HvJ EU 25 januari 2018, C-314/16, ECLI:EU:C:2018:42
Tekst
ARREST VAN HET HOF (Negende kamer)
25 januari 2018 ( *1 )
„Niet-nakoming - Vervoer - Richtlijn 2006/126/EG - Rijbewijs - Definities van de categorieën C1, C en D1”
In zaak C‑314/16,
betreffende een beroep wegens niet-nakoming krachtens artikel 258 VWEU, ingesteld op 1 juni 2016,
Europese Commissie, vertegenwoordigd door J. Hottiaux en Z. Malůšková als gemachtigden,
verzoekster,
tegen
Tsjechische Republiek, vertegenwoordigd door M. Smolek, T. Müller en J. Vláčil als gemachtigden,
verweerster,
wijst
HET HOF (Negende kamer),
samengesteld als volgt: E. Juhász (rapporteur), waarnemend voor de kamerpresident, K. Jürimäe en C. Lycourgos, rechters,
advocaat-generaal: Y. Bot,
griffier: I. Illéssy, administrateur,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 1 juni 2017,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 7 september 2017,
het navolgende
Arrest
1 Met haar beroep verzoekt de Europese Commissie het Hof vast te stellen dat de Tsjechische Republiek, – door niet te voldoen aan de verplichting om in de definitie van de categorieën C1 en C uitsluitend motorvoertuigen op te nemen die niet tot de categorieën D1 of D behoren, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 4, lid 1 en lid 4, onder d) en f), van richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (PB 2006, L 403, blz. 18), en – door de definitie van categorie D1 te beperken tot motorvoertuigen die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van meer dan 8 personen, de krachtens artikel 4, lid 1 en lid 4, onder h), van die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Toepasselijke bepalingen
Recht van de Unie
2 Richtlijn 91/439/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs (PB 1991, L 237, blz. 1) bepaalde in artikel 3, lid 2, ervan: „Binnen de categorieën A, B, B + E, C, C + E, D en D + E kan een specifiek rijbewijs worden afgegeven voor het besturen van voertuigen van de volgende subcategorieën: […] subcategorie D1 – motorvoertuigen bestemd voor personenvervoer, met meer dan acht doch niet meer dan zestien zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend; aan de motorvoertuigen van deze subcategorie kan een aanhangwagen worden gekoppeld met een maximaal toegestane massa van ten hoogste 750 kg; […]”
3 De overwegingen 2 en 12 van richtlijn 2006/126 luiden als volgt: „(2) De voorschriften betreffende het rijbewijs zijn onontbeerlijke elementen van het gemeenschappelijk vervoersbeleid, dragen bij tot de veiligheid van het wegverkeer en vergemakkelijken het vrije verkeer van personen die zich in een andere lidstaat vestigen dan de lidstaat die het rijbewijs heeft afgegeven. […] Ondanks de vorderingen op het gebied van harmonisatie van de voorschriften betreffende het rijbewijs blijven er tussen de lidstaten aanzienlijke verschillen bestaan wat betreft de periodiciteit voor de verlenging van het rijbewijs en de subcategorieën voertuigen, die teneinde bij te dragen tot het verwezenlijken van het communautaire beleid, een diepgaander harmonisatie vereisen. […] (12) De definities van de categorieën dienen een betere afspiegeling te zijn van de technische kenmerken van de betrokken voertuigen en van de voor het besturen van de voertuigen noodzakelijke vaardigheden.”
4 Artikel 1, lid 1, eerste zin, van richtlijn 2006/126 bepaalt dat „[d]e lidstaten […] het nationale rijbewijs op[stellen] volgens het in bijlage I weergegeven Europees model en overeenkomstig deze richtlijn”.
5 Die richtlijn bepaalt in artikel 4, met als opschrift „Categorieën, definities en minimumleeftijden”: „1. Met het in artikel 1 bedoelde rijbewijs mogen gemotoriseerde voertuigen van de hierna omschreven categorieën worden bestuurd. Het mag worden afgegeven vanaf de per categorie vastgestelde minimumleeftijd. Onder ‚gemotoriseerd voertuig’ wordt verstaan elk zichzelf over de weg voortbewegend wegvoertuig, anders dan een voertuig dat op rails wordt voortbewogen. […] 4. Motorvoertuigen: – onder ‚motorvoertuig’ wordt verstaan elk gemotoriseerd voertuig dat gewoonlijk wordt gebruikt voor het vervoer van personen of goederen over de weg, of om voertuigen voor het vervoer van personen of goederen over de weg voort te trekken. Deze term omvat mede trolleybussen, dat wil zeggen voertuigen die in verbinding staan met een elektrische leiding en niet rijden op spoorstaven. De term heeft geen betrekking op landbouw- en bosbouwtrekkers; […] d) categorie C1: motorvoertuigen niet behorende tot de categorieën D1 of D met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg en ten hoogste 7500 kg en die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder niet meegerekend; aan motorvoertuigen van deze categorie kan een aanhangwagen worden gekoppeld met een toegestane maximummassa van ten hoogste 750 kg; […] f) categorie C: motorvoertuigen anders dan die van de categorieën D of D1 met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg en die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder niet meegerekend; aan motorvoertuigen van deze categorie kan een aanhangwagen worden gekoppeld waarvan de toegestane maximummassa niet meer dan 750 kg bedraagt; […] h) categorie D1: motorvoertuigen ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste 16 personen, de bestuurder niet meegerekend, en met een maximumlengte van 8 m; aan motorvoertuigen van deze categorie kan een aanhangwagen worden gekoppeld met een toegestane maximummassa van ten hoogste 750 kg; […] j) categorie D: motorvoertuigen ontworpen en gebouwd voor het vervoer van meer dan 8 personen, de bestuurder niet meegerekend. Aan motorvoertuigen die met een rijbewijs van categorie D mogen worden bestuurd, kan een aanhangwagen worden gekoppeld met een toegestane maximummassa van ten hoogste 750 kg; […]”
6 Artikel 16 van die richtlijn, met het opschrift „Omzetting”, bepaalt: „1. De lidstaten dienen uiterlijk 19 januari 2011 de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan artikel 1, lid 1, artikel 3, artikel 4, leden 1, 2 en 3, en lid 4, onder b) tot en met k), […] te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede. 2. Zij passen die bepalingen toe vanaf 19 januari 2013. […]”
7 Onder titel I, met het opschrift „Minimumeisen voor rijexamens”, wordt onder A, getiteld „Theoretisch examen”, punt 4, met het opschrift „Specifieke voorschriften voor de categorieën C, CE, C1, C1E, D, DE, D1, D1E”, van bijlage II bij richtlijn 2006/126, in de punten 4.1.9 en 4.1.10 bepaald: „4.1.9. Veiligheidseisen bij het laden van het voertuig: het beheersen van de lading (laden en vastzetten), problemen met verschillende soorten lading (bijvoorbeeld vloeistoffen, hangende lading, enz.), het laden en lossen van goederen en het gebruik van laadapparatuur (alleen categorieën C, CE, C1, C1E); 4.1.10. De verantwoordelijkheid van de bestuurder met betrekking tot het vervoer van passagiers; het comfort en de veiligheid van passagiers; het vervoeren van kinderen; de nodige controles vóór het wegrijden; in het theoretische examen moeten verschillende bussen aan de orde komen (bussen voor openbaar vervoer, touringcars, bussen met speciale afmetingen, enz.) (alleen categorieën D, DE, D1, D1E).”
8 Onder diezelfde titel I, wordt onder B, getiteld „Examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag”, punt 8, met het opschrift „Rijvaardigheid en rijgedrag met betrekking tot de categorieën C, CE, C1, C1E, D, DE, D1 en D1E”, in de punten 8.1.6, 8.1.8, 8.2.3 en 8.2.4 van voornoemde bijlage bepaald: „8.1.6. Controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig: carrosserie, plaatwerk, laaddeuren, laadmechanisme (indien aanwezig), cabineslot (indien aanwezig), manier van laden, vastzetten lading (alleen categorieën C, CE, C1, C1E); […] 8.1.8. In staat zijn bijzondere maatregelen te treffen voor de veiligheid van het voertuig; controle van carrosserie, bedrijfsdeuren, nooduitgangen, EHBO-benodigdheden, brandblussers en andere veiligheidsvoorzieningen (alleen categorieën D, DE, D1, D1E); […] 8.2.3. Veilig parkeren voor laden/lossen bij een laadvloer/laadhelling of soortgelijke inrichting (alleen categorieën C, CE, C1, C1E); 8.2.4. Parkeren om passagiers veilig in of uit de bus te laten stappen (alleen categorieën D, DE, D1, D1E).”
Tsjechisch recht
9 § 80a, lid 1, onder g) tot en met i), van Zákon č. 361/2000 Sb. o provozu na pozemních komunikacích (wet nr. 361/2000 inzake het wegverkeer), in de versie van toepassing op de onderhavige zaak, bepaalt: „In de categorie […] g) C1 worden motorvoertuigen ingedeeld, met uitzondering van trekkers, met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg en ten hoogste 7500 kg, die zijn bestemd voor het vervoer van ten hoogste 8 personen, de bestuurder niet meegerekend, waaraan een aanhangwagen kan worden gekoppeld met een toegestane maximummassa van ten hoogste 750 kg; h) C worden motorvoertuigen ingedeeld, met uitzondering van trekkers en de in punt g) genoemde voertuigen, met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg, die zijn bestemd voor het vervoer van ten hoogste 8 personen, de bestuurder niet meegerekend, waaraan een aanhangwagen kan worden gekoppeld met een toegestane maximummassa van ten hoogste 750 kg; i) D1 worden motorvoertuigen ingedeeld met een lengte van niet meer dan 8 m, die zijn bestemd voor het vervoer van meer dan 8 en maximaal 16 personen, de bestuurder niet meegerekend, waaraan een aanhangwagen kan worden gekoppeld met een toegestane maximummassa van ten hoogste 750 kg”.
Precontentieuze procedure
10 Op 11 juli 2014 heeft de Commissie de Tsjechische Republiek een aanmaningsbrief gestuurd, waarin zij deze lidstaat erop heeft gewezen dat bepaalde nationale wettelijke regels inzake de definities van de voertuigcategorieën C1, C en D1, niet in overeenstemming waren met richtlijn 2006/126.
11 Nadat zij de argumenten van de Tsjechische Republiek in het antwoord van 8 oktober 2014 op die brief had onderzocht, heeft de Commissie op 27 februari 2015 een met redenen omkleed advies uitgebracht, waarin zij die lidstaat heeft verzocht de nodige maatregelen te nemen om binnen een termijn van twee maanden na ontvangst ervan aan dit met redenen omklede advies te voldoen. Deze termijn is op verzoek van de Tsjechische Republiek verlengd tot 27 mei 2015.
12 Bij schrijven van 22 mei 2015 heeft de Tsjechische Republiek op het met redenen omklede advies geantwoord dat zij, wat de definitie van de rijbewijscategorieën C, C1 en D1 betreft, „om elk risico van misverstanden te voorkomen en te zorgen voor een grotere rechtszekerheid, bereid [wa]s in de geldende juridische bepalingen deelwijzigingen aan te brengen die beantwoord[d]en aan de vereisten van de Commissie”.
13 Daar de Commissie geen enkele informatie had ontvangen over de vaststelling van de aldus in het vooruitzicht gestelde wijzigingen, en aangezien de verweten niet-nakoming op de datum van verstrijken van de in het met redenen omklede advies gestelde termijn hoe dan ook voortduurde, heeft zij besloten het onderhavige beroep in te stellen.
Beroep
Argumenten van partijen
14 De Commissie voert twee grieven aan. Met haar eerste grief betoogt zij dat dit criterium, hoewel de definities in de categorieën C1 en C uitdrukkelijk bepalen dat het gaat om „motorvoertuigen niet behorende tot die van de categorieën D1 of D” respectievelijk „motorvoertuigen anders dan die van de categorieën D of D1”, in het Tsjechische recht niet is overgenomen. Aangezien voornoemd criterium echter bepalend is om op correcte wijze het noodzakelijke onderscheid tussen de categorieën C1/C en D1/D vast te stellen, heeft de aldus begane omissie tot gevolg dat de houder van een rijbewijs van categorie C1 of C in de betrokken lidstaat bevoegd is om een voertuig te besturen dat is ontworpen voor het vervoer van maximaal 8 personen, ongeacht of dat voertuig is ontworpen voor het vervoer van personen of goederen, terwijl richtlijn 2006/126, als het voertuig is ontworpen en gebouwd voor het vervoer van personen, een rijbewijs van de categorie D1 of D vereist.
15 Met haar tweede grief stelt de Commissie dat de categorie D1 in artikel 4, lid 4, onder h), van richtlijn 2006/126 is gedefinieerd als een categorie waartoe motorvoertuigen behoren die zijn „ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste 16 personen, de bestuurder niet meegerekend”, maar dat in het Tsjechische recht een voorwaarde is opgelegd door de instelling van een ondergrens van meer dan 8 personen, hetgeen in strijd is met artikel 4, lid 4, onder h), van die richtlijn.
16 Met betrekking tot deze twee grieven maakt de Commissie duidelijk dat categorie C van oudsher motorvoertuigen omvat die zijn bestemd voor het vervoer van goederen, terwijl categorie D motorvoertuigen omvat die zijn bestemd voor het vervoer van personen. Dat belet echter niet dat motorvoertuigen van categorie C ook personen kunnen vervoeren. Het gaat daarbij hoofdzakelijk om het vervoer van personen die het laden en lossen voor hun rekening nemen, en niet om het vervoer van personen van A naar B.
17 Aangezien bepaalde technische kenmerken van de categorieën C en C1 identiek zijn aan die van de categorieën D1 en D, onderstreept de Commissie de noodzaak om de categorieën C1 en C, enerzijds, en de categorieën D1 en D, anderzijds, nauwkeurig af te bakenen. De afbakening op dit punt door richtlijn 2006/126, namelijk door de in de definitie van de categorieën C1 en C opgenomen termen „motorvoertuigen anders dan die van de categorieën D of D1”, betekent dus dat motorvoertuigen die beantwoorden aan de technische criteria van de categorieën C1/C en D1/D, maar hoofdzakelijk zijn bestemd voor het vervoer van personen, behoren tot de categorieën D1 en D, terwijl voertuigen die niet onder de categorieën D1 en D vallen, tot de categorieën C1 en C behoren.
18 De Tsjechische Republiek is van mening dat het beroep ongegrond is.
19 Volgens die lidstaat is het geenszins nodig om de bepalingen van richtlijn 2006/126 letterlijk om te zetten, mits de door de bepalingen ervan nagestreefde doelstelling wordt bereikt. Dit is het geval, aangezien de afbakening op nationaal niveau van voertuigen van de categorieën C1, C en D1, hoewel niet geformuleerd in termen die identiek zijn aan die van die richtlijn, ervoor zorgt dat geen enkel voertuig tot meerdere categorieën kan behoren.
20 De in het Tsjechische recht opgenomen ondergrens van meer dan 8 personen, de bestuurder niet meegerekend, is noodzakelijk omdat volgens die lidstaat de voertuigen die behoren tot de categorie D1 een deelverzameling van categorie D vertegenwoordigen.
21 Bovendien zou categorie D1 zonder die ondergrens, doordat deze motorvoertuigen bestrijkt met een lengte tot 8 m die maximaal 16 personen kunnen vervoeren, de facto de categorieën C1 en C absorberen.
Beoordeling door het Hof
22 Vooraf moet eraan worden herinnerd dat de voorschriften betreffende het rijbewijs overeenkomstig overweging 2 van richtlijn 2006/126 onontbeerlijke elementen zijn van het gemeenschappelijk vervoersbeleid, bijdragen tot de veiligheid van het wegverkeer en het vrije verkeer vergemakkelijken van personen die zich in een andere lidstaat vestigen dan de lidstaat die het rijbewijs heeft afgegeven.
23 Zoals blijkt uit diezelfde overweging strekt richtlijn 2006/126 – de derde richtlijn inzake het rijbewijs – ertoe te komen tot een diepgaander harmonisatie – daar er op dat gebied nog steeds aanzienlijke verschillen bestaan tussen de lidstaten – teneinde bij te dragen tot het verwezenlijken van het beleid van de Europese Unie.
24 Tot de middelen waarin die richtlijn voorziet om dit doel te bereiken behoren met name definities van rijbewijscategorieën, die volgens overweging 12 ervan „[…] een betere afspiegeling [dienen] te zijn van de technische kenmerken van de betrokken voertuigen en van de voor het besturen van de voertuigen noodzakelijke vaardigheden”.
25 Terwijl bij de Eerste richtlijn (80/1263/EEG) van de Raad van 4 december 1980 betreffende de invoering van een Europees rijbewijs (PB 1980, L 375, blz. 1) een eerste categorisering van voertuigen was ingevoerd om het communautaire model van het nationale rijbewijs vast te stellen, heeft richtlijn 91/439, die die Eerste richtlijn heeft vervangen, verschillende verduidelijkingen aangebracht met betrekking tot de definities van de voertuigcategorieën en de soorten rijbewijzen die vereist zijn voor de bediening van deze voertuigen, waaronder, met name, een verfijndere definitie en een betere afbakening van de verschillende rijbewijscategorieën.
26 Richtlijn 2006/126 heeft de harmonisatie op dit gebied voortgezet, en met betrekking tot de categorieën C en C1 verduidelijkt dat deze beide betrekking hebben op motorvoertuigen die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van maximaal 8 personen, doch zich van elkaar onderscheiden door de maximaal toegestane massa. Wat de categorieën D en D1 betreft, heeft richtlijn 2006/126 de ondergrens van meer dan 8 personen weliswaar voor categorie D gehandhaafd, maar voor categorie D1 opgeheven, zodat voor die laatste categorie enkel de bovengrens van 16 personen geldt.
27 Zoals de Commissie in haar geschriften uiteenzet, kunnen door die verduidelijkingen en wijzigingen ten opzichte van richtlijn 91/439, bepaalde voertuigen voortaan behoren tot categorie D1, en niet meer tot categorie C1. Als voorbeeld noemt de Commissie minibusjes met een hoge graad van comfort en bijzondere gepantserde auto’s. Voor zover zij zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste 8 personen, de bestuurder niet meegerekend, en voor zover hun lengte ten hoogste 8 m bedraagt, behoren deze voertuigen voortaan tot een categorie die, gezien hun technische kenmerken en hun typische gebruik, voor hen passend is, namelijk de categorie D1.
28 Bij de huidige stand van het Unierecht hebben de categorieën C en C1, zoals zij overeenkomstig artikel 4, lid 1, van richtlijn 2006/126, respectievelijk lid 4, onder d) en f), van dat artikel zijn gedefinieerd, derhalve betrekking op niet tot de categorieën D1 of D behorende motorvoertuigen met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg wat de voertuigen van categorie C betreft, of met een toegestane maximummassa van meer dan 3500 kg en ten hoogste 7500 kg wat de voertuigen van categorie C1 betreft, die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste 8 personen, de bestuurder niet meegerekend. De in lid 4, onder h), van dit artikel gedefinieerde categorie D1 betreft motorvoertuigen die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste 16 personen, de bestuurder niet meegerekend, en die een maximumlengte van 8 m hebben.
29 In het Tsjechische recht is de in het Unierecht voorziene en door de termen „motorvoertuigen niet behorende tot die van de categorieën D1 of D” respectievelijk „motorvoertuigen anders dan die van de categorieën D of D1” tot uitdrukking gebrachte afbakening van de categorieën C/C1 en D/D1 niet overgenomen in de categorieën C en C1. Het lijkt er dus op dat het Tsjechische recht de afschaffing van de ondergrens van meer dan 8 personen, die de wetgever van de Unie met de vaststelling van richtlijn 2006/126 in het kader van de bovengenoemde ontwikkeling van de regelgeving wilde invoeren, niet heeft overgenomen.
30 Het bestaan van deze definitieverschillen heeft tot gevolg dat voertuigen van categorie D1 krachtens het Tsjechische recht mogen worden bestuurd door houders van een C1-rijbewijs, hetgeen in strijd is met het doel van richtlijn 2006/126.
31 De door de Commissie genoemde voorbeelden, te weten minibusjes met een hoge graad van comfort en bijzondere gepantserde auto’s die de in punt 27 van het onderhavige arrest genoemde technische kenmerken bezitten, illustreren het bestaan van deze verschillen. Terwijl dergelijke voertuigen overeenkomstig artikel 4, lid 4, onder h), van richtlijn 2006/126 behoren tot de categorie D1, behoren diezelfde voertuigen volgens de Tsjechische voorschriften ter omzetting van die richtlijn, tot de categorie C1. Bovendien kunnen deze voertuigen op grond van de termen „motorvoertuigen niet behorende tot die van de categorieën D1 of D” respectievelijk „motorvoertuigen anders dan die van de categorieën D of D1”, waarmee die richtlijn de categorieën C/C1 respectievelijk D/D1 afbakent, volgens het Unierecht in geen geval behoren tot de categorie C1 als zij behoren tot de categorie D1.
32 Derhalve verschilt de categorie van het rijbewijs dat in de Tsjechische Republiek voor een bepaald type voertuig is vereist, van de categorie van het rijbewijs waarover de bestuurder van datzelfde voertuig in andere lidstaten dient te beschikken. Een dergelijke situatie is in strijd met de fundamentele doelstellingen van richtlijn 2006/126.
33 De argumenten van de Tsjechische Republiek kunnen die vaststelling en het bestaan van de daaruit voortvloeiende niet-nakoming niet in twijfel trekken.
34 In de eerste plaats betoogt die lidstaat dat het recht van de Unie niet vereist dat de lidstaten de bepalingen van richtlijn 2006/126 letterlijk omzetten, mits de door de bepalingen van die richtlijn nagestreefde doelstelling wordt bereikt.
35 In dit verband zij eraan herinnerd dat het volgens vaste rechtspraak voor de omzetting van een richtlijn in nationaal recht inderdaad niet noodzakelijkerwijs vereist is dat de bepalingen ervan formeel en letterlijk worden overgenomen in een uitdrukkelijke en specifieke wettelijke of bestuursrechtelijke bepaling, en een algemene juridische context daartoe voldoende kan zijn, wanneer deze daadwerkelijk de volledige toepassing van die richtlijn op voldoende duidelijke en nauwkeurige wijze verzekert (arrest van 30 juni 2016, Commissie/Polen, C‑648/13, EU:C:2016:490, punt 73en aldaar aangehaalde rechtspraak).
36 Uit de punten 29 tot en met 32 van het onderhavige arrest volgt evenwel dat de nationale bepalingen waarop de Tsjechische Republiek zich beroept, het niet mogelijk maken het in artikel 4, lid 1 en lid 4, onder d), f) en h), van richtlijn 2006/126 beoogde resultaat te bereiken. In deze omstandigheden is het argument dat een letterlijke omzetting niet verplicht is, in het kader van de onderhavige zaak niet relevant.
37 In de tweede plaats betoogt de Tsjechische Republiek dat zij op nationaal niveau een afbakening heeft aangebracht tussen de voertuigcategorieën C1, C en D1, en dat deze afbakening nauwkeurig en begrijpelijk is en in de praktijk niet tot geschillen kan leiden. Uitgaande van het principe dat geen enkel voertuig tot meer dan één categorie kan behoren, kan dat doel volgens die lidstaat namelijk op twee manieren worden bereikt, te weten door – zoals in richtlijn 2006/126 – één categorie negatief te definiëren door ze af te zetten tegen andere categorieën, dan wel door de individuele categorieën zo te definiëren dat zij elkaar niet overlappen, voor welke oplossing de Tsjechische wetgever heeft gekozen door het vastleggen van een ondergrens voor het aantal personen dat de voertuigen van categorie D1 kunnen vervoeren.
38 Dienaangaande volstaat het erop te wijzen dat de Tsjechische Republiek, zoals zij zelf toegeeft, voor de toepassing van deze afbakening in de nationale definitie van categorie D1 echter een voorwaarde heeft gesteld die niet voorkomt in artikel 4, lid 4, onder h), van richtlijn 2006/126, waarin het Unierecht die categorie definieert. Zoals is vastgesteld in de punten 29 tot en met 32 van het onderhavige arrest, leidt deze aanvullende voorwaarde ertoe dat die richtlijn bij het bepalen tot welke categorie een voertuig behoort en, bijgevolg, welk type rijbewijs voor dat voertuig is vereist in de Tsjechische Republiek anders wordt toegepast dan in andere lidstaten.
39 Daarom kan de keuze van een afbakeningsmethode die dergelijke verschillen oplevert ten opzichte van de Unierechtelijke vereisten hoe dan ook niet bijdragen tot een volledige en correcte omzetting van richtlijn 2006/126.
40 In de derde plaats betoogt de Tsjechische Republiek dat de voertuigen die behoren tot de categorie D1 een deelverzameling zijn van de voertuigen van categorie D, zoals blijkt uit de benaming van categorie D1 en uit de ontstaansgeschiedenis van de definitie van de voertuigcategorieën op het niveau van de Unie. Het gaat om een „afgeslankte” versie van de categorie D. De voertuigen van categorie D1 vormen dus een bepaald deel van de voertuigen van categorie D, zodat, gelet op hun kenmerken, een afgeslankte versie van het rijbewijs van categorie D volstaat. Aangezien de ondergrens voor het aantal personen dat mag worden vervoerd in de definitie van categorie D is opgenomen, dient deze in categorie D1 te worden overgenomen.
41 Dienaangaande moet worden opgemerkt dat artikel 3, lid 2, van richtlijn 91/439 de categorie D1 weliswaar had ingedeeld als subcategorie van categorie D, zoals blijkt uit de formulering „[b]innen de categorieën A, B, B + E, C, C + E, D en D + E kan een specifiek rijbewijs worden afgegeven voor het besturen van voertuigen van de volgende subcategorieën”, doch dat deze formulering niet voorkomt in de definitie van de in artikel 4, lid 4, van richtlijn 2006/126 vastgelegde rijbewijscategorieën. Het feit dat de categorie D1 aldus ook voertuigen omvat die niet onder categorie D vallen, alsmede de consequenties daarvan voor de classificatie van de verschillende rijbewijzen, vormt dus een keuze die de wetgever van de Unie heeft gemaakt en waarvan het nut in het kader van de onderhavige niet-nakomingsprocedure niet in twijfel kan worden getrokken.
42 In de vierde plaats betoogt de Tsjechische Republiek dat categorie D1, doordat deze motorvoertuigen bestrijkt met een lengte tot 8 m die maximaal 16 personen kunnen vervoeren, zonder de in het Tsjechische recht voorziene ondergrens van meer dan 8 personen de facto de categorieën C1 en C absorbeert. Zelfs zou kunnen worden aangenomen dat het besturen van een vrachtwagen van minder dan 8 m een rijbewijs van de categorie D1 vereist, en dat een rijbewijs van de categorie C1 enkel vereist is wanneer de lengte van een dergelijke vrachtwagen meer dan 8 m bedraagt.
43 Dienaangaande moet worden vastgesteld dat de definitie van motorvoertuig voor de categorieën C/C1 en D1, afgezien van de factoren aantal personen, massa en lengte, identiek is, met name doordat deze motorvoertuigen zijn „ontworpen en gebouwd voor het vervoer van […] personen”.
44 Uit de afbakening van de categorieën C/C1 en D1 door de termen „motorvoertuigen niet behorende tot die van de categorieën D1 of D” respectievelijk „motorvoertuigen anders dan die van de categorieën D of D1”, volgt dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij het bepalen van de rijbewijscategorie vooraf moeten nagaan of categorie D1 van toepassing is, en, indien dat het geval is, het rijbewijs voor die categorie moeten afgeven.
45 Derhalve zou categorie D1 op basis van een louter letterlijke uitlegging van de betrokken bepalingen van richtlijn 2006/126, voor motorvoertuigen met een lengte van maximaal 8 m, volledig de categorieën C/C1 omvatten.
46 Bijgevolg lijkt de in artikel 4, lid 4, van richtlijn 2006/126 opgenomen definitie van de categorieën C/C1 en D1 geen adequate afbakening van deze categorieën te waarborgen.
47 Uit vaste rechtspraak van het Hof komt niettemin naar voren dat bij de uitlegging van een bepaling van Unierecht niet alleen rekening moet worden gehouden met de bewoordingen ervan, maar ook met de context ervan en de doelstellingen van de regeling waarvan zij deel uitmaakt (arrest van 12 oktober 2017, Kamin und Grill Shop, C‑289/16, EU:C:2017:758, punt 22en aldaar aangehaalde rechtspraak).
48 Om te komen tot een correcte uitlegging van die categorieën, dient de tekst van richtlijn dus in zijn geheel in aanmerking te worden genomen, inclusief de bijlagen daarbij, die aantonen dat de bestemming van de motorvoertuigen een doorslaggevende rol speelt.
49 Zoals de advocaat-generaal heeft opgemerkt in punt 47 van zijn conclusie, bevat het in artikel 1, lid 1, van richtlijn 2006/126 voorziene en in bijlage I erbij afgebeelde rijbewijsmodel een duidelijke illustratie, door middel van een pictogram, van de bestemming van het voertuig per categorie, en met name van de bestemming van het voertuig voor het vervoer van goederen dan wel van personen.
50 Ook uit de bepalingen in bijlage II bij deze richtlijn, aangehaald in de punten 7 en 8 van dit arrest, blijkt dat de vereisten voor het verkrijgen van een rijbewijs verschillen naargelang van de bestemming van het betrokken voertuig.
51 Hieruit volgt dat niet kan worden aanvaard dat niet-inachtneming van de afbakening tussen de categorieën C/C1 en D/D1 uitmondt in een resultaat dat strijdig is met het door richtlijn 2006/126 beoogde resultaat, namelijk dat van de veiligheid van het wegverkeer. Zoals de advocaat-generaal in punt 56 van zijn conclusie heeft opgemerkt, zou dit het geval zijn indien het uitsluitende vervoer van personen zou worden verzorgd door chauffeurs die bevoegd zijn voor het besturen van voertuigen van categorie C of C1 en die hoofdzakelijk kennis hebben moeten aantonen over de ontvangst, het laden, het vervoer, de aflevering en het lossen van de goederen.
52 Op het gebied van rijbewijzen – waar de nationale instanties zeer veel aanvragen dienen af te handelen, en dit binnen een redelijk korte termijn – lijkt een wettelijke regeling die vereist dat gebruik wordt gemaakt van elementen die niet rechtstreeks voorkomen in de definities van de rijbewijscategorieën, inderdaad niet optimaal.
53 Niettemin is het een lidstaat niet toegestaan ter omzetting van richtlijn 2006/126 nationale regelgeving vast te stellen waarbij voorwaarden worden ingevoerd waarin die richtlijn niet voorziet of waarbij de in die richtlijn vastgestelde voorwaarden worden afgeschaft, hetgeen mee zou brengen dat de bij die richtlijn gedefinieerde voertuigcategorieën ten koste van de veiligheid van het wegverkeer zouden worden gewijzigd. Eventuele redactionele onjuistheden in die richtlijn kunnen, in voorkomend geval, een reactie van de wetgever van de Unie vereisen, maar er niet toe leiden dat het Hof afwijzend beslist op een beroep wegens een vastgestelde niet-nakoming.
54 In deze omstandigheden moeten de argumenten van de Tsjechische Republiek worden afgewezen.
55 Bijgevolg moet worden vastgesteld dat de Tsjechische Republiek, – door niet te voldoen aan de verplichting om in de definitie van de categorieën C1 en C uitsluitend motorvoertuigen op te nemen die niet tot de categorieën D1 of D behoren, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 4, lid 1 en lid 4, onder d) en f), van richtlijn 2006/126, en – door de definitie van categorie D1 te beperken tot motorvoertuigen die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van meer dan 8 personen, de krachtens artikel 4, lid 1 en lid 4, onder h), van die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.
Kosten
56 Volgens artikel 138, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover dit is gevorderd. Daar de Tsjechische Republiek in het ongelijk is gesteld, moet zij overeenkomstig de vordering van de Commissie in de kosten worden verwezen.
Het Hof (Negende kamer) verklaart:
1) Door niet te voldoen aan de verplichting om in de definitie van de categorieën C1 en C uitsluitend motorvoertuigen op te nemen die niet tot de categorieën D1 of D behoren, is de Tsjechische Republiek de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 4, lid 1 en lid 4, onder d) en f), van richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs.
2) Door de definitie van categorie D1 te beperken tot motorvoertuigen die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van meer dan 8 personen, is de Tsjechische Republiek de krachtens artikel 4, lid 1 en lid 4, onder h), van die richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
3) De Tsjechische Republiek wordt verwezen in de kosten.
ondertekeningen
( *1 ) Procestaal: Tsjechisch.