voorbereidende karakter blijkt duidelijk uit de bepalingen van de uitvoeringsverordening en uit de mededeling van de Commissie betreffende corrigerende maatregelen.
138 Voorts betoogt American Airlines dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting aangezien het zich bij de uitlegging van de betrokken bepaling op een voorbereidend document heeft gebaseerd en heeft geoordeeld dat de zinsnede „in overeenstemming met de offerte” een „kleine taalkundige variatie” vormde die in het kader van de analyse van het begrip „passend gebruik” irrelevant was.
139 In de tweede plaats betoogt American Airlines dat het Gerecht het formulier RM betreffende de definitieve verbintenissen onjuist heeft uitgelegd voor zover de formulering „in overeenstemming met de offerte” in punt 1.9 van de definitieve verbintenissen haar oorsprong vindt in een relevant model van de Commissie voor verbintenissen met betrekking tot luchthavenslots en derhalve rechtsgevolgen zou moeten sorteren.
140 In de derde plaats komt American Airlines tot de slotsom dat de door het Gerecht aan punt 1.9 van de definitieve verbintenissen gegeven uitlegging onjuist is. In dit verband betoogt zij dat, wanneer de formulering „in overeenstemming met de offerte” en punt 1.9 van de definitieve verbintenissen, gelezen in samenhang met punt 1.10 ervan, correct worden uitgelegd, de offerte van een nieuwkomer moet worden beschouwd als het uitgangspunt voor de beoordeling of er sprake is van „passend gebruik” en voor het besluit om wel of niet historische rechten toe te kennen. Volgens haar is een dergelijke uitlegging in overeenstemming met het beginsel pacta sunt servanda en verenigbaar met de doelstellingen en het volledige corrigerende kader van de definitieve verbintenissen.
141 De Commissie, daarin ondersteund door Delta, bestrijdt de argumenten van rekwirante. Voorts betoogt de Commissie dat het argument met betrekking tot het voorbereidende karakter van het formulier RM betreffende de definitieve verbintenissen niet-ontvankelijk moet worden verklaard aangezien dit argument niet in eerste aanleg is aangevoerd.
Beoordeling door het Hof
142 Om te beginnen zij erop gewezen dat, krachtens artikel 256 VWEU en artikel 58 van het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie, de hogere voorziening beperkt is tot rechtsvragen, aangezien de middelen van de hogere voorziening gebaseerd moeten zijn op argumenten die aan de procedure voor het Gerecht zijn ontleend. De bevoegdheid van het Hof is in het kader van een hogere voorziening dus beperkt tot de beoordeling van de juridische oplossing die is gegeven aan de middelen en argumenten die voor de eerste rechter zijn behandeld [arrest van 21 december 2021, Algebris (UK) en Anchorage Capital Group/GAR, C‑934/19 P, EU:C:2021:1042, punt 43 en aldaar aangehaalde rechtspraak].
143 Een rekwirant kan evenwel een hogere voorziening instellen waarin hij voor het Hof middelen aanvoert die uit het bestreden arrest zelf voortvloeien en ertoe strekken de gegrondheid van het arrest in rechte te betwisten (zie in die zin arrest van 25 januari 2022, Commissie/European Food e.a., C‑638/19 P, EU:C:2022:50, punt 77).
144 De Commissie stelt dat het door American Airlines aangevoerde argument ter ondersteuning van het onderhavige onderdeel niet-ontvankelijk is op grond dat dit argument niet is aangevoerd voor het Gerecht.
145 Evenwel kan worden volstaan met de vaststelling dat American Airlines met dit onderdeel van het enige middel van haar hogere voorziening opkomt tegen de motivering van het bestreden arrest volgens welke uit de op het formulier RM vermelde gegevens blijkt dat de formulering „in overeenstemming met de offerte” niet relevant is voor de uitlegging van het begrip „passend gebruik” in de zin van punt 1.10 van de definitieve verbintenissen. Hieruit volgt dat het betoog van American Airlines ontvankelijk is.
146 Ten gronde kan dit betoog evenwel niet slagen.
147 Wat in de eerste plaats het argument van American Airlines betreft dat de uitlegging van het Gerecht onjuist is omdat deze uitlegging is gebaseerd op de beoordeling van een voorbereidend document, terwijl volgens de rechtspraak van het Hof voorbereidende werkzaamheden geen hulpmiddel voor uitlegging vormen, zij om te beginnen opgemerkt dat – zoals het Gerecht in de punten 122 en 123 van het bestreden arrest terecht heeft geoordeeld – het bestaan van het formulier RM voortvloeit uit de concentratieverordening en dat, aangezien de derde alinea van de preambule van de definitieve verbintenissen bepaalt dat de bewoordingen van deze verbintenissen moeten worden uitgelegd in het licht van deze verordening, het formulier RM betreffende de definitieve verbintenissen door het Gerecht in aanmerking kon worden genomen bij zijn beoordeling.
148 Vervolgens bepaalt artikel 20, lid 1 bis, van de uitvoeringsverordening, waarnaar eveneens wordt verwezen in de derde alinea van de preambule van de definitieve verbintenissen met het oog op de uitlegging van deze verbintenissen, dat de ondernemingen in het formulier RM de inlichtingen en documenten dienen te vermelden die zij moeten verstrekken bij het aanbieden van de verbintenissen. Voorts preciseert bijlage IV bij die verordening dat de Commissie de in het formulier RM opgenomen gegevens voorts nodig heeft om te kunnen nagaan of de concentratie dankzij de aangeboden verbintenissen verenigbaar met de interne markt kan worden verklaard, doordat die verbintenissen beletten dat de daadwerkelijke mededinging aanzienlijk wordt belemmerd.
149 Voorts wordt in punt 7 van de mededeling van de Commissie betreffende corrigerende maatregelen eveneens verwezen naar het formulier RM en verduidelijkt dat het aan de partijen bij de concentratie staat, die als enige beschikken over alle relevante informatie – met name wat betreft de haalbaarheid van de voorgestelde verbintenissen en de levensvatbaarheid en het concurrentievermogen van de voor afstoting voorgestelde activa – om alle beschikbare gegevens te verschaffen die de Commissie voor de beoordeling van de voorgestelde corrigerende maatregelen nodig heeft.
150 Uit de voorgaande bepalingen volgt evenwel dat het formulier RM geen zuiver voorbereidend document is, zoals American Airlines beweert, maar een document ter aanvulling van de verbintenissen waarin relevante informatie wordt verzameld om aan te tonen dat de in die verbintenissen vastgestelde corrigerende maatregelen de betrokken concentratie verenigbaar met de interne markt kunnen maken. Dit document heeft derhalve tot doel het onderzoek door de Commissie van die verbintenissen te vergemakkelijken teneinde de betrokken concentratie in voorkomend geval goed te keuren. Zoals het Gerecht in punt 133 van het bestreden arrest terecht heeft opgemerkt is dit document dus cruciaal om de Commissie in staat te stellen de inhoud, het doel, de werkbaarheid en de doeltreffendheid van de aangeboden verbintenissen te beoordelen.
151 Ten slotte moet worden vastgesteld dat, zoals blijkt uit de punten 250 tot en met 292 van het bestreden arrest, de analyse van het formulier RM betreffende de definitieve verbintenissen slechts een van de elementen is waarop het Gerecht zich in het kader van zijn uitlegging van de betrokken bepalingen heeft gebaseerd. Het Gerecht heeft immers in punt 292 van het bestreden arrest geoordeeld dat het begrip „passend gebruik” kon worden uitgelegd als ontbreken van „verkeerd gebruik” in de zin van punt 1.13 van de definitieve verbintenissen, overeenkomstig de doelstelling en de context van de betrokken bepalingen, en niet louter in het licht van dit formulier RM, zoals American Airlines beweert. Het Gerecht kan derhalve niet worden verweten dat het, door aldus te handelen, de strekking of het doel van een Unierechtelijke bepaling heeft gewijzigd in de zin van de door American Airlines aangevoerde rechtspraak.
152 Gelet op het voorgaande heeft het Gerecht derhalve geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door in punt 123 van het bestreden arrest te oordelen dat de bewoordingen van de definitieve verbintenissen moesten worden uitgelegd in het licht van het formulier RM betreffende deze verbintenissen.
153 In de tweede plaats kan het betoog van American Airlines dat het Gerecht bij de uitlegging van de betrokken bepaling blijk heeft gegeven van een onjuiste opvatting door geen rekening te houden met de formulering „in overeenstemming met de offerte” als bepaald in punt 1.9 van de definitieve verbintenissen, evenmin slagen.
154 Zoals blijkt uit punt 9 van het onderhavige arrest heeft de Commissie immers, om de concentratie verenigbaar met de interne markt te kunnen verklaren, expliciet geëist dat, in de door de fuserende ondernemingen aangeboden verbintenissen historische rechten „van het type zoals” aangeboden in de zaak IAG/bmi werden opgenomen. In dat kader was in rubriek 3 van het door de fuserende ondernemingen bij de Commissie ingediende formulier RM expliciet vermeld dat de definitieve verbintenissen gebaseerd waren op de verbintenissen die aan de orde waren in de zaak IAG/bmi en dat in het formulier RM betreffende de definitieve verbintenissen werd aangegeven op welke punten de fuserende ondernemingen afweken van de verbintenissen in die zaak. De fuserende ondernemingen hebben bovendien verduidelijkt dat daarbij geen rekening was gehouden met „kleine taalkundige variaties” of door de bijzondere omstandigheden van het geval vereiste verduidelijkingen. Wat de bepalingen inzake historische rechten betreft, is op het formulier RM betreffende de definitieve verbintenissen geen enkele afwijking van de in de zaak IAG/bmi aanvaarde verbintenissen aangegeven, zoals volgt uit punt 14 van het onderhavige arrest.
155 Gelet op het feit dat de formulering „in overeenstemming met de offerte” niet was opgenomen in de verbintenissen die aan de orde waren in de zaak IAG/bmi en dit verschil niet is vermeld in het formulier RM betreffende de definitieve verbintenissen, heeft het Gerecht derhalve geen blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door in punt 139 van het bestreden arrest te oordelen dat die in de definitieve verbintenissen opgenomen formulering moet worden beschouwd als een „kleine taalkundige variatie”. Zoals volgt uit rubriek 3 van het formulier RM betreffende de definitieve verbintenissen heeft het Gerecht in de punten 143 en 144 van het bestreden arrest voorts terecht geoordeeld dat het aan American Airlines stond om op dit formulier elke substantiële wijziging aan te geven ten opzichte van de tekst van de verbintenissen in de zaak IAG/bmi, die als model zijn genomen voor de verbintenissen in de onderhavige zaak.
156 Wat voorts het betoog van American Airlines betreft inzake het gebruik van andere modellen dan de verbintenissen in de zaak IAG/bmi met het oog op de opstelling van de definitieve verbintenissen, moet worden opgemerkt dat het formulier RM betreffende deze verbintenissen voor de toekenning van de historische rechten enkel verwijst naar het model dat overeenkomt met de verbintenissen die aan de orde waren in de zaak IAG/bmi. De voorbeelden van verbintenissen waarnaar rekwirante verwijst, met name die in zaak COMP/AT.39595 – A++, hebben geen betrekking op historische rechten, zoals het Gerecht terecht heeft opgemerkt in punt 165 van het bestreden arrest. Derhalve moet het betoog van American Airlines dat de formulering „in overeenstemming met de offerte” in aanmerking had moeten worden genomen bij de uitlegging van het begrip „passend gebruik”, omdat deze formulering was gebruikt in andere modellen voor verbintenissen, worden afgewezen.
157 In de derde plaats betoogt American Airlines dat bij een correcte uitlegging het begrip „passend gebruik” enkel aldus kan worden opgevat dat het overeenkomt met de in punt 1.9 van de definitieve verbintenissen opgenomen formulering „in overeenstemming met de offerte”, gelezen in samenhang met punt 1.10 ervan, aangezien de offerte van een nieuwkomer wordt beschouwd als het uitgangspunt voor de beoordeling of er sprake is van „passend gebruik” en voor het besluit om wel of niet historische rechten toe te kennen. Deze uitlegging is volgens rekwirante in overeenstemming met het beginsel pacta sunt servanda en verenigbaar met de doelstellingen en het volledige corrigerende kader van de definitieve verbintenissen.
158 Dit betoog moet om de in de punten 101 en 102 van het onderhavige arrest uiteengezette overwegingen worden verworpen.
159 Bovendien moet in navolging van Delta in herinnering worden gebracht dat uit het feit dat de formulering „in overeenstemming met de offerte” reeds voorkwam in het eerste door de fuserende ondernemingen gedane aanbod van verbintenissen – dat niet voorzag in de toekenning van historische rechten – blijkt dat het betrokken punt van de verbintenissen niet bedoeld was om de voorwaarden voor de toekenning van historische rechten vast te leggen.
160 Hieruit volgt dat het Gerecht terecht heeft geoordeeld dat de betekenis van de in punt 1.9 van de definitieve verbintenissen opgenomen formulering „in overeenstemming met de offerte” in het licht van het formulier RM betreffende de definitieve verbintenissen terug te voeren is op een „kleine taalkundige variatie”.
161 Gelet op een en ander moeten het derde onderdeel van het enige middel van de hogere voorziening en de hogere voorziening in haar geheel worden afgewezen.
Kosten
162 Volgens artikel 184, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof beslist het Hof over de kosten wanneer de hogere voorziening ongegrond is.
163 Volgens artikel 138, lid 1, van dit Reglement, dat ingevolge artikel 184, lid 1, daarvan van toepassing is op de procedure in hogere voorziening, wordt de in het ongelijk gestelde partij verwezen in de kosten, voor zover dit is gevorderd.
De tekst gaat verder: De uitspraak op EUR-Lex