HvJ EU 20 januari 2005, C-225/02, ECLI:EU:C:2005:34
Tekst
Zaak C‑225/02
Rosa García Blanco
tegen
Instituto Nacional de la Seguridad Social (INSS) en Tesorería General de la Seguridad Social (TGSS)
(verzoek van de Juzgado de lo Social nº 3 de Orense om een prejudiciële beslissing)
„Sociale zekerheid van migrerende werknemers – Ouderdom – Werkloosheid – Minimumtijdvakken van verzekering – Tijdvakken van verzekering die in aanmerking worden genomen voor berekening van bedrag van uitkeringen, maar niet voor ontstaan van recht op deze uitkeringen – Tijdvakken van werkloosheid – Samentelling”
Conclusie van advocaat-generaal J. Kokott van 28 oktober 2004
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 20 januari 2005
Samenvatting van het arrest
Prejudiciële vragen – Bevoegdheid van Hof – Zaak die bij verwijzende rechter zonder voorwerp is geraakt – Afdoening zonder beslissing
(Art. 234 EG)
Blijkens zowel de bewoordingen als de systematiek van artikel 234 EG kan slechts een prejudiciële procedure worden ingeleid indien voor de nationale rechterlijke instantie een geding aanhangig is in het kader waarvan deze een beslissing moet geven waarbij rekening kan worden gehouden met het prejudiciële arrest.
De reden voor de prejudiciële verwijzing is niet het formuleren van rechtsgeleerde adviezen over algemene of hypothetische vraagstukken, maar de behoefte aan werkelijke beslechting van een geschil.
Wanneer de aanspraken van de verzoekende partij in het hoofdgeding volledig zijn gehonoreerd, heeft een antwoord van het Hof op de prejudiciële vragen van de nationale rechter voor deze laatste geen enkel nut.
(cf. punten 27‑28, 30‑31)
ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 20 januari 2005(1)
„Sociale zekerheid van migrerende werknemers – Ouderdom – Werkloosheid – Minimumtijdvakken van verzekering – Tijdvakken van verzekering die in aanmerking worden genomen voor berekening van bedrag van uitkeringen, maar niet voor ontstaan van recht op deze uitkeringen – Tijdvakken van werkloosheid – Samentelling”
tegen
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 28 oktober 2004,
het navolgende
1 – Procestaal: Spaans.