HvJ EU 7 oktober 2004, C-153/01, ECLI:EU:C:2004:589
Tekst
Zaak C‑153/01
Koninkrijk Spanje
tegen
Commissie van de Europese Gemeenschappen
„EOGFL – Goedkeuring van rekeningen – Begrotingsjaren 1996 tot en met 1998 – Beschikking 2001/137/EG”
Samenvatting van het arrest
1. Landbouw – EOGFL – Goedkeuring van rekeningen – Weigering uitgaven ten laste te brengen die gevolg zijn van onregelmatigheden bij toepassing van gemeenschapsregeling – Raming van door Fonds geleden schade – Betwisting door betrokken lidstaat – Bewijslast
(Verordening nr. 729/70 van de Raad)
2. Landbouw – EOGFL – Goedkeuring van rekeningen – Mededeling aan lidstaten van resultaat van door controlediensten verricht onderzoek – Materiële vereisten – Ontbreken van verwijzing naar verordening nr. 1663/95 – Ontbreken van schending van wezenlijk vormvoorschrift – Voorwaarden
(Verordening nr. 729/70 van de Raad, art. 5, lid 2, sub c; verordening nr. 1663/95 van de Commissie, art. 8, lid 1, eerste alinea)
3. Landbouw – EOGFL – Goedkeuring van rekeningen – Te late betaling van extra heffing op melk – Financiële correctie krachtens artikel 5, lid 2, van verordening nr. 536/93 omdat lidstaat geen vertragingsrente heeft geïnd – Ontoelaatbaarheid – Uitzondering – Nalatigheid van nationale instanties, waardoor EOGFL schade heeft geleden
(Verordening nr. 729/70 van de Raad, art. 8, lid 2, eerste alinea; verordening nr. 536/93 van de Commissie, art. 3, lid 4, en 5, lid 2)
4. Landbouw – Gemeenschappelijk landbouwbeleid – Financiering door EOGFL – Beginselen – Steun uitbetaald in strijd met gemeenschapsregeling – Ten laste van Fonds brengen – Ontoelaatbaarheid
(Verordeningen van de Raad nrs. 729/70, art. 2 en 3, en 1765/92, art. 2, lid 6, eerste alinea)
1. Het EOGFL financiert alleen interventies die overeenkomstig de gemeenschapsbepalingen in het kader van de gemeenschappelijke ordening der landbouwmarkten plaatsvinden. De Commissie hoeft het bestaan van werkelijke schade niet aan te tonen, maar kan genoegen nemen met ernstige aanwijzingen in die zin. In moeilijke gevallen, waarin het bedrag van de geleden schade niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, moet het verlies voor de Gemeenschap worden bepaald door te evalueren in hoeverre het gebrekkige controlesysteem daartoe bijgedragen heeft. Ofschoon het aan de Commissie staat om schending van de regels van de gemeenschappelijke ordening der landbouwmarkten te bewijzen, moet de lidstaat – wanneer die schending eenmaal vaststaat – in voorkomend geval bewijzen dat de Commissie een vergissing heeft begaan wat de eraan te verbinden financiële gevolgen betreft. Het staat dan aan de lidstaat om zo gedetailleerd en volledig mogelijk te bewijzen dat zijn cijfers juist zijn en, in voorkomend geval, dat de berekeningen van de Commissie onjuist zijn.
(cf. punten 66‑67)
2. In het kader van de procedure inzake de goedkeuring van de rekeningen van het EOGFL is de Commissie gehouden om in haar relaties met de lidstaten de voorwaarden na te leven die zij zichzelf in uitvoeringsverordeningen heeft gesteld. De lidstaten mogen in hun relaties met de Commissie evenwel niet vasthouden aan een puur formalistische opstelling, wanneer uit de omstandigheden blijkt dat hun rechten volledig zijn beschermd.
Als het document waarmee de Commissie de lidstaten in kennis stelt van het resultaat van de verrichte verificaties ter plaatse en van de correctiemaatregelen die moeten worden genomen, de betrokken regering volledig kan inlichten omtrent de bezwaren van de Commissie en de correcties die voor de betrokken sector waarschijnlijk zullen worden verricht, zodat het de waarschuwende functie kan vervullen die een schriftelijke mededeling volgens artikel 5, lid 2, sub c, van verordening nr. 729/70 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, en artikel 8, lid 1, eerste alinea, van verordening nr. 1663/95 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 729/70 aangaande de procedure inzake de goedkeuring van de rekeningen van het EOGFL, afdeling Garantie, moet hebben, levert de enkele omissie in dat document van een verwijzing naar verordening nr. 1663/95 geen schending van een wezenlijk vormvereiste op.
(cf. punt 93)
3. Ofschoon ingevolge artikel 3, lid 4, van verordening nr. 536/93 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen voor de extra heffing in de sector melk en zuivelproducten, de kopers en de producenten verplicht zijn bij vertraging bij de betaling van de extra heffing jaarlijks de rente vanaf 1 september aan de bevoegde instantie over te maken, en artikel 5, lid 2, van die verordening de lidstaten de verplichting oplegt om de betaalde rente in mindering te brengen op de door de lidstaten bij het EOGFL ingediende rekeningen in verband met uitgaven voor de zuivelsector, kan de Commissie zich niet op deze laatste bepaling baseren om een financiële correctie toe te passen op grond dat een lidstaat die vertragingsrente niet heeft geïnd. Dat bepaalde verschuldigde bedragen onbetaald blijven of met vertraging worden betaald, levert immers op zich geen schending van de krachtens het gemeenschapsrecht op de lidstaten rustende verplichtingen op.
De Commissie kan evenwel overeenkomstig artikel 8, lid 2, eerste alinea, van verordening nr. 729/70 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid een correctie toepassen wanneer zij kan aantonen dat het EOGFL verlies heeft geleden door de nalatigheid van nationale instanties bij de invordering van de omstreden bedragen.
(cf. punten 102, 104, 106)
4. De Commissie mag ingevolge de artikelen 2 en 3 van verordening nr. 729/70 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid slechts de bedragen die overeenkomstig de in de verschillende sectoren der landbouwproducten opgestelde regels zijn betaald, ten laste van het EOGFL brengen. De Commissie mag dus de bedragen die in strijd met artikel 2, lid 6, eerste alinea, tweede streepje, van verordening nr. 1765/92 tot instelling van een steunregeling voor producenten van bepaalde akkerbouwgewassen, zoals gewijzigd, zijn betaald, niet terugbetalen en heeft vervolgens het recht een financiële correctie toe te passen die gelijk is aan die bedragen.
(cf. punten 134, 137‑138)
ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 7 oktober 2004(1)
„EOGFL – Goedkeuring van rekeningen – Begrotingsjaren 1996 tot en met 1998 – Beschikking 2001/137/EG”
verzoeker,
tegen
verweerster,
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 6 mei 2004,
het navolgende
[…]
1 – Procestaal: Spaans.
Aangehaald in
- Gerecht EU 25 september 2018, T-260/16, ECLI:EU:T:2018:597
- Gerecht EU 16 februari 2017, T-145/15, ECLI:EU:T:2017:86
- Gerecht EU 8 maart 2023, T-235/21, ECLI:EU:T:2023:105
- Gerecht EU 6 december 2018, T-22/17, ECLI:EU:T:2018:881
- Gerecht EU 25 oktober 2017, T-26/16, ECLI:EU:T:2017:752
- Gerecht EU 29 maart 2017, T-501/15, ECLI:EU:T:2017:230
- HvJ EU 5 maart 2026, C-457/24, ECLI:EU:C:2026:150