HvJ EU 23 september 2004, C-150/03, ECLI:EU:C:2004:555

De uitspraak op EUR-Lex

Tekst

Zaak C‑150/03 P

Chantal Hectors

tegen

Europees Parlement

„Hogere voorziening – Ambtenaren – Tijdelijk functionarissen bij politieke fracties van Europees Parlement – Aanwerving – Afwijzing van sollicitatie – Motivering – Vereiste van specifieke motivering”

Samenvatting van het arrest

1. Ambtenaren – Bezwarend besluit – Aanwerving van tijdelijk functionaris door politieke fractie van Parlement – Afwijzing van sollicitatie – Verplichting tot motivering uiterlijk bij afwijzing van klacht – Draagwijdte

(Ambtenarenstatuut, art. 25, tweede alinea)

2. Ambtenaren – Beroep – Beroep tot schadevergoeding – Ontbreken in verzoekschrift van becijfering van schade en van rechtvaardiging voor dit verzuim – Niet-ontvankelijkheid

(Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 44, lid 1)

1. De in artikel 25, tweede alinea, van het Statuut voorgeschreven motiveringsplicht en die welke voor besluiten naar aanleiding van een klacht in artikel 90, lid 2, tweede alinea, van dit Statuut is voorgeschreven, hebben tot doel de betrokkene voldoende gegevens te verschaffen om te beoordelen of het besluit gegrond is, en of het opportuun is beroep in rechte in te stellen om de rechtmatigheid ervan te betwisten, alsmede de rechter in staat te stellen zijn toezicht uit te oefenen.

In geval van besluiten die een keuze tussen verschillende kandidaten inhouden, rust op het tot aanstelling bevoegde gezag of, naar analogie daarmee, op het tot het aangaan van overeenkomsten bevoegde gezag, een motiveringsplicht, althans in het stadium waarin de klacht van de niet gekozen kandidaat tegen het besluit tot afwijzing van zijn sollicitatie en/of tegen het besluit tot aanstelling van een andere kandidaat wordt afgewezen. De omvang van deze motiveringsplicht moet worden beoordeeld op basis van de concrete omstandigheden van het betrokken geval.

Wat de aanwerving van een tijdelijk functionaris bij een politieke fractie van het Parlement betreft, is het bevoegde gezag, waarvan het besluit, dat in beginsel is gebaseerd op een subjectieve beoordeling, eveneens berust op objectieve gegevens, namelijk de toetsing van de sollicitatiedossiers aan de geëiste kwalificaties en de inaanmerkingneming van het door de jury op basis van de uitslag van de examens geformuleerde voorstel, afgeweken van het advies van de jury en bijgevolg van de aan de rekwirant meegedeelde rangschikking op basis van de uitslag, en kan de betrokkene derhalve uit een algemene motivering of een motivering door eenvoudige verwijzing naar de regelmatigheid van de aanwervingsprocedure niet opmaken om welke redenen zijn sollicitatie is afgewezen.

(cf. punten 39‑41, 44, 46)

2. Wat de tot staving van een schadevordering aangevoerde materiële schade betreft, is het in bijzondere gevallen, met name wanneer deze schade moeilijk te berekenen is, niet absoluut noodzakelijk om in het verzoekschrift de precieze omvang daarvan aan te geven, noch het bedrag van de gevraagde vergoeding te becijferen.

Een beroep moet evenwel niet-ontvankelijk worden verklaard wanneer de rekwirant niet heeft aangetoond, en zelfs niet gesteld, dat bijzondere omstandigheden rechtvaardigen dat de gestelde schade niet in het verzoekschrift is becijferd.

(cf. punt 62)

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 23 september 2004(1)

„Hogere voorziening – Ambtenaren – Tijdelijke functionarissen bij politieke fracties van Europees Parlement – Aanwerving – Afwijzing van sollicitatie – Motivering – Vereiste van specifieke motivering”

rekwirante,

verweerder in eerste aanleg,

HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 11 maart 2004,

het navolgende

‚Vaststelling van de lijst van geschikte kandidaten

1 – Procestaal: Frans.

Aangehaald in