HvJ EU 14 september 2004, C-385/02, ECLI:EU:C:2004:522
Tekst
Zaak C‑385/02
Commissie van de Europese Gemeenschappen
tegen
Italiaanse Republiek
„Niet-nakoming – Richtlijn 93/37/EEG – Overheidsopdrachten voor uitvoering van werken – Procedure van gunning via onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking van uitnodiging tot inschrijving”
Samenvatting van het arrest
1. Harmonisatie van wetgevingen – Procedures voor plaatsen van overheidsopdrachten voor uitvoering van werken – Richtlijn 93/37 – Afwijkingen van gemeenschappelijke voorschriften – Strikte uitlegging – Bestaan van uitzonderlijke omstandigheden – Bewijslast
(Richtlijn 93/37 van de Raad, art. 7, lid 3)
2. Harmonisatie van wetgevingen – Procedures voor plaatsen van overheidsopdrachten voor uitvoering van werken – Richtlijn 93/37 – Afwijkingen van gemeenschappelijke voorschriften – Herhaling van soortgelijke werken die aan met eerste opdracht belaste aannemer werden toevertrouwd – Duur
(Richtlijn 93/37 van de Raad, art. 7, lid 3, sub e)
3. Beroep wegens niet-nakoming – Objectief karakter – Verschoonbare dwaling – Ontoelaatbaarheid
(Art. 226 EG)
1. De bepalingen van artikel 7, lid 3, van richtlijn 93/37 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken, krachtens welke mag worden afgeweken van de regels ter verzekering van de door het Verdrag op het gebied van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken erkende rechten, moeten strikt worden uitgelegd, en wie zich erop wil beroepen, dient te bewijzen dat de uitzonderlijke omstandigheden die de afwijking rechtvaardigen, daadwerkelijk bestaan.
Gelet op de bewoordingen van artikel 7, lid 3, sub b, van deze richtlijn, volgens welke aanbestedende diensten hun opdrachten voor de uitvoering van werken kunnen plaatsen volgens de procedure van gunning via onderhandelingen, zonder voorafgaande bekendmaking van een uitnodiging tot inschrijving, „voor werken waarvan de uitvoering om technische of artistieke redenen of om redenen van bescherming van exclusieve rechten slechts aan een bepaalde aannemer kan worden toevertrouwd”, moet een lidstaat bewijzen dat het om technische redenen noodzakelijk was de betrokken opdrachten aan de met de oorspronkelijke opdracht belaste aannemer te gunnen.
Het doel van het verzekeren van de continuïteit van de werken ter uitvoering van ingewikkelde projecten om een gebied voor wateroverlast te behoeden, is weliswaar een technische overweging waarvan het belang moet worden erkend, doch de loutere stelling dat een geheel van werken complex en delicaat is, volstaat niet om aan te tonen dat dit slechts aan één en dezelfde aannemer kan worden opgedragen, in het bijzonder wanneer de werken gefaseerd verlopen en de verwezenlijking ervan over vele jaren moet worden gespreid.
(cf. punten 19‑21)
2. Artikel 7, lid 3, sub e, van richtlijn 93/37 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken staat slechts „gedurende een periode van drie jaar volgende op de oorspronkelijke opdracht” toe dat gebruik wordt gemaakt van de procedure van gunning via onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking van een uitnodiging tot inschrijving voor nieuwe werken bestaande uit de herhaling van soortgelijke werken die aan de met een eerste opdracht belaste aannemer werden toevertrouwd.
Na vergelijking van de taalversies van deze bepaling moet de uitdrukking „oorspronkelijke opdracht” worden opgevat in de zin van het sluiten van de oorspronkelijke overeenkomst en niet in de zin van de voltooiing van de werken waarop de opdracht betrekking heeft.
Deze uitlegging wordt bevestigd door het doel van de betrokken bepaling en door de plaats ervan in het systeem van richtlijn 93/37.
Aangezien het enerzijds gaat om een uitzonderingsbepaling, die strikt moet worden uitgelegd, moet eerder worden gekozen voor de uitlegging die de periode waarin de uitzondering geldt, beperkt dan voor die welke deze periode verlengt. Aan dit doel wordt voldaan door de uitlegging die als uitgangspunt neemt de datum van het sluiten van de oorspronkelijke overeenkomst en niet de – noodzakelijk latere – datum van de voltooiing van de werken die het voorwerp van de overeenkomst vormen.
Anderzijds vereist de rechtszekerheid, die in procedures van gunning van overheidsopdrachten wenselijk is, dat de aanvangsdatum van de betrokken periode met zekerheid en objectief kan worden bepaald. De datum van de sluiting van een overeenkomst is zeker, maar vele data kunnen in aanmerking komen als datum voor de beëindiging van de werken en telkens vragen doen rijzen. Bovendien staat de datum van het sluiten van de overeenkomst van meet af aan vast, terwijl de datum van de beëindiging van de werken, ongeacht hoe die wordt vastgesteld, in de loop van de uitvoering van de opdracht door toevallige factoren of opzettelijk kan worden gewijzigd.
(cf. punten 33‑34, 36-38)
3. De niet-nakomingsprocedure biedt de mogelijkheid de exacte inhoud van de verplichtingen van de lidstaten, met name in geval van onenigheid over de uitlegging, te bepalen en zij berust op de objectieve vaststelling van de niet-nakoming door een lidstaat van de krachtens het Verdrag of een handeling van afgeleid recht op hem rustende verplichtingen. Een lidstaat kan zich dus niet op het begrip verschoonbare dwaling beroepen ter rechtvaardiging van een niet-nakoming van de krachtens de richtlijn op hem rustende verplichtingen.
(cf. punt 40)
ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 14 september 2004(1)
„Niet-nakoming – Richtlijn 93/37/EEG – Overheidsopdrachten voor uitvoering van werken – Procedure van gunning via onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking van uitnodiging tot inschrijving”
verzoekster,
tegen
verweerster,
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 29 april 2004,
het navolgende
1 – Procestaal: Italiaans.