HvJ EU 12 juli 2012, C-181/11, ECLI:EU:C:2012:455

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 12 juli 2012 – Cetarsa/Commissie

(Zaak C-181/11 P)

„Hogere voorziening – Mededinging – Mededingingsregelingen – Spaanse markt voor aankoop en eerste bewerking van ruwe tabak – Beschikking waarbij inbreuk op artikel 81 EG wordt vastgesteld – Vaststelling van prijzen en verdeling van markt – Geldboeten – Gelijke behandeling – Maximum van 10 % van omzet – Medewerking – Onjuiste opvatting van bewijselementen – Kennelijke beoordelingsfout – Ontoereikende motivering”

1. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste beoordeling van feiten – Niet-ontvankelijkheid – Toetsing door Hof van beoordeling van feiten en bewijsmateriaal – Uitgesloten, behoudens geval van onjuiste opvatting – Middel inzake onjuiste opvatting van bewijzen – Noodzaak om onjuist opgevatte elementen precies aan te geven en om analysefouten die tot deze onjuiste opvatting hebben geleid, te bewijzen (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 112, lid 1, eerste alinea, sub c) (cf. punten 56-57, 96-97)

2. Hogere voorziening – Middelen – Onjuiste opvatting van als bewijs aanvaard nationaal recht – Ontvankelijkheid (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 58, eerste alinea) (cf. punt 59)

3. Gerechtelijke procedure – Aanvoering van nieuwe middelen in loop van geding – Voorwaarden – Toepassing op hogere voorziening (Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 42, lid 2, en 118) (cf. punten 60-61)

4. Hogere voorziening – Middelen – Middel voor het eerst aangevoerd in hogere voorziening – Niet-ontvankelijkheid (Statuut van het Hof van Justitie, art. 58; Reglement voor de procesvoering van het Hof, art. 113, lid 2) (cf. punt 62)

5. Gerechtelijke procedure – Inleidend verzoekschrift – Vormvereisten – Summiere uiteenzetting van aangevoerde middelen – Geen – Niet-ontvankelijkheid (Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 44, lid 1, sub c, en 48, lid 2) (cf. punt 64)

6. Hogere voorziening – Middelen – Ontoereikende motivering – Impliciete motivering door Gerecht – Toelaatbaarheid – Voorwaarden (Art. 256 VWEU; Statuut van het Hof van Justitie, art. 36 en 53, eerste alinea) (cf. punten 71, 101)

7. Mededinging – Geldboeten – Bedrag – Vaststelling – Maximumbedrag – Berekening – Onderscheid tussen eindbedrag en tussenbedrag van geldboete – Gevolgen (Verordening nr. 1/2003 van de Raad, art. 23, lid 2, tweede alinea) (cf. punten 80-85)

Voorwerp

Hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 3 februari 2011, Cetarsa/Commissie (T-33/05) houdende afwijzing van een verzoek tot nietigverklaring van beschikking C(2004) 4030 def. van de Commissie van 20 oktober 2004 in een procedure op grond van artikel 81, lid 1, [EG] (zaak COMP/C.38.238/B.2 – Ruwe tabak – Spanje) en van een vordering in reconventie van de Commissie tot verhoging van de aan rekwirante opgelegde boete

Dictum

1) De principale hogere voorziening en de incidentele hogere voorziening worden afgewezen.

2) Compañía española de tabaco en rama SA (Cetarsa) wordt verwezen in de kosten van de principale hogere voorziening.

3) De Europese Commissie wordt verwezen in de kosten van de incidentele hogere voorziening.

Aangehaalde artikelen

Aangehaald in