HvJ EU 3 september 2020, C-539/19, ECLI:EU:C:2020:634

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

ARREST VAN HET HOF (Achtste kamer)

3 september 2020 ( *1 )

„Prejudiciële verwijzing – Roaming op openbare mobielecommunicatienetwerken binnen de Europese Unie – Verordening (EU) nr. 531/2012 – Artikel 6 bis – Artikel 6 sexies, lid 3 – Verplichting voor de roamingaanbieder om het gereguleerde roamingtarief automatisch toe te passen – Toepassing op consumenten die vóór de inwerkingtreding van verordening (EU) nr. 531/2012 voor een specifiek roamingtarief hebben gekozen”

In zaak C‑539/19,

betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door het Landgericht München I (regionale rechter München I, Duitsland) bij beslissing van 4 juni 2019, ingekomen bij het Hof op 15 juli 2019, in de procedure

Bundesverband der Verbraucherzentralen und Verbraucherverbände – Verbraucherzentrale Bundesverband eV

tegen

Telefónica Germany GmbH & Co. OHG,

wijst

HET HOF (Achtste kamer),

samengesteld als volgt: L. S. Rossi, kamerpresident, J. Malenovský en N. Wahl (rapporteur), rechters,

advocaat-generaal: E. Tanchev,

griffier: A. Calot Escobar,

gezien de stukken,

gelet op de opmerkingen van:

– Telefónica Germany GmbH & Co. OHG, vertegenwoordigd door H. Plassmeier, Rechtsanwalt,

– de Italiaanse regering, vertegenwoordigd door G. Palmieri als gemachtigde, bijgestaan door P. Gentili, avvocato dello Stato,

– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door G. Braun en L. Nicolae als gemachtigden,

gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,

het navolgende

Arrest

1 Het verzoek om een prejudiciële beslissing betreft de uitlegging van artikel 6 bis en artikel 6 sexies, lid 3, van verordening (EU) nr. 531/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2012 betreffende roaming op openbare mobielecommunicatienetwerken binnen de Unie (PB 2012, L 172, blz. 10), zoals gewijzigd bij verordening (EU) 2015/2120 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 (PB 2015, L 310, blz. 1; hierna: „verordening nr. 531/2012”).

2 Dit verzoek is ingediend in het kader van een geding tussen Telefónica Germany GmbH & Co. OHG, een aanbieder van telecommunicatiediensten die onder meer onder de naam „O2” handelt, en het Bundesverband der Verbraucherzentralen und Verbraucherverbände – Verbraucherzentrale Bundesverband eV (federale unie van consumentenorganisaties, Duitsland; hierna: „Bundesverband”) over een stakingsvordering die het Bundesverband heeft ingesteld tegen de praktijken van O2 inzake de regeling voor omschakeling naar het nieuwe, op het niveau van de Europese Unie gereguleerde roamingtarief, nadat de retailroamingtoeslagen binnen de Unie met ingang van 15 juni 2017 waren afgeschaft.

Toepasselijke bepalingen

Verordening nr. 531/2012

3 In artikel 2, lid 2, onder r), van verordening nr. 531/2012 wordt de „binnenlandse retailprijs” omschreven als volgt: „binnenlands retailtarief per eenheid dat een roamingaanbieder hanteert voor geïnitieerde gesprekken en verzonden sms-berichten (beide geïnitieerd en beëindigd op verschillende openbare communicatienetwerken binnen dezelfde lidstaat) en voor gegevens die worden gebruikt door een klant; indien er geen specifiek binnenlands retailtarief per eenheid is, wordt de binnenlandse retailprijs geacht het tariefmechanisme te zijn dat van toepassing is op de klant voor geïnitieerde gesprekken en verzonden sms-berichten (beide geïnitieerd en beëindigd op verschillende openbare communicatienetwerken binnen dezelfde lidstaat) en voor gegevens die worden gebruikt in de lidstaat van die klant;”

4 Artikel 6 bis van die verordening, met als opschrift „Afschaffing van retailroamingtoeslagen”, bepaalt: „Met ingang van 15 juni 2017 brengen roamingaanbieders [...] roamende klanten in [een] lidstaat geen toeslag bovenop de binnenlandse retailprijs in rekening voor geïnitieerde of ontvangen gereguleerde roaminggesprekken, verzonden gereguleerde roaming-sms-berichten of gebruikte gereguleerde dataroamingdiensten, waaronder mms-berichten, noch algemene kosten om de eindapparatuur of de dienst in het buitenland te kunnen gebruiken, onverminderd de artikelen 6 ter en 6 quater.”

5 Artikel 6 ter van die verordening, met als opschrift „Redelijk gebruik”, luidt als volgt: „1. Roamingaanbieders kunnen [...] een beleid inzake ‚redelijk gebruik’ toepassen op het gebruik van gereguleerde retailroamingdiensten die tegen het geldende binnenlandse retailprijsniveau worden verleend, ter voorkoming van misbruik of afwijkend gebruik van gereguleerde retailroamingdiensten door roamende klanten, zoals het gebruik van dergelijke diensten door roamende klanten in een andere lidstaat dan die van hun binnenlandse aanbieder voor andere doeleinden dan periodieke reizen. Een beleid inzake ‚redelijk gebruik’ stelt de klant van de roamingaanbieder in staat tegen het geldende binnenlandse retailtarief volumes gereguleerde retailroamingdiensten af te nemen die stroken met hun respectieve tariefplannen. 2. Artikel 6 sexies is van toepassing op gereguleerde retailroamingdiensten die een van de door een beleid inzake ‚redelijk gebruik’ gestelde grenzen, overschrijden.”

6 Artikel 6 quater, lid 1, van verordening nr. 531/2012, met als opschrift „Houdbaarheid van de afschaffing van retailroamingtoeslagen”, bepaalt: „In specifieke en uitzonderlijke omstandigheden kan de roamingaanbieder, teneinde de houdbaarheid van zijn binnenlands tariefmodel te waarborgen en wanneer hij zijn totale werkelijke en geraamde kosten voor het leveren van gereguleerde roamingdiensten overeenkomstig de artikelen 6 bis en 6 ter, niet kan dekken met zijn werkelijke en geraamde inkomsten uit die diensten, verzoeken om een toeslag te mogen aanrekenen. Die toeslag wordt uitsluitend toegepast voor zover dit nodig is om de kosten van de levering van gereguleerde retailroamingdiensten te dekken, met inachtneming van de toepasselijke maximale wholesaletarieven.”

7 Artikel 6 sexies van die verordening, met als opschrift „Verlening van gereguleerde retailroamingdiensten”, bepaalt in de leden 1 en 3: „1. Onverminderd het bepaalde in de tweede alinea, voldoet een roamingaanbieder die een toeslag aanrekent voor het gebruik van gereguleerde retailroamingdiensten dat een van de door een beleid inzake redelijk gebruik gestelde grenzen overschrijdt, aan de volgende voorschriften (exclusief btw): [...] 3. Roamingaanbieders kunnen roamende klanten een ander roamingtarief aanbieden dan een tarief dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 6 bis, 6 ter en 6 quater en lid 1 van dit artikel, en roamende klanten kunnen ook vrijwillig voor dat ander tarief kiezen, waardoor zij een ander tarief voor gereguleerde roamingdiensten genieten dan het tarief dat hun zou zijn aangeboden indien zij deze keuze niet hadden gemaakt. De roamingaanbieder wijst deze roamende klanten op de aard van de roamingvoordelen die daardoor verloren gaan. Onverminderd de eerste alinea, passen roamingaanbieders het overeenkomstig de artikelen 6 bis en 6 ter en lid 1 van dit artikel vastgestelde tarief automatisch toe voor alle bestaande en nieuwe roamende klanten. Een roamende klant kan op elk moment verzoeken om over te stappen naar of van het tarief dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 6 bis, 6 ter en 6 quater en lid 1 van dit artikel. Wanneer roamende klanten vrijwillig kiezen om over te schakelen van of naar het tarief dat wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 6 bis, 6 ter en 6 quater en lid 1 van dit artikel, geschiedt elke overstap kosteloos binnen één werkdag na ontvangst van het verzoek, en zonder dat voorwaarden of beperkingen worden opgelegd op grond van elementen van het abonnement die geen betrekking hebben op roaming. Roamingaanbieders kunnen deze overstap uitstellen totdat het voorgaande roamingtarief gedurende een gespecificeerde minimumtermijn van kracht is geweest; deze minimumtermijn mag niet langer zijn dan twee maanden.”

8 Artikel 6 septies van die verordening, met als opschrift „Retailroamingtoeslagen in de overgangsperiode”, luidt: „1. Van 30 april 2016 tot en met 14 juni 2017 kunnen roamingaanbieders voor de levering van gereguleerde retailroamingdiensten een toeslag in aanvulling op de binnenlandse retailprijs toepassen. 2. Tijdens de in lid 1 van dit artikel bedoelde periode, is artikel 6 sexies mutatis mutandis van toepassing.”

9 Artikel 14 van verordening nr. 531/2012, met als opschrift „Transparantie van de retailtarieven voor roamingoproepen en sms-berichten”, bepaalt in lid 3: „Roamingaanbieders verstrekken alle klanten bij het nemen van hun abonnement alle informatie over de door hen gehanteerde roamingtarieven. Voorts delen zij elke wijziging van hun geldende roamingtarieven zonder onnodige vertraging aan de roamende klanten mee. Zij sturen daarna met redelijke tussenpozen een herinnering aan alle klanten die voor een ander tarief hebben gekozen.”

Verordening 2015/2120

10 De overwegingen 21 en 25 van verordening nr. 2015/2120 luiden als volgt: „(21) [De oorspronkelijke versie van verordening nr. 531/2012] stelt als beleidsdoel dat het verschil tussen roaming‑ en binnenlandse tarieven nul moet benaderen. Het uiteindelijke doel, namelijk het wegwerken van het verschil tussen binnenlandse en roamingtarieven, kan echter niet op een duurzame manier worden bereikt met het geconstateerde niveau van wholesaletarieven. Daarom wordt in deze verordening bepaald dat retailroamingtoeslagen met ingang van 15 juni 2017 moeten worden afgeschaft, op voorwaarde dat de problemen die momenteel op de wholesaleroamingmarkten worden waargenomen, zijn aangepakt. In dit verband dient de [Europese] Commissie een evaluatie uit te voeren van de wholesaleroamingmarkt en op basis van het resultaat daarvan een wetgevingsvoorstel in te dienen. [...] (25) Om een vlotte overgang van [de oorspronkelijke versie van verordening nr. 531/2012] naar de afschaffing van de toeslagen op de retailroamingtarieven te verzekeren, moet deze verordening voorzien in een overgangsperiode waarin de roamingaanbieders een toeslag op de binnenlandse prijzen voor verleende gereguleerde retailroamingdiensten mogen aanrekenen. Die overgangsregeling moet reeds de fundamentele koerswijziging voorbereiden door het integreren van Uniebrede roaming als onderdeel van de binnenlandse tariefplannen op de verschillende binnenlandse markten. Het uitgangspunt van de overgangsregeling dient dus te worden gevormd door de respectieve binnenlandse prijzen, waarop een toeslag kan worden aangerekend die niet groter mag zijn dan het maximale wholesaleroamingtarief dat in de periode vlak vóór de overgangsperiode geldt. Een dergelijke overgangsregeling moet ook voorzien in aanzienlijke prijsverlagingen voor klanten met ingang van de datum van toepassing van deze verordening, en mag, indien de toeslag wordt opgeteld bij de binnenlandse retailprijs, in geen geval leiden tot een hogere retailroamingprijs dan het maximale gereguleerde retailroamingtarief dat van toepassing is in de periode vlak vóór de overgangsperiode.”

Hoofdgeding en prejudiciële vraag

11 Telefónica Germany is een aanbieder van telecommunicatiediensten die onder de naam „O2” onder meer mobielecommunicatiediensten aanbiedt.

12 Na de vaststelling van verordening 2015/2120 heeft O2 op haar website www.o2online.de informatie gepubliceerd over de regeling voor omschakeling naar het nieuwe op Unieniveau gereguleerde roamingtarief, dat in beginsel overeenstemde met de dienst „Roam like at home” (roaming tegen nationale tarieven; hierna: „RTNT”). Meer specifiek wordt op deze website onder het tabblad „Algemene informatie” het volgende aangegeven: „Alle O2-klanten kunnen met ingang van 22 mei 2017 de omschakeling naar het gereguleerde EU-roamingtarief per sms uitvoeren. Stuur hiervoor een sms met het codewoord ‚JA’ naar 65544. Je wordt dan automatisch naar het gereguleerde tarief omgeschakeld. Na een succesvolle omschakeling ontvang je een sms ter bevestiging.”

13 Uit het tabblad van deze website met als opschrift „Hoe krijg je het gereguleerde EU-roamingtarief?” blijkt het volgende: „In principe kun je om het even wanneer heel gemakkelijk met de O2 app naar het gereguleerde EU-roamingtarief omschakelen. Alle O2-klanten kunnen met ingang van 22 mei 2017 de omschakeling naar het gereguleerde EU-roamingtarief bovendien per sms uitvoeren. Stuur hiervoor een sms met het codewoord ‚JA’ naar 65544. Je wordt dan automatisch naar het gereguleerde tarief omgeschakeld. Na een succesvolle omschakeling ontvang je een sms ter bevestiging. Als je nu al het gereguleerde EU-roamingtarief (ook ‚Roaming Basic’ [basisroamingdiensten] respectievelijk ‚Weltzonenpack’ [bundel wereldzone] en ‚Mobiles Internet Ausland’ [mobiel internet in het buitenland] genaamd) hebt, word je uiterlijk op 15 juni 2017 omgeschakeld, zonder dat je hiervoor iets hoeft te doen. Je huidige gereguleerde roamingtarief wordt dan automatisch vervangen door het nieuwe gereguleerde EU-roamingtarief, zodat voor jou met ingang van 15 juni 2017 de binnenlandse voorwaarden van jouw tarief (voor gesprekken, sms en data) ook in de rest van de [Unie] gelden.”

14 Volgens het Bundesverband vereiste de regeling voor omschakeling naar het nieuwe gereguleerde roamingtarief, zoals aangegeven op de website van O2, in wezen dat de O2-klanten die vóór 15 juni 2017 een ander dan het gereguleerde roamingtarief betaalden (hierna: „ander tarief” of „alternatief tarief”) O2 per sms of via de O2-app een speciale verklaring toezonden om de voordelen van het nieuwe gereguleerde roamingtarief, en met name de RTNT, te genieten. Het Bundesverband meende dat deze praktijk strijdig was met artikel 6 bis en artikel 6 sexies, lid 3, van verordening nr. 531/2012, en heeft bij de verwijzende rechter, het Landgericht München I (regionale rechter München I, Duitsland), een vordering tot staking van deze praktijk ingesteld.

15 In het kader van deze vordering heeft het Bundesverband aangevoerd dat de RTNT op grond van deze bepalingen vanaf de datum van inwerkingtreding van die verordening, namelijk 15 juni 2017, automatisch moest worden toegepast op alle klanten. O2 moet er dus voor zorgen dat al haar klanten de RTNT automatisch genieten, ongeacht of zij voordien voor het alternatieve tarief hadden gekozen. Bijgevolg mag O2 van haar klanten die het andere tarief genieten niet eisen dat zij doen blijken van hun wil om van tarief te veranderen om de RTNT te genieten.

16 Telefónica Germany voert van haar kant aan dat in het kader van de toepassing van verordening nr. 531/2012 een onderscheid moet worden gemaakt tussen twee soorten roamingtarieven, namelijk het gereguleerde tarief en het zogenoemde „alternatieve” tarief. Het gereguleerde tarief is een standaardtarief dat in beginsel niet hoger mag zijn dan het nationale retailtarief, terwijl voor het alternatieve tarief voorwaarden mogen gelden die afwijken van de voorwaarden voor het nationale retailtarief. Volgens Telefónica Germany vereiste deze verordening dat op klanten die het gereguleerde tarief reeds vóór 15 juni 2017 genoten, automatisch de RTNT wordt toegepast. Daarentegen geldt overeenkomstig artikel 6 sexies, lid 3, van deze verordening de verplichting om klanten automatisch naar de RTNT om te schakelen niet voor klanten die op 15 juni 2017 het alternatieve tarief genoten.

17 Volgens de verwijzende rechter is de vraag of het nieuwe gereguleerde roamingtarief vanaf 15 juni 2017 automatisch op alle klanten moest worden toegepast, doorslaggevend voor de beslechting van het hoofdgeding, temeer daar O2 zelfs na de uiterste datum van 15 juni 2017 dit tarief niet had toegekend aan al haar klanten voor wie het alternatieve tarief gold.

18 Daarop heeft het Landgericht München I de behandeling van de zaak geschorst en het Hof verzocht om een prejudiciële beslissing over de volgende vraag: „Moeten artikel 6 bis en artikel 6 sexies, lid 3, van verordening nr. 531/2012 aldus worden uitgelegd dat aanbieders van mobielecommunicatiediensten met ingang van 15 juni 2017 alle klanten automatisch naar het gereguleerde tarief volgens artikel 6 bis van verordening nr. 531/2012 moeten omschakelen, ongeacht of deze klanten tot dan toe een gereguleerd tarief of een specifiek, zogenaamd alternatief roamingtarief hadden?”

Beantwoording van de prejudiciële vraag

19 Met zijn vraag wenst de verwijzende rechter in wezen te vernemen of artikel 6 bis en artikel 6 sexies, lid 3, van verordening nr. 531/2012 aldus moeten worden uitgelegd dat het in artikel 6 bis van deze verordening bedoelde nieuwe roamingtarief met ingang van 15 juni 2017 automatisch van toepassing is op zowel klanten die reeds een gereguleerd roamingtarief genoten, als klanten die tot dan toe voor een ander tarief hadden gekozen.

20 Om deze vraag te beantwoorden, dient in herinnering te worden gebracht dat volgens vaste rechtspraak bij de uitlegging van een bepaling van het Unierecht niet alleen rekening moet worden gehouden met de bewoordingen ervan, maar ook met de context en met de doelstellingen van de regeling waarvan zij deel uitmaakt (arrest van 3 oktober 2019, Wasserleitungsverband Nördliches Burgenland e.a., C‑197/18, EU:C:2019:824, punt 48 en aldaar aangehaalde rechtspraak).

21 In de eerste plaats dient om te beginnen te worden vastgesteld dat uit de bewoordingen van artikel 6 bis van verordening nr. 531/2012 blijkt dat de omschakeling naar de RTNT met ingang van 15 juni 2017 algemeen moest geschieden voor „roamende klanten in [een] lidstaat”, zonder dat deze bepaling gewag maakt van uitzonderingen of voorbehouden inzake deze „roamende klanten”, en a fortiori van voorbehouden inzake de vraag of deze klanten tot dan toe een ander tarief genoten. De enige voorbehouden in artikel 6 bis van verordening nr. 531/2012 vloeien immers voort uit artikel 6 ter, met als opschrift „Redelijk gebruik”, en uit artikel 6 quater, met als opschrift „Houdbaarheid van de afschaffing van retailroamingtoeslagen”, van deze verordening, die de context omschrijven waarbinnen roamingaanbieders respectievelijk een beleid inzake redelijk gebruik van de RTNT kunnen toepassen en bij wijze van uitzondering roamingtoeslagen kunnen aanrekenen.

22 Vervolgens wordt het automatische karakter van de omschakeling naar het gereguleerde roamingtarief voor alle klanten bevestigd door de bewoordingen van artikel 6 sexies, lid 3, van verordening nr. 531/2012.

23 Ten eerste kunnen roamingaanbieders op basis van de eerste alinea van deze bepaling een „ander roamingtarief aanbieden dan een tarief dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 6 bis, 6 ter en 6 quater [...], dat [roamende klanten] zou zijn aangeboden indien zij deze keuze niet hadden gemaakt”, en kunnen roamende klanten daar ook „vrijwillig voor [...] kiezen”. Artikel 6 sexies, lid 3, van verordening nr. 531/2012 stelt dus een derogatiesysteem (opt-out) in, dat in wezen inhoudt dat een klant die de RTNT niet wenst te genieten, dit uitdrukkelijk te kennen moet geven. Deze uitlegging wordt bovendien bevestigd door de laatste volzin van de eerste alinea van deze bepaling, die bepaalt dat „[d]e roamingaanbieder [...] deze roamende klanten [wijst] op de aard van de roamingvoordelen die [...] verloren gaan [indien zij zouden kiezen voor een ander roamingtarief dan een tarief dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 6 bis, 6 ter en 6 quater van deze verordening]”. Voorts stelt de tekst van deze bepaling geen tijdschema vast voor de toepassing ervan, waaruit kan worden afgeleid dat een dergelijke opt-outkeuze ook vóór de uiterste datum van 15 juni 2017 kon worden gemaakt. Om hun klanten in staat te stellen deze keuze vóór deze datum te maken en nadien een ander tarief te behouden, moesten roamingaanbieders dus vóór deze datum contact opnemen met de betrokken klanten om hun te vragen of zij hun andere tarief wensten te behouden, en hen wijzen op „de aard van de roamingvoordelen die [door deze keuze] verloren [zouden] gaan”. Overeenkomstig deze regel kreeg een klant die negatief of niet antwoordde, automatisch de RTNT.

24 Ten tweede bevestigt artikel 6 sexies, lid 3, tweede alinea, van verordening nr. 531/2012 dat „roamingaanbieders het [gereguleerde roamingtarief] automatisch [toepassen] voor alle bestaande en nieuwe roamende klanten”. Bijgevolg is het duidelijk dat deze automatische toepassing geldt „voor alle [...] klanten”, zonder onderscheid op basis van het profiel van de klanten of het tot dan toe voor hen geldende tarief. In die zin strekt het inleidende zinsdeel van deze tweede alinea („[o]nverminderd de eerste alinea”) ertoe te benadrukken dat het andere tarief ook na de inwerkingtreding van de RTNT verder kan worden aangeboden, als maar is voldaan aan de voorwaarden van de eerste alinea van dit artikel 6 sexies, lid 3, en met name de klant daarvoor „vrijwillig” heeft „gekozen”.

25 In de tweede plaats zij met betrekking tot de context waarbinnen artikel 6 bis en artikel 6 sexies, lid 3, van verordening nr. 531/2012 passen, opgemerkt dat deze bepalingen zijn ingevoerd door verordening 2015/2120 met het oog op de afschaffing van retailroamingtoeslagen binnen de Unie.

26 Zoals blijkt uit overweging 21 van verordening 2015/2120, heeft de Uniewetgever immers vastgesteld dat het wegwerken van het verschil tussen binnenlandse en roamingtarieven, dat het uiteindelijke doel van verordening nr. 531/2012 was – zoals vermeld in overweging 3 van de oorspronkelijke versie van deze verordening –, gelet op het geconstateerde niveau van wholesaletarieven niet op een duurzame manier kon worden bereikt; daarom werd beslist de retailroamingtoeslagen met ingang van 15 juni 2017 af te schaffen.

27 Het automatische karakter van deze omschakeling naar de RTNT blijkt ook uit overweging 25 van verordening 2015/2120, die voorziet in een „overgangsperiode waarin de roamingaanbieders een toeslag op de binnenlandse prijzen [...] mogen aanrekenen” zonder evenwel te verwijzen naar het andere tarief, of zelfs naar de mogelijkheid om de toepassing van de RTNT afhankelijk te maken van een bijbehorende verklaring van de klanten aan de aanbieders.

28 Het klopt dat de oorspronkelijke versie van verordening nr. 531/2012 ertoe strekte om op het niveau van de Unie het maximumretailtarief vast te stellen in de vorm van een gereguleerd tarief, „eurotarief” genaamd, en bepaalde dat dit vanaf 1 juli 2012 automatisch werd toegepast op alle bestaande roamende klanten, met uitzondering van roamende klanten die al vrijwillig hadden gekozen voor een ander roamingtarief dan het tarief dat hun zou zijn aangeboden indien zij deze keuze niet hadden gemaakt. Dat blijkt uit de overwegingen 48 en 77 van de oorspronkelijke versie van verordening nr. 531/2012, alsook, voor het „eurogesprekstarief”, uit artikel 8, leden 2 en 3, van deze verordening, voor het „euro-sms-tarief” uit artikel 10, leden 2 en 4, ervan, en voor het „eurodatatarief” uit artikel 13, leden 2 en 3, ervan.

29 Al deze bepalingen van de oorspronkelijke versie van verordening nr. 531/2012 inzake de automatische toepassing van het eurotarief zijn echter niet alleen ingetrokken, maar beantwoordden bovendien aan een andere ratio legis, volgens welke de klant een ander tarief kon genieten, dat lager was dan het eurotarief. Zo verwijst met name artikel 13, lid 3, van de oorspronkelijke versie van verordening nr. 531/2012 naar een „tarief [...] dat aantoonbaar lager is dan het eurodatatarief”.

30 In het geval van de RTNT is een prijsverschil tussen het andere roamingtarief binnen de Unie en het gereguleerde roamingtarief daarentegen in beginsel uitgesloten.

31 Zonder uit te sluiten dat de automatische omschakeling naar de RTNT in bepaalde gevallen, door een mogelijke nieuwe aanpassing van het roamingcontract, kan leiden tot de intrekking van bepaalde voordelen in verband met de individuele behoeften van een klant, is de wil van de Uniewetgever om de voorkeur te geven aan de automatische invoering van de RTNT voor alle klanten dus ondubbelzinnig.

32 In de derde plaats wordt deze uitlegging gesteund door het doel van verordening nr. 531/2012, dat er – zoals blijkt uit artikel 1, lid 2, ervan en uit overweging 21 van verordening 2015/2120 – in bestaat te „evolueren naar een interne markt voor mobielecommunicatiediensten, zodat er uiteindelijk geen onderscheid zal bestaan tussen nationale en roamingtarieven”. Terwijl de automatische omschakeling naar de RTNT voor alle roamingklanten volledig in overeenstemming is met dit doel, kan derhalve het vereiste om de RTNT te activeren via een uitdrukkelijke wilsuiting (opt‑in) daarentegen tegen dit doel ingaan in de gevallen waarin het andere tarief hoger blijft dan het nationale tarief.

33 Dienaangaande zij benadrukt dat opt‑in‑ en opt-outregelingen voor de klanten vergelijkbare ongemakken met zich brengen, aangezien bij beide regelingen de klanten wordt verzocht hun wil kenbaar te maken aan de roamingaanbieder. De Uniewetgever heeft evenwel gemeend dat het doel van verordening nr. 531/2012, dat erin bestond te evolueren naar een interne markt voor mobielecommunicatiediensten, zonder onderscheid tussen nationale en roamingtarieven, efficiënter kon worden bereikt door de regeling van automatische omschakeling naar de RTNT, met name omdat in een derogatiesysteem (opt-out) zwijgen betekent dat met de RTNT wordt ingestemd.

34 Gelet op een en ander dient op de gestelde vraag te worden geantwoord dat artikel 6 bis en artikel 6 sexies, lid 3, van verordening nr. 531/2012 aldus moeten worden uitgelegd dat roamingaanbieders met ingang van 15 juni 2017 het onder meer in artikel 6 bis van deze verordening bedoelde gereguleerde roamingtarief automatisch moesten toepassen op al hun klanten, ongeacht of deze klanten voordien voor een gereguleerd roamingtarief dan wel voor een ander tarief hadden gekozen, tenzij zij vóór de uiterste datum van 15 juni 2017 overeenkomstig de daartoe in artikel 6 sexies, lid 3, eerste alinea, van deze verordening vastgestelde procedure uitdrukkelijk hun keuze voor dit andere tarief kenbaar hadden gemaakt.

Kosten

35 Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de verwijzende rechter over de kosten heeft te beslissen. De door anderen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakte kosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Het Hof (Achtste kamer) verklaart voor recht:

Artikel 6 bis en artikel 6 sexies, lid 3, van verordening (EU) nr. 531/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2012 betreffende roaming op openbare mobielecommunicatienetwerken binnen de Unie, zoals gewijzigd bij verordening (EU) 2015/2120 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015, moeten aldus worden uitgelegd dat roamingaanbieders met ingang van 15 juni 2017 het onder meer in artikel 6 bis van deze verordening bedoelde gereguleerde roamingtarief automatisch moesten toepassen op al hun klanten, ongeacht of deze klanten voordien voor een gereguleerd roamingtarief dan wel voor een ander tarief hadden gekozen, tenzij zij vóór de uiterste datum van 15 juni 2017 overeenkomstig de daartoe in artikel 6 sexies, lid 3, eerste alinea, van deze verordening vastgestelde procedure uitdrukkelijk hun keuze voor dit andere tarief kenbaar hadden gemaakt.

Handtekeningen

( *1 ) Procestaal: Duits.

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken