HvJ EU 23 februari 2006, C-205/04, ECLI:EU:C:2006:137

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 23 februari 2006 – Commissie / Spanje

(Zaak C‑205/04)

„Niet-nakoming – Vrij verkeer van werknemers – Betrekking in overheidsdienst – Niet-inaanmerkingneming van in andere lidstaten in overheidsdienst verworven anciënniteit en beroepservaring – Artikel 39 EG – Artikel 7 van verordening (EEG) nr. 1612/68”

Vrij verkeer van personen – Werknemers – Gelijke behandeling (Art. 39 EG; verordening nr. 1612/68 van de Raad, art. 7) (cf. punten 14‑19 en dictum)

Voorwerp

Niet-nakoming – Artikel 39 EG en artikel 7 van verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap (PB L 257, blz. 2) – Toegang tot Spaanse overheidsdienst – Verplichting tot erkenning uit economisch oogpunt van door gemeenschapsonderdanen in een andere lidstaat in overheidsdienst verrichte diensten

Dictum

Door geen wettelijke bepalingen vast te stellen die in de Spaanse overheidsdienst expliciet voorzien in de erkenning, wat de geldelijke gevolgen betreft, van door gemeenschapsonderdanen eerder in een andere lidstaat in overheidsdienst vervulde diensttijdvakken, is het Koninkrijk Spanje de verplichtingen niet nagekomen die op hem rusten krachtens artikel 39 EG en artikel 7 van verordening (EEG) nr.1612/68 van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap.

Het Koninkrijk Spanje wordt verwezen in de kosten.

Aangehaalde artikelen

Aangehaald in