HvJ EU 20 januari 2005, C-101/04, ECLI:EU:C:2005:51
Tekst
Zaak C‑101/04
Roger Noteboom
tegen
Rijksdienst voor Pensioenen
(verzoek van de Arbeidsrechtbank Gent om een prejudiciële beslissing)
„Sociale zekerheid van migrerende werknemers – Verordening (EEG) nr. 1408/71 – Ouderdomsuitkeringen – Vakantiegeld toegekend aan rechthebbende op rustpensioen – Werkloze grensarbeider die rechthebbende onder pensioenstelsel wordt”
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 20 januari 2005
Samenvatting van het arrest
1. Sociale zekerheid van migrerende werknemers – Gemeenschapsregeling – Materiële werkingssfeer – Bedoelde uitkeringen en uitgesloten uitkeringen – Onderscheidingscriteria – Vakantiegeld toegekend aan rechthebbende op rustpensioen – Uitkering die aan hand van objectieve criteria wordt toegekend en constitutieve elementen van ouderdomsuitkering heeft – Daaronder begrepen
(Verordening nr. 1408/71 van de Raad, art. 4, lid 1)
2. Sociale zekerheid van migrerende werknemers – Werkloosheid – Volledig werkloze grensarbeider – Recht op ouderdomsuitkeringen van lidstaat van woonplaats – Inaanmerkingneming van tijdvak van werkloosheid volgens wetgeving van die staat
(Verordening nr. 1408/71 van de Raad, art. 45, leden 1 en 6)
1. Een uitkering kan alleen dan als een onder de materiële werkingssfeer van verordening nr. 1408/71 vallende socialezekerheidsuitkering worden beschouwd wanneer zij, enerzijds, zonder individuele en discretionaire beoordeling van de persoonlijke behoeften aan de rechthebbenden wordt toegekend op grond van een wettelijk omschreven positie en, anderzijds, verband houdt met één van de in artikel 4, lid 1, van die verordening uitdrukkelijk genoemde eventualiteiten. Met betrekking tot de tweede voorwaarde berust het onderscheid tussen uitgesloten uitkeringen en bedoelde uitkeringen in de eerste plaats op de constitutieve elementen van elke uitkering, met name het doel waarop zij is gericht en de voorwaarden waaronder zij wordt toegekend, en niet op het feit of een uitkering door een nationale wetgeving al dan niet als een socialezekerheidsuitkering wordt aangemerkt.
Bijgevolg voldoet een uitkering zoals het aan de rechthebbende op een rustpensioen toegekende vakantiegeld aan deze twee voorwaarden indien de bepalingen betreffende de toekenning ervan de rechthebbenden een wettelijk omschreven recht toekennen, dit recht automatisch toekomt aan personen die aan bepaalde objectieve criteria beantwoorden en uit de constitutieve elementen van de uitkering blijkt dat deze kan worden aangemerkt als een uitkering bij ouderdom.
(cf. punten 21, 23‑24, dictum 1)
2. Artikel 45, lid 6, van verordening nr. 1408/71 moet aldus worden uitgelegd dat het bevoegde orgaan van de lidstaat van de woonplaats met het oog op de toekenning van een uitkering zoals het aan de rechthebbende op een rustpensioen toegekend vakantiegeld, het tijdvak van volledige werkloosheid tijdens hetwelk de voormalige werknemer werkloosheidsuitkeringen heeft ontvangen uit hoofde van artikel 71, lid 1, sub a‑ii, van die verordening in aanmerking moet nemen, alsof de door dit orgaan toegepaste wettelijke regeling op deze werknemer tijdens zijn laatste beroepswerkzaamheden van toepassing was geweest.
(cf. punten 34, 36, dictum 2)
ARREST VAN HET HOF (Vierde kamer) 20 januari 2005(1)
„Sociale zekerheid van migrerende werknemers – Verordening (EEG) nr. 1408/71 – Ouderdomsuitkeringen – Aan rechthebbende op rustpensioen toegekend vakantiegeld – Werkloze grensarbeider die rechthebbende onder pensioenstelsel wordt”
tegen
HET HOF VAN JUSTITIE (Vierde kamer),,
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
[…]”
[…]”
1 – Procestaal: Nederlands.