HvJ EU 7 september 2004, C-1/03, ECLI:EU:C:2004:490
Tekst
Zaak C‑1/03
Paul Van de Walle e.a.
tegen
Texaco Belgium NV
(verzoek van het Hof van Beroep te Brussel om een prejudiciële beslissing)
„Milieu – Afvalstoffen – Richtlijnen 75/442/EEG en 91/156/EEG – Begrippen ‚afvalstof’, ‚producent van afvalstoffen’ en ‚houder van afvalstoffen’– Grond waarin ten gevolge van lekkage koolwaterstof is gedrongen – Exploitatie van tankstation van oliemaatschappij als beheerder”
Samenvatting van het arrest
1. Milieu – Afvalstoffen – Richtlijn 75/442, gewijzigd bij richtlijn 91/156 – Begrip – Koolwaterstof die onopzettelijk is geloosd – Grond en grondwater die zijn verontreinigd – Daaronder begrepen
(Richtlijn 75/442 van de Raad, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/156, art. 1, sub a)
2. Milieu – Afvalstoffen – Richtlijn 75/442, gewijzigd bij richtlijn 91/156 – Houder van afvalstoffen – Begrip – Afvalstoffen van koolwaterstof – Beheerder van tankstation en aardoliemaatschappij die het bevoorraadt – Daaronder begrepen – Voorwaarden
(Richtlijn 75/442 van de Raad, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/156, art. 1, sub c)
1. Onopzettelijk geloosde koolwaterstof die de grond en het grondwater verontreinigt, is een afvalstof in de zin van artikel 1, sub a, van richtlijn 75/442 betreffende afvalstoffen, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/156, voorzover deze stof een productieresidu is, dat de houder niet zonder voorafgaande bewerking kan hergebruiken en waarvan hij zich ontdoet, zij het onvrijwillig, naar aanleiding van op deze stof betrekking hebbende productie‑ of distributiehandelingen.
Hetzelfde geldt voor door koolwaterstof verontreinigde grond, aangezien de koolwaterstof niet te scheiden is van de erdoor vervuilde grond en alleen nuttig kan worden toegepast of verwijderd als ook deze grond de nodige ontsmettingshandelingen ondergaat. Bovendien heeft de omstandigheid dat deze grond niet is uitgegraven, geen invloed op de kwalificatie ervan als afvalstof.
(cf. punten 46‑47, 50, 52‑53 en dictum)
2. Richtlijn 75/442 betreffende afvalstoffen, zoals gewijzigd bij richtlijn 91/156, maakt een onderscheid tussen enerzijds de concrete uitvoering van de handelingen voor nuttige toepassing of verwijdering van afvalstoffen, die ten laste komt van iedere „houder van afvalstoffen”, of hij nu de producent is of de bezitter, en anderzijds de financiering van deze handelingen, die, overeenkomstig het beginsel „de vervuiler betaalt”, wordt opgelegd aan de personen van wie de afvalstoffen afkomstig zijn, ongeacht of zij houder of voormalig houder van de afvalstoffen zijn of zelfs producent zijn van het product dat tot ontstaan van de afvalstoffen heeft geleid.
De per ongeluk geloosde koolwaterstof die afkomstig is van een lek in de opslaginstallaties van een tankstation, die voor de exploitatie van dit tankstation is gekocht, is in bezit van de beheerder van het tankstation. Bovendien had deze beheerder de stof ten behoeve van zijn activiteit in opslag, toen deze afvalstof werd, zodat hij kan worden geacht de afvalstof te hebben „voortgebracht” in de zin van artikel 1, sub b, van richtlijn 75/442. Aangezien hij zowel de afvalstof in bezit heeft als de producent van deze afvalstof is, moet de beheerder van het tankstation derhalve als houder in de zin van dit artikel 1, sub c, worden beschouwd.
Zo evenwel de slechte staat van de opslaginstallaties van het tankstation en het lekken van koolwaterstof te wijten zijn aan een niet-nakoming van contractuele verbintenissen door de aardoliemaatschappij die dit tankstation bevoorraadt, of aan diverse gedragingen waarvoor deze onderneming aansprakelijk kan worden gesteld, kan worden aangenomen dat deze aardoliemaatschappij door haar activiteit „afvalstoffen heeft voortgebracht” in de zin van artikel 1, sub b, van richtlijn 75/442, zodat zij als de houdster van deze afvalstoffen kan worden beschouwd.
(cf. punten 58‑61 en dictum)
ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 7 september 2004(1)
„Milieu – Afvalstoffen – Richtlijnen 75/442/EEG en 91/156/EEG – Begrippen ‚afvalstoffen’, ‚producent van afvalstoffen’ en ‚houder van afvalstoffen’ – Grond waarin ten gevolge van lekkage koolwaterstof is gedrongen – Exploitatie van tankstation van oliemaatschappij als beheerder”
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 29 januari 2004,
het navolgende
1 – Procestaal: Frans.