HvJ EU 13 januari 2022, C-881/19, ECLI:EU:C:2022:15

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer)

13 januari 2022 (*)

„Prejudiciële verwijzing – Bescherming van de consument – Harmonisatie van de wetgevingen – Verordening (EU) nr. 1169/2011 – Bijlage VII, deel E, punt 2, onder a) – Voedselinformatie voor consumenten – Etikettering en presentatie van levensmiddelen – Richtlijn 2000/36/EG – Bijlage I, deel A, punt 2, onder c) – Cacao- en chocoladeproducten – Lijst van ingrediënten van een levensmiddel dat bestemd is voor consumenten in een lidstaat”

In zaak C‑881/19,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Krajský soud v Brně (rechter in eerste aanleg Brno, Tsjechië) bij beslissing van 25 oktober 2019, ingekomen bij het Hof op 4 december 2019, in de procedure

Tesco Stores ČR a.s.

tegen

Ministerstvo zemědělství,

wijst

HET HOF (Vijfde kamer),

samengesteld als volgt: E. Regan, kamerpresident, C. Lycourgos, president van de Vierde kamer, I. Jarukaitis, I. Ziemele en M. Ilešič (rapporteur), rechters,

advocaat-generaal: E. Tanchev,

griffier: A. Calot Escobar,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

– Tesco Stores ČR a.s., vertegenwoordigd door L. Šrubař, advokát,

– de Ministerstvo zemědělství, vertegenwoordigd door R. Pokorný,

– de Tsjechische regering, vertegenwoordigd door M. Smolek, J. Vláčil en J. Očková als gemachtigden,

– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door B. Hofstötter, P. Ondrůšek en B. Rous Demiri als gemachtigden,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 6 oktober 2021,

het navolgende

Arrest

1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van bijlage VII, deel E, punt 2, onder a), bij verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, richtlijn 90/496/EEG van de Raad, richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PB 2011, L 304, blz. 18), gelezen in samenhang met bijlage I, deel A, punt 2, onder c), van richtlijn 2000/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 juni 2000 inzake cacao‑ en chocoladeproducten voor menselijke consumptie (PB 2000, L 197, blz. 19).

2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Tesco Stores ČR a.s. (hierna: „Tesco”) en de Ministerstvo zemědělství (ministerie van Landbouw, Tsjechië) over de etikettering van door Tesco in Tsjechië verkochte producten.

Toepasselijke bepalingen

Verordening nr. 1169/2011

3 De overwegingen 1, 3, 4, 13, 17, 20, 22 en 26 van verordening nr. 1169/2011 luiden:

„(1) In artikel 169 [VWEU] wordt bepaald dat de [Europese] Unie bijdraagt tot de verwezenlijking van een hoog niveau van consumentenbescherming door middel van de maatregelen die zij op grond van artikel 114 [VWEU] neemt.

[...]

(3) Om een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de consumenten te bereiken en hun recht op informatie te waarborgen, moet ervoor worden gezorgd dat de consumenten de nodige informatie krijgen over de levensmiddelen die zij consumeren. [...]

(4) Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden [(PB 2002, L 31, blz. 1)] bepaalt dat het een algemeen beginsel van de levensmiddelenwetgeving is dat aan de consumenten een handvat voor doordachte keuzes wordt geboden ten aanzien van de levensmiddelen die zij consumeren en dat praktijken worden voorkomen die de consument kunnen misleiden.

[...]

(13) Het is nodig dat er gemeenschappelijke definities, beginselen, voorschriften en procedures worden vastgesteld om een duidelijk kader en een gemeenschappelijke basis voor de maatregelen van de Unie en de nationale maatregelen inzake voedselinformatie te scheppen.

[...]

(17) Het hoofddoel van verplichte voedselinformatie moet zijn de consumenten in staat te stellen een levensmiddel te identificeren en er passend gebruik van te maken en keuzes te maken volgens hun individuele voedingsbehoeften. [...]

[...]

(20) In de voedselinformatiewetgeving moet een verbod worden ingesteld op informatie die misleidend is voor de consument, in het bijzonder wat betreft de kenmerken, effecten of eigenschappen van de levensmiddelen, of die aan levensmiddelen een geneeskrachtige werking toeschrijft. [...]

[...]

(22) Er moet een lijst worden opgesteld van alle verplichte informatie die in beginsel moet worden verstrekt voor alle levensmiddelen die zijn bestemd voor de eindverbruiker en grote cateraars. Op die lijst moet de informatie blijven staan die reeds krachtens de bestaande wetgeving van de Unie wordt voorgeschreven, aangezien die over het algemeen wordt beschouwd als een waardevol acquis voor de consumenteninformatie.

[...]

(26) Voedseletiketten moeten duidelijk en begrijpelijk zijn om de consumenten te kunnen helpen die beter doordachte voedsel- en voedingskeuzes willen maken. [...]”

4 Hoofdstuk I van verordening nr. 1169/2011, „Algemene bepalingen”, bevat de artikelen 1 en 2.

5 Artikel 1 van deze verordening, met als opschrift „Onderwerp en toepassingsgebied”, bepaalt in lid 1:

„Deze verordening legt de basis voor de waarborging van een hoog niveau van consumentenbescherming ten aanzien van voedselinformatie, rekening houdend met de verschillen in de perceptie van de consumenten en hun informatiebehoeften, en zorgt daarbij ook voor het soepel functioneren van de interne markt.”

6 Artikel 2 van deze verordening, met als opschrift „Definities”, bepaalt in lid 2:

„De volgende definities zijn ook van toepassing:

[...]

c) ‚verplichte voedselinformatie’: de gegevens die uit hoofde van bepalingen van de Unie aan de eindverbruiker moeten worden verstrekt;

[...]

f) ‚ingrediënt’: elke stof of product, waaronder aroma’s, levensmiddelenadditieven en voedingsenzymen, en elk bestanddeel van een samengesteld ingrediënt, die/dat bij de vervaardiging of de bereiding van een levensmiddel wordt gebruikt en nog in het eindproduct aanwezig is, zelfs in een veranderde vorm; [...]

[...]

(h) ‚samengesteld ingrediënt’: een ingrediënt dat zelf uit meer dan één ingrediënt bestaat;

[...]

(n) ‚wettelijke benaming’: de benaming van een levensmiddel die wordt voorgeschreven in de bepalingen van de Unie die daarop van toepassing zijn of, bij ontstentenis van dergelijke bepalingen van de Unie, de benaming die is vastgesteld in de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn in de lidstaat waar het levensmiddel aan de eindverbruiker of aan grote cateraars wordt verkocht;

[...]”

7 Artikel 3 van verordening nr. 1169/2011, dat is opgenomen in hoofdstuk II ervan („Algemene beginselen inzake voedselinformatie”) en zelf als opschrift „Algemene doelstellingen” heeft, bepaalt in lid 1:

„Bij de verstrekking van voedselinformatie wordt gestreefd naar een hoog niveau van bescherming van de gezondheid en de belangen van de consumenten door de eindverbruikers een basis te verschaffen voor het maken van goed doordachte keuzes en een veilig gebruik van levensmiddelen, waarbij speciale aandacht wordt besteed aan gezondheids-, milieu-, economische, sociale en ethische aspecten.”

8 Hoofdstuk III van die verordening, met het opschrift „Algemene voorschriften inzake voedselinformatie en verantwoordelijkheden van de exploitanten van levensmiddelenbedrijven”, omvat onder meer de artikelen 6 en 7.

9 Artikel 6 van deze verordening, met als opschrift „Basisvoorschrift”, luidt:

„Levensmiddelen die bestemd zijn voor levering aan de eindverbruiker of aan grote cateraars gaan vergezeld van voedselinformatie overeenkomstig deze verordening.”

10 Artikel 7 van deze verordening, met het opschrift „Eerlijke informatiepraktijken”, bepaalt in lid 1:

„Voedselinformatie mag niet misleidend zijn, met name niet:

a) ten aanzien van de kenmerken van het levensmiddel, en vooral niet ten aanzien van de aard, identiteit, eigenschappen, samenstelling, hoeveelheid, houdbaarheid, land van oorsprong of plaats van herkomst en wijze van vervaardiging of productie;

[...]”

11 Hoofdstuk IV van verordening nr. 1169/2011, met het opschrift „Verplichte voedselinformatie”, omvat in afdeling 1, met het opschrift „Inhoud en presentatie” onder meer de artikelen 9 en 15.

12 Artikel 9 van de verordening („Lijst van verplichte vermeldingen”) bepaalt in lid 1:

„Overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 35 en behoudens de in dit hoofdstuk vervatte uitzonderingen zijn de volgende vermeldingen verplicht:

a) de benaming van het levensmiddel;

b) de lijst van ingrediënten;

[...]”

13 Artikel 15, leden 1 en 2, van deze verordening, met het opschrift „Taalvoorschriften” luidt:

„1. Onverminderd artikel 9, lid 3, wordt de verplichte voedselinformatie aangebracht in een taal die gemakkelijk te begrijpen is voor de consumenten van de lidstaten waar het levensmiddel in kwestie in de handel wordt gebracht.

2. De lidstaten waar een levensmiddel in de handel wordt gebracht, kunnen eisen dat op hun grondgebied voor de vermeldingen op de etikettering gebruik wordt gemaakt van een of meer talen die tot de officiële talen van de Unie behoren.”

14 Afdeling 2 van dat hoofdstuk IV, met het opschrift „Gedetailleerde bepalingen inzake verplichte vermeldingen”, bevat artikel 17, met het opschrift „Benaming van het levensmiddel”, dat in lid 1 bepaalt:

„De benaming van het levensmiddel is zijn wettelijke benaming. Bij ontstentenis van een dergelijke benaming is de benaming van het levensmiddel zijn gebruikelijke benaming of, als er geen gebruikelijke benaming bestaat of de gebruikelijke benaming niet wordt gebruikt, wordt een beschrijvende benaming van het levensmiddel gegeven.”

15 Artikel 18, met het opschrift „Lijst van ingrediënten”, eveneens in afdeling 2 van hoofdstuk IV van verordening nr. 1169/2011, bepaalt in de leden 1, 2 en 4:

„1. De lijst van ingrediënten wordt voorzien van of voorafgegaan door een passende titel die bestaat uit het woord ‚ingrediënten’ of dat woord omvat. Deze lijst bestaat uit de opsomming van alle ingrediënten van het levensmiddel in dalende volgorde van gewicht waarin zij bij de bereiding van het levensmiddel zijn gebruikt.

2. De ingrediënten worden aangeduid met hun specifieke benaming, in voorkomend geval overeenkomstig de regels neergelegd in artikel 17 en bijlage VI.

[...]

4. De technische voorschriften voor de toepassing van de leden 1 en 2 van dit artikel worden vastgesteld in bijlage VII.”

16 Bijlage VII bij verordening nr. 1169/2011, met het opschrift „Vermelding en aanduiding van ingrediënten”, omvat onder meer een deel E, met het opschrift „Aanduiding van samengestelde ingrediënten”, dat bepaalt:

„1. Een samengesteld ingrediënt mag onder zijn eigen benaming, voor zover die wettelijk erkend of algemeen bekend is, in de lijst van ingrediënten worden opgenomen in termen van zijn totale gewichtspercentage, onmiddellijk gevolgd door een lijst van zijn eigen ingrediënten.

2. Onverminderd artikel 21 is de lijst van ingrediënten voor samengestelde ingrediënten niet verplicht:

a) wanneer de samenstelling van het samengestelde ingrediënt door de geldende voorschriften van de Unie is vastgesteld en mits het samengestelde ingrediënt minder dan 2 % van het eindproduct uitmaakt; [...]

[...]

c) wanneer het samengestelde ingrediënt een levensmiddel is waarvan de lijst van ingrediënten overeenkomstig de voorschriften van de Unie niet behoeft te worden vermeld.”

Richtlijn 2000/36

17 De overwegingen 7 en 8 van richtlijn 2000/36 luiden:

„(7) Om de eenheid van de interne markt te garanderen, moet elk chocoladeproduct dat binnen de werkingssfeer van deze richtlijn valt, binnen de [Unie] kunnen worden verhandeld onder de verkoopbenaming waarin overeenkomstig bijlage I bij deze richtlijn is voorzien.

(8) Krachtens de algemene voorschriften inzake de etikettering van levensmiddelen, die bij richtlijn 79/112/EEG van de Raad van 18 december 1978 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame [(PB 1979, L 33, blz. 1)] zijn vastgesteld, is met name de vermelding van de ingrediënten overeenkomstig artikel 6 daarvan verplicht. Bij deze richtlijn wordt richtlijn [79/112] toepasselijk gemaakt op cacao- en chocoladeproducten teneinde de consument juiste informatie te verschaffen.”

18 Artikel 3, punt 1, van richtlijn 2000/36 bepaalt:

„Richtlijn [79/112] is op de in bijlage I omschreven producten van toepassing onder de hieronder genoemde voorwaarden.

1) De in bijlage I genoemde verkoopbenamingen mogen uitsluitend worden gebruikt voor de daar genoemde producten en moeten in de handel ter aanduiding van die producten worden gebruikt.

Deze verkoopbenamingen mogen evenwel, overeenkomstig de bepalingen of gebruiken die van toepassing zijn in de lidstaat waar het product aan de eindverbruiker wordt verkocht, ook aanvullend worden gebruikt ter aanduiding van andere producten die niet met de in bijlage I omschreven producten kunnen worden verward.”

19 Artikel 4 van richtlijn 2000/36 bepaalt:

„Voor de in bijlage I omschreven producten stellen de lidstaten geen nationale bepalingen vast die niet in deze richtlijn zijn vervat.”

20 Bijlage I bij deze richtlijn, met het opschrift „Verkoopbenaming, omschrijving en kenmerken van de producten”, bevat een deel A, met het opschrift „Verkoopbenaming en omschrijving”. Punt 2, onder c), van dit deel bepaalt:

„Chocoladepoeder, gesuikerd cacaopoeder, gesuikerde cacao:

het product dat een mengsel is van cacaopoeder en suikers en dat ten minste 32 % cacaopoeder bevat”.

Hoofdgeding en prejudiciële vraag

21 Het Tesco-concern, een multinationale detailhandelsgroep die is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, exploiteert supermarkten in onder meer Tsjechië. Zijn Tsjechische dochteronderneming verkocht bepaalde voedingsmiddelen onder de merknaam Monte in haar winkels in Tsjechië. De etiketten van de litigieuze producten, te weten Monte mléčný dezert čokoládový s lískovými oříšky 220 g (Monte melkdessert met chocolade en hazelnoten, 220 g), Monte mléčný dezert čokoládový 100 g (Monte melkdessert met chocolade, 100 g), en Monte drink mléčný nápoj čokoládový s lískovými oříšky 200 ml (Monte melkdrank met chocolade en hazelnoten, 200 ml), omvatten een lijst ingrediënten waarin onder meer čokoládový prášek („chocoladepoeder”) voorkwam, zonder de samenstelling daarvan nader uiteen te zetten.

22 Op 27 mei 2016 heeft de Státní zemědělská a potravinářská inspekce, inspektorát v Brně (staatsinspectie landbouwproducten en levensmiddelen, inspectoraat Brno, Tsjechië; hierna: „SZPI”) Tesco gelast de litigieuze producten uit haar winkels in Tsjechië te nemen en Tesco verboden deze producten nog langer te verkopen. De SZPI heeft zich gebaseerd op het feit dat het etiket van deze producten de benaming čokoládový prášek („chocoladepoeder”) bevatte zonder dat de ingrediënten ervan waren vermeld, hetgeen in strijd is met artikel 9, lid 1, onder b), van verordening nr. 1169/2011, gelezen in samenhang met artikel 18, leden 1 en 4, ervan. Bovendien volgt uit bijlage I, deel A, punt 2, onder c), van richtlijn 2000/36 dat voor het ingrediënt in kwestie in het Tsjechisch de benaming čokoláda v prášku moet worden gebruikt en niet čokoládový prášek.

23 Na een bezwaar van Tesco heeft de SZPI bij twee verschillende besluiten van 6 juni 2016 de maatregelen van 27 mei 2016 ingetrokken; bij het eerste besluit heeft de SZPI het verbod om de litigieuze producten in de handel te brengen ingetrokken en bij het tweede besluit is de verwijdering van deze producten uit alle winkels in Tsjechië teruggedraaid.

24 In het kader van een versnelde herzieningsprocedure heeft de ústřední inspektorát Státní zemědělské a potravinářské inspekce (centraal bureau van de staatsinspectie landbouwproducten en levensmiddelen, Tsjechië) echter bij twee besluiten van 2 februari 2017 de besluiten van de SZPI van 6 juni 2016 aldus gewijzigd dat het bezwaar van Tesco werd afgewezen.

25 De Ministerstvo zemědělství (ministerie van Landbouw) heeft bij twee besluiten van 21 april 2017 de voorziening van Tesco tegen de besluiten in het kader van de versnelde herzieningsprocedure verworpen.

26 Tesco heeft tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de Krajský soud v Brně (rechter in eerste aanleg Brno, Tsjechië). Zij heeft aangevoerd dat de uitzondering van bijlage VII, deel E, punt 2, onder a), van verordening nr. 1169/2011 ook van toepassing is op čokoládový prášek, aangezien deze omschrijving inhoudelijk gelijk is aan čokoláda v prášku. Volgens Tesco is de conclusie dat enkel de Tsjechische taalversie van richtlijn 2000/36 bepalend is, in strijd met de beginselen van de werking van het recht van de Unie; alle taalversies van een bepaling van Unierecht zijn immers gelijkelijk authentiek.

27 Bij arrest van 26 februari 2019 heeft de Krajský soud v Brně dit beroep verworpen, op de grond dat de benaming gebruikt in de taalversies van bijlage I bij richtlijn 2000/36 verplicht is.

28 Tesco heeft tegen die beslissing beroep in cassatie ingesteld bij de Nejvyšší správní soud (hoogste bestuursrechter, Tsjechië). Bij arrest van 11 juli 2019 heeft de Nejvyšší správní soud het bestreden vonnis vernietigd en de zaak voor afdoening terugverwezen naar de Krajský soud v Brně.

29 De Krajský soud v Brně, waarbij de zaak dus opnieuw aanhangig is, wijst erop dat zowel richtlijn 2000/36 als verordening nr. 1169/2011 tot doel heeft de consument te beschermen. Het is derhalve van belang dat marktdeelnemers in elke lidstaat de benaming aanhouden die door de wetgever van de Unie is vastgesteld, in een taal die gemakkelijk te begrijpen is in die lidstaat.

30 De verwijzende rechter merkt daarnaast op dat de rechtspraak van het Hof over de oplossing van een discrepantie tussen verschillende taalversies van een Unieregeling in casu niet van toepassing is. Er is namelijk geen discrepantie tussen de taalversies van richtlijn 2000/36, ook al bestaan er naargelang de taalversie een of meer benamingen voor hetzelfde ingrediënt. Het gaat volgens hem om autonome lijsten van verplichte benamingen in de verschillende officiële talen, die moeten worden gebruikt voor producten die zijn bestemd voor de consumenten van de lidstaat waarin de betrokken officiële taal wordt gebruikt. Het arrest van 14 juni 2017, TofuTown.com (C‑422/16, EU:C:2017:458), waarop de Nejvyšší správní soud zich heeft gebaseerd, kan ook aldus worden uitgelegd dat het niet mogelijk is synoniemen of vertalingen van verplichte benamingen te gebruiken.

31 Daarop heeft de Krajský soud v Brně de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag:

„Moeten de regels die voortvloeien uit deel E, punt 2, onder a), van bijlage VII bij verordening [nr. 1169/2011] aldus worden uitgelegd dat een samengesteld ingrediënt dat is opgenomen in deel A, punt 2, onder c), van bijlage I bij richtlijn [2000/36] uitsluitend zonder beschrijving van de samenstelling in de lijst ingrediënten van een levensmiddel dat bestemd is voor de eindverbruiker in Tsjechië mag worden vermeld indien de benaming van dat samengestelde ingrediënt exact overeenstemt met de benaming die wordt gebruikt in de Tsjechische taalversie van bijlage I bij richtlijn [2000/36]?”

Beantwoording van de prejudiciële vraag

32 Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of bijlage VII, deel E, punt 2, onder a), van verordening nr. 1169/2011 aldus moet worden uitgelegd dat een marktdeelnemer in het kader van de etikettering van producten die op het grondgebied van een lidstaat in de handel worden gebracht, enkel is vrijgesteld van de verplichting om alle ingrediënten op te sommen die een samengesteld ingrediënt in de zin van artikel 2, lid 2, onder h), van deze verordening vormen indien dit samengestelde ingrediënt waarvoor een verkoopbenaming is vastgesteld in bijlage I, deel A, bij richtlijn 2000/36 in de lijst van ingrediënten is opgenomen onder die verkoopbenaming in de taalversie van de betrokken lidstaat.

33 Zoals naar voren komt uit de verwijzingsbeslissing is deze vraag opgekomen in een geding dat is gerezen naar aanleiding van het in de handel brengen door Tesco van bepaalde levensmiddelen in Tsjechië, omdat het chocoladeproduct dat wordt gebruikt bij de vervaardiging van die levensmiddelen niet in de lijst van ingrediënten ervan is opgenomen met de benaming die voor dat samengestelde ingrediënt is gebruikt in de Tsjechische taalversie van bijlage I bij richtlijn 2000/36, namelijk čokoláda v prášku. Tesco heeft die benaming vervangen door haar eigen vertaling in het Tsjechisch van de benaming in andere taalversies van die bijlage, zoals de Duitse taalversie (Schokoladenpulver) en de Poolse taalversie (die de benamingen proszek czekoladowy en czekolada w proszku bevat). Deze vertalingen hebben geleid tot het gebruik van de term čokoládový prášek („chocoladepoeder”) om dat samengestelde ingrediënt aan te duiden.

34 In de eerste plaats moet eraan worden herinnerd, ten eerste, dat richtlijn 2000/36 ertoe strekt de verkoopbenamingen van cacao- en chocoladeproducten voor menselijke consumptie volledig te harmoniseren om de eenheid van de interne markt te waarborgen. De in bijlage I bij richtlijn 2000/36 voorgeschreven verkoopbenamingen zijn overeenkomstig artikel 3, punt 1, van deze richtlijn zowel verplicht als voorbehouden voor de in die bijlage omschreven producten. Voorts verbiedt artikel 4 van richtlijn 2000/36 dat de lidstaten voor de in bijlage I omschreven producten nationale bepalingen vaststellen die niet in richtlijn 2000/36 zelf zijn vervat, zodat moet worden verondersteld dat bij die richtlijn een verplichte en uitputtende regeling van verkoopbenamingen is ingevoerd (zie in die zin arrest van 25 november 2010, Commissie/Italië, C‑47/09, EU:C:2010:714, punten 29 en 36).

35 Ten tweede volgt uit bijlage I, deel A, punt 2, onder c), van richtlijn 2000/36, gelezen in samenhang met artikel 3, punt 1, en overweging 7 van deze richtlijn dat een product dat bestaat uit een mengsel van cacaopoeder en suikers en dat ten minste 32 % cacaopoeder bevat voor de toepassing van deze richtlijn in het Tsjechisch moet worden aangeduid als čokoláda v prášku (en in het Nederlands als chocoladepoeder, gesuikerd cacaopoeder of gesuikerde cacao).

36 Gesteld dat het samengestelde ingrediënt dat in het hoofdgeding aan de orde is, voldoet aan de criteria om te worden aangeduid als čokoláda v prášku (chocoladepoeder, gesuikerd cacaopoeder of gesuikerde cacao) in de zin van bijlage I, deel A, punt 2, onder c), van richtlijn 2000/36, hetgeen de verwijzende rechter moet beoordelen, dan moet dat samengestelde ingrediënt in de handel als čokoláda v prášku worden aangeduid.

37 Deze conclusie wordt bevestigd door het feit dat de benaming čokoláda v prášku in bijlage I, deel A, punt 2, onder c), van richtlijn 2000/36 een „wettelijke benaming” is die is voorgeschreven in de bepalingen van die Unie die op dat levensmiddel van toepassing zijn in de zin van artikel 2, lid 2, onder n), van verordening nr. 1169/2011. Een dergelijke benaming moet overeenkomstig de artikelen 17 en 18 van die verordening op het gehele grondgebied van de Unie worden gebruikt. Uit hoofde van artikel 15, lid 1, van deze verordening moet deze benaming bovendien op het levensmiddel worden aangebracht in een taal die gemakkelijk te begrijpen is voor de consumenten van de lidstaat waar het levensmiddel in kwestie in de handel wordt gebracht.

38 In de tweede plaats moet worden opgemerkt dat de lijst van ingrediënten die op levensmiddelen moet voorkomen overeenkomstig artikel 9, lid 1, onder b), en artikel 18, lid 1, van verordening nr. 1169/2011 moet bestaan uit de opsomming van alle ingrediënten van het betrokken levensmiddel in aflopende volgorde van het gewicht waarin zij bij de bereiding van het levensmiddel zijn gebruikt.

39 Volgens bijlage VII, deel E, punt 2, onder a), van verordening nr. 1169/2011 mag de lijst van ingrediënten waaruit een samengesteld ingrediënt bestaat, worden weggelaten indien de samenstelling van het samengestelde ingrediënt door de geldende voorschriften van de Unie is vastgesteld en mits het samengestelde ingrediënt minder dan 2 % van het eindproduct uitmaakt.

40 In dat verband volgt uit de punten 36 en 37 van het onderhavige arrest dat het weglaten van de ingrediënten waaruit een samengesteld ingrediënt zoals dat in het hoofdgeding is opgebouwd, enkel is toegestaan indien dat samengestelde ingrediënt is aangeduid met de benaming die eraan is toegekend in de voorschriften van Unierecht en in een taal die gemakkelijk te begrijpen is voor de consumenten van de lidstaat waar het levensmiddel in de handel wordt gebracht. In casu blijkt derhalve dat een samengesteld ingrediënt dat voorkomt op de etiketten van voedingsmiddelen die in Tsjechië in de handel worden gebracht, moet worden opgenomen met de Tsjechische benaming ervan om te profiteren van de vrijstelling in bijlage VII, deel E, punt 2, onder a), van verordening nr. 1169/2011.

41 In de derde plaats moet worden onderzocht of de uitzondering in bijlage VII, deel E, punt 2, onder a), van verordening nr. 1169/2011 ook van toepassing kan zijn in een situatie als in het hoofdgeding waarin de marktdeelnemer niet de benaming van het samengestelde ingrediënt heeft gebruikt die in de Tsjechische taalversie van bijlage I bij richtlijn 2000/36 voorkomt, maar die benaming heeft vervangen door zijn eigen vertaling in het Tsjechisch van de benaming van dat ingrediënt in andere taalversies van bijlage I.

42 In dat verband moet ten eerste worden opgemerkt dat bijlage VII, deel E, punt 2, onder a), van verordening nr. 1169/2011, als uitzondering op de regel dat alle ingrediënten van een levensmiddel in de lijst van ingrediënten moeten worden opgenomen, strikt moet worden uitgelegd.

43 Ten tweede moet worden onderstreept dat verordening nr. 1169/2011 er met name toe strekt om een hoog niveau van consumentenbescherming ten aanzien van voedselinformatie te waarborgen, rekening houdend met hun verschillen in perceptie, zoals blijkt uit artikel 1, lid 1, en artikel 3, lid 1, gelezen in het licht van de overwegingen 1, 3 en 4 van die verordening (arrest van 1 oktober 2020, Groupe Lactalis, C‑485/18, EU:C:2020:763, punt 43 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

44 Daartoe streeft verordening nr. 1169/2011 volgens artikel 3, lid 1, gelezen in samenhang met de overwegingen 3 en 4 ervan, ernaar te waarborgen dat de aan consumenten verstrekte informatie hen in staat stelt doordachte keuzen te maken (zie in die zin arrest van 12 november 2019, Organisation juive européenne en Vignoble Psagot, C‑363/18, EU:C:2019:954, punt 53).

45 Meer in het bijzonder blijkt uit overweging 17 van verordening nr. 1169/2011 dat de verplichting om informatie over de samenstelling van levensmiddelen te verstrekken voortvloeit uit de noodzaak om „consumenten in staat te stellen een levensmiddel te identificeren en er passend gebruik van te maken en keuzes te maken volgens hun individuele voedingsbehoeften”.

46 Een dergelijke doelstelling vereist dat voedselinformatie juist, neutraal en objectief is (zie in die zin arresten van 22 september 2016, Breitsamer und Ulrich, C‑113/15, EU:C:2016:718, punt 69, en 1 oktober 2020, Groupe Lactalis, C‑485/18, EU:C:2020:763, punt 44). Daarnaast mag deze informatie de consument niet misleiden ten aanzien van de kenmerken van het levensmiddel en met name van de aard, identiteit, hoedanigheden, samenstelling, hoeveelheid, houdbaarheid, oorsprong of herkomst, wijze van vervaardiging of verkrijging ervan (arrest van 4 juni 2015, Bundesverband der Verbraucherzentralen und Verbraucherverbände, C‑195/14, EU:C:2015:361, punt 31).

47 Een dergelijke doelstelling zou ernstig worden ondergraven indien marktdeelnemers, die zich moeten houden aan de verkoopbenaming van een samengesteld ingrediënt die is voorgeschreven door een regeling van de Unie, de mogelijkheid hadden om de benaming van dat ingrediënt die is opgenomen in de relevante taalversie van die regeling te negeren en in plaats daarvan een eigen vertaling te gebruiken van de termen waarmee dat samengestelde ingrediënt in andere taalversies van die regeling is aangeduid.

48 Zoals de advocaat-generaal in de punten 63 en 71 van zijn conclusie in wezen opmerkt, kunnen consumenten die enkel de lijst van ingrediënten lezen van een levensmiddel waarin een samengesteld ingrediënt voorkomt, op basis van die eigen vertalingen niet met zekerheid weten welke samenstelling een samengesteld ingrediënt heeft.

49 In casu moet, meer in het bijzonder, worden onderstreept dat enkel de term čokoláda v prášku precies is omschreven, namelijk in bijlage I, deel A, punt 2, onder c), van richtlijn 2000/36. De term čokoládový prášek is in de context van het Unierecht daarentegen niet gedefinieerd.

50 De door Tesco in haar schriftelijke antwoord op de vragen van het Hof benadrukte omstandigheid dat het samengestelde ingrediënt dat in het hoofdgeding aan de orde is cacao en suiker bevat, dat het cacaogehalte ten minste 32 % bedraagt en dat het derhalve volledig voldoet aan de vereisten van bijlage I bij richtlijn 2000/36 om te worden gekwalificeerd als čokoláda v prášku (in de Nederlandse taalversie chocoladepoeder, gesuikerd cacaopoeder, gesuikerde cacao) verandert niets aan het feit dat in casu enkel de benaming van dat samengestelde ingrediënt die is opgenomen in de Tsjechische taalversie van bijlage I bij richtlijn 2000/36 kan voldoen aan de vereisten van passende informatie voor consumenten.

51 Marktdeelnemers toestaan om voor een samengesteld ingrediënt waarvoor in richtlijn 2000/36 een verkoopbenaming is vastgesteld, een eigen vertaling van een benaming in andere taalversies van die richtlijn te gebruiken, zou bovendien de volledige harmonisatie van de verkoopbenamingen door die richtlijn, beschreven in punt 34 van dit arrest, doorkruisen. Daaruit zou namelijk voortvloeien dat de lijst van ingrediënten van een levensmiddel een samengesteld ingrediënt genoemd in de bijlage bij richtlijn 2000/36 kan bevatten met een benaming die in geen van de taalversies van die bijlage voorkomt en die dientengevolge afwijkt van de wettelijke benaming die door die richtlijn wordt voorgeschreven.

52 Daaraan moet worden toegevoegd dat het beginsel van gelijkwaardigheid van de verschillende taalversies van een bepaling van Unierecht er niet in mag uitmonden dat een marktdeelnemer zich naar geen van deze versies hoeft te schikken. De vaststelling in punt 47 van dit arrest doet ook niet af aan het beginsel dat in geval van verschillen tussen de taalversies van een bepaling van Unierecht de ene taalversie niet boven de andere gaat. Zoals de advocaat-generaal in punt 44 van zijn conclusie heeft onderstreept, betekent het loutere feit dat in verschillende taalversies verschillende benamingen voor het betrokken samengestelde ingrediënt zijn opgenomen – en dat in sommige taalversies meerdere alternatieve benamingen voor hetzelfde ingrediënt zijn opgenomen en in andere taalversies slechts één – niet dat er verschillen tussen de taalversies zijn.

53 Gelet op een en ander moet op de vraag worden geantwoord dat bijlage VII, deel E, punt 2, onder a), van verordening nr. 1169/2011 aldus moet worden uitgelegd dat een marktdeelnemer in het kader van de etikettering van producten die op het grondgebied van een lidstaat in de handel worden gebracht enkel is vrijgesteld van de verplichting om alle ingrediënten op te sommen die een samengesteld ingrediënt in de zin van artikel 2, lid 2, onder h), van deze verordening vormen indien dit samengestelde ingrediënt waarvoor een verkoopbenaming is vastgesteld in bijlage I, deel A, bij richtlijn 2000/36 in de lijst van ingrediënten is opgenomen onder die verkoopbenaming in de taalversie van de betrokken lidstaat.

Kosten

54 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Het Hof (Vijfde kamer) verklaart voor recht:

Bijlage VII, deel E, punt 2, onder a), van verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, richtlijn 90/496/EEG van de Raad, richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie, moet aldus worden uitgelegd dat een marktdeelnemer in het kader van de etikettering van producten die op het grondgebied van een lidstaat in de handel worden gebracht enkel is vrijgesteld van de verplichting om alle ingrediënten op te sommen die een samengesteld ingrediënt in de zin van artikel 2, lid 2, onder h), van deze verordening vormen indien dit samengestelde ingrediënt waarvoor een verkoopbenaming is vastgesteld in bijlage I, deel A, bij richtlijn 2000/36/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 juni 2000 inzake cacao- en chocoladeproducten voor menselijke consumptie, in de lijst van ingrediënten is opgenomen onder die verkoopbenaming in de taalversie van de betrokken lidstaat.

ondertekeningen

* Procestaal: Tsjechisch.

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken

Aangehaald in